Drie jaar geleden, tijdens een evenement van Target Darts in Stratford, stond hij nog in de schaduw. Een stille jongen van zestien, wat verlegen in een hoekje naast zijn vader. Nauwelijks iemand sprak hem aan. Maar wie goed keek, zag het al: hier stond een fenomeen in wording. Zijn naam? Luke Littler.
Aan de andere kant van de zaal stond een speler die zichzelf toen al tot de besten van de ruimte rekende. Zelfverzekerd, uitgesproken en nooit bang om iets extra’s te doen op het podium.
Scott Williams herinnert zich die dag nog goed. “Mijn maat Joel zei toen al: ‘Die jongen is zó goed.’ Vijf maanden later stond hij in de finale van het WK bij zijn debuut. Dat is toch krankzinnig?”
Williams kan het weten. Hij stond er dichtbij toen Littler nog geen wereldsensatie was, maar simpelweg een extreem getalenteerde tiener.
De beste amateur ter wereld
In 2022 beleefde Williams zelf zijn doorbraakjaar. Zonder
PDC Tour Card, maar met een indrukwekkende reputatie. “Dat was het jaar dat ik een van de beste amateurs ter wereld was,”
vertelt hij. “Ik won de Challenge Tour en doordat ik geen PDC Tour Card had, kon ik overal spelen. MODUS Super Series, Live Lounge, interlands voor Engeland – ik speelde alles.”
Juist bij die interlands kwam hij Littler regelmatig tegen. “Hij was toen een jaar of twaalf, dertien. En zelfs toen al was hij ongelooflijk. Ik liep een zaal binnen met het idee: ik ben hier de beste speler. En dan stond Luke daar, zo van: 'Wie doet mij wat'."
Tijdens de British Internationals in Wales speelden ze samen voor Engeland. Williams gooide een gemiddelde van 99,5 over meerdere wedstrijden. Littler zat daar met 99,2 vlak achter. “Het was close. Maar ik dacht nog steeds: ik ben de beste,” zegt Williams met een grijns. “Dat zou ik nu niet meer zo snel zeggen.”
Onderlinge duels: 1-1
Opvallend: Williams en Littler speelden slechts twee officiële partijen tegen elkaar. De stand? 1-1. “Ik heb hem één keer verslagen. Op een streambord. Ik won volgens mij met 6-3 of 6-4 en haalde zelfs de finale die dag.” Wat hem vooral bijbleef, was niet zijn eigen niveau, maar dat van zijn jonge opponent. “Hij was verschrikkelijk die dag. Echt. Hij had 25 over en het ging helemaal mis. Hij mikte op de vijf en raakte tops. Ging voor dubbel één via drie en gooide een grote zeven. Het zat er mijlenver naast.”
Iedereen kan een offday hebben – zelfs een wonderkind.
Wat Williams onderscheidt, is niet alleen zijn bravoure, maar ook zijn mentale aanpak. Waar veel spelers hun tegenstander scherp in de gaten houden, kijkt Williams juist weg. “Ik kijk nooit als mijn tegenstander aan de beurt is. Ik staar naar de vloer. Als je tien of vijftien seconden kijkt en hij gooit 180 of 140 terwijl jij nog op 200 staat, dan voel je die druk. Als ik niet kijk, weet ik het niet. Dat geeft rust.”
Alleen wanneer hij zelf op een finish staat, neemt hij de score van de ander in ogenschouw. “Als ik het mezelf makkelijker kan maken, dan doe ik dat.”
Dat ‘makkelijker maken’ kan bij Williams overigens een bijzondere vorm aannemen.
Scott Williams is de huidige nummer 44 van de wereld
Tops, tops, tops
“Ik had laatst 120 over,” vertelt hij. “Ik ging tops, tops, tops.” Niet omdat het moest, maar omdat het kon. En omdat hij het eerder had gedaan tegen Dom Taylor, zelfs twee keer in één wedstrijd.
Voor sommigen is dat show. Voor Williams is het de perfecte route. “Mensen noemen het flashy. Maar voor mij is het gewoon de ideale finish.”
Die zelfverzekerde stijl levert hem niet alleen fans op. Ook kritiek hoort erbij.
Het incident met Luke Humphries
Zijn eerste grote tv-optreden kwam tijdens de Grand Slam of Darts, waar hij het opnam tegen
Luke Humphries. Williams had de wedstrijd kunnen winnen – hij had kansen op 2-0 of 3-0 voorsprong – maar verloor uiteindelijk met 5-3.
Na afloop gaf hij Humphries een hand en een knuffel. Achter hem maakte hij, als grap onder vrienden, een obscene vingerbeweging. “Ik dacht er totaal niet bij na. Voor mij was het een grap. Maar ik vergat dat er veertig camera’s op stonden.”
Binnen enkele minuten ontplofte sociale media. Screenshots gingen rond, zonder context. “Ik zat in de taxi naar het hotel en ineens stond alles vol. Twitter, Instagram, overal die ene foto.”
In paniek plaatste Williams een korte verklaring. Humphries reageerde vrijwel direct luchtig: hij had het opgevat als grap. “Dat was mijn redding. Hij begreep het.”
De bond legde hem een boete van 250 pond op – zijn eerste overtreding – maar erkende dat er geen kwade opzet was.
‘Naughty boy’
De dag erna liep Williams de spelersruimte binnen. Michael van Gerwen kon het niet laten: “Scott, you’re a naughty, naughty boy,” grapte hij.
Even later escorteerde Van Gerwen Humphries quasi als bodyguard langs Williams. Er werd gelachen, een knuffel volgde en de zaak was gesloten. Tot München.
Tijdens een toernooi in Duitsland – vermoedelijk de European Tour in München – ging het opnieuw mis. Dit keer niet tijdens de wedstrijd, maar bij het ingooien. Williams hoorde iemand achter hem roepen: “Who scored? F*** you!”
Zijn reactie? Wéér een vinger. Dit keer kostte het hem duizend pond. “Dat was een dure vinger,” zegt hij droogjes. “Maar goed, ik betaal duizend pond nergens anders voor, dat kan ik je vertellen.”
Imago en realiteit
Scott Williams balanceert op een dunne lijn. Aan de ene kant is er zijn bravoure, zijn flair, zijn lef om afwijkende finishes te kiezen. Aan de andere kant zijn er de regels, de camera’s en de publieke opinie.
Toch lijkt hij zich niet te willen verstoppen. Zijn spel is expressief, zijn houding uitgesproken. Maar onder die bravoure schuilt ook een speler met zelfreflectie. Iemand die erkent wanneer een tegenstander – zoals Littler – simpelweg van een andere orde is. “Toen hij zestien was, was hij al geweldig. Nu? Nu is hij angstaanjagend goed.”
De dartswereld is veranderd. Jonge talenten breken eerder door dan ooit. Littler haalde bij zijn WK-debuut direct de finale – een prestatie die de sport op zijn grondvesten deed schudden.
En Williams? Die blijft Williams. Onvoorspelbaar. Soms controversieel. Maar bovenal een speler die het publiek iets wil geven – of dat nu een 120-finish via drie keer tops is, of een glimlach na een opgeblazen rel. In een sport die steeds professioneler en strakker gereguleerd wordt, is hij een herinnering aan het rauwe randje van darts. Aan de persoonlijkheid achter de pijlen.
En ergens, drie jaar na die stille jongen in Stratford, kan hij met recht zeggen dat hij er vroeg bij was. “Hij was toen al goed,” zegt Williams over Luke Littler.
“Maar wat hij nu doet? Dat is buitenaards.”