Luke Littler heeft volgens dartsanalist
Paul Nicholson tijdens de
World Matchplay 2026 de beste majorcampagne uit de geschiedenis neergezet. Hoewel
Phil Taylor statistisch nog altijd de hoogste toernooigemiddelde op zijn naam heeft staan, is Nicholson ervan overtuigd dat Littlers prestatie in Blackpool uiteindelijk hoger moet worden ingeschat.
Littler prolongeerde vorige week zijn titel op de
World Matchplay met een ongekend hoog niveau gedurende het hele toernooi. Zijn gemiddelde van 111.05 over vijf wedstrijden is net iets lager dan het legendarische gemiddelde van Phil Taylor tijdens het EK Darts van 2009 (111.54), maar volgens Nicholson vertellen de cijfers niet het hele verhaal. "Als iemand me ooit had verteld dat ik een majorprestatie zou zien die groter was dan Phil Taylors EK Darts van 2009, had ik hem uitgelachen", schrijft Nicholson. "Ik geloofde simpelweg niet dat dat mogelijk was."
Meer dan alleen statistieken
Juist omdat Taylor destijds vrijwel onaantastbaar was, beschouwde Nicholson zijn optreden jarenlang als de absolute maatstaf. Toch is hij inmiddels van mening veranderd. "Statistisch gezien blijft Taylor met een gemiddelde van 111.54 net boven Littler staan", legt Nicholson uit bij Sportinglife. "Maar darts wordt niet op een spreadsheet gespeeld. Als je rekening houdt met de lengte van de wedstrijden, de kwaliteit van de tegenstanders, de constante prestaties en de enorme hoeveelheid briljante momenten gedurende een hele week, dan is Littlers World Matchplay-campagne de beste toernooiprestatie die ik ooit heb gezien."
Volgens Nicholson is het bovendien belangrijk om de context van beide prestaties mee te nemen. Het EK Darts van 2009 bestond grotendeels uit wedstrijden over een relatief korte afstand, terwijl de World Matchplay juist bekendstaat om de langere formats die veel meer vragen van het uithoudingsvermogen en de concentratie van een speler.
Taylor was jarenlang onaantastbaar
Nicholson herinnert zich nog goed hoe Taylor destijds het circuit domineerde. "Taylor liep destijds rond met een aura van onoverwinnelijkheid, precies zoals Littler dat nu doet", schrijft hij. "Iedere nederlaag van Taylor was destijds groot nieuws. Hij koos zijn toernooien zorgvuldig uit, richtte zich volledig op de majors en wist precies wat hij moest doen om iedereen te verslaan."
Tijdens het EK Darts van 2009 begon Taylor nog met een 2-0 achterstand tegen Toon Greebe, maar daarna volgde een indrukwekkende reeks wedstrijden. Hij versloeg onder meer Robert Thornton met 9-0 en noteerde tegen Gary Anderson een toenmalig wereldrecordgemiddelde van 118.14. Uiteindelijk sloot hij het toernooi af met een gemiddelde van 111.54, won hij 47 legs tegenover slechts 11 verloren legs en gooide hij 37 maximale scores.
Volgens Nicholson blijft dat statistisch gezien één van de indrukwekkendste prestaties ooit. "Maar subjectief – en ik kan bijna niet geloven dat ik dit opschrijf – staat Littlers World Matchplay voor mij nu op nummer één."
Nauwelijks een zwak moment
Voorafgaand aan de World Matchplay werd nog gespeculeerd dat Littler in de langere wedstrijden misschien kwetsbaar zou zijn. In eerdere jaren kende hij immers regelmatig een moeizame start.
Daar bleek in Blackpool weinig van. "Zelfs toen Niko Springer vroeg op voorsprong kwam of Nathan Aspinall uitstekend stond te spelen, had je nooit het gevoel dat Littler echt in de problemen zou komen", aldus Nicholson.
Wat hem vooral verbaasde, was de ongekende constante factor. "Na de halve finale tegen Dirk van Duijvenbode bedroeg Littlers gemiddelde voor die wedstrijd 110.88. Op datzelfde moment was zijn gemiddelde over het hele toernooi óók 110.88. Ik heb werkelijk nog nooit zoiets gezien."
Volgens Nicholson ligt daarin het grote verschil met Taylor. "Taylor had uiteindelijk een fractie hoger toernooigemiddelde, maar Littler hield dat buitenaardse niveau bijna twee keer zoveel legs vol. Dat maakt voor mij een enorm verschil."
Luke Littler won voor het tweede opeenvolgende jaar de World Matchplay
De momenten die het verschil maakten
Niet alleen de cijfers maken indruk, vindt Nicholson. Ook de beslissende momenten tijdens het toernooi blijven hem bij. Zo produceerde Littler een negendarter en gooide hij een spectaculaire 167-finish tegen Gerwyn Price op een cruciaal moment in de wedstrijd. "Wayne Mardle maakte tijdens het commentaar nog de grap dat Littler het hele toernooi geen bullfinish had gegooid", schrijft Nicholson. "Letterlijk seconden later gooide hij er alsnog één. Het werd bijna komisch."
Daarnaast was ook zijn scorend vermogen uitzonderlijk. Littler verbrak het recordaantal 180's tijdens de World Matchplay en produceerde gemiddeld bijna 0,7 maximale scores per leg. "Ter vergelijking: de meeste topspelers worden al als uitzonderlijk productief beschouwd wanneer ze rond de 0,3 maximale scores per leg gooien over een langere periode", aldus Nicholson. "Hij speelt niet alleen beter dan de rest, hij dwingt de hele sport om anders naar het spel te kijken."
Ook Van Gerwen hoort in het rijtje
Nicholson plaatst ook de wereldtitel van Michael van Gerwen uit 2017 nadrukkelijk in de discussie over de grootste majorprestaties ooit. Van Gerwen noteerde destijds een toernooigemiddelde van 106.37 over liefst 158 legs en produceerde onder meer een fenomenaal gemiddelde van 114 tegen Raymond van Barneveld.
Toch ziet Nicholson een duidelijk verschil. "Van Gerwen kende ongelooflijke pieken tijdens dat WK", schrijft hij. "Maar Littler had vrijwel geen dalen. Iedere keer als je naar het scorebord keek, stond er opnieuw een gemiddelde rond de 110."
Juist die constante kwaliteit maakt volgens hem het verschil. "De marge tussen Littlers beste en slechtste wedstrijd was ongelooflijk klein. Dat niveau van consistentie heb ik simpelweg nog nooit eerder gezien."
Een nieuwe maatstaf
Hoewel Nicholson benadrukt dat Taylors EK-titel van 2009 altijd een iconische plaats in de geschiedenis zal behouden, heeft Littler hem definitief van gedachten doen veranderen.
Na afloop van de finale besprak hij de prestaties samen met collega-analist Chris Mason. "Ik bleef mezelf dezelfde vraag stellen: 'Is dit echt gebeurd?'" schrijft Nicholson. "Het voelde onmogelijk, maar we hadden het allemaal gezien."
Zijn conclusie is dan ook glashelder. "Phil Taylor heeft statistisch misschien nog altijd het hoogste toernooigemiddelde, maar als iemand mij vraagt welke majorcampagne de grootste aller tijden is, dan kies ik voor Luke Littlers World Matchplay. Ik had werkelijk nooit gedacht dat ik dat ooit zou zeggen."