De British Darts Organisation (BDO) was bijna een halve eeuw een van de belangrijkste organisaties in de dartswereld. Wat in 1973 begon als een initiatief van Olly Croft, groeide uit tot de organisatie achter het wereldkampioenschap dat jarenlang de absolute top van de sport samenbracht. In 2020 liep het na jaren van wanbeleid echter compleet mis en werd de organisatie opgedoekt.
Legendarische spelers als Eric Bristow, John Lowe, Raymond van Barneveld en Phil Taylor werden groot in een tijd waarin de BDO een centrale rol speelde in het internationale darts. Maar achter de successen en de historische finales ging ook een verhaal schuil van conflicten, gemiste kansen en een steeds groter wordende concurrent. De oprichting van de Professional Darts Corporation (PDC) in de jaren negentig veranderde de sport voorgoed. Terwijl de PDC uitgroeide tot het commerciële uithangbord van het professionele darts, verloor de BDO geleidelijk haar grootste sterren, haar televisiezendtijd en uiteindelijk ook haar financiële slagkracht. In september 2020 kwam er een einde aan een organisatie die 47 jaar lang haar stempel op de sport had gedrukt.
Olly Croft legt de basis voor een nieuwe dartsorganisatie
De geschiedenis van de BDO begint op 7 januari 1973. Op die dag richtte Olly Croft de British Darts Organisation op. De Engelsman zou bijna vier decennia lang het gezicht van de organisatie blijven en groeide uit tot een van de invloedrijkste bestuurders in de geschiedenis van het darts.
Voor de oprichting van de BDO werd het Britse dartslandschap voornamelijk georganiseerd door de National Darts Association of Great Britain (NDAGB). Croft wilde de organisatie van de sport verder professionaliseren en de verschillende competities en regionale structuren beter op elkaar afstemmen.
De BDO groeide geleidelijk uit tot een organisatie met 66 aangesloten counties. Ze hield zich niet uitsluitend bezig met de absolute top, maar organiseerde ook competities voor amateurspelers, semiprofessionals en jeugdspelers. Daarmee speelde de bond een belangrijke rol in de ontwikkeling van het darts op alle niveaus.
Ook op organisatorisch vlak drukte Croft zijn stempel op de sport. De BDO legde de standaardafmetingen van het dartbord en de werpafstand vast die vandaag nog altijd worden gebruikt. Daarnaast was de organisatie een van de oprichters van de World Darts Federation (WDF), die in 1976 werd opgericht.
De BDO wilde echter meer dan alleen een structuur bieden voor lokale competities. Croft zag ook mogelijkheden om darts uit te bouwen tot een sport die een groot televisiepubliek kon bereiken.
In de jaren zeventig kreeg darts steeds meer aandacht op de Britse televisie. Wedstrijden verschenen op de BBC en ITV, waardoor de beste spelers stilaan bekende gezichten werden. Met de organisatie van grotere toernooien ontstond bovendien de mogelijkheid om prijzengeld en sponsordeals aan de sport te verbinden.
Een belangrijk moment volgde in 1978, toen de BDO het eerste World Professional Darts Championship organiseerde. Daarmee kreeg het darts een officieel wereldkampioenschap dat de beste spelers van die periode samenbracht.
Het toernooi groeide uit tot het belangrijkste evenement op de kalender en zou uiteindelijk het gezicht van de BDO worden.
Het wereldkampioenschap groeit uit tot een instituut
Het eerste wereldkampioenschap werd in 1978 gehouden in de Hearts of Mildlands Club in Nottingham. De Welshman Leighton Rees kroonde zich tot wereldkampioen door in de finale John Lowe met 11-7 in legs te verslaan. Rees kreeg voor zijn wereldtitel een cheque van 3000 pond, verliezend finalist Lowe moest zich tevreden stellen met iets meer dan de helft van dat bedrag.
Daarna verhuisde het toernooi naar Stoke-on-Trent. waar Eric Bristow zijn eerste drie van in titaal vijf wereldtitels zou veroveren.
In 1986 zijn nam het WK zijn intrek in de Lakeside Country Club in Frimley Green. Die locatie zou vervolgens meer dan drie decennia lang onlosmakelijk verbonden blijven met het wereldkampioenschap.
Dankzij de sponsoring van tabaksmerk Embassy stond het toernooi jarenlang bekend als het Embassy World Professional Darts Championship. Die samenwerking duurde tot en met 2003, toen tabaksreclame bij sportevenement in het Verenigd Koninkrijk verboden werd. Vanaf 2004 werd de naam Lakeside World Professional Darts Championship aangenomen.
Het wereldkampioenschap werd een vaste afspraak voor dartsfans. In tegenstelling tot veel moderne sportevenementen vond het plaats in een relatief kleine zaal, waar de spelers dicht bij het publiek stonden. Die intieme sfeer, gecombineerd met de spanning van wedstrijden over meerdere sets, gaf het toernooi een eigen karakter.
Lakeside werd een podium waarop spelers hun naam konden vestigen. Ook al was het 'slechts' het officieuze WK, de BDO was immers aangesloten bij de World Darts Federation dat zelf een World Cup organiseerde, toch bestond er in de dartswereld nooit twijfel over: dit werd aanzien als het enige échte WK. De wereldtitel was de belangrijkste prijs in het professionele darts en de winnaar mocht zich een jaar lang wereldkampioen noemen.
De BDO speelde daarmee een cruciale rol in de groei van de sport. Het wereldkampioenschap bood darters een doel om naartoe te werken en gaf sponsors en televisiezenders een evenement waaraan ze hun naam konden verbinden.
Ook de World Masters, die in 1974 voor het eerst werd georganiseerd, groeide uit tot een belangrijk toernooi. Samen met het wereldkampioenschap vormde het een van de pijlers van de BDO-kalender.
De organisatie was in die periode veel meer dan een bond die wedstrijden regelde. Ze was het centrale aanspreekpunt voor het internationale topdarts en bepaalde grotendeels welke spelers op het hoogste podium verschenen.
Maar juist toen de sport steeds populairder werd, ontstond een probleem dat de toekomst van de BDO uiteindelijk drastisch zou veranderen.
Olly Croft met Andy Fordham en zijn vrouw
De gloriedagen met grote namen
In de jaren zeventig en tachtig groeide darts uit tot een populaire televisiesport. De beste spelers werden bekend bij het grote publiek en het wereldkampioenschap leverde regelmatig spannende finales op.
Namen als Eric Bristow, John Lowe en Jocky Wilson groeiden uit tot iconen. Zij maakten deel uit van een generatie die het darts op de kaart zette en ervoor zorgde dat de sport een vaste plaats kreeg in de Britse sportcultuur.
Bristow, bijgenaamd ‘The Crafty Cockney’, was een van de grote sterren van die periode. Zijn successen en uitgesproken persoonlijkheid maakten hem bijzonder populair. Na zijn drie titels in de West Midlands Club zou hij ook nog twee wereldtitels veroveren op Lakeside. Lowe stond dan weer bekend om zijn rustige uitstraling en zijn uitzonderlijke technische kwaliteiten.
Ook spelers als Bob Anderson, Dennis Priestley en later Phil Taylor zouden een belangrijke rol spelen in de verdere geschiedenis van het darts. Taylor veroverde zijn eerste twee wereldtitels bij de BDO, nadien volgden er nog veertien bij de PDC wat hem tot recordhouder aller tijden deed uitgroeien.
De populariteit van de sport leverde de BDO mogelijkheden op om grotere evenementen te organiseren en commerciële samenwerkingen aan te gaan. Professionele darters konden dankzij televisieoptredens en sponsordeals steeds vaker geld verdienen met hun sport.
Phil Taylor veroverde zijn eerste twee wereldtitels bij de BDO
Toch bleek die groei kwetsbaar. Aan het einde van de jaren tachtig verdween darts grotendeels van de grote Britse televisiezenders. Waar eerder verschillende toernooien werden uitgezonden, bleef uiteindelijk vooral het wereldkampioenschap over.
Dat had verstrekkende gevolgen. Minder televisieaandacht betekende minder zichtbaarheid voor sponsors en minder mogelijkheden voor spelers om een volwaardige professionele carrière uit te bouwen.
Voor de BDO was het een cruciaal moment. De organisatie had de sport helpen populariseren, maar slaagde er niet in om de televisieaandacht op het niveau van de voorgaande jaren te houden.
Bij de spelers groeide ondertussen de onvrede. Zij vonden dat er te weinig werd gedaan om nieuwe toernooien te creëren, sponsors aan te trekken en de professionele mogelijkheden van het darts uit te breiden.
De spanningen met de leiding van de BDO namen toe. Vooral de houding van Olly Croft tegenover de eisen van de topspelers zou uiteindelijk tot een historische breuk leiden.
De splitsing die het darts voorgoed veranderde
Aan het begin van de jaren negentig kwam het tot een conflict tussen de BDO en een groep prominente darters. Die spelers wilden meer professionele toernooien, meer televisieaandacht en betere financiële voorwaarden.
In januari 1992 richtte een groep spelers de World Darts Council (WDC) op. Onder hen bevonden zich zestien professionele darters, waaronder vrijwel alle nog actieve voormalige wereldkampioenen. De nieuwe organisatie wilde zelf evenementen organiseren en de commerciële mogelijkheden van het darts beter benutten.
De spelers kregen daarmee een alternatief voor het bestaande systeem van de BDO. Hun initiatief leidde echter tot een langdurige strijd over de zeggenschap binnen de sport.
De BDO accepteerde de afscheiding niet zomaar. Het conflict escaleerde toen de rebellerende spelers in januari 1993 aankondigden dat zij alleen nog aan het wereldkampioenschap van 1994 wilden deelnemen als het onder de vlag van de WDC zou worden georganiseerd. De BDO reageerde door de spelers uit te sluiten van haar toernooien. Daarmee was de breuk een feit.
Het wereldkampioenschap van 1993 werd het laatste dat nog door alle topspelers gezamenlijk werd betwist. John Lowe veroverde toen zijn derde en meteen ook laatste wereldtitel door in de finale Alan Warriner te verslaan. Vanaf 1994 organiseerden de twee organisaties ieder hun eigen wereldkampioenschap.
De WDC veranderde later haar naam in de Professional Darts Corporation (PDC). De organisatie wilde niet langer de algemene bestuursorganisatie van het darts zijn, maar richtte zich op de ontwikkeling en promotie van professioneel topdarts.
De juridische strijd tussen beide partijen duurde jaren. Uiteindelijk moest de BDO erkennen dat spelers vrij waren om te kiezen voor welke organisatie zij wilden uitkomen. De PDC kreeg daarmee een vaste plaats in het dartslandschap. De gevolgen waren enorm. De sport had voortaan twee wereldkampioenschappen en twee afzonderlijke circuits.
Voor de fans betekende dit dat de beste spelers niet langer allemaal op hetzelfde podium te bewonderen waren. Voor de BDO betekende het dat ze haar positie als enige organisatie achter het wereldkampioenschap verloor.
De splitsing was zonder twijfel een van de belangrijkste keerpunten in de geschiedenis van het darts. Ze creëerde een concurrent die de BDO uiteindelijk op vrijwel alle commerciële vlakken voorbij zou steken.
John Lowe werd de laatste wereldkampioen voor de PDC ontstond
De PDC groeit, de BDO verliest terrein
Na de splitsing moesten beide organisaties hun eigen weg zoeken. De BDO behield haar bestaande toernooien, haar countystructuur en het wereldkampioenschap in Lakeside. De PDC begon ondertussen te investeren in een groter professioneel circuit.
De PDC organiseerde steeds meer toernooien en slaagde erin om nieuwe televisiecontracten en sponsors aan te trekken. Daardoor konden spelers meer prijzengeld verdienen en ontstond een aantrekkelijker perspectief voor wie van darts zijn beroep wilde maken.
Het verschil tussen beide organisaties werd geleidelijk groter. Voor veel darters was de keuze uiteindelijk duidelijk. Wie op het hoogste niveau wilde spelen en de grootste financiële mogelijkheden zocht, trok steeds vaker naar de PDC.
De BDO bleef wel een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van talent. Spelers konden er ervaring opdoen, nationale en internationale toernooien spelen en zich in de kijker werpen bij de grotere organisaties.
Toch ontstond daardoor een structureel probleem: de BDO leidde spelers op die vervolgens naar de concurrent vertrokken zodra ze de kans kregen. Een van de bekendste voorbeelden was Raymond van Barneveld. De Nederlander groeide uit tot een van de grootste sterren in de geschiedenis van de BDO. Hij won vier wereldtitels bij de organisatie en hielp het darts in Nederland enorm populair te maken.
In 2006 maakte Van Barneveld de overstap naar de PDC. Hij wilde zich meten met de beste spelers ter wereld, onder wie Phil Taylor. Zijn overstap was een enorme opsteker voor de PDC en een gevoelige klap voor de BDO.
Een jaar later volgden onder anderen Michael van Gerwen, Jelle Klaasen en Vincent van der Voort. Daarmee verloor de BDO opnieuw enkele van de grootste Nederlandse talenten.
Ook verschillende Britse en internationale sterren maakten de overstap. Gary Anderson, Mark Webster, Simon Whitlock en Robert Thornton gingen de BDO op verschillende momenten verlaten.
In 2014 volgde Stephen Bunting, die kort daarvoor nog wereldkampioen bij de BDO was geworden. In 2019 maakte Glen Durrant dezelfde keuze nadat hij drie opeenvolgende wereldtitels bij de BDO had gewonnen.
Het vertrek van zulke spelers verzwakte het deelnemersveld en maakte het moeilijker om de aantrekkingskracht van de BDO-evenementen te behouden.
Toch bleef de organisatie voor veel darters een belangrijke springplank. De BDO bood ruimte aan spelers die nog niet klaar waren voor de PDC of die hun carrière op een andere manier wilden uitbouwen.
Dat de BDO jarenlang talent bleef voortbrengen, stond buiten kijf. Het probleem was dat ze steeds minder in staat was om dat talent langdurig aan zich te binden.
Olly Croft verliest uiteindelijk de macht
Hoewel Olly Croft jarenlang het gezicht van de BDO was geweest, groeide ook binnen de organisatie de onvrede over het gevoerde beleid.
In de jaren na de splitsing werd de kritiek steeds luider. Er kwamen onvoldoende nieuwe televisietoernooien bij, de commerciële groei bleef achter en de kloof met de PDC werd steeds groter.
In 2011 kwam het tot een belangrijke machtsverschuiving. Tijdens de algemene vergadering van de BDO verloren vrijwel alle zittende bestuursleden hun positie. Ook Croft moest het veld ruimen, waarmee een einde kwam aan zijn periode als de dominante figuur binnen de organisatie.
Het vertrek van Croft betekende het einde van een tijdperk. Hij had de BDO vanaf de oprichting geleid en speelde een doorslaggevende rol in de ontwikkeling van het darts in Groot-Brittannië.
Zijn nalatenschap bleef echter onderwerp van discussie. Enerzijds had hij een organisatie opgebouwd die het wereldkampioenschap mogelijk maakte en de sport op televisie bracht. Anderzijds werd zijn aanpak door critici gezien als te weinig flexibel en onvoldoende gericht op de veranderende behoeften van de professionele spelers.
De wereld van het darts was inmiddels veranderd. De PDC werkte steeds professioneler en investeerde in commerciële groei, terwijl de BDO moeite had om haar positie te behouden.
Na het vertrek van Croft kreeg de organisatie niet de nieuwe impuls waarop velen hadden gehoopt. De problemen rond inkomsten, sponsors en televisieaandacht bleven bestaan.
De BDO had een rijke geschiedenis, maar die geschiedenis bleek niet voldoende om haar toekomst veilig te stellen.
Een nieuwe zware klap volgde in 2016, toen de BBC besloot haar samenwerking met het BDO-wereldkampioenschap niet voort te zetten. Daarmee kwam een einde aan een relatie van 38 jaar tussen de omroep en het toernooi. De BBC koos ervoor haar dartsaanbod te verleggen naar een nieuw evenement van de PDC, de Champions League of Darts.
Voor de BDO was het verlies van de BBC bijzonder pijnlijk. Het wereldkampioenschap had decennialang een vaste plaats op de Britse televisie gehad en was voor veel kijkers synoniem geworden met darts.
Na het vertrek van de BBC werden de edities van 2017 en 2018 uitgezonden door Channel 4 en BT Sport. Vanaf 2019 was het toernooi te zien op Quest en Eurosport.
Hoewel er dus nog televisiedekking was, ontbrak het aan de brede zichtbaarheid die de BBC jarenlang had geboden. Dat maakte het moeilijker om nieuwe sponsors aan te trekken en het grote publiek te bereiken.
De PDC profiteerde ondertussen van haar groeiende commerciële slagkracht. Haar wereldkampioenschap bood steeds grotere prijzengelden en trok meer aandacht van televisiezenders en sponsors.
Het contrast tussen beide organisaties werd daardoor steeds duidelijker. Waar de PDC haar positie als het belangrijkste professionele circuit versterkte, vocht de BDO om haar bestaande evenementen en inkomstenbronnen te behouden.
De financiële problemen werden steeds moeilijker te verbergen. Het wereldkampioenschap bleef een prestigieus evenement, maar de organisatie erachter had steeds minder ruimte om tegenvallers op te vangen.
Top 5 van spelers met de meeste BDO-wereldtitels
Speler
Aantal BDO-wereldtitels
Jaren
Eric Bristow
5
1980, 1981, 1984, 1985, 1986
Raymond van Barneveld
4
1998, 1999, 2003, 2005
John Lowe
3
1979, 1987, 1993
Martin Adams
3
2007, 2010, 2011
Glen Durrant
3
2017, 2018, 2019
Het rampjaar 2019
In 2019 stapelden de problemen zich verder op. Een van de meest schadelijke incidenten vond plaats tijdens de World Masters, een van de belangrijkste toernooien op de BDO-kalender.
Veranderingen in de kwalificatieprocedure leidden tot verwarring bij spelers. Sommige deelnemers bleken niet correct geregistreerd te zijn, terwijl anderen niet op de hoogte waren van de nieuwe vereisten. Ook de loting verliep chaotisch en er werden namen gebruikt die niet overeenkwamen met echte deelnemers.
De gebeurtenissen leidden tot grote kritiek op de organisatie. De World Darts Federation (WDF) reageerde door de BDO terug te zetten naar de status van geassocieerd lid en aan te kondigen dat ze BDO-toernooien niet langer zou erkennen. De WDF verwees daarbij naar overtredingen van de regels en wijzigingen in de loting tijdens de competitie.
Dat was een bijzonder zware klap voor een organisatie die haar internationale positie al grotendeels had verloren aan de PDC. De problemen waren bovendien niet uitsluitend organisatorisch. Ook financieel ging het steeds slechter.
De BDO had moeite om voldoende inkomsten te genereren en slaagde er niet in om voor het wereldkampioenschap van 2020 een nieuwe sponsor te vinden. De kaartverkoop bleef ver achter bij de verwachtingen en het prijzengeld kwam daardoor onder grote druk te staan.
Bovendien had de organisatie besloten om het wereldkampioenschap na 33 jaar niet langer in Lakeside te houden. De editie van 2020 verhuisde naar de Indigo-zaal in het Londense O2-complex. De verhuizing moest een nieuwe start betekenen, maar kon de structurele problemen niet oplossen.
Wayne Warren wint het laatste wereldkampioenschap
Het wereldkampioenschap van 2020 werd uiteindelijk het laatste dat onder de vlag van de BDO zou worden georganiseerd. Kort voor de start van het toernooi maakte voorzitter Des Jacklin bekend dat het prijzengeld aanzienlijk moest worden verlaagd. Er was geen nieuwe sponsor gevonden en slechts een klein deel van de beschikbare tickets was verkocht.
De aankondiging veroorzaakte grote onvrede onder de spelers. Zij hadden zich voorbereid op een wereldkampioenschap zonder te weten hoeveel geld er uiteindelijk te verdienen viel.
De gevolgen waren aanzienlijk. Wayne Warren won het mannentoernooi, maar ontving voor zijn wereldtitel slechts 23.000 pond. Dat was een daling van ongeveer 77 procent ten opzichte van het prijzengeld dat de winnaar een jaar eerder had gekregen.
Ter vergelijking: Peter Wright verdiende 500.000 pond met zijn overwinning op het PDC-wereldkampioenschap van 2020. Het verschil onderstreepte hoe ver de twee organisaties financieel uit elkaar waren gegroeid.
Ook bij de vrouwen ontstond onvrede over de financiële situatie. Fallon Sherrock, die in 2019 geschiedenis had geschreven door twee wedstrijden te winnen op het PDC-wereldkampioenschap, trok zich terug uit het BDO-toernooi uit protest tegen de verlaging van het prijzengeld.
De editie van 2020 kende dus niet alleen financiële problemen, maar ook een gebrek aan vertrouwen in de organisatie. Desondanks werd het toernooi afgewerkt. Wayne Warren versloeg zijn landgenoot Jim Williams in de finale en schreef daarmee geschiedenis als de laatste mannelijke wereldkampioen van de BDO.
Het was een bijzonder wrange afsluiting van een evenement dat decennialang tot de hoogtepunten van het darts had behoord. Warren had een wereldtitel gewonnen, maar de organisatie die hem die titel had bezorgd, stond op instorten.
Wayne Warren, de laatste BDO-wereldkampioen
Des Jacklin en de definitieve ondergang
Des Jacklin, echtgenoot van speelster Paula Jacklin, was in de laatste periode van de BDO het gezicht van de organisatie. Hij kreeg de taak om de bond door een moeilijke fase te loodsen, maar de financiële problemen bleken uiteindelijk te groot.
In maart 2020 kondigde Jacklin zijn vertrek aan als directeur, voorzitter en algemeen directeur. Hij had eerder al gewaarschuwd voor de gevolgen van de slechte kaartverkoop en het uitblijven van sponsorgeld. De organisatie slaagde er niet in om haar financiële situatie structureel te verbeteren.
Jacklin kwam amper een maand later toch opnieuw aan het roer te staan. In september 2020 ging de BDO uiteindelijk in liquidatie. Daarmee kwam na 47 jaar een einde aan de organisatie die in 1973 door Olly Croft was opgericht.
Het was een dramatisch slot voor een bond die ooit het absolute middelpunt van het professionele darts was geweest. De problemen hadden zich jarenlang opgebouwd: het verlies van televisiezendtijd, het vertrek van topspelers, het gebrek aan commerciële groei en de organisatorische fouten in de laatste jaren.
De ondergang betekende niet dat het darts in Groot-Brittannië verdween. De United Kingdom Darts Association (UKDA) nam een belangrijke rol over in de organisatie van het county-darts, terwijl de WDF verderging met internationale competities en later opnieuw een eigen wereldkampioenschap organiseerde.
Maar de BDO zelf was niet meer.
Des Jacklin was de laatste BDO-voorzitter
Iconische wedstrijden
De BDO en dan vooral het WK op Lakeside leverde door de jaren heen tal van historische wedstrijden op. Een keuze maken uit al die memorabele duels is bijzonder moeilijk, maar wij pikken er drie uit die een blijvende indruk hebben nagelaten.
Om te beginnen is er de WK-finale van 1992 tussen Phil Taylor en Mike Gregory. Beide Engelsen maakten er een ware thriller van, met hoge scores en indrukwekkende finishes. De wedstrijd moest uiteindelijk in de beslissende elfde set worden beslist, waarin een tiebreak de doorslag moest geven. Gregory kreeg meerdere kansen om de wereldtitel binnen te halen, maar liet die onbenut. Hij miste twee matchdarts op dubbel 8, vervolgens twee op tops en daarna nog eens twee op dubbel 10. Daarmee werd hij de eerste speler die in een WK-finale matchdarts op een dubbel miste en uiteindelijk toch naast de wereldtitel greep. Dat gebeurde pas in 2018 opnieuw, toen Mark McGeeney in de finale van het BDO-WK tegen Glen Durrant eveneens kansen op de titel onbenut liet.
Taylor profiteerde optimaal van de gemiste kansen van zijn landgenoot en dwong een sudden-death-leg af. Daarin hield hij het hoofd koel en trok hij alsnog aan het langste eind. Zo veroverde hij zijn tweede wereldtitel. Zijn gemiddelde van 97,58 in de finale bleef bovendien een record voor een finale van het BDO-WK, een prestatie die tot het einde van het toernooi in 2020 overeind bleef.
Ook de WK-finale van 2006 mag in dit overzicht uiteraard niet ontbreken. Het was de eerste en tot op heden enige volledig Nederlandse finale op het BDO-WK, en zelfs de enige volledig Nederlandse finale op een WK darts. Raymond van Barneveld nam het daarin op tegen de pas 21-jarige Jelle Klaasen, die bij zijn debuut op Lakeside meteen voor een enorme stunt zorgde.
Van Barneveld begon als uitgesproken favoriet aan de finale. De Nederlander jaagde op zijn vijfde wereldtitel bij de BDO en had al vier keer eerder de trofee omhoog mogen tillen. In aanwezigheid van zijn grote idool Eric Bristow leek alles klaar voor een nieuwe triomf van 'Barney'. Het liep echter helemaal anders. Klaasen speelde onbevangen en wist de ervaren wereldkampioen met 7-5 in sets te verslaan. Voor Van Barneveld draaide de finale uit op een enorme teleurstelling, terwijl Klaasen zich op amper 21-jarige leeftijd tot wereldkampioen kroonde.
Met die overwinning schreef Klaasen geschiedenis. Hij werd na Van Barneveld pas de tweede Nederlander die de wereldtitel bij de BDO wist te veroveren. Naast Van Barneveld en Klaasen voegde Kist zich in 2012 bij dat rijtje Nederlandse winnaar door in de WK-finale Tony O'Shea met 7-5 te verslaan. Voor Van Barneveld betekende de nederlaag het einde van een tijdperk: het was zijn laatste WK-deelname bij de BDO. Kort daarna maakte hij de overstap naar de PDC, waar hij zijn carrière op het hoogste niveau voortzette en later nog een wereldtitel zou veroveren.
Jaar
Nederlandse winnaar
Tegenstander in de finale
Uitslag
1998
Raymond van Barneveld
Richie Burnett
6-5
1999
Raymond van Barneveld
Ronnie Baxter
6-5
2003
Raymond van Barneveld
Ritchie Davies
6-3
2005
Raymond van Barneveld
Martin Adams
6-2
2006
Jelle Klaasen
Raymond van Barneveld
7-5
2012
Christian Kist
Tony O'Shea
7-5
en jaar later volgde op Lakeside een finale die de geschiedenisboeken inging als een van de meest krankzinnige wedstrijden ooit op het BDO-WK. Martin Adams nam het in 2007 op tegen Phil Nixon en leek lange tijd op weg naar een bijzonder eenvoudige wereldtitel. Adams, die eerder al WK-finales had verloren van Raymond van Barneveld, bouwde een comfortabele 6-0-voorsprong in sets uit. Niemand in de Lakeside Country Club leek nog te twijfelen aan de afloop. De voorbereidingen voor de trofee-uitreiking konden bijna beginnen.
Maar Nixon dacht daar anders over. De Engelsman begon aan een fenomenale comeback en knokte zich set na set terug in de wedstrijd. Het werd 6-1, vervolgens 6-2, 6-3, 6-4 en 6-5. Toen Nixon ook de twaalfde set naar zich toetrok, stond het plotseling 6-6. Het publiek in Lakeside kon nauwelijks geloven wat het zag: een finale die al lang beslist leek, was helemaal opnieuw opengebroken.
Toch slaagde Adams er op het beslissende moment in om zijn zenuwen onder controle te houden. In de slotset maakte hij alsnog het verschil en stelde hij zijn eerste wereldtitel veilig. Voor 'Wolfie' was het een bijzonder emotionele overwinning, die het begin vormde van een indrukwekkende reeks. Adams zou later nog twee wereldtitels veroveren, in 2010 en 2011, en zich zo definitief vestigen als een van de grote namen uit de BDO-geschiedenis.
Een nalatenschap die blijft voortleven
De geschiedenis van de BDO laat zich niet uitsluitend samenvatten als een verhaal van mislukking. De organisatie heeft bijna een halve eeuw lang een fundamentele bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het darts.
Ze bracht het eerste professionele wereldkampioenschap tot stand, hielp de spelregels standaardiseren en bood generaties spelers de kans om zich op het hoogste niveau te bewijzen.
Zonder de BDO zou het dartslandschap er vandaag ongetwijfeld anders uitzien. Veel van de grootste namen uit de geschiedenis van de sport maakten hun naam in de BDO-periode, voordat ze eventueel de overstap naar de PDC maakten.
Tegelijkertijd toont haar ondergang hoe gevaarlijk het kan zijn wanneer een sportorganisatie onvoldoende meebeweegt met veranderingen in de markt. De PDC begreep dat professionele darters meer toernooien, hogere prijzengelden en een groter commercieel platform nodig hadden. De BDO slaagde er niet in om daarop een overtuigend antwoord te bieden.
De splitsing van de jaren negentig was daarbij het beslissende keerpunt. Vanaf dat moment moest de BDO concurreren met een organisatie die steeds meer financiële middelen en televisieaandacht naar zich toetrok.
Het verlies van grote spelers maakte het moeilijker om die concurrentie vol te houden. Toen vervolgens ook de BBC afhaakte en de financiële problemen zich opstapelden, werd het voortbestaan van de bond steeds onzekerder.
Het laatste wereldkampioenschap in 2020 vormde uiteindelijk een passend tragisch slotstuk: een kampioen die zijn droom waarmaakte, maar daarvoor veel minder kreeg dan zijn voorgangers, terwijl de organisatie achter het evenement haar laatste adem uitblies.
De BDO is verdwenen, maar haar invloed op de sport blijft zichtbaar. De traditie van het wereldkampioenschap, de herinneringen aan Lakeside en de carrières van talloze kampioenen maken deel uit van de geschiedenis van het darts.
Wat begon als het initiatief van Olly Croft groeide uit tot een instituut. Dat instituut slaagde er uiteindelijk niet in zichzelf te vernieuwen, maar het legde wel een belangrijk deel van de basis waarop het moderne professionele darts verder kon bouwen.
Bram Coenen is sinds 2018 redacteur bij Dartsnieuws.com, waar hij zich richt op nieuwsartikelen, wedstrijdverslagen en achtergrondstukken over het professionele darts. Binnen de redactie draagt hij bij aan de dagelijkse berichtgeving rond internationale PDC-toernooien en andere belangrijke ontwikkelingen binnen de sport.
Zijn journalistieke loopbaan begon in 2010, toen hij ging schrijven voor verschillende voetbalsites en algemene nieuwsplatforms. In de jaren daarna ontwikkelde hij brede ervaring in sportjournalistiek, met aandacht voor uiteenlopende disciplines zoals voetbal, basketbal, volleybal, tennis, snooker, golf en atletiek.
Binnen Dartsnieuws.com ligt zijn focus op verslaggeving rond grote dartsevenementen en ontwikkelingen op de professionele tour. Daarbij combineert hij actuele berichtgeving met context over spelers, toernooien en ontwikkelingen binnen de sport.
Zijn interesse in darts gaat terug tot 1995, toen hij voor het eerst het BDO World Darts Championship op de BBC volgde, het jaar waarin Raymond van Barneveld zijn eerste WK-finale speelde. Sindsdien volgt hij het internationale darts intensief en bezocht hij meerdere edities van zowel het PDC World Darts Championship als het BDO-wereldkampioenschap, evenals andere internationale dartsevenementen.
Zijn verslaggeving is gebaseerd op officiële toernooi-informatie, interviews en voortdurende monitoring van ontwikkelingen binnen het professionele darts.