In de podcast
Tops & Tales van PDC-scheidsrechter
Huw Ware kijkt
Gerwyn Price openhartig terug op zijn entree in het profcircuit, zijn ontwikkeling als speler én als mens, en het leven dat hij buiten het darts heeft opgebouwd. De Welshman – voormalig rugbyprof, wereldkampioen en vaste waarde in de top van de Order of Merit – spreekt opvallend nuchter over geld, roem en ambitie.
Toen Price zijn tourkaart veroverde, was hij in de dartswereld vrijwel een onbekende. Hij kwam niet uit het BDO- of WDF-circuit, maar stapte als relatieve buitenstaander rechtstreeks het PDC-circuit binnen. Zijn deelname aan Q School was bovendien allerminst gepland.
"Ik ging alleen maar omdat Barrie Bates me al twee jaar lang berichten stuurde en me overhaalde", vertelt Price. "Ik had nul verwachtingen. Ik ging gewoon om Barrie en Jonathan Worsley te steunen en er een weekendje weg van te maken."
Dat hij als enige uit zijn vriendengroep zijn tourkaart zou pakken, had hij niet voorzien. Sterker nog: hij wist niet eens precies waar hij financieel aan begon. "Als ik toen had geweten dat je voor Pro Tours moet betalen – honderd pond inschrijfgeld, vijf pond voor de marker – en ook voor de European Tours, plus hotelkosten… dan kost een weekend je zomaar duizend pond. Als ik dat had geweten, was ik waarschijnlijk niet gegaan. Maar achteraf ben ik blij dat ik het niet wist."
De eerste keer dat Price Barrie Bates ontmoette, was in The George Pub in Aberbargoed. Hij speelde nog maar een maand of zes darts en was op dat moment nog actief als rugbyspeler. "Ik speelde lokale toernooien waar 300, 400 of 500 pond voor de winnaar lag. Ik won er de meeste van. Ik had net een set darts opgepakt en speelde nog rugby."
Tijdens een onderling duel in de pub versloeg hij Bates overtuigend. "Ik speelde hem helemaal weg", lacht Price. "Hij zei tegen me: waarom ga je niet gewoon terug naar rugby?" Toch ontstond er vanaf die dag een band. Bates bleef hem aansporen om naar Q School te gaan. Price hield aanvankelijk de boot af. "Ik zei steeds: ik ben rugbyspeler, dat is niets voor mij."
County-darts en Tony O'Shea
Zijn overstap naar serieuzer competitiedarts verliep geleidelijk. Vrijdagavondcompetities, Super League op woensdag, en uiteindelijk County-darts. Maar ook daar stond rugby zijn ontwikkeling in de weg. "Je moest eerst in het B-team spelen om in het A-team te komen, en dat was op zaterdag. Maar ik speelde elke zaterdag rugby, dus ik zei: laat maar."
Tot er op een cruciaal moment een beroep op hem werd gedaan. Zijn team had een overwinning nodig en gooide hem direct in het A-team. Op zondag won hij met een gemiddelde van 84 tegen niemand minder dan Tony O'Shea. "Dat was de enige County-wedstrijd die ik ooit heb gespeeld. Daarna nooit meer."
Op de vraag of hij nerveus was bij die County-wedstrijd, moet Price lachen. "Mijn geheugen is verschrikkelijk, dus ik weet het niet eens meer. Maar ik denk niet dat ik nerveus was. Het was gewoon weer een wedstrijd."
Toch geeft hij toe dat hij wél een specifiek moment kent waarop de spanning toeneemt: de eerste ronde van een toernooi. "Als iemand me wil verslaan, dan is het in de eerste ronde. Dan voel ik me niet echt nerveus, maar wel wat gespannen. Als ik daar doorheen ben, dan voel ik me ontspannen."
Opmerkelijk genoeg speelt hij liever de eerste wedstrijd van een avond dan de laatste. "Geef mij maar zeven uur in plaats van half elf. Dan weet je precies waar je aan toe bent. Als je later speelt, weet je niet hoe wedstrijden ervoor verlopen. Dat maakt voorbereiden lastiger."
Price heeft in de loop der jaren een professionele routine ontwikkeld. Sportschool, vroege nachten, focus op herstel – het staat in schril contrast met zijn beginjaren. "Toen ik net begon, ging ik na een Pro Tour in Barnsley nog wel eens een avondje uit. Nu niet meer. Ik lig vroeg in bed, sta vroeg op en ga naar de gym. Ik ben saai geworden."
Hij benadrukt dat iedereen zijn eigen weg moet vinden. "Voor mij werkt het. Maar ik kan niet tegen iemand anders zeggen dat hij naar de gym moet. Het is net als bij windhonden: de ene moet je elke dag laten lopen, de andere komt van de bank en wint de race."
Inmiddels is hij 40. "Misschien word ik gewoon ouder", zegt hij. "Vroeger vond ik het heerlijk om thuis te komen en een avond op stap te gaan. Nu zit ik gewoon thuis."
De stille man in de kamer
Op het podium is Price aanwezig en toont hij graag zijn emoties. Daarbuiten beschrijft hij zichzelf als introvert. "Als er dertig mensen in een kamer zijn, ben ik waarschijnlijk degene die je het minst hoort. Ik zit achterin." Ook in zijn rugbytijd vermeed hij de schijnwerpers al. "Bij videoanalyses zat ik achterin, want ik wilde niet dat ze me vragen stelden."
De mediadruk bij de PDC was in het begin wennen. "Ik wist niet wat ik moest doen. Nu ben ik eraan gewend. Maar ik blijf liever op de achtergrond."
Zijn partner Bethan speelt een cruciale rol in zijn carrière. Ze leerden elkaar kennen toen Price als 17-jarige werkte in Markham Rugby Club, waar hij vloeren dweilde en glazen spoelde. "Zonder die steun is het een stuk moeilijker. Als ik weg ben, krijg ik alleen maar support. Nooit gezeur."
Hij ziet om zich heen dat gebrek aan steun carrières kan breken. "Er zijn spelers die hun tourkaart zijn kwijtgeraakt omdat ze dat thuis niet hadden. En er zijn spelers die bij verlies geen steun krijgen, maar verwijten. Dat helpt niet."
Wanneer Bethan meereist, merkt hij het verschil. "Pete zegt altijd: als zij erbij is, win je het toernooi. Ze is een goed voorteken. Als zij meegaat, speel ik beter."
Naast darts heeft Price meerdere zakelijke projecten opgezet. Hij investeerde in dartacademies, runt een fish & chips shop en kocht onlangs een boerderij. "Een nieuwe zaak is hard werken, zeker als je niet weet wat je doet in het begin", zegt hij. "Nu weten we wat we doen, maar het blijft zwaar. Als iemand niet op komt dagen of er gaat iets mis terwijl ik op toernooi ben, dan heb ik stress."
Hij bouwde zelfs een aanbouw bij zijn vaders huis voor zijn oma, die uiteindelijk besloot in een verzorgingshuis te blijven. "Dus als iemand een aanbouw zoekt, hij is vrij", grapt hij. Toch verlangt hij naar rust. "Ik heb altijd een kleine boerderij gewild, wat privacy. Maar als je een zaak naast je huis hebt, krijg je mensen die je oprit oplopen. Dat is minder."
Nog tien jaar zeker als prof
Een pensioenplan heeft hij niet, maar één ding is duidelijk: hij blijft voorlopig actief. "Ik heb net voor tien jaar bij Red Dragon getekend. Ik ben er tot mijn vijftigste. Dus ik speel sowieso nog tien jaar." Misschien stopt hij ooit met Pro Tours en European Tours, maar volledig afscheid nemen van darts ziet hij niet gebeuren. "Ik zal altijd demonstraties blijven doen."
De hoofdprijs op het WK bedroeg dit jaar voor het eerst een miljoen pond. Het is een astronomisch bedrag, maar Price blijft er nuchter over. "Een miljoen is veel geld. Maar het zou niets veranderen. Het gaat in de pot. Ik zou er niets geks van kopen. Mijn leven zou hetzelfde blijven."
Volgens hem geldt dat voor meer spelers in de top. "Het verandert Luke niet, het verandert Michael niet. Het is een mooie bonus, maar het verandert je niet als persoon."