De
World Series of Darts Finals kent een plaatsingssysteem dat afwijkt van de meeste grote PDC-toernooien. Niet de wereldranglijst, maar de prestaties tijdens de World Series-toernooien gedurende het seizoen bepalen wie de hoogste seeds krijgt.
In 2026 voert Michael van Gerwen die ranglijst aan met 32 punten. Opvallend genoeg staat die positie in contrast met zijn prestaties op andere delen van het circuit. De Nederlander kende een wisselvallig seizoen en viel voor het eerst sinds 2013 buiten de top vier van de
PDC Order of Merit.
Het roept een interessante vraag op: in hoeverre zegt de World Series-ranking daadwerkelijk iets over de krachtsverhoudingen tijdens de Finals? Een blik op de historie leert dat de nummer één van de plaatsingslijst bepaald geen garantie op succes heeft.
Nummer één wint opvallend weinig
Sinds de eerste editie in 2015 wist de hoogst geplaatste speler slechts drie van de elf edities te winnen. Dat komt neer op een winstpercentage van 27,3%. In acht gevallen ging de titel dus naar iemand anders.
Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de manier waarop de plaatsingslijst tot stand komt. De punten worden gedurende het hele World Series-seizoen verzameld. Een sterke prestatie vroeg in het jaar kan daardoor maanden later nog zwaar meewegen bij het bepalen van de plaatsingen voor de Finals.
Stephen Bunting was daar in 2025 een goed voorbeeld van. Hij verzamelde veel punten dankzij toernooizeges in Bahrein in januari en Kopenhagen in juni. Pas maanden later stonden de Finals op het programma. De vorm waarmee een speler zijn punten heeft verdiend, hoeft tegen die tijd dus allang niet meer dezelfde te zijn.
Luke Littler en Michael van Gerwen zijn voormalige kampioenen op dit toernooi.
Dat maakt de
World Series of Darts Finals anders dan veel andere grote toernooien. De plaatsingslijst is eerder een weerspiegeling van prestaties over de volledige World Series-campagne dan een momentopname van de actuele vorm.
Ook het feit dat er tijdens de Finals geen prijzengeld voor de PDC Order of Merit wordt verdiend, geeft het evenement een ander karakter. Spelers buiten de absolute wereldtop hebben daardoor regelmatig diepe runs kunnen neerzetten.
Bij de eerste editie in 2015 was Phil Taylor bijvoorbeeld als nummer één geplaatst, maar hij strandde in de halve finales tegen de als derde geplaatste Michael van Gerwen. Van Gerwen is bovendien de enige speler die tweemaal als topseed daadwerkelijk de titel pakte, in 2016 en 2019. Luke Littler herhaalde dat kunststukje in 2024.
Opvallend is dat Van Gerwen in 2019 als regerend wereldkampioen aan het toernooi begon. Zowel Van Gerwen in 2016 als Littler in 2024 kroonde zich later bovendien tot wereldkampioen. In die gevallen viel de nummer-één-plaatsing dus samen met een periode waarin de betreffende speler ook buiten de World Series tot de absolute wereldtop behoorde.
Resultaten van de nummer één sinds 2015
| Jaar | Nummer één | Resultaat | Winnaar | Seed winnaar |
| 2015 | Phil Taylor | Halve finale | Michael van Gerwen | 3 |
| 2016 | Michael van Gerwen | Winnaar | Michael van Gerwen | 1 |
| 2017 | Gary Anderson | Runner-up | Michael van Gerwen | 2 |
| 2018 | Peter Wright | Tweede ronde | James Wade | Niet geplaatst |
| 2019 | Michael van Gerwen | Winnaar | Michael van Gerwen | 1 |
| 2020 | Michael van Gerwen | Tweede ronde | Gerwyn Price | 7 |
| 2021 | Michael van Gerwen | Halve finale | Jonny Clayton | 4 |
| 2022 | Dimitri Van den Bergh | Tweede ronde | Gerwyn Price | 2 |
| 2023 | Rob Cross | Kwartfinale | Michael van Gerwen | 4 |
| 2024 | Luke Littler | Winnaar | Luke Littler | 1 |
| 2025 | Stephen Bunting | Runner-up | Michael van Gerwen | 10 |
Top vier blijkt wél belangrijk
Wie alleen naar de prestaties van de nummer één kijkt, zou gemakkelijk kunnen concluderen dat het plaatsingssysteem nauwelijks voorspellende waarde heeft. Het volledige overzicht geeft echter een ander beeld.
In de elf gespeelde edities wist de nummer één van de plaatsingslijst drie keer te winnen. Tweemaal won de nummer twee en eveneens tweemaal ging de titel naar de nummer vier. Daarnaast wonnen de nummers drie, zeven en tien ieder één editie. Slechts eenmaal slaagde een ongeplaatste speler erin het toernooi te winnen: James Wade in 2018. Daarmee werden acht van de elf edities gewonnen door iemand uit de top vier van de plaatsingslijst.
De World Series-ranking lijkt daarmee vooral goed in staat om de groep belangrijkste kanshebbers af te bakenen, zonder dat de nummer één daarbinnen een uitzonderlijk grote voorsprong heeft. De plaatsing voorspelt dus niet automatisch wie het toernooi wint, maar zegt wel degelijk iets over welke spelers doorgaans tot het einde meedoen.
Ook de loting speelt daarin een rol. Hogere seeds kunnen in de openingsfase profiteren van een op papier gunstigere tegenstander. Dat is in 2026 opnieuw zichtbaar, aangezien twee spelers uit de top vier hun toernooi beginnen tegen internationale qualifiers.
Opvallend genoeg hebben de nummers vijf tot en met acht historisch veel minder van dat voordeel weten te profiteren. Uit die groep kwam slechts één kampioen.
Winnende seeds sinds 2015
| Winnende seed | Aantal | Jaren |
| Seed 1 | 3 | 2016, 2019, 2024 |
| Seed 2 | 2 | 2017, 2022 |
| Seed 4 | 2 | 2021, 2023 |
| Seed 3 | 1 | 2015 |
| Seed 7 | 1 | 2020 |
| Seed 10 | 1 | 2025 |
| Niet geplaatst | 1 | 2018 |
Hoogste gemiddelde evenmin garantie voor succes
Niet alleen de plaatsingslijst blijkt een beperkte voorspeller van de uiteindelijke winnaar. Zelfs het hoogste toernooigemiddelde levert lang niet altijd de titel op.
In vier van de elf edities werd de speler met het hoogste gemiddelde over het toernooi ook daadwerkelijk kampioen. Dat komt neer op 36,4%. Michael van Gerwen was daar meerdere keren verantwoordelijk voor, terwijl Luke Littler in 2024 zowel het hoogste gemiddelde noteerde als de beker omhoog mocht houden.
Michael van Gerwen is topgeplaatst.
In zeven edities vertrok de speler met het hoogste gemiddelde echter zonder titel. Het grootste verschil was zichtbaar in 2018. Dimitri Van den Bergh noteerde over het toernooi een gemiddelde van liefst 105.21, maar zag James Wade met een gemiddelde van 96.11 de titel pakken. Een verschil van ruim negen punten.
Ook in latere jaren kwam dat verschijnsel terug. Peter Wright noteerde in 2022 met 103.11 het hoogste gemiddelde, maar Gerwyn Price werd kampioen met 98.92. Een jaar later was Dirk van Duijvenbode met 103.20 gemiddeld statistisch de sterkste scorer, terwijl Michael van Gerwen met 99.17 de titel veroverde.
Hoogste gemiddelde tegenover de uiteindelijke winnaar
| Jaar | Hoogste gemiddelde | Gemiddelde | Winnaar | Gemiddelde winnaar | Verschil |
| 2015 | Michael van Gerwen | 105,66 | Michael van Gerwen | 105,66 | 0 |
| 2016 | Phil Taylor | 104,73 | Michael van Gerwen | 104,03 | 0,70 |
| 2017 | Michael van Gerwen | 101,86 | Michael van Gerwen | 101,86 | 0 |
| 2018 | Dimitri Van den Bergh | 105,21 | James Wade | 96,11 | 9,10 |
| 2019 | Nathan Aspinall | 103,37 | Michael van Gerwen | 101,98 | 1,39 |
| 2020 | Peter Wright | 103,58 | Gerwyn Price | 99,86 | 3,72 |
| 2021 | Dimitri Van den Bergh | 99,47 | Jonny Clayton | 98,69 | 0,78 |
| 2022 | Peter Wright | 103,11 | Gerwyn Price | 98,92 | 4,19 |
| 2023 | Dirk van Duijvenbode | 103,20 | Michael van Gerwen | 99,17 | 4,03 |
| 2024 | Luke Littler | 103,79 | Luke Littler | 103,79 | 0 |
| 2025 | Michael van Gerwen | 101,89 | Michael van Gerwen | 101,89 | 0 |
Dubbels maken uiteindelijk het verschil
Een belangrijke verklaring daarvoor ligt in het format. De World Series of Darts Finals wordt volledig in legs gespeeld. Daardoor kan één gemiste kans op een dubbel direct grote gevolgen hebben. Een speler kan uitstekend scoren en met een gemiddelde van boven de honderd van het podium stappen, terwijl een tegenstander met een lager gemiddelde simpelweg efficiënter omspringt met zijn kansen.
Iemand die 103 gemiddeld gooit maar slechts 36 procent van zijn dubbels raakt, kan statistisch indrukwekkender ogen dan een speler die 97 gemiddeld noteert en 44 procent van zijn kansen benut. Uiteindelijk telt echter alleen het aantal gewonnen legs.
Juist daarin is een opvallend patroon zichtbaar. In de edities waarin de speler met het hoogste toernooigemiddelde niet won, was de uiteindelijke kampioen telkens efficiënter op de dubbels.
De finale van 2025 vormde daarvan opnieuw een duidelijk voorbeeld. De verliezend finalist noteerde een gemiddelde van 101.99 tegenover 98.37 van zijn tegenstander. Op de dubbels waren de rollen echter omgedraaid: 47,83 procent tegenover 35,00 procent.
Elf jaar World Series of Darts Finals laten daarmee een interessant beeld zien. De plaatsingslijst heeft wel degelijk waarde: acht van de elf kampioenen kwamen uit de top vier. Maar de nummer-één-positie op zichzelf biedt opvallend weinig zekerheid. Hetzelfde geldt voor torenhoge gemiddelden.
Wie in Amsterdam de titel wil pakken, moet uiteindelijk vooral op de beslissende momenten toeslaan. De historie van het toernooi laat zien dat een hoge seed en indrukwekkende scores een speler ver kunnen brengen, maar dat efficiëntie op de dubbels uiteindelijk vaak het verschil maakt.