Voor
Gian van Veen is de Premier League-avond in Rotterdam veel meer dan zomaar een volgende speelavond op de kalender. In Ahoy wacht een podium waar hij als jonge dartsfan ooit op de tribune zat te dromen.
Nu keert hij terug als speler, als Premier League-deelnemer en bovendien als beste Nederlandse darter op de wereldranglijst. Dat maakt deze avond in Rotterdam voor hem bijzonder, beladen en in zekere zin ook historisch.
Van Veen probeert de spanning in de aanloop nog vooral te vertalen naar gezonde opwinding. Op dit moment overheerst niet de nervositeit, maar vooral het besef dat hij iets gaat meemaken waar hij jarenlang alleen van kon dromen.
“Nog helemaal geen zenuwen'', stelt hij
in een perspraatje in aanloop naar de elfde speelronde van de
Premier League Darts. ''Op dit moment is het vooral enthousiasme. Ik denk dat het donderdag, als het nog twintig minuten duurt voor de wedstrijd, wel anders zal zijn. Zeker als ik vanuit de oefenruimte het publiek al kan horen. Maar voor nu is het vooral heel veel zin.”
Van fan op de tribune naar hoofdrolspeler op het podium
De locatie maakt deze avond voor Van Veen extra speciaal. Rotterdam Ahoy is voor hem niet zomaar een arena, maar een plek waar hij als kind al kwam om naar darts te kijken. Hij kent de beleving, de opkomst, de sfeer en de gekte op de tribunes. Juist daarom voelt het voor hem bijna onwerkelijk dat hij daar nu zelf onderdeel van is.
“Ik denk dat de WK-finale me ook behoorlijk enthousiast maakte. Maar daarna, buiten het WK om, is dit absoluut de wedstrijd waar ik het meest naar uitkijk. Op papier is het gewoon een Premier League-avond, maar voor mij is het extra speciaal om in Rotterdam te spelen, in een zaal waar ik als kind meerdere keren ben geweest als fan. Om daar nu zelf op dat podium te staan, specialer wordt het niet.”
Die herinneringen gaan ver terug. Van Veen was nog een jongen toen hij met zijn familie naar de Premier League in Rotterdam ging. Destijds keek hij naar het podium als toeschouwer, zonder het idee dat hij daar zelf ooit zou staan, laat staan in de rol die hij nu heeft.
“Helemaal niet. Waarschijnlijk niet eens dat ik daar ooit als speler zou staan, laat staan als Nederlandse nummer één. Er is de afgelopen anderhalf, twee jaar natuurlijk ontzettend veel gebeurd, maar dit had ik echt nooit verwacht. Er komt echt een droom uit.”
Jacht op de top vier
Hoe bijzonder de avond in Rotterdam ook is, Van Veen weet dat het niet alleen een emotionele avond wordt. De sportieve belangen zijn groot. In de Premier League draait het inmiddels om elke punt, elke overwinning en elke kans om in de race te blijven voor een plaats bij de laatste vier.
Van Veen weet dat zijn niveau de afgelopen weken niet altijd optimaal is geweest, maar hij is nog altijd volop in de strijd. Dat stemt hem hoopvol, ook al beseft hij dat de marges klein zijn.
“Ik denk dat iedereen het erover eens is dat ik de afgelopen weken niet mijn beste darts heb gespeeld. Maar ik doe nog steeds mee. En dat is uiteindelijk het belangrijkste. Vorige week was die wedstrijd tegen Michael natuurlijk heel belangrijk en die ging niet mijn kant op. Morgen wacht er weer zo’n belangrijke wedstrijd tegen Luke Humphries. Hij staat maar één punt achter me, dus hij kan me ook voorbijgaan. Maar mijn doel is om de O2 te halen, dus het wordt een hele belangrijke.”
Dat Van Veen nog steeds in de race is voor de play-offs, is op zichzelf al knap te noemen. De Nederlander kreeg de voorbije weken namelijk niet alleen te maken met vormschommelingen, maar ook met fysieke tegenslag. Zijn problemen met nierstenen hebben impact gehad op zijn voorbereiding, zijn ritme en zijn energieniveau.
Hoewel de pijn inmiddels verdwenen is, voelt hij zich nog niet volledig terug op zijn oude niveau. “Ja en nee. Niet helemaal honderd procent. Ik speel zonder pijn, ik heb geen pijn, ik kan alles doen wat ik wil. Maar ik mis nog wel een beetje energie. Dat merkte ik vooral laatst op de Euro Tour, toen ik de laatste wedstrijd van de avond speelde. Toen merkte ik echt dat het voor mij te laat was om nog goed te kunnen spelen. Dat hoort nog bij het herstelproces, maar ik kom er wel.”
Die nasleep heeft volgens Van Veen meer invloed gehad dan misschien op het eerste gezicht zichtbaar was. Niet alleen de gemiste speelweek zelf speelde een rol, ook de periode daarna was lastig.
“Het zou kunnen dat dat een beslissend moment wordt, maar Michael heeft ook een week gemist, dus het gaat niet alleen om dat gat naar Michael. Natuurlijk was het missen van die week belangrijk, zeker omdat ik die week tegen Michael had gespeeld. Als ik die wedstrijd had gewonnen, hadden we gelijk gestaan in punten. Maar het is niet alleen dat. De week erna in Berlijn was ik eigenlijk nog niet klaar om alweer op het podium te staan. Het heeft me twee weken gekost, misschien zelfs nog wel langer. Je weet het niet. Ik weet wel dat het mijn spel geen goed heeft gedaan, maar het is wat het is.”
Genieten én presteren
Voor Van Veen wordt Rotterdam dus een avond waarop meerdere lagen samenkomen. De emotie van een thuiswedstrijd, de trots van het spelen in eigen land en tegelijk de druk van een belangrijk Premier League-duel. Het is de kunst om die bijzondere ervaring niet te groot te maken, maar ook niet te negeren.
“Dat zou moeilijk kunnen zijn. Het hangt er ook vanaf hoe je aan de wedstrijd begint. Als je heel goed start, gaat alles vanzelf een stuk beter. Maar als je slecht begint en met 2-0 of 3-0 achter komt, dan is het natuurlijk lastiger om echt van de ervaring te genieten. Maar wat Michael zei, klopt wel. Zeker hier in Rotterdam, voor het eerst in de Premier League in eigen land, moet je er tot op zekere hoogte ook van genieten. Aan de andere kant ben je hier ook om je werk te doen en wil je de O2 halen. We zitten nu in de laatste vijf weken van de competitie en het is tijd om punten te pakken en het gat naar de top vier te dichten. Het is dus een beetje van allebei, maar ik ga er in ieder geval van genieten.”
De steun van het Nederlandse publiek is in Rotterdam vanzelfsprekend groot, zeker voor de twee landgenoten in het deelnemersveld. Toch weet Van Veen dat die steun ook een keerzijde heeft. Spelen in eigen land levert niet alleen energie op, maar ook verwachtingen.
“Zeker. De afgelopen keren dat ik in Nederland heb gespeeld, speelde ik niet mijn beste darts. Het is natuurlijk mooi om het publiek achter je te hebben, maar zoals je zegt, brengt dat ook extra druk met zich mee. Je doet het niet alleen voor jezelf, maar je wilt ook voor hen presteren. Morgen zal er dus andere druk op me liggen, maar op dit moment kijk ik er vooral naar uit. Het belangrijkste is dat ik van de ervaring ga genieten.”
‘Voor mij is Michael nog steeds de Nederlandse nummer één’
Op papier reist Van Veen af naar Rotterdam als de hoogst genoteerde Nederlander op de ranking. Toch weigert hij zichzelf al de belangrijkste Nederlandse naam in de sport te noemen. Daarvoor heeft Michael van Gerwen volgens hem simpelweg te veel betekend.
“Ik vind dat lastig om te zeggen. Ik weet niet hoe de media daarnaar kijken, maar voor mezelf geldt: natuurlijk ben ik de nummer één op de ranking, maar dat zei ik op het WK ook al toen ik hem voorbijging. Voor mij is Michael nog steeds de Nederlandse nummer één, vanwege alle titels die hij heeft gewonnen en alles wat hij voor de sport in ons land heeft gedaan.”
Rel met Luke Littler
Naast het sportieve verhaal blijft ook de nasleep van
het incident met Luke Littler een onderwerp dat rond Van Veen hangt. Als beide spelers hun openingswedstrijd winnen, kunnen ze elkaar opnieuw treffen. De media blijven dat verhaal volgen, maar Van Veen zelf lijkt de kwestie inmiddels vooral te willen laten rusten.
“Dat is een lastige. Van mijn kant hoeft dat niet per se. Hij heeft laatst zijn kant van het verhaal verteld. Ik heb nog steeds dezelfde mening als twee weken geleden, toen het gebeurde. Als hij het wil uitpraten, prima. Ik heb geen harde gevoelens naar hem toe en ik weet niet hoe dat andersom is, maar we zien wel hoe het loopt.”
Ook over Littlers recente uitspraken blijft Van Veen bij zijn eerdere standpunt. “Hij heeft zijn mening en daar heeft hij recht op. Ik heb de mijne nog steeds. Ik heb nog altijd dezelfde mening als direct na het incident. Ik heb het teruggekeken, ik heb de beelden gezien en ik sta nog steeds achter wat ik toen zei. Het is wat het is en we moeten gewoon verder.”
Van Veen begrijpt goed waarom dit soort onderlinge spanningen aandacht trekken. In een sport waarin persoonlijkheden, emoties en podiumgedrag een grote rol spelen, zijn rivaliteit en wrijving nu eenmaal interessant voor publiek en media. Zelf kijkt hij daar ook niet vreemd van op.
“Ik vind het prima, maar alleen als ik er zelf niet bij betrokken ben. Ik denk dat het goed is voor de sport om af en toe wat spanning te hebben. Maar je wilt er zelf liever niet middenin zitten. Nu is dat wel zo, maar het kan goed zijn voor de sport.”
Van Veen hoopt op respect voor Littler vanuit publiek
In Rotterdam zal Van Veen vermoedelijk kunnen rekenen op massale steun, terwijl zijn tegenstanders eerder op weerstand zullen stuiten. Hij weet hoe dat werkt, want hij heeft dit seizoen al aan de andere kant van dat verhaal gestaan in steden als Cardiff, Manchester en Belfast.
“Ik heb dit jaar al in Cardiff tegen Jonny gespeeld, tegen Luke in Manchester en tegen Josh in Belfast. Dus ik denk dat ik al aan de andere kant van de medaille heb gestaan. Ik weet hoe Nederlandse fans kunnen zijn, en ze kunnen behoorlijk hard zijn voor sommige spelers. Dus ik verwacht morgen hetzelfde en dat is dan maar zo. Volgende week zijn we weer ergens anders en dan is het weer anders.”
Volgens Van Veen hoort boegeroep in zekere zin bij het moderne darts, al ligt zijn grens duidelijk bij fluiten. “Ja, natuurlijk zouden spelers met meer respect behandeld mogen worden. Boegeroep is tegenwoordig deel van het spel en dat gaat in bepaalde zalen gebeuren. Morgen zal dat ook zo zijn voor de spelers die tegen mij of Michael spelen. Dat boegeroep kun je nog accepteren, daar kun je mee omgaan. Maar fluiten is nog erger. Het is jammer om te zeggen, maar tegenwoordig hoort het er helaas bij.”
Dat Van Veen tegenwoordig anders omgaat met vijandige reacties uit het publiek, heeft alles te maken met ervaring. Waar hij het in het begin nog persoonlijk opvatte, weet hij nu beter.
“Zeker. De eerste keer dat ik werd uitgefloten, dacht ik echt: dit is iets wat je helemaal niet gewend bent, en dan vat je het best persoonlijk op. Maar de mensen in het publiek bedoelen het niet persoonlijk. Of ze hebben geld ingezet op je tegenstander, of ze zijn gewoon fan van je tegenstander. De volgende keer kan het in een andere zaal weer precies andersom zijn. Dus ik denk dat het bij het leven hoort en dat je het niet te persoonlijk moet nemen.”