''Het is zo anders dan vroeger, waar je niets mocht doen en alles strak geregeld was'' - Steve Beaton geniet van leven als darter zonder PDC Tour Card

PDC
vrijdag, 17 april 2026 om 14:00
steve-beaton
Voor veel dartsliefhebbers blijft Steve Beaton een icoon uit een andere generatie. De stijlvolle Engelsman, wereldkampioen in 1996, stond meer dan drie decennia op het hoogste niveau en werd geroemd om zijn vloeiende worp, constante niveau en bijna tijdloze uitstraling op het podium. Inmiddels is Beaton 62 jaar, maar afscheid nemen van het dartsleven doet hij nog altijd niet.
Integendeel. De voormalig wereldkampioen is nog volop actief. Hij speelde Q School, verschijnt op de Challenge Tour, is regelmatig te zien op de MODUS Super Series en trekt door het land voor demonstraties en exhibities. Wie denkt dat Beaton het rustiger aan doet, komt bedrogen uit. “Ik geniet ervan”, zegt Beaton in gesprek met de podcast Love the Darts. “Ik doe nu een paar exhibitions met Wayne Mardle en dat is geweldig. We lachen ons rot.”
Na zijn afscheid van de PDC Tour was het voor Beaton allerminst vanzelfsprekend dat hij weer op de vloer zou terugkeren. Toch miste hij iets: de spanning van het competitieve darts. “Vorig jaar was het probleem eigenlijk dat de seniors stil kwamen te liggen”, legt hij uit. “Daardoor miste ik het competitieve gedeelte. Dat is ook de reden dat ik naar Q School ben gegaan. Niet om per se weer een Tour Card te winnen en alles te spelen, maar gewoon zodat ik af en toe kon spelen als ik daar zin in had.”
Ook de Challenge Tour past in dat plaatje. Beaton wil actief blijven, zijn niveau onderhouden en zichzelf scherp houden. “De Challenge Tour is hetzelfde verhaal. Ik wil mijn training op peil houden en competitief darten is daarvoor de beste manier.”

Mardle zorgt voor veel spektakel

Een opvallend hoofdstuk in zijn huidige dartsleven zijn de demonstratie-avonden met Wayne Mardle. Volgens Beaton zijn die avonden een feest op zich. “Bij de laatste stond Wayne met een microfoon op het podium. Er waren zo’n tweeduizend mensen bij, in Butlins. Hij liep te dollen, te vloeken, had een drankje op het podium staan. Het was één groot feest.”
De ontspannen sfeer staat in schril contrast met het strakke regime op televisie-evenementen. “Het is zo anders dan vroeger, waar je niets mocht doen en alles strak geregeld was. Nu is het gewoon lachen.”
Dat Mardle nog altijd over talent beschikt, merkte Beaton ook aan het scorebord. “Hij versloeg me die dag nog ook. Hij gooide 126 uit en nog een grote finish. Als Wayne speelt zoals hij kan, gooit hij ze er nog steeds gewoon in.”
Beaton kent ook de bekende fratsen van Mardle op het podium. Wanneer de flamboyante Engelsman een 180 gooit, wil hij daar graag een showmoment van maken. “Ik herinner me dat hij ooit een 180 gooide, vervolgens helemaal om de zaal liep, weer het podium op klom en daarna nóg een 180 gooide. Stel je het gezicht van Kevin Painter eens voor. Die was niet blij.”

Teren op wereldtitel uit 1996

Hoewel Beaton nog volop bezig is met het heden, blijft zijn wereldtitel uit 1996 een belangrijk onderdeel van zijn nalatenschap. Het is inmiddels bijna dertig jaar geleden dat hij wereldkampioen werd, maar de herinneringen zijn nog glashelder. “Oh ja, ik weet het nog goed”, vertelt hij. “Ik herinner me de wedstrijden ervoor ook nog. In 1993 had ik het eigenlijk al moeten winnen.”
De jaren daarna waren lastig. Door de dartsbreuk tussen bonden en organisaties kwam Beaton in een andere positie terecht en moest hij vaak als nummer één aan het toernooi beginnen. “Dat was zwaar. Dan moest je telkens als eerste spelen. In 1994 en 1995 verloor ik steeds in de eerste ronde. In 1996 kwam ik daar eindelijk doorheen en toen won ik het toernooi.”
In de finale versloeg hij Richie Burnett, die een jaar eerder zelf wereldkampioen was geworden. “Het was mooi om tegen Richie in de finale te spelen. Hij is nog steeds actief en we hebben nog altijd veel lol samen.”

Niveau ligt hoger dan ooit

Beaton heeft de sport zien veranderen als weinig anderen. Van rokerige zalen en kleine podia tot uitverkochte arena’s en miljoenenpubliek op televisie. Volgens hem is het niveau nog nooit zo hoog geweest.
“Er loopt ontzettend veel talent rond”, zegt hij. “Bij bijna elke exhibition waar ik nu kom, is er een jeugdacademie aanwezig. Die jonge gasten zijn nergens bang voor. Ze spelen geweldig.”
Daarbij maakt hij een opvallende vergelijking met Luke Littler. “Het is niet alleen één Luke die er rondloopt. Er zijn heel veel Lukes.” Volgens Beaton heeft Littler de sport opnieuw een enorme impuls gegeven. “Ik dacht eerlijk gezegd niet dat darts nog groter kon worden. En toen kwam Luke Littler op het toneel. Nu beginnen nog meer jongeren met darten. Dat is geweldig.”
Beaton spreekt met bewondering over de jonge wereldkampioen. Hij begrijpt weinig van de twijfels die er aanvankelijk bestonden over Littlers deelname aan de Premier League. “Veel mensen zeiden dat je hem niet in de Premier League moest zetten, dat het hem kapot zou maken. Maar hij heeft iedereen ongelijk gegeven.”
Wat hem vooral opvalt, is de manier waarop Littler presteert onder druk. “Hij heeft een gave om gewoon te spelen. Hoe groter de wedstrijd, hoe beter hij lijkt te worden.” Beaton heeft ook sympathie voor de mens achter de speler. “Ik mag die jongen. Hij krijgt ontzettend veel druk over zich heen en mensen vergeten hoe jong hij nog is. Ik vind dat hij daar heel goed mee omgaat.”

Ophef tussen Van Veen en Littler

Ook de recente ophef rond Littler en Gian van Veen kwam ter sprake. Beaton vond dat de situatie groter werd gemaakt dan nodig. “Eerlijk gezegd denk ik niet dat hij veel verkeerd deed. Van Veen had een dubbel gemist en stond vervolgens op 15. Er was niets wat hij kon doen om hem af te leiden, want hij kon zelf niet uit.”
Volgens Beaton probeerde Littler simpelweg het publiek op te zwepen. “Hij stond in Manchester. Hij probeerde het publiek mee te krijgen. Ik denk niet dat er kwaadwilligheid achter zat.”
Dat Van Veen zich eraan stoorde, begrijpt hij deels, maar volgens Beaton ontstond dat vooral door timing. “Van Veen draaide zich net op het verkeerde moment om en dacht dat het tegen hem bedoeld was. Het was gewoon één van die situaties.”
Beaton weet als routinier hoe wispelturig publiek kan zijn. Volgens hem ligt daar ook de grootste uitdaging voor spelers van deze generatie. “Het publiek kan zich heel snel tegen je keren. Als je hapt, krijg je het dubbel zo hard terug.”
Daarbij noemt hij ook het fluiten, iets wat steeds vaker onderwerp van gesprek is. “Je haalt er één fluiter uit en meteen neemt iemand anders het over. Het is tegenwoordig echt lastig om met publiek om te gaan.” Zijn advies aan Littler is dan ook simpel en klassiek. “Gewoon je hoofd naar beneden houden, lachen en het op het dartbord laten zien.”

Kritisch op eigen niveau

Beaton is realistisch over zijn eigen spel. Op 62-jarige leeftijd weet hij dat hij niet meer dezelfde speler is als op zijn 21e. “Natuurlijk speel ik niet meer zoals toen ik 21 was. Mijn constante niveau gaat op en neer en dat breekt me soms op.”
Daarnaast is de concurrentie simpelweg moordend geworden. “Als je nu geen 100 gemiddeld gooit, kom je er bijna niet aan te pas. Ik denk eerlijk gezegd dat ik moeite zou hebben om nu mijn Tour Card te behouden.”
Hij twijfelt niet aan zijn vermogen om af en toe nog een sterk toernooi te spelen, maar weet dat week in week uit presteren iets anders is. “Ik kan nog best eens een goede run hebben, maar het niveau ligt steeds hoger. Je krijgt geen kansen meer. Je mist één dubbel en dat kan het verschil zijn.”
Toch straalt Beaton nog altijd plezier uit wanneer hij over darts praat. Vooral demonstratie-avonden geven hem energie. “Dat is eigenlijk wat ik nu het leukste vind. Ik heb er dit jaar ongelooflijk veel staan.”
Hij geniet ervan om samen met topspelers op pad te gaan, onder wie Littler en Luke Humphries. “Mensen vergeten soms hoe goed Luke Humphries het gedaan heeft. Het is mooi om met die jongens exhibitions te spelen.”
Wat hem vooral aanspreekt, is het directe contact met supporters. “Op televisie zien mensen je alleen op het podium. Bij exhibitions kunnen ze je echt ontmoeten, even praten. Dat vinden mensen geweldig.”

Fit blijven en twijfels over Q-School

Beaton doet er bovendien alles aan om goed voor de dag te blijven komen. Hij traint nog regelmatig en houdt zichzelf fysiek fit. “Ik probeer elke dag een half uur tot een uur te trainen. Daarnaast fiets en zwem ik bijna iedere dag.”
Dat doet hij niet voor niets. “Ik wil niet naar een exhibition gaan en slecht spelen. Ik wil daar goed voor de dag komen. Er is geen enkele reden om daar 26, 45 en 60 te gooien. Ik wil 180’s gooien en grote finishes laten zien.”
Zijn agenda zit voller dan ooit. “Ik heb dit jaar meer exhibitions dan ooit tevoren. Mensen willen me nog steeds boeken en dat is geweldig.”
Over een terugkeer naar de volledige tour is Beaton nuchter. Hij weet niet eens of hij nog eens naar Q School gaat. “Ik weet het niet. Ik mis behoorlijk wat Challenge Tour-weekenden, omdat ik zoveel werk heb.”
Misschien is dat ook wel de charme van deze fase van zijn carrière: vrijheid. “Als ik mijn Tour Card terug zou krijgen, zou ik waarschijnlijk maar twintig of dertig procent van de Pro Tours spelen. Nu ik die kaart niet heb, kan ik eigenlijk doen wat ik wil. Ik ben vrijer.”
Wie dacht dat Beaton na zijn pensioen de pijlen aan de wilgen zou hangen, kent hem niet. Zijn liefde voor de sport is simpelweg te groot. “Mijn vrouw zegt nog steeds: zet de Premier League op. We kijken bijna alles.”
Zelf blijft hij ook de spelers volgen met wie hij jarenlang het circuit deelde. “Ik hou contact met de jongens. Ik gun ze allemaal het beste. Het zit in mijn bloed. Ik kan niet zomaar stoppen met darts. Ik hou er nog steeds van.”
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Loading