Luke Woodhouse is het
EK Darts 2026 op indrukwekkende wijze begonnen. De Engelsman versloeg Dirk van Duijvenbode in de eerste ronde met 6-3 en stal in Dortmund de show met een schitterende negendarter. Toch was het niet de perfecte leg die hem het meest tevreden stelde. Woodhouse was vooral blij met de manier waarop hij zijn tegenstander de baas was en zijn emoties na dat bijzondere moment wist te bedwingen.
De Engelsman speelde sterk en maakte vooral indruk met zijn rust en controle. De negendarter was het absolute hoogtepunt van de wedstrijd, maar Woodhouse liet zich daarna niet meeslepen door de adrenaline. Hij bleef gefocust, hield Van Duijvenbode op afstand en maakte de partij overtuigend af.
"Ik voelde me goed tijdens het ingooien en dacht dat ik dat ook op het podium kon laten zien", vertelde Woodhouse na afloop in gesprek met
Dartsnieuws.com. "Iedereen wil natuurlijk een negendarter gooien op het grote podium. Maar het belangrijkste is uiteindelijk dat je wint. Dat klinkt misschien cliché, maar zo is het wel."
Daarbij wees de Engelsman op het belang van een goede start in een toernooi als het European Championship. "De eerste rondes zijn een korte race. We spelen dit format vaak, maar zes legs winnen blijft iets heel anders dan een wedstrijd over tien legs. Je wilt die eerste ronde doorkomen en het punt bereiken waarin de wedstrijden langer worden."
Negendarter zonder euforie
De negendarter was voor Woodhouse een bijzonder moment, zeker omdat het zijn eerste negendarter op het podium was. Toch was hij minder euforisch dan hij vooraf had verwacht.
"Ik dacht altijd dat ik een enorme adrenalinekick zou krijgen als ik ooit een negendarter zou gooien", gaf hij toe. "Maar ik probeerde mezelf rustig te houden en gewoon door te gaan. Ik denk dat dat me geholpen heeft."
De Engelsman merkte dat hij sowieso in een lekkere flow zat. "Het voelde heel comfortabel, soepel en zuiver. Het is prachtig om zoiets op televisie te doen, maar zoals ik al zei: de overwinning was voor mij belangrijker."
Na de negendarter lag de uitdaging vooral in het vasthouden van zijn concentratie. Woodhouse wist dat Van Duijvenbode niet zijn beste spel liet zien en wilde voorkomen dat de Nederlander alsnog een kans zou krijgen om terug te komen.
"Toen ik die triple 19 raakte, had ik het gevoel dat ik ook de dubbel 12 zou gooien. Daarna dacht ik vooral: laat Dirk niet terugkomen in de wedstrijd. Ik wilde hem geen sprankje hoop geven doordat mijn adrenaline de overhand zou nemen."
Woodhouse gooide zijn allereerste negendarter op televisie tijdens zijn openingswedstrijd tegen Van Duijvenbode op het EK Darts.
Mentale omslag maakt Woodhouse sterker
De sterke prestatie past bij de ontwikkeling die Woodhouse de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Waar hij twee jaar geleden nog buiten de top 32 stond, kijkt hij inmiddels richting de top 16. Bovendien haalde hij eerder al de laatste vier op het EK, waardoor hij dit jaar een aanzienlijk bedrag aan prijzengeld moest verdedigen.
Toch zegt dat hem weinig. Woodhouse wil zich niet laten leiden door de druk die bij zijn verbeterde positie op de wereldranglijst komt kijken. "Mensen die mij al lang kennen, weten dat ik vrij relaxed ben. Ik geniet enorm van het spelen, van de competitie en van darts in het algemeen", legde hij uit. "Ik hoop dat ik nooit op een punt kom waarop ik me voortdurend zorgen maak over het prijzengeld dat ik moet verdedigen. Ik wil gewoon blijven spelen."
Die ontspannen houding is niet altijd vanzelfsprekend geweest. In het verleden kon Woodhouse behoorlijk worstelen met zijn emoties aan het bord. Hij werkte er zelf aan om daar verandering in te brengen, onder meer door gesprekken met zijn vrouw en management.
"Vroeger kon ik mezelf behoorlijk afstraffen of geïrriteerd raken. Ik moest daarin veranderen om beter te worden. Ik heb niet met professionele hulpverleners gewerkt, maar vooral met mijn vrouw en mijn management gesproken. Uiteindelijk heb ik het zelf moeten aanpakken."
Daar zat ook een sportieve reden achter. Woodhouse kreeg regelmatig te horen dat tegenstanders merkten wanneer hij zijn hoofd verloor en daardoor kwetsbaar werd. "Ik heb vaak genoeg van andere profs gehoord dat ze wisten wanneer ze me te pakken hadden of wanneer ze me konden verslaan als ik te vroeg mijn hoofd verloor. Toen dacht ik: ik wil ze dat voordeel niet meer geven. Daar moest ik aan werken."
Volgens Woodhouse is het mentale aspect in het moderne darts doorslaggevend. "Ik denk dat de mentale kant minstens 80 tot 85 procent van het spel bepaalt. Er zijn zoveel goede spelers. Daarom was het voor mij ontzettend belangrijk om daar stappen in te zetten."
Een ander aspect van zijn spel dat weleens ter sprake komt, is het tempo waarmee Woodhouse zijn darts gooit. Soms volgt hij een goede pijl razendsnel, wat van buitenaf de indruk kan wekken dat hij nonchalant met zijn beurten omgaat.
"Eerlijk gezegd had ik niet eens echt door dat ik het zo vaak deed", vertelde hij. "Het is iets wat ik altijd al heb gedaan. Soms zit je lekker in een ritme en voelt een dart goed aan. Dan wil je die volgende pijl er meteen achteraan gooien."
Hij begrijpt dat het er voor buitenstaanders anders uit kan zien, maar benadrukt dat hij zijn wedstrijden serieus neemt. "Ik snap dat mensen van buitenaf kunnen denken dat het me niet interesseert, maar dat is absoluut niet zo. Ik geef wel degelijk om wat ik doe als ik aan het gooien ben."