Nathan Aspinall slaat alarm over darteritus bij jonge talenten: "Kinderen leggen zichzelf veel te veel druk op om meteen heel goed te zijn"

PDC
zaterdag, 23 mei 2026 om 16:00
nathan aspinall 2
Nathan Aspinall heeft in de Happy Hour-podcast uitgebreid gesproken over de mentale kant van darts, de opkomst van jonge talenten en zijn jarenlange gevecht met dartitis. De Engelsman gaf daarbij een opvallend eerlijk inkijkje in de psychologische druk van topsport én in de therapieën die hem hielpen om zijn carrière overeind te houden.
Aspinall, voormalig winnaar van de Premier League Darts en major-kampioen, gelooft dat de sport momenteel een gouden generatie beleeft, maar plaatst tegelijkertijd kanttekeningen bij het idee dat het niveau in de breedte alleen maar stijgt.

"Iedereen kan tegenwoordig van iedereen winnen"

In het gesprek ging het eerst over de enorme groei van dartsacademies voor jeugdspelers. Waar talentvolle darters vroeger vooral in cafés of lokale competities speelden, trainen kinderen tegenwoordig in professionele omgevingen met hoogwaardige borden, coaching en begeleiding.
Volgens Aspinall betekent dat echter niet automatisch dat de standaard in darts structureel hoger ligt dan enkele jaren geleden.
"Ik denk eigenlijk niet dat het niveau de afgelopen jaren beter is geworden", stelde hij verrassend. "De absolute pieken zijn misschien hoger. Je ziet tegenwoordig ineens gemiddelden van 115 voorbij komen. Maar als je kijkt naar het gemiddelde niveau van alle 128 Tour Card-houders, dan denk ik eerlijk gezegd dat het lager ligt dan vijf jaar geleden."
Daarmee bedoelt Aspinall vooral dat de verschillen per wedstrijd enorm kunnen zijn. Volgens hem kan vrijwel iedere profspeler tegenwoordig een wereldpartij spelen, maar is de echte top vooral constanter.
"De nummer 128 van de wereld kan zomaar 110 gemiddeld gooien in een wedstrijd over best of 11 legs", zei hij. "Maar diezelfde speler kan de wedstrijd daarna ook 85 gemiddeld gooien."
Juist die constante factor maakt volgens Aspinall het verschil tussen wereldtoppers en de rest van het circuit. "De jongens aan de top staan daar niet voor niets. Zij zijn consistenter, omdat ze al zoveel situaties hebben meegemaakt. Ze weten beter hoe ze met druk moeten omgaan."

Prime Phil Taylor tegen prime Luke Littler?

Uiteraard kwam ook de veelbesproken vergelijking tussen generaties voorbij. De podcast-hosts vroegen Aspinall wie er zou winnen in een duel tussen een prime-versie van Phil Taylor en een prime-versie van Luke Littler.
Aspinall kwam met een genuanceerd antwoord. "Ik denk dat een prime Littler een prime Taylor verslaat in een korte wedstrijd, bijvoorbeeld first to 10 legs", zei hij. “Maar in een WK-finale over twee uur zou ik toch voor Taylor kiezen."
Volgens Aspinall zit het verschil vooral in de mentale belasting van lange wedstrijden. "Ik denk dat Luke darts kan spelen op een hoger niveau dan Phil ooit deed als je puur naar gemiddelden kijkt", legde hij uit. "Maar Phil was over een lange afstand zó sterk mentaal. In dat soort wedstrijden zou hij je uiteindelijk breken."
Daarmee kwam het gesprek automatisch uit bij het mentale aspect van topsport. Aspinall was daar opvallend duidelijk over. "Alles draait om het mentale", stelde hij. "Eerlijk waar: ongeveer tachtig procent van darts zit tussen je oren."
Volgens de Engelsman draait succes niet alleen om techniek, maar vooral om omgaan met moeilijke situaties. "Het gaat erom hoe je reageert op tegenslagen, moeilijke momenten en druk. Dat is waarom de topspelers constant zijn."
Hij wees daarbij opnieuw op ervaring. Hoe vaker spelers grote podia meemaken, hoe beter ze leren omgaan met spanning, publiek en verwachtingen. "Er zijn zoveel factoren in een wedstrijd: zenuwen, druk, omstandigheden, publiek, rankingsituaties. Dat maakt darts zo moeilijk."
Luke Littler en Phil Taylor poseren met trofeeën
Littler wordt nu al vaak vergeleken met Taylor.

Openhartig over darteritus: "Het is verschrikkelijk"

Het meest indrukwekkende deel van het interview ging echter over darteritus, de mentale blokkade waar Aspinall al jaren mee worstelt. Het is een bekend fenomeen in de dartswereld: spelers weten precies wat ze willen doen, maar krijgen hun worp mentaal of fysiek niet meer los.
Aspinall vertelde dat zijn vorm van darteritus vooral zichtbaar was bij de eerste pijl. "Ik kon die eerste dart soms gewoon niet loslaten", vertelde hij. "Maar zodra ik die eerste had gegooid, gingen de volgende twee meestal prima."
Volgens Aspinall bestaan er verschillende vormen van darteritus. "Je hebt spelers die helemaal beginnen te schokken en de pijl fysiek niet meer loskrijgen. Dat is misschien nog wel de ergste vorm." De Engelsman verwees daarbij naar voormalig Lakeside-kampioen Mark Webster, bij wie het volgens hem een enorme impact had op diens carrière.
Over zijn eigen ervaringen sprak Aspinall bijzonder openhartig. "Het is verschrikkelijk", zei hij eerlijk. "Mensen maken er nu soms grapjes over, ook collega's als Johnny Clayton. Maar het is absoluut echt."
Aspinall reageerde ook op kritiek van mensen buiten de dartswereld die denken dat darteritus niet echt is. "Vroeger werd het ook al weggewuifd", zei hij. "Maar tegenwoordig zie je het zelfs bij kinderen."
Volgens hem heeft dat veel te maken met de enorme prestatiedruk onder jonge spelers. "Kinderen willen veel te snel professioneel darter worden", analyseerde hij. "Ze leggen zichzelf zoveel druk op om meteen heel goed te zijn."
De opkomst van professionele jeugdstructuren heeft volgens Aspinall voordelen, maar ook risico's. "Je hebt nu dertien- of veertienjarige jongens die al voor duizenden ponden aan toernooien spelen. Dat is best heftig." Daarom probeert hij jonge spelers juist rust mee te geven. "Ik zeg altijd: stop met forceren. Geniet van darts. Als het voorbestemd is, dan gebeurt het vanzelf."

Therapie veranderde zijn leven

Om zijn darteritus onder controle te krijgen, werkte Aspinall intensief samen met een sportpsycholoog én een specialist in hypnotherapie. Hij vertelde dat hij aanvankelijk uiterst sceptisch was. "Ik geloofde er totaal niet in", gaf hij toe. "Ik ben van nature behoorlijk sceptisch."
Toch veranderde die begeleiding uiteindelijk niet alleen zijn darts, maar ook zijn leven buiten het podium. "Ik deed twee keer per week hypnotherapie en daarnaast werkte ik met een sportpsycholoog", vertelde Aspinall.
Volgens hem draait darteritus in essentie om angst en stress. "Je lichaam denkt eigenlijk dat je een paniekaanval hebt op het moment dat je die dart niet kunt gooien." De therapie richtte zich daarom vooral op het leegmaken van zijn hoofd en het verwerken van stress. "Ik ben altijd bezig. Dit loopt, dat loopt, van alles tegelijk. Mijn hoofd stond nooit stil."
Tijdens de therapiesessies leerde hij beter omgaan met spanning, emoties en negatieve gedachten. "Het heeft mijn leven veranderd", zei Aspinall zonder twijfel. "Niet alleen als darter, maar ook als persoon." Hij merkte dat hij thuis rustiger werd, beter omging met nederlagen en zelfs anders reageerde in discussies met zijn partner en kinderen. "Ik ben veel relaxter geworden."
Hoewel Aspinall toegeeft dat de darteritus nooit volledig verdwenen is, heeft hij geleerd ermee om te gaan. "Ik heb er nog steeds af en toe last van", vertelde hij. "Maar ik werk er hard aan." Tegen jonge spelers die hetzelfde meemaken, heeft hij daarom één duidelijke boodschap. "Geef niet op. Je kunt het overwinnen."
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Loading