De
World Series of Darts Finals beginnen op 17 september 2026 en trappen de reeks televisietoernooien in de laatste drie maanden van het jaar af. Het toernooi in de AFAS Live in Amsterdam neemt een bijzondere plaats in op de dartskalender. Ondanks de hoofdprijs van 100.000 pond en een totale prijzenpot van 450.000 pond levert deelname geen rankingprijzengeld op.
Dat roept de vraag op of de
World Series Finals daadwerkelijk als major kunnen worden beschouwd en welk niveau nodig is om de trofee te winnen. Hoe verhoudt het toernooi zich tot de andere majors? En na de overwinning van Michael van Gerwen vorig jaar: hoe waardevol is een goede prestatie op de
World Series of Darts Finals eigenlijk voor de carrière van een speler?
Prijzengeld en World Series-punten
| Fase | Prijzengeld | World Series-punten |
| Winnaar | £100.000 | 12 |
| Runner-up | £60.000 | 8 |
| Halvefinalisten | £30.000 | 5 |
| Kwartfinalisten | £17.500 | 3 |
| Laatste 16 | £10.000 | 1 |
| Laatste 32 | £5.000 | 1 |
Welk niveau is nodig om iedere ronde te bereiken?
Het toernooi wordt afgewerkt volgens een knock-outsysteem met 32 deelnemers. Vijf overwinningen in één weekend zijn nodig om de titel en de hoofdprijs van 100.000 pond te bemachtigen. De cijfers van de afgelopen vijf jaar geven een duidelijk beeld van het niveau dat per ronde nodig is.
In de eerste ronde lag het gemiddelde van de winnaars in die periode op 94.98, wat neerkomt op net iets minder dan een gemiddelde van zestien pijlen per leg. Het gemiddelde van de verliezers lag met 89.47 een stuk lager. Dat komt vooral doordat de openingsronde veel internationale qualifiers telt, die zich soms met slechts één overwinning tijdens een World Series-evenement kunnen plaatsen.
Viktor Tingström kwalificeerde zich bijvoorbeeld voor het eerst voor dit televisietoernooi, terwijl hij in 2026 op de PDC Tour slechts 85.10 gemiddeld noteert. De Zweed verzekerde zich van deelname door Stephen Bunting met 6-5 te verslaan met een gemiddelde van slechts 83.47. Het laat zien dat de World Series door het unieke kwalificatiesysteem een relatief lage instapdrempel kent. Dit jaar waren slechts drie punten voldoende om je te plaatsen, waardoor één overwinning al genoeg kon zijn.
Het verschil tussen de gemiddelden van winnaars en verliezers in de eerste ronde bedraagt over de afgelopen vijf jaar 5,51 punten. Dat onderstreept de kwaliteitskloof binnen de World Series. Spelers die dit jaar niet of nauwelijks aan World Series-toernooien deelnamen, zoals Chris Dobey en Wessel Nijman, kunnen via hun positie op de PDC Order of Merit alsnog een uitnodiging krijgen en vervolgens internationale qualifiers treffen die doorgaans op een lager niveau acteren.
Sinds de recente formatwijziging zijn zowel het plafond als de ondergrens gestegen. In 2024 bedroeg het verschil tussen winnaars en verliezers in de eerste ronde bijvoorbeeld 4,98 punten, tegenover het vijfjarige gemiddelde van 5,51. Internationale spelers zullen doorgaans ruim boven hun gebruikelijke seizoensniveau moeten presteren om de openingsronde te overleven. Bovendien wordt de World Series wereldwijd op televisie uitgezonden en voor zo'n 5.000 toeschouwers gespeeld. Dat is een totaal andere omgeving dan de toernooien waar veel internationale qualifiers aan gewend zijn.
Luke Littler wil zijn clean sweep voortzetten.
Ook in de loting van 2026 komt die niveaukloof terug. Zo neemt de in vorm verkerende Wessel Nijman het op tegen WK-finalist van 2011 Simon Whitlock, terwijl Nathan Aspinall tegenover de Australiër Raymond Smith staat. Aspinall speelde dit jaar alleen in januari een World Series-toernooi in het Midden-Oosten, terwijl Nijman zelfs aan geen enkel World Series-evenement deelnam.
Het kwalificatiesysteem creëert zo een kloof die voor een major vrij uniek is. Ook het plafond ligt in de openingsronde niet altijd bijzonder hoog. In 2023 bedroeg het gemiddelde van de winnaars in de eerste ronde slechts 90.38, wat onder het gebruikelijke niveau op de PDC Tour ligt.
Vanaf de laatste zestien gaat het niveau duidelijk omhoog. De meeste internationale qualifiers zijn dan uitgeschakeld en de ondergrens komt dichter bij die van andere majors te liggen. In de laatste zestien bedraagt het gemiddelde van de winnaars over de afgelopen vijf jaar 96.94. Het verschil met de verliezers is met 3,83 punten bovendien aanzienlijk kleiner dan in de eerste ronde.
In de laatste twee edities lag het gemiddelde van de winnaars in deze ronde zelfs op 98.91. Het niveau vanaf de laatste zestien is daarmee indrukwekkend. Vergelijk je het gemiddelde van de verliezers in de laatste zestien met het winnende gemiddelde in de eerste ronde, dan bedraagt het verschil slechts 1,87 punten. Dat laat zien hoe snel de lat na de openingsronde omhooggaat.
Tegelijkertijd tonen de cijfers aan dat internationale qualifiers wel degelijk een kans hebben om een ronde te winnen. Een richtwaarde van 94.98 – uiteraard afhankelijk van de wedstrijd – betekent dat spelers als Brody Klinge, Ben Robb en zelfs Adam Leek het benodigde niveau kunnen aantikken en daarmee minimaal 10.000 pond kunnen verdienen.
Vooral voor spelers zonder Tour Card kan dat een flinke impuls betekenen. Voor iemand als Klinge biedt de World Series een mogelijkheid om internationaal naam te maken en steun te verzamelen richting Q-School. Dat geeft het evenement een extra dimensie en onderscheidt het van veel andere majors, al zorgt het systeem tegelijkertijd voor een minder sterk deelnemersveld in de openingsronde.
In de kwartfinales gaat de lat opnieuw omhoog. Het deelnemersveld is dan geslonken tot acht spelers en bestaat doorgaans uit bekende namen. In de afgelopen vijf jaar bereikten slechts vier spelers van buiten de top zestien de kwartfinales, onder wie Keegan Brown in 2023 en Niels Zonneveld in 2021.
Het gemiddelde van een kwartfinalewinnaar bedroeg in die periode 98.30, een stijging van 3,32 punten ten opzichte van de eerste ronde. In de laatste twee edities, na de formatwijziging, liep dat zelfs op tot 100.39. Het verschil tussen winnen en verliezen kan dan neerkomen op het uitgooien van 501 punten in vijf beurten in plaats van zes.
Nog veelzeggender is het gemiddelde van de verliezers in de kwartfinales: 95.03. Dat ligt hoger dan het gemiddelde waarmee wedstrijden in de eerste ronde worden gewonnen. Na twee rondes verandert de World Series daarmee van een toernooi waarin spelers onder het gebruikelijke tourniveau actief zijn in een competitief televisietoernooi op majorniveau.
In de halve finales zijn de cijfers vergelijkbaar. Om de finale te bereiken is een gemiddelde van 98.92 nodig. Vanaf dat moment spelen vooral de belangrijke momenten een grote rol, wat tegelijkertijd laat zien dat lager geklasseerde spelers als Danny Noppert, Rob Cross en Kevin Doets met een sterk weekend ver kunnen komen.
In de afgelopen vijf jaar varieerde het gemiddelde van de verliezend finalist van 83.57 in 2023 tot 101.99 vorig jaar. Het gemiddelde van de winnaar van de finale bedraagt over die periode 99.70. Wat het niveau betreft, levert de World Series Finals uiteindelijk grofweg hetzelfde beeld op als veel andere majors.
Maar kan het toernooi ook daadwerkelijk als een major worden beschouwd? Spelers als Michael van Gerwen, die als titelverdediger naar de AFAS Live komt, voelen hier niet dezelfde druk als bijvoorbeeld op het WK, waar hij 200.000 pond aan rankinggeld verdedigt. Zonder die consequenties is het lastig om de druk tijdens de World Series Finals volledig gelijk te stellen aan die van andere majors.
Vijfjarige gemiddelden per ronde op de World Series Finals
| Ronde | Gem. winnaar | Gem. verliezer | Verschil |
| Eerste ronde | 94,98 | 89,47 | 5,51 |
| Laatste 16 | 96,94 | 93,11 | 3,83 |
| Kwartfinale | 98,30 | 95,03 | 3,27 |
| Halve finale | 98,92 | 95,68 | 3,24 |
| Finale | 99,70 | 95,63 | 4,07 |
Hoe verhoudt het zich tot andere majors?
De World Series of Darts is grotendeels gebaseerd op uitnodigingen, waardoor de kwaliteit van het deelnemersveld wordt beïnvloed door de aanwezigheid van lager geklasseerde spelers. Dat is een duidelijk verschil met bijvoorbeeld de World Matchplay, waar een strikt kwalificatiesysteem ervoor zorgt dat de beste spelers ter wereld worden aangevuld met de spelers die op dat moment het beste presteren. Over de afgelopen vijf jaar bedraagt het toernooigemiddelde bij de World Series Finals 94.59, met 95.94 vorig jaar als hoogste gemiddelde.
Toch zijn de verschillen in de openingsronde opvallend klein. Tegenover het vijfjarige gemiddelde van 94.59 bij de World Series Finals staat bij de World Matchplay een gemiddelde van 94.15 in de eerste ronde. Dat is slechts 0,44 punten lager. Ook het European Championship, waar de kwalificatie volledig op prestaties op de European Tour is gebaseerd, komt met 94.14 vrijwel op hetzelfde niveau uit. Het verschil met de World Series bedraagt slechts 0,45 punten.
Dat verschil is nauwelijks meetbaar. Ondanks de aanwezigheid van tien spelers zonder Tour Card lijken de toppers tijdens de World Series juist goed te presteren. Bovendien wordt de eerste ronde van de World Matchplay over maximaal negentien legs gespeeld, terwijl bij de World Series maximaal elf legs nodig zijn. Een langer format drukt normaal gesproken eerder het gemiddelde, maar over de afgelopen vijf jaar lagen de gemiddelden bij de World Series alsnog hoger. Het verschil met het European Championship bedraagt slechts 0,01 punt, maar de World Series produceert gemiddeld wel iets betere openingsrondes.
Michael van Gerwen is titelverdediger.
De eerste ronde laat daarmee zien dat de World Series of Darts op televisie een hoog niveau kan opleveren. Over het gehele toernooi bekeken behoort het evenement qua gemiddelde over de afgelopen vijf jaar echter tot de onderste drie tv-majors. De World Grand Prix vormt vanwege het double-startformat een uitzondering.
De World Series Finals komen uit op een gemiddeld winnend toernooigemiddelde van 94.77. Daarmee staat het evenement net boven de Players Championship Finals en het WK. In de praktijk betekent dit dat de World Series Finals binnen de majors met 32 deelnemers gemiddeld het laagste niveau opleveren. Gemiddelden zijn uiteraard geen perfecte afspiegeling van kwaliteit, maar statistisch gezien vormen ze wel een belangrijke graadmeter voor het niveau van een toernooi.
Het verschil met de World Matchplay is aanzienlijk. Dat toernooi heeft met 96.61 het hoogste vijfjarige gemiddelde. De aanwezigheid van spelers via uitnodigingen lijkt het algemene niveau van de World Series Finals dus wel degelijk te drukken.
Daar komt het relatief korte format bij. Zelfs de finale wordt over maximaal elf gewonnen legs gespeeld, hetzelfde aantal als in de tweede ronde van de World Matchplay. Vanuit dat perspectief kan worden gesteld dat de World Series Finals een van de toegankelijkere grote titels is om te winnen.
Een lager toernooigemiddelde biedt bovendien meer mogelijkheden voor lager geklasseerde spelers om een uitschieter te produceren. Keegan Brown bereikte in 2023 bijvoorbeeld de kwartfinales met een toernooigemiddelde van 92.37. Een dergelijke prestatie zou op de World Matchplay waarschijnlijk niet voldoende zijn geweest. Op het European Championship kwam Ryan Joyce vorig jaar met een gemiddelde van 93.31 op weg naar de kwartfinales nog het dichtst in de buurt.
Vergelijking van het vijfjarige toernooigemiddelde van winnaars per major
| Toernooi | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | Vijfjaarsgemiddelde |
| World Matchplay | 96,12 | 96,64 | 95,35 | 97,06 | 97,89 | 96,61 |
| World Masters | 97,87 | 95,56 | 95,88 | 94,09 | 96,10 | 95,90 |
| European Championship | 95,09 | 96,41 | 95,37 | 95,10 | 96,64 | 95,72 |
| Grand Slam | 94,84 | 95,17 | 94,18 | 95,91 | 94,90 | 95,00 |
| WSOD Finals | 95,38 | 94,09 | 92,96 | 95,50 | 95,94 | 94,77 |
| Players Championship Finals | 93,19 | 94,10 | 92,89 | 94,25 | 93,79 | 93,64 |
| World Championship | 93,33 | 91,85 | 91,66 | 93,18 | 92,30 | 92,46 |
| World Grand Prix | 87,94 | 86,33 | 86,32 | 88,37 | 87,68 | 87,33 |
Het winnen van de World Series of Darts Finals blijft echter niet zonder betekenis, ook al telt het prijzengeld niet mee voor de wereldranglijst. In elf jaar tijd wonnen tien van de elf kampioenen in dezelfde herfst minimaal één major of bereikten zij de finale.
De erelijst leest dan ook als een overzicht van spelers die op dat moment tot de absolute top behoorden. Er volgden onder meer dubbels met de World Grand Prix en het WK, combinaties met de Grand Slam en het European Championship en meerdere successen op de Players Championship Finals. De samenhang is opvallend en bijna te consistent om volledig als toeval af te doen.
Of het winnen van de World Series Finals daadwerkelijk vorm creëert of simpelweg bevestigt welke spelers al in vorm zijn, valt op basis van de cijfers niet vast te stellen. Het patroon houdt echter al ongeveer een decennium stand.
De enige uitzondering kwam vorig jaar, toen de winnaar van de World Series of Darts Finals de rest van het najaar geen rankingmajor wist te winnen. Eén uitzondering in elf jaar is opvallend, maar het betreft tegelijkertijd wel het meest recente voorbeeld. In het geval van Michael van Gerwen was zijn titel bovendien verrassend, omdat zijn vorm op dat moment niet direct wees op winst tijdens het eindtoernooi in Amsterdam.
Ook het internationale uitzendbereik zegt iets over de positie die de PDC aan het toernooi geeft. De World Series Finals worden in zeven internationale markten uitgezonden, waaronder de Verenigde Staten en Australië. Daarmee is het evenement niet alleen een sportieve strijd, maar ook een belangrijk wereldwijd uithangbord voor de PDC.
Er is geen prijzengeld voor de ranking. Een deel van het deelnemersveld komt via uitnodigingen binnen en het gemiddelde niveau over vijf jaar ligt nauwelijks hoger dan dat van een openingsronde op de World Matchplay. Puur op basis van de structuur is het daardoor lastig om de World Series of Darts Finals als een volwaardige major te bestempelen.
Daar staat tegenover dat tien van de elf winnaars in dezelfde herfst ook tijdens andere majors grote successen boekten. Dat is bepaald niet het profiel van een toernooi dat er niet toe doet. De cijfers geven daardoor geen eenduidig antwoord op de vraag hoe de World Series Finals precies moeten worden ingeschaald. En wellicht is dat uiteindelijk de eerlijkste conclusie.