Nederland heeft zich zaterdag geplaatst voor de kwartfinales van de
World Cup of Darts.
Michael van Gerwen en
Gian van Veen rekenden in de laatste zestien met 8-5 af met Zweden, maar ondanks de overwinning waren beide Nederlanders kritisch op hun eigen optreden. Vooral Van Gerwen zag nog voldoende verbeterpunten voor de rest van het toernooi.
De Nederlandse formatie begon uitstekend aan de wedstrijd en zette de Zweden direct onder druk. Volgens Van Gerwen lag het niveau in de openingsfase bijzonder hoog.
“Jazeker, maar ik denk dat we heel goed begonnen. Na drie legs staan we tussen de 105 en 110 gemiddeld, dat was mijn gevoel. Ik kijk de statistieken natuurlijk niet, maar ik denk dat we daar gewoon fantastisch beginnen.”
Toch zag de drievoudig wereldkampioen dat Nederland het zichzelf vervolgens onnodig lastig maakte. Zweden kreeg meer vertrouwen naarmate de wedstrijd vorderde, mede dankzij het sterke spel van Jeffrey de Graaf en Oscar Lukasiak.
“Daarna doen we ook een paar dingen die je eigenlijk helemaal niet verwacht. Er staan een beetje spelers bij die zakken een beetje in, waardoor zij ook vertrouwen krijgen. Je ziet ook aan Jeffrey zijn spel. Zijn scoringvermogen was heel goed. Dan zie je dat Oscar natuurlijk ook vertrouwen krijgt.”
Een cruciaal moment volgde toen Lukasiak een spectaculaire 155-finish produceerde.
“Ja precies, maar dan maken wij het onszelf ontzettend moeilijk. Dat is eigenlijk helemaal niet nodig. Uiteindelijk win je wel die wedstrijd en ik denk dat dat het allerbelangrijkste is.”
Michael van Gerwen en Gian van Veen wonnen in hun openingspartij met 8-5 van Zweden
Van Veen moest wennen aan nieuwe rol
Voor Gian van Veen verliep de avond minder soepel dan gehoopt. De jonge Nederlander gooide vorig jaar telkens als eerste speler van het Nederlandse koppel, maar moest nu achter Van Gerwen aantreden. Dat vergde de nodige aanpassing.
“Ja, zeker. Ik begon heel goed, scorend begon ik goed. Maar eerlijk gezegd moest ik ook wel een beetje wennen om als tweede te gooien. Vorig jaar heb ik hier natuurlijk elke wedstrijd als eerste staan gooien. Vandaag was het ritme gewoon iets anders.”
Volgens Van Veen zorgde het langere wachten tussen zijn beurten ervoor dat hij moeilijker in zijn spel kwam.
“Je staat gewoon wat langer te wachten voordat je elke keer moet gooien. Dat was even wennen. Aan het begin was dat prima te doen, maar op het einde was het toch veel zoeken.”
Een gemiste kans op de dubbels bleek vervolgens kostbaar.
“Dan mis je die drie pijlen op de dubbel. Daarna gooit Oscar die 155 uit. Dan weet je gewoon dat het lastig wordt vandaag. Dan blijf je een beetje zoeken.”
Toch voelde Van Veen zich gesteund door zijn ervaren teamgenoot.
“Maar uiteindelijk helpt Michael er wel doorheen. Dit is ook voor mij weer een nieuwe ervaring. Ook al heb ik hier vorig jaar gegooid, het blijft altijd een nieuwe ervaring. Deze neem ik gewoon mee en morgen gaat het zeker beter.”
Kritische blik ondanks overwinning
Van Gerwen gaf na afloop toe dat hij tijdens de wedstrijd zag dat Van Veen moeite had om zijn beste niveau te halen, maar wees er tegelijkertijd op dat hij zelf ook niet volledig tevreden was over zijn eigen optreden.
“Ja, maar op een gegeven moment zat ik zelf ook niet honderd procent in de wedstrijd. Dat zijn dingen die je na de wedstrijd moet evalueren. Hoe zijn bepaalde dingen gegaan?”
Volgens de Nederlander ligt de lat binnen het team bijzonder hoog.
“Je verwacht heel veel van elkaar, omdat je altijd weet waar je toe in staat bent. En als het dan net niet uitkomt, dan kun je jezelf wel voor je kop slaan. Dat heeft hij natuurlijk, maar dat heb ik ook.”
Hoewel Nederland zonder grote problemen de laatste acht bereikte, ziet Van Gerwen nog veel ruimte voor verbetering.
“Natuurlijk pak ik hier en daar wel mijn trippeltje mee, maar wij kunnen allebei veel beter dan dit nog. Dat is iets voor ons beiden om morgen te laten zien.”