De internationale dartskalender wordt steeds voller, maar volgens drievoudig wereldkampioen
John Part hoeft dat niet per definitie een probleem te zijn. De Canadees vindt wel dat topspelers de vrijheid moeten krijgen om bepaalde toernooien over te slaan. Daarnaast ziet hij een belangrijk obstakel voor darters uit Noord-Amerika, Azië en Oceanië die de overstap naar het professionele circuit willen maken. In een interview met
Online Darts ging Part uitgebreid in op de drukke kalender, de dominantie van Luke Littler en de verdere internationalisering van de sport.
De PDC organiseert tegenwoordig vrijwel het hele jaar door toernooien. Naast de grote televisietoernooien staan er tientallen Players Championships, European Tour-evenementen en andere wedstrijden op het programma. Dat zorgt voor volop speelmogelijkheden, maar vraagt ook veel van de spelers. Zeker wanneer zij overal aan willen deelnemen.
Volgens Part is het dan ook belangrijk dat darters zelf kunnen bepalen welke toernooien zij spelen. "Ik denk dat er te veel darts is als je werkelijk ieder toernooi moet spelen en overal aan mee moet doen", stelt de Canadees. "Ik weet dat het momenteel een veelbesproken onderwerp is, omdat sommige topspelers bepaalde toernooien niet willen spelen. Maar volgens mij moet je ze daarin enige vrijheid geven."
Part wijst daarbij vooral op de mentale belasting die een overvolle kalender met zich mee kan brengen. "Het is ontzettend veel als je alles moet spelen en daarnaast ook nog een beetje een normaal leven wilt hebben. Voor je geestelijke gezondheid, of hoe je het ook wilt noemen, moet er voldoende ruimte zijn om keuzes te maken. Soms wordt die vrijheid misschien een beetje misbruikt, maar uiteindelijk vind ik dat spelers die mogelijkheid moeten hebben."
"Het publiek wordt toch wel vermaakt"
De afwezigheid van grote namen, zoals Luke Littler, zorgt regelmatig voor discussie. Vooral op de European Tour zijn er toernooien waarbij niet alle topspelers verschijnen. Part begrijpt dat dit voor sommige supporters teleurstellend kan zijn, maar vindt tegelijkertijd dat het huidige niveau van het darts hoog genoeg is om dat op te vangen.
"Er zijn tegenwoordig zoveel goede darters dat we de spelers die besluiten niet te komen meestal helemaal niet missen", aldus Part. "Natuurlijk zijn er mensen die kaartjes kopen voor een European Tour-toernooi in Duitsland en misschien heel graag Luke Littler willen zien. Maar uiteindelijk krijgen ze gewoon fantastisch darts voorgeschoteld."
Volgens de voormalig wereldkampioen moeten supporters bovendien beseffen dat een kaartje nooit een garantie is dat hun favoriete speler lang in het toernooi blijft. "Het enige wat een toegangskaartje garandeert, is dat je darts te zien krijgt. Dat hebben de mensen die kaartjes voor de World Grand Prix hadden gekocht ook ontdekt. Littler lag er na één wedstrijd al uit."
Part benadrukt dat het toernooi ondanks de vroege uitschakeling van de wereldkampioen voldoende spektakel opleverde. "We hebben hier deze week ontzettend veel vermakelijk darts gezien, ook nadat de nummer één van de plaatsingslijst was uitgeschakeld. Dat is eigenlijk altijd zo. Het darts staat er momenteel ontzettend goed voor."
Littler speelde in 2026 slechts drie van de vijftien European Tour-toernooien.
Uitschakeling van Littler zorgt voor extra druk
De vroege uitschakeling van een grote favoriet biedt andere spelers natuurlijk kansen. Toch is het volgens Part niet zo eenvoudig dat de resterende deelnemers daardoor automatisch vrijer gaan spelen.
Sterker nog, de Canadees denkt dat de druk juist kan toenemen wanneer de belangrijkste titelkandidaat uit het toernooi verdwijnt. "Natuurlijk wordt het interessanter, maar het zorgt ook voor meer druk", legt hij uit. "Je denkt ineens: de deur staat open, normaal gesproken gebeurt dit niet. Nu moet ik ervan profiteren."
Part herkent dat gevoel uit zijn eigen carrière. Destijds was Phil Taylor jarenlang de dominante factor op het professionele circuit. Wanneer 'The Power' vroegtijdig werd uitgeschakeld, ontstond er voor de concurrentie een uitgelezen mogelijkheid om een grote titel te pakken.
"Je denkt misschien dat alles nu gemakkelijker wordt, maar eigenlijk leg je jezelf juist extra druk op om die kans te benutten. Iedereen weet wat zo'n speler kan. Voor ons was Phil Taylor dat monster. Als Phil eruit lag, ontstond er een opening. En die kansen kwamen niet vaak voorbij, dus probeerde je er alles aan te doen om ervan te profiteren." Volgens Part geldt tegenwoordig precies hetzelfde wanneer Littler vroegtijdig zijn koffers moet pakken.
Toch vindt de Canadees het overdreven om iedere speler die vervolgens naast de titel grijpt, automatisch van een gemiste gouden kans te beschuldigen. "Dat hangt helemaal af van de manier waarop je verliest. Je kunt alleen maar je best doen en tegenover je staat iemand die precies dezelfde kans heeft als jij. Dat is nu eenmaal competitie."
Part verwacht wel dat spelers die zichzelf tot de absolute wereldtop rekenen, een dergelijke situatie als een mogelijkheid zien om hun status te bevestigen. "De spelers die echt geloven dat misschien alleen de nummer één van de wereld dominanter is dan zijzelf, kunnen ook dominant worden als ze daar voldoende in geloven."
Een nederlaag hoeft volgens hem dan ook niet direct tot grote frustratie te leiden. "Natuurlijk zullen ze het als een gemiste kans beschouwen, maar ik denk niet dat ze zichzelf daarvoor helemaal kapot zullen maken." Dat verandert wanneer een speler daadwerkelijk dicht bij de overwinning is geweest. "Als je matchdarts krijgt in een major en uiteindelijk niet wint, dan blijf je jezelf nog heel lang voor je kop slaan."
Meer prijzengeld nodig om darts wereldwijd te laten groeien
Naast de overvolle kalender en de druk op topspelers ging Part ook in op de verdere internationalisering van het darts. Vooral voor spelers uit Noord-Amerika, Azië en Oceanië blijkt het financieel lastig om de overstap naar het Europese profcircuit te maken.
Volgens Part lopen er in die regio's genoeg talentvolle spelers rond die het niveau van sommige PDC Tour Card-houders aankunnen. Het probleem is alleen dat zij niet altijd over de financiële middelen beschikken om regelmatig naar Europa af te reizen.
"Voor ons is het eigenlijk heel simpel: we hebben meer geld nodig", zegt Part over de situatie in Noord-Amerika. "Er moeten hogere prijzenpotten komen, zodat bijvoorbeeld de beste zestien spelers daadwerkelijk wat geld kunnen verdienen en daarvan iets opzij kunnen zetten om reizen naar Europa te bekostigen."
De Canadees wijst erop dat er tegenwoordig meer mogelijkheden zijn dan alleen de reguliere PDC-toernooien. Zo kunnen Noord-Amerikaanse darters ook deelnemen aan evenementen van MODUS en het Amateur Darts Circuit (ADC). "Er zijn genoeg mogelijkheden, maar het kost nu eenmaal geld om hierheen te komen. Ik weet zeker dat er bij sommige van die initiatieven ondersteuning wordt geboden, maar het is eigenlijk nooit voldoende om voortdurend die reizen te kunnen maken."
Part ziet daarom een belangrijke rol weggelegd voor de Championship Darts Corporation (CDC), die het professionele dartscircuit in Noord-Amerika organiseert. "De CDC vormt de basis van het professionele darts bij ons. Zodra het prijzengeld daar hoog genoeg wordt om een gezonde groep spelers te creëren die daadwerkelijk geld beschikbaar hebben om hier te komen spelen, zullen we pas echt meer invloed kunnen uitoefenen."