Rod Harrington heeft in een interview met Live Darts teruggeblikt op de twee meest recente TV-toernooien: de World Cup of Darts en de Premier League Darts.

Toen de World Cup of Darts ter sprake kwam, werd er onder meer gesproken over de suggesties van spelers om in de toekomst alleen nog maar te koppelen op dit toernooi. Harrington is daar geen voorstander van, maar snapt dat meer koppelpartijen voor een grote amusementswaarde kan zorgen.

”Op dit moment zijn er nog geen plannen om het format te wijzigen. Of het tijdens de volgende vergadering te sprake komt weet ik niet”, vertelt Harrington.

”Ik snap dat mensen meer koppels willen zien, maar ik twijfel of dat het niveau ten goede komt. Dat betekent echter niet dat we het niet willen proberen. Mijn vermoeden is echter dat de gemiddelde kijker thuis liever naar Michael van Gerwen tegen Gary Anderson kijkt, dan naar vier mensen op een podium.”

PDC-directeur en darts-analist Rod Harrington

PDC-directeur en darts-analist Rod Harrington. Foto: Lawrence Lustig/PDC

Contenders in Premier League Darts

Over het behouden van de contenders voor de Premier League Darts was de voormalig nummer één van de wereld meer te spreken. Na de afzegging van Gary Anderson werden negen spelers geselecteerd om ieder één duel te spelen. Harrington had dit idee eerder voorgesteld, zo geeft hij aan.

”Grappig genoeg had ik twee jaar geleden een e-mail gestuurd met een voorstel om acht vaste spelers te kiezen en twee contenders. Dat idee werd afgeschoten. Na de afzegging van Anderson ging iedereen wel akkoord.”

Een aantal spelers, waaronder Jeffrey de Zwaan, Luke Humphries en Dimitri van den Bergh, lieten zich goed zien bij hun debuut in de Premier League Darts. Het was precies iets wat de Premier League nodig had, beaamt Harrington.

”Het heeft perfect gewerkt. In plaats van elke week hetzelfde, werd er iets toegevoegd aan de competitie. Alle negen invallers hebben zichzelf op een goede manier laten zien. Dat was geweldig.”

Lawrence Lustig/PDC

Foto: Lawrence Lustig/PDC

Tags:

Schrijver: Pieter Verbeek