Alarmfase rood op PDC Order of Merit voor onder meer Michael van Gerwen, Mike De Decker en Dimitri Van den Bergh

PDC
zaterdag, 17 januari 2026 om 9:00
Dimitri Van den Bergh verlaat ontgoocheld het WK-podium
Het jaar 2026 belooft een scharnierpunt te worden in de wereld van de PDC. Niet alleen omdat een nieuwe generatie zich steeds nadrukkelijker aandient, maar vooral omdat het prijzengeld flink wordt verhoogd en dat grote gevolgen heeft voor de wereldranglijst. Hogere bedragen betekenen immers niet alleen meer kansen voor stijgers, maar ook extra risico’s voor gevestigde namen die een fors bedrag moeten verdedigen.
De PDC Order of Merit blijft gebaseerd op het prijzengeld dat spelers in de afgelopen twee kalenderjaren hebben verdiend. Wie in die periode grote toernooien won of finales haalde, ziet dat bedrag in 2026 van de ranking afvallen. En juist daar wringt het schoentje voor een aantal opvallende namen. Spelers die meer dan 50 procent van hun huidige prijzengeld moeten verdedigen – en daarbij niet in hun beste vorm verkeren – kunnen in een vrije val terechtkomen.

Michael van Gerwen: zelfs de elite is niet onaantastbaar

Laten we beginnen aan de top. Michael van Gerwen, drievoudig wereldkampioen en jarenlang het gezicht van het mondiale darten, staat voor een cruciaal jaar. De Nederlander moet in 2026 maar liefst £477.000 verdedigen. Dat is 69 procent van zijn huidige rankingtotaal van £691.000.
Onder dat bedrag vallen onder meer £100.000 van de World Matchplay, £200.000 van het WK Darts en twee titels op de European Tour. Dat zijn cijfers die je normaal gesproken associeert met absolute dominantie. Maar wie Van Gerwen het afgelopen jaar kritisch heeft gevolgd, weet dat zijn onaantastbaarheid is verdwenen. Er zijn scenario’s denkbaar waarin ‘Mighty Mike’ buiten de top vier valt. Sterker nog: als zijn seizoen vergelijkbaar verloopt met het vorige, is zelfs een positie aan de onderkant van de top 16 niet ondenkbaar.
Dat zou enkele jaren geleden onvoorstelbaar zijn geweest. Nu is het een reëel gespreksonderwerp. Niet omdat Van Gerwen slecht is, maar omdat de concurrentie sterker wordt en de marges kleiner zijn dan ooit. Van Gerwen toonde afgelopen dagen overigens wel dat hij klaar is voor een sterk jaar. Op de Bahrain Darts Masters veroverde hij de titel, alleen is dat geen rankingtoernooi en telt dit dus niet mee voor de wereldranglijst.

Mike De Decker: van winnaar naar zorgenkind?

Een ander interessant – en zorgwekkend – geval is Mike De Decker. De Belg kende een piek met een grote majortitel, maar 2025 was allesbehalve constant. Dat wreekt zich nu op de ranking.
De Decker staat momenteel 19e van de wereld en is daarmee buiten de geplaatste posities gevallen. Dat betekent: geen automatische plaatsing voor grote toernooien en afhankelijkheid van de Pro Tour Order of Merit. En precies daar staat hij op de rand van de top 16.
Hij moet in totaal £267.000 verdedigen, oftewel 64,7 procent van zijn prijzengeld. Alleen al op de World Grand Prix staat £120.000 op het spel. Daarnaast verdwijnen resultaten van onder meer de Grand Slam of Darts, meerdere majors en een Pro Tour-titel.
Als dat geld van de ranking valt zonder adequate vervanging, kan De Decker zelfs buiten de top 32 belanden. Hoewel de top 32 niet meer dezelfde status heeft sinds het WK is uitgebreid naar 40 spelers, blijft het een mentale grens. De realiteit: De Decker móét presteren om relevant te blijven.
Mike De Decker in actie op het WK Darts 2026
Mike De Decker staat momenteel 19e op de wereldranglijst

Rob Cross: techniek als breekpunt

Ook Rob Cross, wereldkampioen van 2018, bevindt zich in gevaarlijke wateren. De Engelsman staat momenteel 20e op de wereldranglijst en moet £212.000 van zijn £389.000 verdedigen – goed voor 54,5 procent.
Er waren lichtpuntjes. Op het afgelopen WK bood Cross stevige tegenstand aan sensatie Luke Littler. Maar daarbuiten oogde zijn seizoen fragiel. Met name op de Players Championships in Minehead viel zijn spel uiteen. Mogelijk speelde de kou een rol, maar belangrijker was dat zijn techniek zichtbaar instabiel was.
Dat is een bekend probleem bij Cross. Als zijn worp en timing niet volledig op elkaar zijn afgestemd, keldert zijn niveau drastisch. Zijn plafond is enorm hoog, maar alleen als alles klopt. Richting 2026 zal hij in de voorbereidingsperiode extreem hard moeten werken om dat fundament terug te vinden. Doet hij dat niet, dan dreigt zelfs een val buiten de top 32 – of beter gezegd: buiten de veilige zone richting kwalificaties.

Dimitri Van den Bergh: mentale en sportieve alarmbellen

Misschien wel de meest zorgwekkende naam op deze lijst is Dimitri Van den Bergh. De Belg is inmiddels afgezakt naar nummer 25 van de wereld en moet een duizelingwekkende £260.000 verdedigen – dat is 78 procent van zijn totale prijzengeld.
Die verdedigingslast bestaat onder meer uit een zege op de UK Open, een halve finale op de World Grand Prix, een kwartfinale op de World Matchplay en een titel op het Players Championship.
Het afgelopen jaar was ronduit slecht. Waar Van den Bergh zich eerder nog kon verschuilen achter het argument dat hij “niet alles had gegeven”, is dat excuus nu verdwenen. Hij ging goed voorbereid naar het WK, maar voor het eerst bleef ook daar een resultaat uit.
Dat heeft niet alleen sportieve, maar ook mentale gevolgen. Continu over je schouder moeten kijken naar spelers die dichterbij komen, doet iets met een atleet. Het scenario waarin Van den Bergh richting de onderkant van de top 64 zakt – of zelfs zijn PDC Tour Card verliest – is geen doemdenken meer, maar een reële mogelijkheid.
Dimitri van den Bergh op het podium
Dimitri Van den Bergh is afgegleden naar de 25e plaats op de wereldranglijst

Andere risicospelers: Edhouse en Lukeman

Ook Ritchie Edhouse staat onder druk. Hij moet £251.000 verdedigen (77 procent), terwijl hij vorig jaar slechts £72.000 verdiende, zelfs mét de voordelen van zijn rankingpositie. Zonder duidelijke vormverbetering kan hij zomaar terugzakken richting plek 50 à 60.
Hetzelfde geldt voor Martin Lukeman. Zijn verrassende finaleplaats op de Grand Slam of Darts 2024 tegen Luke Littler leverde hem veel prijzengeld op, maar ook een probleem: 67 procent van zijn ranking (£152.000) valt in 2026 weg. Zonder herhaling van dat succes wacht een forse daling.

Conclusie: 2026 wordt een jaar van afrekening

Het verhoogde prijzengeld maakt het in theorie iets makkelijker om bedragen te verdedigen, maar slechts voor één seizoen. Daarna wordt het effect voelbaar over de hele linie. Voor spelers met veel ‘oud geld’ op de ranking is 2026 geen overgangsjaar, maar een examen.
Wie faalt, zakt hard. Wie slaagt, kan zich opnieuw positioneren aan de top. De komende majors zullen niet alleen titels opleveren, maar carrières maken of breken. Eén ding is zeker: de Order of Merit gaat er eind 2026 compleet anders uitzien dan nu.
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Loading