De enorme doorbraak van Luke Littler heeft de dartwereld voorgoed veranderd. Sinds de jonge Engelsman zich razendsnel tussen de absolute wereldtop nestelde, wordt bij ieder groot jeugdtalent al snel de vraag gesteld wie 'de volgende Littler' kan worden. Voormalig profdarter en analist Matt Edgar houdt de nieuwe generatie nauwlettend in de gaten en heeft vier namen uitgelicht die volgens hem de komende jaren voor veel spektakel kunnen zorgen.
Edgar komt als commentator en speler regelmatig in aanraking met talenten uit verschillende circuits en ziet dat de jeugd steeds vroeger een bijzonder hoog niveau bereikt. Op zijn
YouTube-kanaal Edgar TV Darts wees hij vier spelers aan die er volgens hem momenteel bovenuit steken: Jack Johnson,
Archie Self,
Mitchell Lawrie en Kaya Baysal.
"Er loopt momenteel ontzettend veel jong talent rond", stelt Edgar. "Mensen vragen altijd: kan hij de volgende Luke Littler worden? Littler was iemand die we op dit kanaal ook volgden toen hij door de rankings heen kwam. Misschien hebben we er nu nog een paar."
Jack Johnson maakt op veertienjarige leeftijd al indruk
De jongste naam op Edgars lijst is Jack Johnson. De Engelsman is pas veertien jaar oud, maar beschikt volgens Edgar nu al over cijfers waarmee hij zich op termijn op een veel hoger niveau kan mengen.
Johnson noteert dit jaar een gemiddelde van 82.90. Vooral de betekenis achter dat cijfer valt Edgar op. "Daarmee zit hij net onder het gemiddelde van 6 beurten per leg. Dat is precies waar je moet zitten als je op welk circuit dan ook competitief wilt zijn."
Volgens Edgar vormt dat niveau een belangrijke grens voor spelers die uiteindelijk de stap naar bijvoorbeeld Q-School, de
Challenge Tour of MODUS willen zetten. "Als je in zes beurten kunt uitgooien, heb je een kans op Q-School, de Challenge Tour of MODUS. Wat het ook is, je hebt dan echt de mogelijkheid om titels te pakken."
Johnson heeft bij de JDC al laten zien dat hij wedstrijden kan winnen, maar Edgar is vooral onder de indruk van zijn prestaties tegen sterkere en meer ervaren tegenstanders. "Als Jack Johnson tegen gevestigde spelers speelt, gaat zijn niveau omhoog. We hebben hem op PDC-podia gezien. Hij is niet bang voor het grote podium, niet bang voor het moment en zeker niet bang voor de spelers."
Als voorbeeld noemt hij een duel met Jack Drayton, die al successen boekte bij de MODUS Super Series. Johnson versloeg hem tijdens een ADC Championship in Bradmore met een gemiddelde van 97. "Alles wat ik over deze jongen hoor is positief. Absoluut iemand om in de gaten te houden."
Archie Self beschikt over opvallend veel zelfvertrouwen
Ook Archie Self heeft zich inmiddels nadrukkelijk op Edgars radar gespeeld. De zestienjarige Engelsman werd enkele jaren geleden al aan hem getipt door Connor Scutt. "Connor Scutt wees hem aan en zei tegen mij: 'Let op deze jongen. Deze jongen heeft het.'"
Die voorspelling lijkt steeds meer uit te komen. Self noteert momenteel een seizoensgemiddelde van 86.07, terwijl zijn gemiddelde over de eerste negen pijlen op 95 ligt. Bovendien heeft hij inmiddels zijn eerste Challenge Tour-titel veroverd.
Daar bleef het niet bij. Self won eveneens een ADC Tour Championship en een week bij de MODUS Super Series. Tijdens Champions Week maakte hij vervolgens grote indruk op Edgar, die daar als commentator aanwezig was. "Op een bepaald moment begon ik zelfs te denken dat Archie Self die week kon winnen. Zo goed speelde hij, met zoveel constantheid en kwaliteit."
Zijn potentieel wordt volgens Edgar verder onderstreept door een persoonlijk recordgemiddelde van liefst 111.33. Niet alleen zijn niveau, maar ook zijn uitstraling spreekt Edgar aan.
"Hij is heel relaxed, maar ook een beetje brutaal. Een 'cheeky chappy', net zoals Luke Littler dat was. Hij kiest soms andere routes en heeft het vertrouwen dat hij het op het bord gewoon kan uitvoeren."
Edgar benadrukt daarbij dat Self niet arrogant overkomt. "Hij is zelfverzekerd. Ik vind het echt heel mooi wat ik van Archie Self zie. Een geweldige speler."
Mitchell Lawrie nu al een 'winning machine'
De meest voor de hand liggende naam op het lijstje is volgens Edgar Mitchell Lawrie. De jonge Schot heeft inmiddels een gemiddelde van boven de 90 en zijn scorend vermogen begint zelfs richting het niveau van de betere PDC-profs te gaan.
Zijn gemiddelde over de eerste negen pijlen bedraagt 100.78. Edgar noemt dat een bijzonder belangrijke statistiek. "De eerste negen pijlen zijn de zuiverste weerspiegeling van je scorend vermogen. Met 100. 78 zit hij heel dicht tegen het scorende niveau van een speler uit de top-32 aan. Als je dat scorend vermogen hebt, kun je het redden op de Tour. Absoluut."
Lawrie staat bovendien bovenaan de WDF-ranking en heeft op Lakeside al een WK-finale bij de senioren gespeeld. Op dezelfde dag won hij eerst de wereldtitel bij de jongens, voordat hij in de finale van het hoofdtoernooi verloor van Jimmy van Schie.
Daarnaast won Lawrie een jaar eerder zowel de World Masters als de World Open. "Hij is gewoon een winning machine", aldus Edgar. "Ik kan hier niet eens alle titels gaan opnoemen die hij heeft gewonnen. Sinds zijn eerste titel in Wales is hij dominant geweest bij zowel de mannen als de jeugd."
Edgar doet vervolgens een opvallende vergelijking met Littler. "Mitchell Lawrie heeft op dit punt in zijn carrière meer bereikt dan Luke Littler op hetzelfde moment."
Daarmee wil hij nadrukkelijk niet voorspellen dat Lawrie uiteindelijk ook beter zal worden. "Dat betekent niet dat hij beter gaat worden dan Luke of gaat evenaren wat Luke heeft gedaan. Het betekent dat hij op dit moment in zijn carrière beter speelt en meer wint. Dat zijn veelbelovende signalen dat we mogelijk opnieuw een grote ster op komst hebben."
Lawrie bereikte in december 2025 de finale van het WDF-WK Darts, die hij uiteindelijk met 6-3 in sets verloor van Jimmy van Schie.
Kaya Baysal vinkt volgens Edgar 'alle vakjes' aan
De vierde naam is Kaya Baysal. Edgar stelde zijn video zelfs enige tijd uit omdat hij de zestienjarige eerst persoonlijk aan het werk wilde zien tijdens een toernooi in Kroatië. "Een goede jeugdspeler zijn is één ding en talent hebben is één ding. Maar je hebt ook bepaalde eigenschappen nodig: zelfvertrouwen en het juiste netwerk om je heen. Hij had het allemaal."
Baysal heeft een seizoensgemiddelde van ongeveer 85 en noteert rond de 94 over zijn eerste negen pijlen. Bij zijn debuut op de MODUS Super Series won hij zijn groep en bereikte hij uiteindelijk de finale van de week.
Ook zijn eerste optreden op de
Development Tour maakte indruk. "Hij bereikte bij zijn debuut meteen een Development Tour-finale en schoot direct omhoog op de ranking."
In Kroatië onderstreepte Baysal vervolgens zijn vorm door zeven van de acht toernooien waaraan hij deelnam te winnen. Daar zaten drie titels bij de senioren en vier jeugdtitels tussen. Het absolute hoogtepunt volgde in de finale van de PSK Masters, waarin hij een gemiddelde van 113.86 produceerde.
Volgens Edgar bewijzen spelers als Baysal en Lawrie tegelijkertijd dat er momenteel veel kwaliteit binnen het WDF-circuit rondloopt. Met daarnaast talenten als Ben Townley en James Beeton ziet hij een generatie ontstaan die de komende jaren voor veel nieuwe namen aan de dartstop kan zorgen.
"Er is een eindeloze lijst", besluit Edgar. "Er zijn zoveel gegevens beschikbaar via de ADC en JDC en er breken steeds meer jonge spelers door. Ik zie nu zelfs spelers van twaalf jaar oud die al ongelooflijke gemiddelden en statistieken neerzetten."
Johnson, Self, Lawrie en Baysal zijn volgens Edgar dan ook slechts vier voorbeelden uit een bijzonder talentvolle lichting. Of één van hen daadwerkelijk het uitzonderlijke pad van Littler kan volgen, zal de toekomst moeten uitwijzen. Maar dat de volgende generatie zich al nadrukkelijk aandient, staat voor Edgar buiten kijf.