Dirk van Duijvenbode zorgde op het
WK Darts 2026 voor een van de meest memorabele wedstrijden van het toernooi tot dusver. In een duel vol schommelingen, gemiste kansen en momenten van pure klasse trok de Nederlander uiteindelijk met 3-2 aan het langste eind tegen Belg
Andy Baetens. Wat volgde was een openhartige, soms zelfkritische maar vooral veelzeggende analyse van zijn spel, zijn fysieke gesteldheid en zijn toekomstperspectief. Van Duijvenbode liet zien dat hij nog altijd beschikt over het arsenaal dat hem enkele jaren geleden tot de wereldtop bracht, maar dat de weg terug na blessureleed allesbehalve eenvoudig is.
Na afloop van de wedstrijd kreeg Van Duijvenbode terecht de complimenten voor wat door velen werd bestempeld als een van de beste partijen van het toernooi. Zelf keek hij daar genuanceerder naar. “Ik wist dat het een zware wedstrijd zou worden,”
begon hij. “Maar het voelde eigenlijk onnodig dat ik met 2-1 in sets achter kwam. Blijkbaar gooide ik een gemiddelde van 99, maar dat zegt me niet zoveel als je belangrijke dubbels mist.”
Die gemiste kansen zaten hem zichtbaar dwars. Ondanks zijn sterke scorend vermogen liet hij in de beginfase meerdere mogelijkheden liggen op de buitenring. Toch bleef hij geloven in zijn spel. “Ik was niet echt blij, maar ik bleef erin geloven. Mijn worp voelde goed, ook al gingen niet alle pijlen erin. Ik had steeds het gevoel: als het straks wel valt, dan win ik deze wedstrijd.”
Dat vertrouwen bleek uiteindelijk terecht. In de beslissende fase van de partij liet Van Duijvenbode zien waartoe hij in staat is, met meerdere finishes van boven de honderd en als absoluut hoogtepunt een magistrale 170-finish. Toch sprak hij zelf niet van een duidelijk kantelpunt. “Het voelde goed, maar het ging niet goed,” herhaalde hij. “Ik heb mezelf wel gereset. Normaal sta ik iets rechts op de oche, nu ging ik een stap naar links staan. Ook gooide ik bewust wat op de triple 20 om weer ritme te krijgen. Dat hielp.”
Ondanks het sterke einde bleef Van Duijvenbode kritisch. “Ik kan niet zeggen dat ik heel tevreden ben, maar ook niet ontevreden. Er zijn gewoon dingen die beter moeten.” Hij haalde een specifiek moment aan uit de tweede set, waarin hij drie pijlen miste op dubbel 19 voor een finish van 38. “Dat zijn cruciale momenten. Daar mag je geen fouten maken, zeker niet op dit niveau.”
Toch was er ook tevredenheid, vooral over het feit dat hij op de momenten dat het écht moest, leverde. “Als je 2-1 achter staat, voelt het alsof je bijna klaar bent. Dan 109 en 106 uitgooien en vervolgens die 170 in de laatste set, dat geeft vertrouwen. Maar het gevoel blijft dat het allemaal minder moeilijk had hoeven zijn.”
"Mijn spel is beter dan voor mijn schouderblessure"
De vergelijking met zijn beste periode, van vóór zijn schouderblessure, ligt voor de hand. Van Duijvenbode wordt daar regelmatig aan herinnerd, zeker na een optreden als dit. Zelf ziet hij echter een duidelijk verschil. “Mijn spel is eerlijk gezegd beter dan toen, misschien wel tien procent beter,” stelde hij. “Maar mijn zelfvertrouwen is zeker twintig procent minder. Als ik dat weer op orde krijg, ben ik beter dan ik ooit ben geweest.”
Die woorden klinken als een waarschuwing aan de concurrentie, maar Van Duijvenbode blijft met beide benen op de grond. De afgelopen twee jaar strandde hij telkens in de eerste ronde van grote toernooien. “Dit jaar was ik vooral blij dat ik eindelijk weer een eerste ronde won. Ik had een loodzware loting en was eigenlijk alleen maar bezig met niet wéér verliezen in de eerste ronde.”
Die angst had invloed op zijn voorbereiding. “Ik ben extreem hard voor mezelf geweest op de training. In de eerste ronde is er geen ruimte voor fouten. Je móét goed zijn.” De focus lag volledig op deze ene wedstrijd, zonder ook maar een seconde vooruit te kijken naar latere rondes.
Dirk van Duijvenbode overleefde een thriller in de openingsronde van het WK Darts 2026
Een belangrijk thema in het gesprek was zijn schouderblessure, die zijn carrière tijdelijk tot stilstand bracht. Het herstel duurde meer dan anderhalf jaar. “Het was een zenuwprobleem en in het begin wist niemand precies wat er aan de hand was. Ik heb maanden verloren doordat ik niet de juiste diagnose had.” Uiteindelijk vond hij een orthopedisch specialist die het probleem echt begreep. “Als ik die man eerder had gevonden, was ik waarschijnlijk binnen drie of vier maanden klaar geweest.”
Tijdens zijn revalidatie draaide alles om één doel: voorkomen dat de blessure terug zou komen. “Dit jaar stond volledig in het teken van fit worden en fit blijven. Ik heb keihard gewerkt aan mijn spieren, zodat mijn lichaam de zwakke plek kan opvangen. Volgend jaar wil ik me weer volledig richten op mijn topniveau.”
Weinig te verdedigen
De gevolgen van de blessure waren groot, ook op de ranglijst. Van Duijvenbode zakte weg uit de top tien en staat inmiddels rond de 29e plaats van de wereld. “Ik ben beter dan die ranking,” stelde hij stellig. “Het voordeel is wel dat ik de komende periode weinig te verdedigen heb. Geen Matchplay, geen Grand Prix. Als ik me kwalificeer en daar goed presteer, kan ik snel weer richting de top 16 of top 20.”
Zijn kijk op de sport is in de loop der jaren realistischer geworden. Waar hij vroeger elk toernooi begon met het doel om te winnen, is hij nu pragmatischer. “Mensen zeggen vaak: ik wil wereldkampioen worden. Maar eerlijk? Voor bijna iedereen, behalve drie of vier spelers, is een kwartfinale een fantastisch resultaat.”
Kwartfinale is het doel
Die kwartfinale ziet hij dan ook als het eerste grote doel. “Elke ronde is belangrijk, maar als je de kwartfinale haalt, heb je al vier wedstrijden gewonnen. Dan zijn het nog maar drie partijen tot de titel. Zo moet je het bekijken.”
Tot slot was er nog aandacht voor zijn tegenstander,
Andy Baetens, die door deze nederlaag zijn PDC Tour Card verloor. Van Duijvenbode was eerlijk, maar ook kritisch. “Als je zó kunt spelen en toch niet in de top 40 staat, dan zijn je prioriteiten niet goed. Hij speelde fantastisch, maar als je dit niveau niet het hele jaar haalt, dan ligt dat vaak aan andere keuzes, zoals werk naast het darten. Dat is lastig, maar uiteindelijk moet je durven gokken.”
De conclusie na deze lange avond is duidelijk:
Dirk van Duijvenbode is nog niet de speler die hij ooit was, maar misschien wel een completere. Het vertrouwen moet groeien, de resultaten moeten volgen, maar de basis is er. En als zijn woorden waarheid worden, dan is het slechts een kwestie van tijd voordat ‘The Titan’ weer structureel meedoet om de grootste prijzen.