Michael van Gerwen greep onlangs voor het eerst in jaren nét naast de play-offs van de
Premier League Darts. Iets wat in de afgelopen jaren niet vaak voorkwam bij de Nederlander. Door twee afzeggingen van diezelfde Van Gerwen en onlangs
Gian van Veen dit jaar werd onlangs de discussie over het huidige reglement rond terugtrekkingen opnieuw aangewakkerd. Want hoe eerlijk is het systeem eigenlijk?
Reglementaire nederlagen met grote gevolgen
Wanneer een speler zich op het laatste moment terugtrekt, krijgt zijn tegenstander een bye naar de halve finales. Dat betekent automatisch een 6-0 overwinning en twee punten. Voor de afwezige speler wordt echter óók een 6-0 nederlaag genoteerd — met alle gevolgen van dien voor het legsaldo.
Dat lijkt een klein detail, maar kan aan het einde van de competitie beslissend zijn. Dit seizoen kregen onder anderen Gian van Veen en Van Gerwen zelf met die situatie te maken, nadat ze door verschillende reden beiden een speelweek moesten missen — Van Gerwen door blessureleed, Van Veen door nierstenen.
In theorie kunnen zij daardoor opnieuw benadeeld worden in de eindstand. Vorig jaar werd Van Gerwen op die manier al getroffen: zijn afmelding voor de speelavond in Berlijn leverde hem een reglementaire 6-0 nederlaag op, en uiteindelijk bleek dat precies het verschil tussen wel of geen play-offs.
'Challengers' blijven discussiepunt
Een alternatief dat regelmatig wordt genoemd, is het inzetten van zogeheten 'Challengers'. Dat systeem werd in 2019 ingevoerd als noodoplossing bij late afmeldingen, maar is sindsdien onderwerp van discussie gebleven.
Hoewel het soms voor memorabele momenten zorgt — denk aan de opvallende walk-on van William O’Connor — is niet iedereen overtuigd.
Gerwyn Price noemde het concept onlangs nog oneerlijk. En die kritiek is te begrijpen: invallers spelen zonder druk en kunnen wel degelijk punten afpakken van de vaste acht deelnemers, wat de competitie scheef kan trekken.
Van Gerwen moest vorig jaar een speelweek overslaan wegens een blessure en liep mede daardoor de play-offs mis.
Op zoek naar een alternatief
O'Connor zelf pleitte vorige week voor een herziening van het format. Hij suggereerde een systeem met vaste reserves — vergelijkbaar met de ATP- en WTA Finals in het tennis. Daar staan reserves stand-by om geblesseerde spelers te vervangen en worden ze betaald, ongeacht of ze daadwerkelijk in actie komen.
Toch is ook dat geen waterdichte oplossing. Voormalig prof
Mark Webster schetste in de
Love The Darts Podcast het dilemma: "Ik begrijp het idee, maar hoe ga je het uitvoeren? Wie nodig je uit? Het niveau ligt anders, dus het blijft geen eerlijke wedstrijd."
Volgens Webster bewees juist het geval rond Van Gerwen dat het huidige systeem tekortschiet: "Het gebeurde vorig jaar en ook dit seizoen een paar keer. Het kan rechtstreeks invloed hebben op wie de play-offs haalt. Bij Van Gerwen was dat overduidelijk."
Tegelijkertijd erkent hij dat spelers in de praktijk weinig te klagen hebben over een bye: "In een ideale wereld wil je iedereen zien spelen in de kwartfinales. Maar geloof me: elke speler kiest voor die bye en twee punten. Altijd."
Publiek versus sportieve eerlijkheid
Ook
Laura Turner mengde zich in de discussie en legde de vinger op een andere gevoelige plek: de beleving voor de fans. Volgens haar wil het publiek simpelweg een volledige avond darts zien — een argument dat vaker door PDC-topman Matt Porter wordt aangehaald.
Maar hoe ver moet je daarin gaan? "We hebben in de
Premier League eerder gewerkt met 'Challengers' en 'Contenders'", aldus Turner. "Maar is het eerlijk als je elke week tegen een andere tegenstander speelt? En wat als zo'n invaller de avond wint — tellen die punten dan volledig mee?"
De kern van het probleem blijft daarmee onveranderd: de balans vinden tussen sportieve rechtvaardigheid en entertainmentwaarde. De PDC staat voor een lastige keuze. Want elke aanpassing aan het format heeft gevolgen — voor de spelers, voor de ranglijst én voor de beleving in de zaal.