Joe Cullen heeft zich kritisch uitgelaten over het groeiende aantal dartscoaches dat de afgelopen jaren actief is geworden binnen de sport. De voormalig Masters-kampioen benadrukt dat hij niet tegen coaching is, maar plaatst wel vraagtekens bij de kwalificaties van sommige mensen die zich als begeleider aanbieden.
Volgens Cullen is er momenteel slechts een beperkt aantal personen die hij als echt geloofwaardig beschouwt in die rol. Daarbij noemde hij voormalig profdarter en Sky Sports-analist Wayne Mardle als het belangrijkste voorbeeld. “Ik ben er niet op tegen,” vertelde Cullen aan Winmau. “Maar op dit moment is Wayne eigenlijk de enige die voor mij echt een gevestigde naam is.”
De Engelsman ziet steeds meer mensen proberen een carrière als coach op te bouwen, maar is niet altijd overtuigd van hun toegevoegde waarde. “Er zijn zoveel mensen die zich nu op allerlei manieren proberen te profileren. Misschien Glen Durrant ook, maar ik heb nog niet veel van zijn werk gezien.” Over Mardle is Cullen een stuk stelliger. “Van Wayne heb ik wel een aantal dingen gezien en die vond ik goed.”
Toch begrijpt Cullen dat het onderwerp niet zwart-wit is. Enerzijds vindt hij het lastig om coaching serieus te nemen van mensen die zelf niet op hoog niveau hebben gespeeld. “Ik vind het moeilijk. Er zijn mensen die coachingscursussen volgen, maar dan denk ik: je kunt het spel zelf niet spelen.” Tegelijkertijd ziet hij ook voorbeelden uit andere sporten die aantonen dat een succesvolle coach niet per se zelf een topsporter hoeft te zijn geweest. “Aan de andere kant: de coach van Roger Federer kan zelf ook geen tennis spelen, toch? Er moet ergens wel een logica achter zitten.”
Lange tegenstanders blijven lastig
Naast zijn mening over coaching onthulde Cullen ook een opvallend detail over zijn eigen voorkeuren op het podium. De Engelsman gaf toe dat hij het niet prettig vindt om tegen lange spelers te spelen.
Dat heeft volgens hem niets met hun kwaliteiten te maken, maar alles met zijn eigen concentratie tijdens wedstrijden. “Het klinkt misschien vreemd, maar ik speel niet graag tegen lange spelers.”
Cullen legde uit dat hij tijdens een wedstrijd vaak onbewust kijkt naar wat zijn tegenstander aan het gooien is. “Als ik tegen Jonny Clayton speel, kan ik gewoon over zijn hoofd heen kijken.”
Bij langere spelers werkt dat anders. “Spelers als Jimmy van Schie, Mensur Suljovic en Boris Krcmar zijn grote kerels. Dan moet je echt om ze heen kijken om te zien wat ze gooien.”
Spelen tegen het bord is makkelijker gezegd dan gedaan
Hoewel veel darters zeggen dat je uitsluitend tegen het bord speelt en niet tegen je tegenstander, vindt Cullen dat in de praktijk makkelijker gezegd dan gedaan. “Veel spelers zullen zeggen dat je niet tegen de speler speelt maar tegen het bord. Maar dat is ontzettend moeilijk.”
Volgens Cullen speelt vooral de mentale kant van darts daarin een grote rol. Hij herinnert zich nog goed hoe dat voelde toen hij zelf doorbrak op het hoogste niveau. “Ik weet nog dat ik in mijn beginjaren soms tegen grote namen werd geloot. Als je Phil Taylor treft, dan weet je dat je tegen Phil Taylor speelt.”
Dat heeft volgens hem invloed op de manier waarop spelers met druk omgaan. “Je kunt zeggen dat je alleen tegen het bord speelt, maar wanneer er een belangrijke kans komt, weet je precies wie er tegenover je staat.”
Daarmee komt Cullen tot wat volgens hem de grootste uitdaging binnen de sport is. “Ik denk dat dat het moeilijkste onderdeel van darts is. De mentale kant is veel belangrijker dan de technische kant.”