Ross Smith heeft afgelopen weekend de
Hungarian Darts Trophy op zijn naam geschreven. De Engelsman was in de finale met 8-2 te sterk voor
Gary Anderson en mocht daardoor voor de tweede keer dit seizoen een European Tour-titel vieren.
De titel was voor Smith, maar de speler die het hoogste gemiddelde van het hele
toernooi liet noteren was Anderson. De Schot kwam in de achtste finales tot een indrukwekkende 105,27 gemiddeld, maar dat bleek uiteindelijk niet voldoende om de titel naar zich toe te trekken.
Anderson was daarmee de absolute uitblinker op het gebied van gemiddelden. In zijn wedstrijd in de achtste finales liet hij zien waarom hij nog altijd tot de gevaarlijkste spelers op de European Tour behoort. Met 105,27 punten per drie darts was hij de enige speler die tijdens de Hungarian Darts Trophy boven de 105 uitkwam. Bovendien liet Anderson later in het toernooi opnieuw een hoog niveau zien. In de kwartfinales tegen Gian van Veen kwam hij tot 101,45 gemiddeld.
Die sterke prestaties brachten Anderson uiteindelijk helemaal naar de finale, waarin hij het opnam tegen Smith. Daar lukte het de Schot echter niet om zijn beste niveau opnieuw te laten zien. Anderson moest genoegen nemen met een gemiddelde dat duidelijk lager lag dan zijn eerdere uitschieters, terwijl Smith met 101,01 zelf boven de honderd bleef. De Engelsman maakte het verschil bovendien op de beslissende momenten en liep uiteindelijk overtuigend uit naar een 8-2 overwinning.
Greaves op knappe tweede plaats
Achter Anderson vinden we
Beau Greaves op de tweede plaats in het overzicht van hoogste gemiddelden. De Engelse dartster kwam in de openingsronde tegen Rob Cross tot een uitstekende 104,88 gemiddeld. Daarmee bleef ze slechts enkele tienden verwijderd van Andersons toernooirecord. Greaves kon haar sterke statistiek echter niet vertalen naar een diepe run in het toernooi.
Ook Cross en Tom Sykes lieten in de laatste 48 een gemiddelde boven de honderd noteren. Cross kwam uit op 101,90, terwijl Sykes met 101,20 eveneens een indrukwekkende prestatie neerzette. Het onderstreept hoe hoog het niveau in de vroege rondes van de Hungarian Darts Trophy lag.
Ross Smith vinden we zelf twee keer terug in de top van het klassement. In de laatste 32 noteerde hij 101,33 gemiddeld, terwijl hij in de finale opnieuw boven de honderd uitkwam met 101,01. Daarmee was Smith de enige speler die naast Anderson in twee verschillende wedstrijden een gemiddelde van meer dan honderd liet noteren.
Ross Smith pakte de eindzege bij de Hungarian Darts Trophy
Nathan Aspinall completeert de top tien met een gemiddelde van 100,95 in de kwartfinales. Keane Barry en Damon Heta kwamen in de laatste 48 eveneens boven de grens van honderd punten per drie darts uit, met respectievelijk 100,77 en 100,67.
De cijfers vertellen daarmee een interessant verhaal over de Hungarian Darts Trophy. Anderson was statistisch gezien de beste speler van het weekend met zijn 105,27, maar het was Smith die uiteindelijk de belangrijkste wedstrijd won. De Engelsman bewees daarmee opnieuw dat een hoog gemiddelde alleen geen garantie is voor succes. Op de beslissende momenten tellen vooral de dubbels en het winnen van de juiste legs.
Voor Smith leverde die combinatie uiteindelijk de hoofdprijs op. Met zijn tweede European Tour-titel van het seizoen bevestigde hij zijn uitstekende vorm, terwijl Anderson ondanks enkele indrukwekkende gemiddelden met een tweede plaats achterbleef. In Hongarije was het dus niet de speler met het hoogste gemiddelde die de trofee mocht optillen, maar wel degene die op het beslissende moment het beste presteerde.