Van Ross Smith tot Gian van Veen: deze opvallende cijfers onthullen het geheim achter een verrassende EK-titel

PDC
Ross Smith houdt de EK-beker vast
Tussen 2008 en 2017 werd het EK Darts gedomineerd door Phil Taylor en Michael van Gerwen. Samen wonnen zij acht van de tien edities. De afgelopen jaren is het toernooi echter een stuk onvoorspelbaarder geworden. Sinds 2020 waren er vijf verschillende winnaars, van wie er drie voor een opmerkelijke doorbraak zorgden. Ross Smith won in 2022 als grote outsider de titel, Ritchie Edhouse stuntte twee jaar later en Gian van Veen kroonde zich in 2025 tot Europees kampioen.
Donderdag begint in Dortmund een nieuwe editie van het European Championship. Na een wisselvallig seizoen op de European Tour lijkt de strijd om de titel opnieuw volledig open te liggen. De afgelopen jaren hebben bovendien bewezen dat een gevestigde naam of een indrukwekkende erelijst geen vereiste is om het toernooi te winnen.
Smith, Edhouse en Van Veen hadden voorafgaand aan hun Europese titel nog nooit een groot PDC-televisietoernooi gewonnen. Toch slaagden ze erin om vijf wedstrijden op rij te winnen en de hoofdprijs te veroveren. Wat hadden deze drie verrassende kampioenen gemeen en welke lessen kunnen de deelnemers van dit jaar uit hun prestaties trekken?

Drie verrassende Europese kampioenen in cijfers

StatistiekRoss Smith (2022)Ritchie Edhouse (2024)Gian van Veen (2025)
Plaatsing272010
Wereldranglijst vooraf283910
Quotering vooraf100/1200/114/1
Gemiddelde voorgaande 12 maanden92,7692,2697,76
Toernooigemiddelde98,3597,45100,19
Gemiddelde deelnemersveld94,6593,8995,23
Finale11-8 tegen Michael Smith11-3 tegen Wattimena11-10 tegen Humphries
Wereldranglijst jaar later16283

Ross Smith (2022): van outsider tot Europees kampioen

Toen Ross Smith in 2022 aan het European Championship begon, behoorde hij bepaald niet tot de favorieten. De Engelsman stond 28e op de wereldranglijst en had op dat moment slechts één PDC-rankingtitel gewonnen, een Players Championship in 2021. Op het grote televisiepodium had 'Smudger' nog weinig aansprekende resultaten geboekt.
Met een gemiddelde van 92.76 over de voorgaande twaalf maanden en een 27e plaats op de plaatsingslijst leek een Europese titel ver weg. Smith had zich ternauwernood geplaatst en verdiende gedurende het European Tour-seizoen slechts 16.000 pond. Bovendien had hij nog nooit een toernooi op de European Tour gewonnen.
Zijn loting maakte de vooruitzichten er niet beter op. In de eerste ronde wachtte Joe Cullen, maar Smith zorgde direct voor een verrassing. Hij won met 6-4 en noteerde een gemiddelde van 101.63. Ook tegen Dimitri Van den Bergh bleef hij boven de honderd gemiddeld. De Belg werd met 10-8 verslagen, waarbij Smith een gemiddelde van 100.75 liet noteren.
Toch was het niet uitsluitend zijn scorend vermogen dat Smith naar de titel hielp. Vooral op de dubbels maakte hij het verschil. Gedurende de voorgaande twaalf maanden had hij slechts 35,52 procent van zijn kansen benut. Tijdens het European Championship steeg dat percentage naar 48,48 procent.
Dat bleek vooral in de kwartfinale tegen Peter Wright van doorslaggevend belang. De Schot, die het toernooi in 2020 had gewonnen, scoorde in de eerste negen pijlen gemiddeld 8,5 punten meer dan Smith. Toch trok de Engelsman met 10-8 aan het langste eind.
Het verschil zat in de afwerking. Smith benutte 45,45 procent van zijn dubbels, tegenover slechts 27,59 procent voor Wright. Waar de Schot regelmatig meerdere beurten nodig had om een leg uit te gooien, sloeg Smith veel vaker bij zijn eerste kans toe.
In de halve finale tegen Chris Dobey voltrok zich een vergelijkbaar scenario. Opnieuw moest Smith het scorend vermogen van zijn tegenstander erkennen. Zijn gemiddelde over de eerste negen pijlen lag 6,14 punten lager dan dat van Dobey. Desondanks won hij met 11-9, mede doordat zijn tegenstander slechts 26,47 procent van zijn dubbels raakte. Smith kwam zelf tot 40,74 procent.

Ross Smith nearly withdrew from the last tournament.

De Engelsman had gedurende het toernooi al meerdere keren zijn koelbloedigheid getoond, onder meer met een 130-finish tegen Cullen in de openingsronde. Ook onder druk bleef hij zijn kansen benutten.
In de finale wachtte Michael Smith, destijds de nummer vier van de wereld en enkele maanden later winnaar van het WK Darts. Het werd een wedstrijd van hoog niveau, waarin Ross Smith uiteindelijk met 11-8 zegevierde. Met een gemiddelde van 101.32 bleef hij zijn tegenstander, die 100.47 noteerde, nipt voor.
Over het gehele toernooi kwam Smith uit op een gemiddelde van 98.35, ruim boven het gemiddelde van 94.65 van het deelnemersveld. Bovendien speelde hij 5,59 punten beter dan zijn eigen gemiddelde van de voorgaande twaalf maanden.
Na afloop kon hij zijn geluk nauwelijks bevatten. "Ik denk dat ik droom. Ik moet mezelf even knijpen. Het is nog niet tot me doorgedrongen en dat zal waarschijnlijk nog weken duren. Ik heb nog niet eens een Euro Tour gewonnen, laat staan een televisietoernooi", vertelde hij aan Live Darts.
De hoofdprijs van 120.000 pond betekende een enorme impuls voor zijn carrière. Een jaar later was Smith opgeklommen naar de zestiende plaats op de wereldranglijst.
Vier jaar na zijn verrassende titel keert hij terug naar Dortmund, maar ditmaal in een compleet andere positie. Smith is de nummer één van de plaatsingslijst en behoort daardoor op papier tot de belangrijkste kanshebbers. Voor spelers als Cristo Reyes, Niko Springer en Cameron Menzies kan zijn succes uit 2022 juist als voorbeeld dienen.

De weg naar de titel van Ross Smith in 2022

RondeTegenstanderUitslagGemiddelde SmithDubbelpercentage
Eerste rondeJoe Cullen6-4101,6375,00%
Tweede rondeDimitri Van den Bergh10-8100,7550,00%
KwartfinalePeter Wright10-895,0045,45%
Halve finaleChris Dobey11-995,2740,74%
FinaleMichael Smith11-8101,3250,00%

Ritchie Edhouse (2024): de grootste stunt in de geschiedenis van het EK?

Waar de Europese titel van Ross Smith al een verrassing was, ging Ritchie Edhouse in 2024 nog een stap verder. De Engelsman begon het toernooi als nummer 39 van de wereld en was als twintigste geplaatst. Bookmaker Paddy Power gaf hem een quotering van liefst 200/1 voor de eindzege.
Edhouse had tot dat moment nog nooit een reguliere PDC-rankingtitel gewonnen. Zijn erelijst bestond voornamelijk uit successen op de Challenge Tour. Hoewel hij een degelijk seizoen draaide, waren er weinig aanwijzingen dat hij in Dortmund zijn eerste grote televisietitel zou veroveren.
Zijn gemiddelde over de voorgaande twaalf maanden bedroeg 92.26. Daarmee bleef hij duidelijk achter bij veel van zijn concurrenten. Ook zijn gemiddelde van 101.56 over de eerste negen pijlen wees niet op een speler die op het punt stond het hele deelnemersveld te verrassen.
Toch liet Edhouse in zijn openingswedstrijd tegen Gian van Veen onmiddellijk zien waartoe hij in staat was. De Nederlander werd met liefst 6-1 verslagen, terwijl 'Madhouse' een sensationeel gemiddelde van 109.48 noteerde. In de eerste negen pijlen kwam hij zelfs uit op 121.52 gemiddeld.
Voor Edhouse was het op dat moment zijn beste optreden ooit op televisie. Van Veen kreeg nauwelijks gelegenheid om in de wedstrijd te komen en moest toezien hoe zijn tegenstander vrijwel iedere scorende beurt indruk maakte.
Ook in de tweede ronde bleef Edhouse overeind. Tegen Michael Smith moest hij ditmaal diep gaan, maar in een beslissende negentiende leg trok hij de overwinning met 10-9 naar zich toe. Zijn gemiddelde van 96.15 lag opnieuw ruim boven zijn gebruikelijke niveau.
In de kwartfinale volgde misschien wel zijn indrukwekkendste prestatie na de openingsronde. Tegen tweevoudig wereldkampioen Gary Anderson won hij overtuigend met 10-5. Daarbij noteerde hij een gemiddelde van 103.91.
Edhouse speelde zichtbaar met vertrouwen en leek zich nauwelijks druk te maken over de steeds groter wordende belangen. Terwijl zijn tegenstanders onder druk kwamen te staan, bleef hij zijn eigen spel spelen.
Ritchie Edhouse houdt zijn trofee hoog in de lucht.
Ritchie Edhouse verraste het deelnemersveld door in 2024 het European Darts Championship te winnen.
In de halve finale trof hij Luke Woodhouse. Ook deze wedstrijd leverde geen grote problemen op. Edhouse won met 11-5, hoewel zijn gemiddelde was teruggelopen naar 95.03.
De finale tegen Jermaine Wattimena was er vervolgens een die vrijwel niemand vooraf had voorspeld. Twee spelers die nog nooit een grote PDC-televisietitel hadden gewonnen, stonden tegenover elkaar in de strijd om het Europees kampioenschap.
De ontknoping werd bijzonder eenzijdig. Edhouse won met liefst 11-3 en pakte daarmee de grootste titel uit zijn carrière. Opvallend genoeg was zijn gemiddelde van 90.55 het laagste dat ooit door een winnaar in een EK-finale werd genoteerd.
Dat had vooral te maken met de problemen van Wattimena op de dubbels. De Nederlander benutte slechts drie van zijn 29 kansen, een percentage van 10,34%. Edhouse was met elf rake dubbels uit 24 pogingen aanzienlijk effectiever en kon daardoor relatief eenvoudig afstand nemen.
"Ik zweef momenteel. Er zit nu wat meer vechtlust in mijn spel. Vroeger gaf ik misschien te snel op, maar nu geloof ik erin en groeide mijn zelfvertrouwen tijdens de wedstrijd", reageerde Edhouse na zijn verrassende titel.
Over het gehele toernooi noteerde de Engelsman een gemiddelde van 97.45. Daarmee presteerde hij 5,19 punten boven zijn niveau van de voorgaande twaalf maanden en 3,56 punten boven het gemiddelde van het deelnemersveld.
Dat verschil illustreert hoe belangrijk het is om op het juiste moment in topvorm te verkeren. Met zijn gebruikelijke gemiddelde van 92.26 zou Edhouse onder het toernooigemiddelde van 93.89 zijn gebleven. In Dortmund wist hij echter vijf wedstrijden achter elkaar boven zichzelf uit te stijgen.
Zijn Europese titel bleek vooralsnog geen opmaat naar een langdurige periode aan de wereldtop. Edhouse wist zich in 2025 niet opnieuw te plaatsen voor het European Championship en ontbreekt ook bij de editie van 2026.
Daarmee vormt zijn verhaal een opvallend contrast met dat van Ross Smith. Beide spelers zorgden voor een enorme verrassing, maar hun prestaties in de periode daarna liepen uiteen. Voor Edhouse dreigt bovendien een flinke terugval op de wereldranglijst wanneer zijn prijzengeld uit 2024 na dit toernooi wegvalt.

De cijfers van de EK-finale in 2024

StatistiekRitchie EdhouseJermaine Wattimena
Gemiddelde90,5584,64
Eerste negen pijlen99,6498,00
Dubbelpercentage45,83% (11/24)10,34% (3/29)
Gewonnen legs tegen de darts71,43%14,29%
180-scores53
Hoogste finish14456

Gian van Veen (2025): Nederlandse sensatie bevestigt zijn enorme potentie

Van de drie verrassende kampioenen was Gian van Veen vooraf waarschijnlijk de meest serieuze titelkandidaat. Toch betekende zijn eindzege in 2025 een belangrijke doorbraak.
Twaalf maanden nadat hij in de openingsronde met 6-1 was afgedroogd door Ritchie Edhouse, keerde de Nederlander terug naar Dortmund als nummer tien van de wereld en als tiende geplaatste speler. De bookmakers gaven hem een quotering van 14/1. Daarmee werd Van Veen aanzienlijk hoger ingeschat dan Smith in 2022 en Edhouse in 2024.
De statistieken verklaarden dat verschil. Van Veen had in de twaalf maanden voorafgaand aan het toernooi een gemiddelde van 97.76 genoteerd. Zijn gemiddelde over de eerste negen pijlen bedroeg 105.57 en met een dubbelpercentage van 46,64% behoorde hij tot de absolute wereldtop. Sterker nog, niemand op het hoogste niveau werkte zijn kansen op de dubbels op dat moment effectiever af dan de Nederlander.
Wat nog ontbrak was een grote televisietitel. Van Veen had al twee wereldtitels bij de jeugd gewonnen en in 2025 zijn eerste Players Championship op zijn naam geschreven, maar op het grote podium moest zijn definitieve doorbraak nog volgen.
In Dortmund begon hij met een 6-3-overwinning op Damon Heta, waarbij hij 98.73 gemiddeld gooide. Vervolgens liet hij in de tweede ronde tegen Ryan Searle zien waarom hij tot de grootste talenten van de dartswereld werd gerekend.
Van Veen verpulverde de Engelsman met 10-2 en noteerde een sensationeel gemiddelde van 109.92. Zijn gemiddelde over de eerste negen pijlen bedroeg zelfs 118.31. Hij won al zijn zes legs waarin hij mocht beginnen en kwam in de legs tegen de darts in uit op een gemiddelde van 117.28.
Searle kreeg daardoor nauwelijks gelegenheid om terug te komen in de wedstrijd. Ook in de kwartfinale bleef Van Veen indruk maken. Ryan Joyce werd met 10-5 verslagen, waarbij de Nederlander opnieuw de grens van honderd gemiddeld passeerde: 101.40.
In de halve finale wachtte Michael van Gerwen. Tegen zijn landgenoot moest Van Veen een andere kwaliteit aanspreken. Waar hij in de voorgaande rondes vooral met zijn scorend vermogen had uitgeblonken, waren het ditmaal zijn dubbels die het verschil maakten.
Van Gerwen was scorend de betere speler en noteerde in de eerste negen pijlen een gemiddelde van 106.30, tegenover 100.45 voor Van Veen. Toch ging de overwinning met 11-9 naar de jongste van de twee Nederlanders. Van Veen benutte liefst 55 procent van zijn kansen op de dubbels. Van Gerwen bleef steken op 33,33 procent. Ondanks een wedstrijdgemiddelde van slechts 93.76 wist Van Veen zo toch de finale te bereiken.

Gian van Veen recalls memories

Daarin trof hij Luke Humphries, de toenmalige nummer één van de wereld en de grote favoriet voor de eindzege. Ditmaal was het juist Van Veen die scorend de overhand had. De Nederlander noteerde een gemiddelde van 101.00, tegenover 95.24 voor Humphries. Ook in de eerste negen pijlen was het verschil aanzienlijk: 110.87 tegen 102.63.
Toch bleef de wedstrijd tot het laatste moment spannend. Humphries was namelijk effectiever op de dubbels en benutte 45,45 procent van zijn kansen, terwijl Van Veen uitkwam op 39,29 procent.
Uiteindelijk moest een beslissende 21e leg de winnaar aanwijzen. Van Veen hield zijn zenuwen in bedwang en won met 11-10, waarmee hij zijn eerste grote PDC-televisietitel veroverde. "Dit moment zal ik nooit vergeten. Het is fenomenaal om mijn eerste majortitel in Duitsland te winnen. Wat een avond!", reageerde de Nederlander na afloop.
Over het hele toernooi noteerde Van Veen een gemiddelde van 100.19, het hoogste van de drie kampioenen die in deze analyse worden besproken. Daarmee lag hij 4,96 punten boven het gemiddelde van het deelnemersveld. Opvallend was bovendien dat Van Veen slechts 2,43 punten boven zijn eigen niveau van de voorgaande twaalf maanden speelde. Bij Smith en Edhouse was die stijging aanzienlijk groter.
Dat verschil zegt veel over de uitgangspositie van de drie spelers. Waar Smith en Edhouse gedurende hun titelruns uitzonderlijk goed moesten presteren, hoefde Van Veen zijn al hoge niveau slechts iets verder op te schroeven.
De resultaten die volgden, onderstreepten dat zijn Europese titel geen toevalstreffer was. Begin 2026 bereikte Van Veen de finale van het WK Darts en later dat jaar stond hij in de halve finale van de World Matchplay. Inmiddels is hij opgeklommen naar de derde plaats op de wereldranglijst.
Donderdag keert Van Veen als titelverdediger terug naar Dortmund. De vraag is niet langer of hij een grote titel kan winnen, maar of hij zijn Europese kroon kan prolongeren.

De weg naar de Europese titel van Gian van Veen in 2025

RondeTegenstanderUitslagGemiddelde Van VeenEerste negen pijlen
Eerste rondeDamon Heta6-398,73104,22
Tweede rondeRyan Searle10-2109,92118,31
KwartfinaleRyan Joyce10-5101,40111,40
Halve finaleMichael van Gerwen11-993,76100,45
FinaleLuke Humphries11-10101,00110,87

Wat is het geheim achter een verrassende Europese titel?

Hoewel Ross Smith, Ritchie Edhouse en Gian van Veen vanuit verschillende uitgangsposities aan hun succesvolle campagnes begonnen, vertonen hun prestaties opvallende overeenkomsten.
Alle drie speelden ze gedurende het European Championship beter dan in de twaalf maanden daarvoor. Bij Smith steeg het gemiddelde met 5,59 punten, bij Edhouse met 5,19 punten en bij Van Veen met 2,43 punten.
Bovendien noteerden alle drie een toernooigemiddelde dat minstens 3,56 punten hoger lag dan het gemiddelde van het deelnemersveld. Van Veen spande met een verschil van 4,96 punten de kroon.
Dat onderstreept een belangrijk gegeven: een speler hoeft niet noodzakelijk tot de besten van het seizoen te behoren om Europees kampioen te worden. Het draait er vooral om wie gedurende die vier dagen zijn hoogste niveau weet te halen.
Ook op de dubbels zijn duidelijke overeenkomsten zichtbaar. Smith verbeterde zijn dubbelpercentage van 35,52 procent in de voorafgaande twaalf maanden naar 48,48 procent tijdens zijn titelrun. Edhouse steeg van 39,02 naar 44,86 procent, terwijl Van Veen zijn toch al indrukwekkende percentage van 46,64 procent wist op te schroeven naar 48,98 procent.
Juist in wedstrijden waarin de onderlinge verschillen klein zijn, kan een hoger uitgooipercentage het verschil maken tussen uitschakeling en een plaats in de volgende ronde. Opmerkelijk genoeg wonnen de drie kampioenen bovendien ieder precies 48 legs tijdens hun vijf wedstrijden op weg naar de titel.
De drie voorbeelden maken ook duidelijk dat het winnen van een eerste major niet automatisch betekent dat een speler zich vervolgens definitief tussen de wereldtop vestigt. Voor Van Veen vormde het European Championship het startpunt van een verdere opmars, terwijl Smith zich eveneens wist te verbeteren op de wereldranglijst. Bij Edhouse bleef een vergelijkbaar vervolg voorlopig uit.

Welke spelers kunnen in 2026 voor een nieuwe stunt zorgen?

De editie van 2026 lijkt opnieuw mogelijkheden te bieden voor spelers die niet tot de uitgesproken favorieten behoren. Het format speelt daarbij een belangrijke rol.
In de eerste ronde wordt gespeeld over maximaal elf legs, waardoor een slechte start of een tegenstander die plotseling boven zichzelf uitstijgt direct fataal kan zijn. In de daaropvolgende rondes worden de wedstrijden langer en krijgen spelers meer gelegenheid om hun niveau vast te houden of zich te herstellen.
Een interessante outsider is Chris Dobey. De Engelsman begint als nummer 23 van de plaatsingslijst aan het toernooi, maar beschikt met een gemiddelde van 97,33 over het op twee na hoogste gemiddelde van de dertien Engelse deelnemers.
Ook spelers als Cristo Reyes, Niko Springer en Cameron Menzies beschikken over de kwaliteiten om voor verrassingen te zorgen. Hun opdracht is duidelijk: het niveau dat zij gedurende het seizoen bij vlagen hebben laten zien, meerdere wedstrijden achter elkaar op het grote podium produceren.
Ross Smith weet als geen ander hoe dat moet. Vier jaar geleden begon hij als nummer 27 van de plaatsingslijst aan het toernooi en verliet hij Dortmund als Europees kampioen. Ditmaal arriveert hij als de hoogst geplaatste speler.
De afgelopen jaren hebben in ieder geval bewezen dat de plaatsingslijst lang niet alles zegt over de uiteindelijke winnaar. Smith, Edhouse en Van Veen grepen hun kans op het moment dat het er echt toe deed. Als die geschiedenis zich herhaalt, zou er zondagavond zomaar opnieuw een verrassende naam met de Europese titel in handen kunnen staan.
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Loading