Vanuit Duits perspectief lieten
Niko Springer en
Martin Schindler tijdens de
European Darts Open in Leverkusen twee totaal verschillende indrukken achter. Beide spelers werden uitgeschakeld, maar slechts ƩƩn van hen kon ondanks de nederlaag met opgeheven hoofd het podium verlaten.
Springer speelde op zijn 26e verjaardag een sterke wedstrijd en noteerde een gemiddelde van bijna 103. Tegen Gian van Veen bleek dat uiteindelijk niet voldoende, omdat hij zich in de eerste twee legs op de dubbels tekortdeed. Juist daar werd het verschil gemaakt. De Duitser was qua spel volledig de gelijke van Van Veen, maar liet de beslissende kansen onbenut.
Toch hoeft Springer deze nederlaag niet als een stap terug te zien. Sinds zijn entree op de ProTour laat hij steeds vaker zien dat hij ook met de sterkste spelers van zijn generatie kan wedijveren. Zijn drie titels op de Development Tour kwamen niet uit de lucht vallen. Aan zijn constante niveau en zijn rendement op de dubbels zal hij nog moeten werken, maar zijn potentie is overduidelijk.
Schindler stelt teleur en roept vragen op richting World Matchplay
Voor Martin Schindler ligt de situatie anders. Een gemiddelde van minder dan 80 en een duidelijke 6-3 nederlaag tegen Kevin Doets is voor de Duitse nummer ƩƩn simpelweg onvoldoende. Zeker met de
World Matchplay voor de deur komt deze prestatie op een uiterst ongelukkig moment.
'The Wall' heeft in zijn carriĆØre al vaker tegenslagen overwonnen. Nadat hij in 2020 zijn Tour Card verloor, vocht hij zich knap terug en groeide hij uiteindelijk uit tot de beste darter van Duitsland. Met zijn eerste PDC-titel tijdens de International Darts Open van 2024 bewees Schindler bovendien dat hij ook op het hoogste podium toernooien kan winnen.
Juist daarom viel zijn optreden in Leverkusen tegen. Schindler oogde ver verwijderd van zijn beste vorm en slaagde er nauwelijks in Kevin Doets onder druk te zetten. Dat hoeft niet direct te worden overdreven, maar het zorgt in aanloop naar de World Matchplay wel voor de nodige vraagtekens.