Hoewel het niveau op de
European Tour de afgelopen jaren aanzienlijk is gestegen, bewees de finale van de
European Darts Open dat ook een eindstrijd zonder vuurwerk de geschiedenisboeken kan halen. De ontmoeting tussen
Krzysztof Ratajski en
Jermaine Wattimena leverde namelijk een opvallende statistiek op. Het gezamenlijke gemiddelde van beide finalisten bleef onder de grens van 90 punten per beurt, iets wat pas voor de veertiende keer is gebeurd sinds de introductie van de European Tour in 2012.
Uitzonderlijke finale
Dat gegeven onderstreept hoe uitzonderlijk de
finale was. Op de European Tour zijn de finales doorgaans van een hoog niveau, waarbij gecombineerde gemiddelden ruim boven de 90 eerder regel dan uitzondering zijn.
De afgelopen jaren werden liefhebbers regelmatig getrakteerd op finales waarin beide spelers gemiddelden van ruim boven de 100 noteerden. Tegen die achtergrond springt de eindstrijd tussen Ratajski en Wattimena er juist uit, al is dat niet vanwege het spectaculaire spel.
De statistieken laten zien dat finales met een gecombineerd gemiddelde onder de 90 uiterst zeldzaam zijn. Sinds de start van de European Tour gebeurde dat slechts dertien keer eerder. De finale van de European Darts Open voegt zich daardoor in een select rijtje wedstrijden waarin beide spelers moeite hadden om hun gebruikelijke niveau te halen. Dat neemt niet weg dat ook dergelijke wedstrijden spannend kunnen zijn. Juist wanneer beide darters kansen laten liggen, ontstaan vaak onvoorspelbare wedstrijden waarin de mentale weerbaarheid een doorslaggevende rol speelt.
Thornton-Huybrechts in 2015 met hoogste gemiddelde
Aan de andere kant van het spectrum staat nog altijd de finale van de European Darts Open in 2015. Robert Thornton en Kim Huybrechts produceerden destijds een van de beste finales die het Europese circuit ooit heeft gezien. Thornton trok uiteindelijk aan het langste eind, maar beide spelers haalden een bijzonder hoog niveau.
Hun gezamenlijke gemiddelde kwam uit op liefst 100,69 en dat is ruim tien jaar later nog altijd het hoogste gecombineerde gemiddelde ooit gemeten in een finale van de European Darts Open. De wedstrijd geldt nog steeds als een voorbeeld van het topniveau dat op het circuit mogelijk is.
Het contrast met de finale van dit jaar is dan ook groot. Waar Thornton en Huybrechts elkaar in 2015 voortdurend naar een hoger niveau tilden, slaagden Ratajski en Wattimena er niet in om hun beste spel op het podium te laten zien. Toch zegt een gemiddelde niet alles over de waarde van een wedstrijd. Onder druk van een finale tellen uiteindelijk vooral de legs op het scorebord en niet de gemiddelden achteraf.
Onderaan de historische ranglijst staat nog altijd de finale van de Dutch Darts Masters in 2012. Simon Whitlock en Paul Nicholson speelden destijds een wedstrijd die statistisch gezien de zwakste finale uit de geschiedenis van de European Tour is. Whitlock noteerde een gemiddelde van 87,50, terwijl Nicholson bleef steken op 74,49. Samen kwamen zij uit op een gecombineerd gemiddelde van afgerond 81 punten per beurt, een record dat tot op de dag van vandaag nog altijd overeind staat.
Paul Nicholson gooide een bijzonder laag gemiddelde op de European Tour
De finale tussen Ratajski en Wattimena komt dus niet in de buurt van dat historische dieptepunt, maar behoort wel tot de zeldzame finales waarin beide spelers gezamenlijk onder de grens van 90 bleven.
Daarmee krijgt de eindstrijd alsnog een bijzonder plekje in de statistieken van de European Tour. Niet vanwege een recordprestatie op het gebied van kwaliteit, maar juist omdat zulke finales nauwelijks voorkomen. Het laat zien dat darts onvoorspelbaar blijft en dat zelfs op het hoogste niveau niet iedere finale uitmondt in een waar scoringsfestijn.