"100.000 procent een 147-break" - Luca Brecel vindt negendarter makkelijker dan maximumbreak in het snooker

PDC
zaterdag, 11 april 2026 om 6:00
Luca Brecel
Snooker en darts lijken op het eerste gezicht twee totaal verschillende werelden. Waar snooker draait om finesse op een grote tafel met complexe patronen, lijkt darts juist een rechttoe rechtaan precisiesport op een bord. Toch zijn de overeenkomsten groter dan veel mensen denken. Beide disciplines vragen om extreme nauwkeurigheid, stalen zenuwen en een scherp strategisch inzicht. Maar de ultieme vraag blijft: wat is nu eigenlijk moeilijker – een maximale 147-break in snooker of een negendarter in darts?

Voormalig wereldkampioen snooker 

Die vraag werd onlangs voorgelegd aan de Belgische snookerspeler Luca Brecel, die naast zijn snookercarrière ook een groot liefhebber is van darts. Zijn antwoord was opvallend stellig: “100.000 procent een 147.” Daarmee kiest hij duidelijk positie in een discussie die al jaren onder sportliefhebbers speelt.
Brecel, wereldkampioen snooker in 2023, gaf in een interview bij Sportnieuws.nl aan dat zijn passie voor darts diep zit. “Zelfs groter dan snooker. Ik kijk alles en speel zelf ook bijna dagelijks. Dus ja: grote passie,” vertelde hij. Dat maakt zijn mening extra interessant, want hij spreekt niet als buitenstaander. Integendeel, hij weet precies wat er nodig is om op niveau te presteren in beide sporten.
Om de vergelijking goed te begrijpen, is het belangrijk om beide prestaties onder de loep te nemen. Een 147 in snooker – de maximale break – betekent dat een speler alle vijftien rode ballen telkens gevolgd door de zwarte bal pot, en daarna alle kleuren in de juiste volgorde. In totaal gaat het om 36 perfecte stoten achter elkaar, waarbij niet alleen het potten telt, maar vooral ook de positionering van de witte bal cruciaal is. Eén kleine fout in positie kan de hele poging doen mislukken. De snelste maximumbreak ooit in competitie werd gemaakt door Ronnie O'Sullivan, die deed er in 1997 precies 5 minuten en 8 seconden over om de hele tafel leeg te spelen.
Daar tegenover staat de negendarter in darts: het perfecte leg waarin een speler 501 punten uitgooit in slechts negen pijlen. Dit vereist onder meer het consistent raken van triples, meestal de triple 20, en een foutloze finish. Het is een explosieve prestatie waarbij alles in korte tijd perfect moet samenkomen.
Brecel, die zelf ook regelmatig een pijltje gooit, heeft daar een duidelijke mening over. “Met de eerste negen pijlen zit mijn gemiddelde rond de 70 à 75, dat is voor een amateur best goed,” zegt hij. Toch beseft hij als geen ander hoe groot de stap is naar absolute perfectie. “In darts kun je in negen pijlen klaar zijn, maar bij snooker moet je veel langer foutloos blijven. Dat maakt het mentaal zwaarder.”
Michael van Gerwen in actie
Michael van Gerwen gooide al verschillende negendarters tijdens grote toernooien
Een belangrijk verschil zit hem inderdaad in de duur en complexiteit van de prestatie. Waar een darter negen perfecte worpen nodig heeft, moet een snookerspeler een lange reeks van beslissingen en technische handelingen foutloos uitvoeren. Daarbij speelt ook de variabiliteit van de tafel een rol: geen enkele situatie is hetzelfde, waardoor improvisatie en vooruitdenken essentieel zijn.

"De druk op het podium is enorm"

Toch is het zeker niet zo dat een negendarter ‘makkelijk’ is. Integendeel. Op het hoogste niveau, onder druk van een volle zaal en miljoenen kijkers, is het raken van meerdere triples achter elkaar een prestatie van wereldklasse. “De druk op het podium is enorm,” aldus Brecel. “Maar in snooker heb je die druk veel langer vast te houden.”
Interessant is dat negendarters de laatste jaren vaker voorkomen dan maximale breaks in snooker. Dat heeft deels te maken met de groei en professionalisering van darts, waardoor het niveau in de breedte enorm is gestegen. Meer spelers gooien hogere gemiddelden, wat de kans op een perfecte leg vergroot.
Toch blijft de 147-break voor velen de ultieme test van complete beheersing. Het is niet alleen een kwestie van techniek, maar ook van geduld, planning en mentale weerbaarheid. Elke bal is een nieuwe uitdaging, elke positie een nieuwe puzzel.
De conclusie? Hoewel beide prestaties uitzonderlijk zijn en het absolute topniveau vertegenwoordigen, lijkt de 147-break net dat beetje extra te vragen. Meer stappen, meer variabelen en een langere periode van perfectie maken het volgens kenners – en volgens Brecel – de moeilijkere opgave.
Maar misschien is dat juist wat deze discussie zo mooi maakt. Want of je nu kiest voor de elegantie van snooker of de intensiteit van darts, één ding staat vast: perfectie is in beide sporten zeldzaam – en juist daarom zo indrukwekkend.
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Laatste Reacties

Loading