De
Pro Tour in Leicester leverde afgelopen week niet alleen twee winnaars op in de vorm van Ryan Searle en Wessel Nijman, maar vooral ook een reeks discussiepunten die het huidige dartslandschap scherp blootleggen. De afwezigheid van grote namen, de opmars van nieuwe spelers en de vraag hoe belangrijk de vloertoernooien nog zijn voor de absolute wereldtop zorgen voor een interessante, en in sommige gevallen zorgwekkende dynamiek binnen de sport.
Waar Searle zijn indrukwekkende reeks voortzette en Nijman zijn status als één van de spelers van het moment verder onderstreepte, werd tegelijkertijd duidelijk dat het speelgedrag van toppers als Luke Littler en Luke Humphries steeds nadrukkelijker onderwerp van discussie is. Verschillende redacteuren werpen hun blik op deze ontwikkelingen en plaatsen de prestaties van Leicester in een bredere context.
De eerste titel van het tweeluik ging naar Ryan Searle, die op overtuigende wijze
Players Championship 7 op zijn naam schreef. In de finale versloeg hij Alan Soutar met 8-3, waarbij hij een solide gemiddelde van 95,65 noteerde en vier keer de maximale score wist te produceren. Voor Searle betekende het niet alleen zijn eerste titel van 2026, maar ook een indrukwekkende voortzetting van een unieke reeks. De Engelsman heeft inmiddels zeven jaar op rij minimaal één Pro Tour-titel gewonnen. Dat onderstreept zijn status als één van de meest betrouwbare spelers op het circuit, ook al staat hij zelden in het middelpunt van de aandacht.
Zijn route naar de titel was bovendien allesbehalve eenvoudig. Hij schakelde onder anderen Raymond van Barneveld uit en versloeg in de halve finale zijn goede vriend en trainingspartner Gary Anderson met 7-3. In de finale profiteerde hij optimaal van gemiste dubbels van Soutar, waarna hij de wedstrijd gecontroleerd naar zich toetrok. Searle bewees daarmee opnieuw dat hij op de vloer tot de absolute top behoort. Zijn scorend vermogen, gecombineerd met zijn trefzekerheid op tops, maakt hem tot een speler die op dit niveau nauwelijks zwakke momenten kent. Tegelijkertijd blijft de vraag hangen waarom hij die lijn niet structureel doortrekt naar de grote televisietoernooien.
Nijman groeit uit tot dominante factor van 2026
Waar Searle zijn reputatie bevestigde, was het vooral Wessel Nijman die de headlines domineerde op dag twee. De Nederlander pakte zijn derde titel van het seizoen door in de finale Joe Cullen met 8-4 te verslaan en verstevigde daarmee zijn koppositie op de Players Championship Order of Merit.
Nijman heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een constante factor in de eindfases van toernooien. Hij bereikte inmiddels
vijf finales in zijn laatste elf vloertoernooien en wist er vier te winnen. Dat zijn cijfers die normaal gesproken horen bij de absolute wereldtop.
Wat zijn prestaties extra interessant maakt, is dat hij niet langer uitsluitend als vloerspecialist kan worden gezien. Zijn recente succes op de European Tour toont aan dat hij ook op het podium zijn mannetje staat. Daarmee vervaagt het traditionele onderscheid tussen vloer- en podiumspelers, iets wat in het huidige darts steeds relevanter wordt.
Zijn overwinning in Leicester was bovendien geen toevalstreffer. Nijman combineert scorend vermogen met mentale weerbaarheid en laat zich niet snel uit het veld slaan, zelfs niet wanneer hij onder druk staat. Dat bleek onder meer in zijn comeback tegen Dave Chisnall en zijn overleving in de halve finale tegen Kevin Doets.
De Nederlander lijkt daarmee klaar voor een volgende stap. De vraag is niet langer óf hij zich gaat mengen in de strijd om grote titels, maar wanneer dat moment zal komen.
Samuel Gill (DartsNews.com)
Volgens Samuel Gill is het ontbreken van de grootste namen op de Pro Tour minder problematisch dan vaak wordt gedacht. De Engelsman wijst erop dat juist de vaste vloerspecialisten het verschil maken.
“Het wordt vaak als probleem gezien wanneer toppers deze toernooien overslaan, maar dat valt in de praktijk vaak mee. Veel van die spelers hebben het juist lastig om zich aan te passen aan de Pro Tour. Dat zag je deze week opnieuw.”
Gill zag hoe Searle en Nijman het gat moeiteloos opvulden. “Geen Littler? Geen Humphries? Geen probleem. Dan staan er gewoon andere spelers op die dit niveau al jaren aankunnen. Searle en Nijman bewezen opnieuw hun waarde.”
Toch plaatst hij nadrukkelijk vraagtekens bij de houding van Littler. “Wat mij betreft ontstaat er wel een interessante situatie richting Minehead. Littler lijkt weinig motivatie te hebben om deze toernooien te spelen. Hij zou het nog kunnen halen met een korte reeks, maar als hij blijft ontbreken, wordt het spannend.”
Volgens Gill raakt dit aan een groter probleem. “De vraag is of de PDC iets moet veranderen aan de kwalificatie. Het publiek wil de grote namen zien, maar die spelen niet altijd. Dat is een lastig spanningsveld.”
Hij wijst daarbij op een bredere ontwikkeling binnen de sport. “We zitten op een punt waarop commerciële waarde en sportieve structuur elkaar raken. Dat zie je ook in de Premier League. De vraag is hoe lang dat in balans blijft.”
Lucas Michael (DartsNews.com)
Lucas Michael richt zich vooral op de sportieve prestaties en ziet meerdere spelers die zich nadrukkelijk hebben laten gelden in Leicester.
“Voor Ryan Searle is dit eigenlijk business as usual. Dat hij eind maart pas zijn eerste titel pakt, voelt bijna laat voor zijn doen. Hij heeft opnieuw laten zien hoe gevaarlijk hij is als alles op zijn plek valt.”
Volgens Michael ligt de sleutel bij consistentie. “Zijn scorend vermogen en zijn kracht op tops maken hem levensgevaarlijk, maar hij moet dat week in, week uit laten zien om echt door te breken naar de absolute top.”
De grootste indruk maakte echter Nijman. “Hij is dé naam van dit moment. Eerste speler met meerdere vloertitels in 2026, finales in de helft van zijn toernooien. Dat zijn cijfers die je niet kunt negeren.”
Michael ziet ook andere namen opkomen. “Kevin Doets zit er dichtbij. Hij mist nog net dat laatste stapje, maar zijn ontwikkeling is duidelijk zichtbaar. Hetzelfde geldt voor Keane Barry, die belangrijke stappen zet richting stabiliteit op de ranglijst.”
Daarnaast wijst hij op de groei van jong talent. “Charlie Manby speelt alsof hij al jaren meedraait. Dat soort spelers maakt het veld alleen maar sterker.”
Toch blijft de afwezigheid van Littler een gespreksonderwerp. “Het is logisch dat hij het kan redden met minder toernooien, maar het is geen garantie. Als hij straks kwalificatie mist, wordt er anders naar deze weken gekeken.”
Pieter Verbeek (DartsNieuws.com)
Pieter Verbeek kijkt vooral naar de bredere verhoudingen en ziet hoe Nijman zich ontwikkelt tot dé dominante speler op de Pro Tour.
“Wat Nijman momenteel laat zien is indrukwekkend. Vijf finales in elf vloertoernooien, vier titels. Hij staat terecht bovenaan alle ranglijsten.”
Volgens Verbeek is er ook een gemiste kans voor gevestigde namen. “Met zoveel afwezige toppers lag de weg open voor spelers als Michael van Gerwen, maar hij heeft daar niet van kunnen profiteren. Dat typeert zijn seizoen tot nu toe: goede fases, maar te weinig constant.”
Hij ziet wel positieve signalen bij ervaren spelers. “Raymond van Barneveld en Peter Wright lieten tekenen van herstel zien. Dat kan een opstap zijn naar betere resultaten later in het seizoen.”
Daarnaast viel één naam volgens hem extra op. “Charlie Manby heeft indruk gemaakt. Twee kwartfinales en direct meedoen met de gevestigde orde. Dat zegt veel over zijn potentie.”
Verbeek benadrukt dat het niveau op de Pro Tour breder is dan ooit. “Er zijn tegenwoordig nauwelijks nog ‘makkelijke’ wedstrijden. Dat maakt het voor iedereen moeilijker om constant te presteren.”
Nicolas Gayer (DartsNews.de)
Voor Nicolas Gayer was het vooral een week waarin één speler hem opnieuw wist te betoveren: Gary Anderson.
“Als dartsfan kun je alleen maar genieten van dagen zoals deze. Anderson liet opnieuw zien wat hij kan, met gemiddelden van 105, 108 en 104 in opeenvolgende wedstrijden.”
Volgens Gayer blijft de Schot een bijzondere speler. “Hij is misschien niet meer wekelijks in de finales te vinden, maar wanneer hij in vorm is, speelt hij op een niveau dat weinig anderen halen.”
Ook hij ziet de opmars van jonge spelers. “Charlie Manby is een perfect voorbeeld. Hij oogt nu al als een gevestigde naam, terwijl hij nog maar net op het circuit zit.”
Over Nijman is Gayer uitgesproken. “Hij behoort momenteel tot de beste drie spelers van het seizoen. Mensen vergeten soms hoe jong hij nog is en hoe kort hij op dit niveau speelt. Zijn ontwikkeling is uitzonderlijk.”
Hij wijst bovendien op de perceptie rondom Nijman. “Hij is te vaak onderschat omdat hij nog geen grote tv-titel heeft. Maar als je kijkt naar zijn cijfers en zijn consistentie, hoort hij al bij de elite.”
En jij? Wat vond jij van de uitslagen tijdens Players Championship 7 & 8? Laat het ons weten in de comments.