In aanloop naar het WK Darts heeft Raymond van Barneveld twee dagen langdurig getraind met Dimitri van den Bergh, Jermaine Wattimena en Kim Huybrechts in zijn dartspand in Den Haag.

Het trainingskamp lijkt zich uit te betalen in goede resultaten, want Van Barneveld leverde een prima wedstrijd af tegen Richard North in de eerste ronde. Jermaine Wattimena en Dimitri van den Bergh speelden zelfs hun beste wedstrijd ooit op een televisietoernooi. De voortekenen voor Kim Huybrechts zijn dus goed, die donderdagavond de degens kruist met James Richardson. Ook ‘Barney’ concludeert in gesprek met Dartsnieuws.com dat het trainingskamp positief is bevallen.

”Ik vind het hartstikke leuk dat de jongens die bij mij zijn wezen trainen hun eerste ronde hebben gewonnen, al moet Kim nog zijn wedstrijd spelen. Het geeft mij voldoening dat zij lekker bezig zijn. Ik neem mijn pet af voor spelers als Jermaine en zeker voor Dimitri. Jeugdwereldkampioen en resultaten waarmee hij mij de laatste twee maanden heeft verbaasd, dat is echt een goede speler.”

Naast de complimenten, had Van Barneveld ook een verbeterpunt voor Wattimena. De vijfvoudig wereldkampioen vond de keuze van ‘The Machine Gun’ om op 84 met zijn eerste pijl voor de bull te gaan opmerkelijk.

”Ik snapte die keuze van Jermaine om op 84 voor de bull te gaan niet. Je staat je hele leven op de triple 20 te trainen en dan ga je opeens voor een bull.”

Ik snap de gedachte erachter wel, want je krijgt dan één pijl op de dubbel in plaats van de bullseye. Maar je moet altijd de overtuiging hebben dat je de triple 20 gewoon gooit, daar moet je gewoon voor staan en dat heb ik hem gezegd.”

”Na twee dagen trainen zei ik tegen Jermaine dat hij op dit niveau moest blijven, want ik zag dat hij waanzinnig stond te gooien en dat heeft die gedaan. Natuurlijk heeft Jermaine wel wat geluk gehad, want Cullen miste vier wedstrijdpijlen. Soms heb je dat geluk nodig, hij gaf niet op en het zag er verder keurig netjes uit.”

Pieter Verbeek/PV-Darts

Foto: Pieter Verbeek/PV-Darts

Tags: | | |

Schrijver: Pieter Verbeek