Een van de grootste discussiepunten sinds de razendsnelle opkomst van
Luke Littler is de vergelijking met
Phil Taylor. Had 'The Power' zijn dominantie kunnen voortzetten in het huidige tijdperk van 'The Nuke'? En hoe zou Littler zich staande hebben gehouden tegen Taylor op zijn absolute hoogtepunt?
In deze
analyse leggen we twee periodes naast elkaar: het seizoen 2013 van Taylor en het jaar 2025, waarin Littler definitief uitgroeide tot de nieuwe superster van de dartsport. Was het niveau in Taylors tijd daadwerkelijk sterker, of beleven we momenteel misschien wel het beste tijdperk dat darts ooit heeft gekend?
2013 vs 2025: het decor
In 2013 veroverde
Phil Taylor zijn zestiende en laatste wereldtitel. Ook daarna bleef de Engelsman de sport domineren, met nog eens vijf gewonnen majors in hetzelfde kalenderjaar. Slechts drie grote televisietoernooien wist Taylor dat seizoen niet te winnen. De Players Championship Finals en Premier League gingen naar Michael van Gerwen, terwijl Adrian Lewis de titel pakte op het European Championship.
Taylor was destijds de onbetwiste nummer één van de wereld. Achter hem bestond de top acht van de PDC Order of Merit uit Adrian Lewis, James Wade, Simon Whitlock, Andy Hamilton, Michael van Gerwen, Wes Newton en Raymond van Barneveld. Een sterke generatie met veel ervaring en grote namen, maar de vraag blijft hoe dat niveau zich verhoudt tot het moderne darts.
Het is een discussie die telkens terugkeert wanneer de namen Taylor en Littler samen worden genoemd. Wie was op zijn hoogtepunt daadwerkelijk beter? En is het überhaupt eerlijk om twee spelers te vergelijken die in compleet verschillende periodes actief waren, met meer dan tien jaar ontwikkeling binnen de sport tussen hen in? De statistieken geven in ieder geval een interessante indicatie.
In 2025 kende
Luke Littler een ongekend seizoen. De achttienjarige wereldkampioen won zes majors en bevestigde zijn status als beste speler ter wereld. Als jongste wereldkampioen én jongste World Matchplay-winnaar ooit liet hij op de grootste podia een niveau zien dat zelden eerder is vertoond.
De
huidige top acht van de Order of Merit ziet er bovendien flink anders uit dan die van 2013. Alleen James Wade en Michael van Gerwen behoren nog altijd tot de wereldtop. Zij worden tegenwoordig omringd door Littler, Luke Humphries, Gian van Veen, Jonny Clayton, Gerwyn Price en Josh Rock.
Op basis van namen alleen is het lastig om de generaties te vergelijken. Toch voelt het voor veel dartsfans moeilijk voor te stellen dat een speler als Gerwyn Price structureel zou verliezen van iemand als Wes Newton. Maar is dat daadwerkelijk zo, of wordt dat beeld vooral beïnvloed door de manier waarop Taylor destijds vrijwel iedereen liet verbleken?
Wanneer er dieper naar de cijfers wordt gekeken, ontstaat een duidelijker beeld. De gemiddelden en finishpercentages op televisie liggen in het moderne tijdperk aanzienlijk hoger dan in 2013. Dat wijst erop dat de breedte aan de top sterker is geworden en dat spelers minder ruimte krijgen om een mindere dag te overleven.
Maar de belangrijkste vraag blijft overeind: hoe verhoudt dit huidige gouden tijdperk zich tot Phil Taylor zelf, de meest dominante darter aller tijden, op zijn absolute topniveau?
Nu strijdt Littler met Price, Van Veen en Humphries. Taylor deed dat met Newton.
2013 vs 2025: de top acht vergeleken
Top acht in 2013 (tv-gemiddelden)
| Speler | Ranking | TV-gemiddelde |
| Phil Taylor | 1e | 99.15 |
| Adrian Lewis | 2e | 92.62 |
| James Wade | 3e | 92.30 |
| Simon Whitlock | 4e | 92.06 |
| Andy Hamilton | 5e | 92.72 |
| Michael van Gerwen | 6e | 98.83 |
| Wes Newton | 7e | 90.36 |
| Raymond van Barneveld | 8e | TBC |
Top acht in 2025 (tv-gemiddelden)
| Speler | Ranking | TV-gemiddelde |
| Luke Littler | 1e | 102.07 |
| Luke Humphries | 2e | 99.12 |
| Gian van Veen | 3e | 99.56 |
| Michael van Gerwen | 4e | 97.50 |
| Jonny Clayton | 5e | 95.66 |
| James Wade | 6e | 95.76 |
| Gerwyn Price | 7e | 96.77 |
| Josh Rock | 8e | 94.63 |
Voordat het materiaal alle eer krijgt
Ook de ontwikkeling van het materiaal speelt een rol in de vergelijking tussen 2013 en 2025. Het dartbord uit 2013 had duidelijke beperkingen wanneer het wordt vergeleken met de moderne Winmau Blade 6 Triple Core. Door de ontwikkeling van de bedrading en het oppervlak zijn de omstandigheden voor spelers in de loop der jaren verder geoptimaliseerd.
De borden uit 2013 maakten nog gebruik van oudere bedrading, waardoor bounce-outs vaker voorkwamen en het beschikbare scoringsgebied beperkter was. De moderne Winmau Blade 6 Triple Core beschikt over dunner geplaatste bedrading onder een scherpere hoek, waardoor darts minder snel afketsen. Bovendien zorgt het triple core-systeem ervoor dat de sisalstructuur beter behouden blijft en darts steviger in het bord blijven zitten.
Ook op het gebied van darts zelf zijn grote stappen gezet. Waar spelers in 2013 vaker gebruikmaakten van traditionele gladde punten, kunnen moderne darters hun materiaal veel nauwkeuriger afstemmen op hun persoonlijke voorkeur. Zo gebruikt Luke Littler bijvoorbeeld het Swiss Point-systeem met punten van 42 millimeter. De huidige generatie grip-punten zorgt ervoor dat darts stabieler in het bord blijven zitten en minder snel verschuiven na de landing.
Dat betekent dat een deel van de statistische vooruitgang in het moderne darts verklaard kan worden door de evolutie van het materiaal. Betere borden, betere punten en meer mogelijkheden om de set-up volledig te personaliseren hebben de omstandigheden verbeterd.
Toch verklaart materiaal niet het volledige verschil tussen de generaties. De technologische vooruitgang wordt vaak geschat op een winst van ongeveer een half tot één punt in het gemiddelde. Kleine verschillen tussen spelers uit verschillende tijdperken kunnen daardoor deels worden verklaard door betere omstandigheden, maar grotere verschillen blijven vooral een kwestie van niveau en prestaties.
Uitrustingsevolutie: wat veranderde tussen 2013 en 2025?
| Kenmerk | 2013 Unicorn Eclipse Pro | 2025 Winmau Blade 6 Triple Core | Impact |
| Draadontwerp | Oudere bedrading, gevoeliger voor bounce-outs | 60 graden geprofileerde bedrading | Minder verloren beurten |
| Scoringsgebied | Standaard | Groter effectief scoringsgebied | Meer scoringsmogelijkheden |
| Dartretentie | Traditionele sisalstructuur | Triple core-systeem met verbeterde dichtheid | Darts blijven beter zitten |
| Bordstabiliteit | Traditioneel bevestigingssysteem | Rota-Lock-nivelleersysteem | Minder beweging bij impact |
| Punttechnologie | Gladdere traditionele punten | Moderne grip- en Swiss Point-systemen | Meer controle en stabiliteit |
| Invloed op gemiddelde | — | — | Naar schatting ongeveer 0,5 tot 1 punt |
Littler vs Taylor: de cijfers, wedstrijd voor wedstrijd
Scorend vermogen: gemiddelden, 180’s en het verschil in volume
De vergelijking tussen Luke Littler en Phil Taylor is sinds Littlers indrukwekkende doorbraak op het WK Darts steeds vaker onderwerp van discussie. Door zijn prestaties, hoge gemiddelden en recordreeksen wordt de jonge Engelsman regelmatig naast de zestienvoudig wereldkampioen gelegd.
Wanneer de cijfers van Littlers tv-seizoen in 2025 worden vergeleken met Taylors seizoen in 2013, ontstaat een interessant beeld. Littler speelde 94 televisiepartijen, tegenover 58 van Taylor. Ondanks dat verschil in volume laten de statistieken zien hoe dicht de twee grootheden bij elkaar liggen.
Taylor noteerde in 2013 een tv-gemiddelde van 99.15, destijds het hoogste van alle spelers. Daarmee stak 'The Power' duidelijk boven de concurrentie uit. Littler kwam in 2025 echter uit op een gemiddelde van 102.07. Een verschil van 2,92 punten in het voordeel van 'The Nuke'. Kleiner dan sommige fans wellicht verwachten, maar groot genoeg om over langere wedstrijden het verschil te maken.
Over één leg lijkt dat verschil beperkt, maar verspreid over een lange televisiepartij kan het doorslaggevend zijn. Een paar punten extra per beurt zorgen ervoor dat een speler structureel eerder op een finish komt en daardoor meer druk legt op de tegenstander.
Hoe verhoudt prime Phil Taylor zich tot Luke Littler?
Ook de first nine- en first three-gemiddelden vallen licht in het voordeel van Littler uit. Beide spelers komen daarin boven de 110 uit, waardoor het verschil niet zozeer in de openingsfase van een leg ontstaat. Het verschil zit vooral in de volledige scorende fase richting de finish.
Daarbij springen vooral de maximale scores eruit. Littler produceerde in 2025 aanzienlijk meer 180-scores dan Taylor in 2013. De jonge Engelsman kwam tot gemiddeld 6,7 maximale scores per wedstrijd, tegenover 3,2 voor Taylor. Hoewel Littler meer wedstrijden speelde, verklaart dat niet het volledige verschil. Het laat vooral zien hoe de moderne top vaker en agressiever de triple 20 blijft aanvallen.
Toch vertelt scorend vermogen slechts een deel van het verhaal. Taylor stond namelijk niet alleen bekend om zijn hoge scores, maar vooral om zijn vermogen om op de belangrijkste momenten toe te slaan.
Finishen onder druk: Taylors grootste wapen
Taylor was nooit uitsluitend afhankelijk van pure scoringskracht. Zijn grootste kwaliteit lag vaak in het afmaken van legs onder druk. Dat blijkt ook uit zijn finishpercentage in 2013. Met 43,62 procent was hij dat jaar de beste finisher ter wereld.
Opvallend genoeg ligt dat percentage vrijwel gelijk aan dat van Littler in 2025. De wereldkampioen kwam uit op 43,61 procent, waarmee hij vierde stond op dat onderdeel. Het verschil van slechts 0,01 procent laat zien hoe weinig de twee op dit vlak van elkaar verschillen.
Gemiddelden tonen hoe sterk een speler scoort, maar finishes bepalen uiteindelijk wie de legs wint. Zeker op de grootste podia, waar één gemiste dubbel het verschil kan maken tussen een titel en een nederlaag.
Het interessante verschil zit vooral in de rol van het finishen. Voor Taylor was zijn dodelijke efficiëntie op de dubbels jarenlang zijn handelsmerk. Bij Littler is het eerder een extra kwaliteit bovenop zijn enorme scorend vermogen.
Ook qua constante prestaties ontlopen de twee elkaar nauwelijks. Zowel Taylor in 2013 als Littler in 2025 noteerden slechts één wedstrijd met een gemiddelde onder de 90. Dat toont aan hoe zelden beide spelers een mindere wedstrijd kenden op televisie.
Het verschil zit vooral in het verhoogde plafond van de moderne dartsport. Littler wordt door de huidige concurrentie gedwongen om continu extreem hoge scores te produceren. Dat is onder meer zichtbaar in het aantal bezoeken tussen 171 en 180 punten. Littler kwam in 2025 tot 632 van zulke scores, terwijl Taylor in 2013 op 81 bleef steken.
In Taylors tijd was een constante stroom van 140-scores gecombineerd met sterke finishes vaak voldoende om tegenstanders te breken. In het moderne darts zijn hoge setups en maximale scores steeds belangrijker geworden om als eerste een finish over te laten.
Ook de negendarters laten de evolutie van het niveau zien. Taylor gooide in zijn volledige carrière achttien perfecte legs, terwijl Littler al dertien negendarters produceerde in de eerste jaren van zijn loopbaan. Het onderstreept hoe uitzonderlijk het scorende niveau van de nieuwe generatie is geworden.
Bij wedstrijden met een gemiddelde boven de 100 blijven de verschillen klein. Taylor haalde die grens in 37 van zijn 58 tv-wedstrijden in 2013, goed voor 64 procent. Littler deed dat in 63 van zijn 94 partijen in 2025, oftewel 67 procent.
In een sterker en breder deelnemersveld wist Littler dus een vergelijkbare consistentie vast te houden over een groter aantal wedstrijden. De cijfers tonen vooral aan dat beide spelers uitzonderlijk waren binnen hun eigen tijdperk. Het grootste verschil zit niet in de mentale kracht of precisie, maar in het tempo en het scorende geweld dat nodig is om tegenwoordig de absolute top te bereiken.
The Power vs The Nuke: tv-seizoen head-to-head
| Statistiek | Phil Taylor (2013) | Luke Littler (2025) |
| Gespeelde tv-wedstrijden | 58 | 94 |
| Gemiddelde | 99.15 | 102.07 |
| First nine-gemiddelde | 110.56 | 112.14 |
| First three-gemiddelde | 108.76 | 110.19 |
| Checkoutpercentage | 43.62% (1e van de wereld) | 43.61% (4e van de wereld) |
| Winstpercentage | 81% (47/58) | 81% (76/94) |
| 180-scores | 190 | 587 |
| Scores tussen 171-180 | 81 | 632 |
| Wedstrijden onder 90 gemiddeld | 1 van 58 | 1 van 94 |
| Wedstrijden boven 100 gemiddeld | 37 van 58 (64%) | 63 van 94 (67%) |
| Negendarters | 18 in carrière | 13 in 2,5 jaar |
| Leeftijd eerste majorzege | 29 jaar | 17 jaar |
Winstpercentage, werkbelasting en de ontwikkeling van beide carrières
Hoewel spelers als Gerwyn Price en Luke Humphries Littler mogelijk dwingen om structureel een hoger niveau te halen dan de concurrenten waarmee Phil Taylor in 2013 te maken kreeg, betekent dat niet automatisch dat Taylor niet op hetzelfde niveau had kunnen presteren. De winstpercentages geven misschien wel het meest interessante beeld van de vergelijking.
Taylor won in 2013 liefst 81 procent van zijn wedstrijden op televisie. Opvallend genoeg kwam Littler in 2025 uit op exact hetzelfde percentage. Het grote verschil zit echter in de hoeveelheid gespeelde wedstrijden. Littler speelde 36 televisiepartijen meer, wat ook 36 extra kansen betekende om een nederlaag te incasseren.
Een deel van Taylors dominantie kwam voort uit zijn enorme klasse, maar ook uit een tijdperk waarin het deelnemersveld minder breed was dan tegenwoordig. De concurrentie aan de top was sterk, maar de hoeveelheid spelers die wekelijks een extreem hoog niveau konden produceren lag lager dan in het moderne darts.
Die 36 extra wedstrijden staan ongeveer gelijk aan een volledig extra seizoen op televisie. Dat Littler ondanks die grotere belasting en een dieper deelnemersveld hetzelfde winstpercentage wist vast te houden, maakt zijn cijfers bijzonder indrukwekkend.
Ook de ontwikkeling van beide carrières verschilt enorm. Littler won zijn eerste major al op zeventienjarige leeftijd, terwijl Taylor zijn eerste grote titel pas op zijn 29ste veroverde. Op de leeftijd waarop Littler al meerdere grote titels achter zijn naam had staan, moest Taylors historische periode van dominantie nog beginnen.
De loopbanen zijn daardoor moeilijk één-op-één te vergelijken. Littlers niveau op zo'n jonge leeftijd is uitzonderlijk en vrijwel ongekend binnen de dartsport. Tegelijkertijd doet dat niets af aan de prestaties van Taylor, die jarenlang domineerde met de omstandigheden, tegenstanders en middelen van zijn eigen tijdperk.
De grote vraag is hoeveel rek er nog in Littlers spel zit. Kan hij nog een extra stap zetten? De cijfers suggereren dat die mogelijkheid bestaat. Zelfs zonder verdere verbetering produceert hij statistieken die nauwelijks eerder zijn vertoond, zeker niet door een speler van zijn leeftijd.
Waar Littler nog stappen kan maken, is vooral op het gebied van ervaring en mentale controle. Het
incident tijdens de Premier League in Manchester tegen Gian van Veen in 2026, met zijn reactie richting het publiek en de daaropvolgende fluitconcerten tijdens meerdere Europese avonden, liet zien dat hij daarin nog altijd een jonge speler in ontwikkeling is.
Taylor stond juist bekend om zijn onverstoorbaarheid en liet externe factoren zelden invloed hebben op zijn prestaties. Toch liet Littler ook zijn mentale kracht zien door zich terug te vechten en uiteindelijk alsnog de titel te winnen.
Op vrijwel alle statistische vlakken bewijst Littler dat hij nu al tot de absolute buitencategorie behoort, terwijl hij nog volop in ontwikkeling is. Taylor blijft de maatstaf op het gebied van langdurige dominantie, maar hij kreeg nooit de kans om zijn niveau te testen tegen een veld dat zo diep en competitief is als het huidige dartslandschap.
Het veld sloot aan en de financiële groei verklaart waarom
De ontwikkeling van de dartsport wordt misschien nog het duidelijkst zichtbaar wanneer naar de breedte van het deelnemersveld wordt gekeken. In 2013 noteerden twaalf spelers een tv-gemiddelde boven de 90. In 2025 waren dat er 77. Het niveau op televisie, het grootste podium binnen de sport, is niet alleen gestegen; het is compleet veranderd.
Ook aan de absolute top is het verschil zichtbaar. In 2013 waren er slechts vier spelers met een tv-gemiddelde boven de 95. In 2025 waren dat er 25. De cijfers laten zien dat het beeld van 2013 als gouden tijdperk vooral werd gevormd door de grote namen en iconische momenten, zoals de opkomst van Michael van Gerwen en spectaculaire wedstrijden op toernooien als de Grand Slam of Darts.
Van Gerwen kent tot nu toe een wisselvallig 2026.
Die herinneringen verhullen echter dat de breedte van de sport destijds veel minder groot was. Het zesde hoogste tv-gemiddelde van 2013, 92.72, zou in 2025 slechts rond de middenmoot vallen. Een speler als Wes Newton, destijds onderdeel van de wereldtop, zou met zijn gemiddelde van 90.36 tegenwoordig veel meer concurrentie ervaren.
Van de beste spelers uit 2013 zijn alleen James Wade en Michael van Gerwen nog altijd aanwezig aan de top. Opvallend genoeg ligt het gemiddelde van Van Gerwen uit 2013 slechts iets meer dan één punt hoger dan zijn huidige niveau. Destijds had hij het op één na hoogste gemiddelde van allemaal, terwijl dat tegenwoordig niet meer genoeg is om de statistieken te domineren. De grote vraag is dan: waarom is het algemene niveau zo sterk gestegen?
De financiële transformatie van darts
| Onderdeel | 2013 | 2025/2026 | Stijging |
| Totale prijzenpot WK | £1.000.000 | £5.000.000 | 5x |
| Prijzengeld wereldkampioen | £200.000 | £500.000 | 2,5x |
| Verliezend speler eerste ronde WK | £6.000 | £15.000 | 2,5x |
| Totale prijzenpot seizoen | £5-6 miljoen | £25+ miljoen | Ongeveer 5x |
| Players Championship per toernooi | £50.000 | £125.000 | 2,5x |
De enorme groei van het prijzengeld speelt een belangrijke rol. Een speler die in 2013 in de eerste ronde van het WK verloor, verdiende £6.000. In 2026 levert dezelfde prestatie £15.000 op. De totale prijzenpot van het WK groeide van £1 miljoen naar £5 miljoen en ook de volledige PDC-kalender werd financieel veel aantrekkelijker.
Het stijgende niveau komt daardoor niet alleen voort uit meer talent. De sport is professioneler geworden omdat er simpelweg meer op het spel staat. Spelers kunnen fulltime investeren in hun carrière, met betere trainingsmethoden, begeleiding, voorbereiding en mentale ondersteuning.
Waar eerdere generaties vaak via de kroegcultuur in aanraking kwamen met darts, groeit de nieuwe lichting op in een veel professionelere omgeving. Academies, gestructureerde trainingen en aandacht voor fysieke en mentale voorbereiding zijn steeds normaler geworden.
Die professionalisering heeft de sport fundamenteel veranderd. Spelers komen tegenwoordig beter voorbereid op de tour en de concurrentie is groter dan ooit. Een gemiddelde waarmee iemand tien jaar geleden tot de wereldtop behoorde, is tegenwoordig niet automatisch meer genoeg om structureel mee te doen om grote titels.
Toch blijven de iconische momenten uit het vorige tijdperk overeind. Taylor, Lewis en Van Gerwen leverden wedstrijden af die de geschiedenis van de sport hebben gevormd. De rivaliteit, de finales en de spanning zorgden ervoor dat veel fans die periode nog altijd als een gouden tijdperk zien.
Maar het verschil zit vooral in de breedte. De absolute top van 2013 kon op piekmomenten een niveau halen dat ook vandaag nog indrukwekkend zou zijn. Alleen hoefden zij dat niveau minder vaak vanaf de eerste ronde te laten zien.
In het moderne darts ligt dat anders. De beste spelers van 2025 krijgen vanaf de openingsfase te maken met tegenstanders die gemiddelden kunnen produceren die vroeger goed genoeg waren voor een plek in de wereldtop.
Technologie, prijzengeld en professionalisering hebben de lat steeds hoger gelegd. Taylor domineerde een sport die nog volop in ontwikkeling was. Littler probeert hetzelfde te doen in een tijdperk waarin die ontwikkeling verder is dan ooit.