Gary Anderson heeft zich opnieuw uitgesproken over het huidige niveau in de professionele dartswereld. De tweevoudig wereldkampioen is ervan overtuigd dat de standaard op het grote podium de afgelopen jaren niet is gestegen, ondanks de opkomst van jonge sensaties als
Luke Littler en Luke Humphries. Volgens de Schot is het verschil met vroeger niet de kwaliteit, maar de kwantiteit.
De inmiddels 55-jarige Anderson, momenteel de nummer zes van de wereld, bereikte onlangs voor de achtste keer in zijn indrukwekkende carrière de halve finale van het
WK Darts. Daarin moest hij uiteindelijk zijn meerdere erkennen in Gian van Veen, een van de talentvolle spelers van de nieuwe generatie. Toch ziet ‘The Flying Scotsman’ geen wezenlijk verschil tussen de toppers van nu en de spelers uit zijn eigen generatie.
Hetzelfde niveau als vroeger
In gesprek met talkSPORT liet Anderson duidelijk weten hoe hij tegen de huidige dartsontwikkeling aankijkt. “Het niveau is niet omhoog gegaan,” stelde hij stellig. “Het is hetzelfde niveau dat wij ‘oude gasten’ nog steeds halen.” Volgens Anderson wordt vaak gedacht dat de sport een enorme kwaliteitsimpuls heeft gekregen, maar die conclusie is volgens hem te simpel.
De Schot legt uit dat er vroeger ook al hoge gemiddelden werden gegooid. “Het verschil is dat er nu veel meer spelers zijn die het kunnen,” aldus Anderson. “Voorheen had je misschien twintig spelers die een gemiddelde van 100 of 105 konden halen. Nu zijn dat er 128.” Daarmee doelt hij op het bredere deelnemersveld dat tegenwoordig in staat is om structureel topdarts te spelen.
Volgens Anderson betekent dit niet dat spelers als Littler of Humphries beter zijn dan de grootheden van vroeger. “Ik zou niet zeggen dat ze beter zijn dan wij, of beter in termen van gemiddelden. Er zijn gewoon meer spelers die die cijfers kunnen gooien.” De professionalisering van de sport, betere trainingsmogelijkheden en meer toernooien hebben volgens hem vooral geleid tot een grotere groep spelers op hoog niveau, niet per se tot een hoger piekniveau.
Naast zijn visie op het spel zelf sprak Anderson ook openhartig over zijn huidige carrièreplanning. Waar jongere spelers vrijwel elk toernooi meepakken, kiest hij tegenwoordig bewuster welke evenementen hij speelt. De reden daarvoor is simpel: het intensieve reisschema van de PDC-tour.
Gary Anderson is de huidige nummer zes van de wereld
Toernooien uitkiezen
“Ja, ik kies mijn toernooien,” gaf Anderson toe. “Het is vooral het reizen. Voor jonge gasten is het geweldig om de hele wereld over te gaan.” Zelf heeft hij dat hoofdstuk inmiddels grotendeels afgesloten. “Ik ben overal geweest en ik heb ervan genoten. Ik heb landen gezien waar ik vroeger alleen maar van kon dromen.”
Toch erkent Anderson dat het leven op tour zwaar kan zijn, zeker voor spelers die ook in de Premier League Darts actief zijn. “Het schema is hectisch. Het is echt zwaar, vooral voor de Premier League-spelers,” aldus de Schot. De combinatie van lange reizen, hoge verwachtingen en constante druk maakt het volgens hem steeds lastiger om op topniveau te blijven presteren.
Ondanks zijn leeftijd en selectieve speelschema blijft Anderson echter een factor van betekenis in het mondiale darts. Zijn recente WK-prestatie bewijst dat ervaring en klasse nog altijd tellen op het hoogste niveau. Bovendien laat zijn uitgesproken mening zien dat hij niet onder de indruk is van hypes, maar kijkt naar harde cijfers en prestaties.