De internationale ambities van de PDC worden steeds groter. Waar het professionele darts jarenlang vooral draaide om Groot-Brittannië en enkele Europese landen, trekt de mondiale dartstour tegenwoordig langs alle uithoeken van de wereld. Van Bahrein en Saudi-Arabië tot de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland.
Voor
Gian van Veen betekent die ontwikkeling dat hij steeds vaker in het vliegtuig zit. De nummer drie van de wereld komt dit weekend tijdens de
World Series of Darts Finals eindelijk weer eens in eigen land in actie. Amsterdam vormt het eindstation van een World Series-seizoen waarin duizenden kilometers zijn afgelegd. "Ik kom op mooie plekken, daar doe je het voor. Maar ik ben nog geen wereldreiziger, hoor."
Toch merkt Van Veen dat zijn leven steeds internationaler wordt. Een vrij weekend in Nederland zat er de afgelopen periode nauwelijks in. Het hoort bij de koers die de PDC heeft ingezet. De dartsbond wil nieuwe markten aanboren en probeert de sport ook buiten de traditionele dartslanden stevig op de kaart te zetten.
Commerciële kansen
Volgens voormalig profdarter
Roland Scholten is het niet ingewikkeld om te verklaren waarom de PDC steeds verder over de grens kijkt. De commerciële mogelijkheden spelen daarbij een belangrijke rol. "Als er ook maar één iemand is die geld wil investeren, dan maakt het de PDC niet uit of mensen het wel of niet waarderen."
Scholten maakte zelf mee hoe het professionele darts zich ontwikkelde van een relatief kleine sport tot een miljoenenindustrie. Dat de commerciële belangen inmiddels groot zijn, ziet hij niet per definitie als een probleem. "Niemand is er slechter van geworden."
De vraag is vooral of nieuwe landen ook daadwerkelijk warm lopen voor de sport. Dat verschilt volgens de betrokkenen sterk per markt. In Australië hoeft de PDC zich daar weinig zorgen over te maken. Van Veen zag met eigen ogen hoeveel belangstelling er was. "Er zaten vijfduizend man in de zaal. Helemaal uitverkocht."
Saoedi-Arabië maakte dit jaar voor het eerst deel uit van de World Series, maar daar bleef de publieke belangstelling beperkt. PDC-topman Matthew Porter ziet dat niet direct als reden om de stekker uit dergelijke projecten te trekken. "We zien het als het opbouwen van een duurzame interesse", zegt hij.
Darts in de klas
Bahrein geldt daarbij als voorbeeld van een markt die tijd nodig heeft. Toen de World Series daar enkele jaren geleden neerstreek, stond darts nog nauwelijks op de kaart. Inmiddels merkt Van Veen dat er langzaam iets begint te veranderen. Tijdens een bezoek aan een school zag hij zelfs hoe de sport in het onderwijs werd gebruikt. "Ik was onderdeel van de rekenles en heb een soort demonstratie gegeven."
De PDC probeert de belangstelling bovendien aan te wakkeren door tijdens internationale evenementen lokale spelers een podium te geven. Dat kan verrassende resultaten opleveren. In Australië maakte Brody Klinge indruk door de finale te bereiken. Tegen James Wade noteerde hij bovendien een gemiddelde van 104. "Die is wel echt goed genoeg", aldus Van Veen.
Juist daar ligt tegelijkertijd een van de problemen van de mondiale groeiplannen. Wie als Australische darter structureel tegen de wereldtop wil spelen, zal uiteindelijk vooral in Europa moeten zijn. Daar wordt het overgrote deel van de belangrijkste PDC-toernooien afgewerkt.
Een verhuizing naar Europa kan de sportieve carrière van een speler vooruithelpen, maar zorgt er tegelijkertijd voor dat zo'n lokale publiekstrekker minder vaak in eigen land te zien is.
Klinge is door zijn finaleplaats op de Australian Darts Masters dit weekend ook te zien op de World Series of Darts Finals in Amsterdam.
De PDC hoopt dat steeds meer spelers die stap kunnen zetten en vervolgens als uithangbord voor hun land fungeren. "Bovendien wordt de sport wereldwijd zichtbaar nu er steeds meer landen vertegenwoordigd zijn binnen de competities", zegt Porter.
Dat het kan werken, bewees Damon Heta. De Australiër brak internationaal door nadat hij in 2019 voor eigen publiek een World Series-toernooi won en groeide vervolgens uit tot een vaste waarde binnen de PDC. Ook de Keniaan David Munyua liet tijdens het afgelopen WK zien hoeveel enthousiasme een speler uit een relatief nieuw dartsland kan losmaken.
Niet iedere markt is klaar voor darts
Van Veen ziet de voordelen van de internationale koers, maar plaatst ook kanttekeningen. Niet iedere bestemming is volgens hem automatisch geschikt voor een groot dartstoernooi. "Als je nu bijvoorbeeld een toernooi in Bangkok gaat houden, denk ik niet dat je daar duizenden kaartjes gaat verkopen."
Een kalender zoals in het internationale tennis, waarbij spelers vrijwel het hele jaar van continent naar continent reizen, lijkt daarom voorlopig niet realistisch. De PDC beschikt over 128 Tour Card-houders en kan onmogelijk van al die spelers verwachten dat zij voortdurend de wereld rondvliegen.
De World Series blijft daardoor voorlopig het belangrijkste middel om nieuwe markten te verkennen. Voor Van Veen betekent dat veel reizen, nieuwe landen en steeds meer tijd buitenshuis. Dit weekend is de afstand voor één keer een stuk kleiner. Na maanden van vliegtuigen en hotels mag hij in Amsterdam weer voor eigen publiek aan het bord verschijnen.