De dartswereld is de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Waar jeugdspelers vroeger vooral in kleine zaaltjes of achterkamertjes van cafés speelden, beschikken ze tegenwoordig over professionele academies, livestreams en een duidelijk ontwikkelpad richting de wereldtop. Volgens
Steve Brown, voormalig profdarter en drijvende kracht achter de Junior Darts Corporation (JDC), is die ontwikkeling de afgelopen jaren zelfs nog eens enorm versneld.
Tijdens een uitgebreid gesprek met
Online Darts sprak Brown openhartig over de groei van jeugddarts, de invloed van Luke Littler, de toenemende concurrentie binnen de sport en zijn eigen rol daarin. Zijn conclusie is duidelijk: darts staat aan het begin van een nieuw tijdperk.
Een overvolle dartskalender
Wie tegenwoordig actief is in de dartswereld heeft nauwelijks nog vrije weekenden. Volgens Brown geldt dat zowel voor de absolute top als voor jeugdspelers. “Het is echt ongelooflijk hoe druk de kalender is geworden,” zegt hij. “Er is eigenlijk geen weekend meer vrij. Of het nu bij de elite is of bij de jeugd, er gebeurt altijd wel iets.”
Dat is een duidelijk verschil met tien of vijftien jaar geleden. Destijds was jeugddarts een relatief kleine niche binnen de sport. Inmiddels zijn er overal academies, competities en toernooien. Die groei is volgens Brown niet alleen goed voor jonge spelers, maar ook voor de sport als geheel.
Het Littler-effect
Hoewel de ontwikkeling van jeugddarts al langer gaande was, erkent Brown dat één naam het proces enorm heeft versneld: Luke Littler. De jonge Engelsman brak op sensationele wijze door op het hoogste niveau en liet zien dat een tiener al direct kan meedoen met de wereldtop. “Wat Luke heeft gedaan, heeft alles enorm versneld,” zegt Brown. “We waren al bezig met een sterke groei, maar zijn succes heeft het echt turbo gegeven.”
Volgens Brown profiteert niet alleen het jeugddarts daarvan. “Zoals ze zeggen: een stijgende vloed tilt alle boten op. De populariteit van darts in het algemeen is enorm gegroeid.”
Van cafés naar sportclubs
Een opvallende ontwikkeling is dat darts steeds vaker onderdeel wordt van sportclubs. Waar jeugdspelers vroeger vooral in cafés of feestzalen speelden, openen nu cricket-, voetbal- en rugbyclubs hun eigen dartsacademies. "Vroeger waren zulke clubs misschien één of twee avonden per week open,” legt
Brown uit. “Nu openen ze echte dartsacademies en zitten ze meerdere avonden per week vol.”
Dat zorgt niet alleen voor betere faciliteiten, maar ook voor een professionelere aanpak van talentontwikkeling.
De keerzijde van succes
Toch heeft de groei ook een keerzijde. Brown merkt dat steeds meer ouders hun kinderen zien als mogelijke toekomstige sterren – met alle druk van dien. Het fenomeen doet hem denken aan jeugdvoetbal, waar ouders soms extreem ambitieus zijn voor hun kinderen. “Ik denk dat die druk deels vanzelf ontstaat,” zegt Brown. “Kinderen zien jonge spelers op televisie en denken dat ze hetzelfde moeten bereiken op dezelfde leeftijd.”
Daarbij speelt vooral de vergelijking met Luke Littler een rol. “Veel jonge spelers kijken naar hem en denken: hij was zo goed op zijn vijftiende, dus ik moet dat ook zijn. Maar iedereen loopt zijn eigen race.”
Volgens Brown is het belangrijk dat jonge darters zich niet voortdurend vergelijken met anderen. “Sommige kinderen zijn fantastisch op hun twaalfde en minder goed op hun veertiende. Dat hoort bij ontwikkeling.”
Luke Littler inspireert enorm veel kinderen om te gaan darten
Een jongere generatie profs
Brown verwacht dat de gemiddelde leeftijd van professionele darters in de komende jaren verder zal dalen. De talentenstroom wordt simpelweg te groot. “De talenten blijven maar komen,” zegt hij. “Ik denk dat dartcarrières in de toekomst korter kunnen worden dan bijvoorbeeld voetbalcarrières.”
De reden is simpel: er is maar een beperkt aantal plekken aan de top. Binnen de PDC hebben momenteel slechts 128 spelers een
Tour Card.
Volgens Brown kan dat op termijn een probleem worden. “Er zou zomaar een enorme groep spelers kunnen ontstaan die goed genoeg zijn voor televisie, maar simpelweg geen plek krijgen.”
Moet de PDC uitbreiden?
Die ontwikkeling roept de vraag op of de PDC in de toekomst misschien meer dan 128 Tour Cards moet uitgeven. Brown vindt dat een serieuze overweging. “Als ik in het bestuur van de PDC zou zitten, zou ik dat zeker bekijken,” zegt hij. “Anders loop je het risico dat er ergens een nieuwe organisatie ontstaat omdat er zoveel talent is.”
Tegelijkertijd wijst hij erop dat er tegenwoordig meer mogelijkheden zijn buiten de PDC. Organisaties zoals de World Darts Federation, en organisaties zoals de Championship Darts Corporation bieden alternatieve routes voor spelers. “Je hoeft tegenwoordig niet per se bij de PDC te zitten om een carrière te hebben,” zegt Brown.
Strijd om jeugddarts
De enorme groei van de jeugdscene heeft ook geleid tot concurrentie tussen organisaties. Volgens Brown proberen verschillende partijen een deel van de jeugdmarkt te veroveren. Daar is hij niet altijd blij mee. “We doen dit al vijftien jaar,” zegt hij over de JDC. “Sommige bedrijven proberen nu academies bij ons weg te halen en dat vind ik eerlijk gezegd niet zo prettig.”
Toch staat hij niet per se negatief tegenover concurrentie. “Ik hou van competitie. Maar wees origineel. Kopiëren wat wij hebben opgebouwd, daar heb ik minder respect voor.”
Het gesprek vond plaats in Hangar 61 in Bristol, een nieuw complex dat speciaal is ingericht voor jeugdtoernooien en trainingen. De locatie werd na jaren zoeken gevonden. “We waren al vijf of zes jaar op zoek naar een eigen plek,” vertelt Brown. “Onze oude locatie in Coventry werd te klein.”
Hangar 61 bleek ideaal: één grote hal, vlak bij de snelweg, met hotels in de buurt en voldoende parkeerruimte. De JDC investeerde flink in de renovatie en bouwde er een modern dartcentrum. “Het is een investering, maar wel een goede. Dit kan decennia lang het thuis van jeugddarts zijn.”
Een podiumervaring voor jonge spelers
Een belangrijk onderdeel van de academies is het spelen op livestreams en camera’s. Volgens Brown is dat cruciaal voor de ontwikkeling van jonge spelers. Zelf had hij daar vroeger moeite mee. “Op de vloer speelde ik geweldig, maar zodra er een camera stond werd ik zenuwachtig,” vertelt hij.
Daarom krijgen jeugdspelers nu al vroeg mediatraining en ervaring met interviews. Dat zorgt ervoor dat talenten beter voorbereid zijn wanneer ze uiteindelijk het grote podium bereiken. Hoewel Littler het bekendste voorbeeld is, ziet Brown nog veel meer talent aankomen. Een naam die hij specifiek noemt is Mitchell Lawrie. De jonge darter wordt door velen gezien als een van de grootste talenten van zijn generatie. “Hij is een compleet andere persoonlijkheid dan Luke,” zegt Brown. “Maar hij is geweldig voor de sport.”
Volgens Brown beschikt Lawrie over een sterk karakter en een goed team om zich heen. “Hij is populair, heeft charisma en kan fantastisch darten. Ik denk dat hij een grote naam gaat worden.”
Een onzekere toekomst als speler
Hoewel Brown tegenwoordig vooral bestuurder en organisator is, was hij zelf jarenlang profdarter. Af en toe pakt hij nog een pijl op, maar een echte comeback lijkt onwaarschijnlijk. “Ik speel misschien één keer per week,” zegt hij lachend. “En soms verlies ik van spelers van wie ik eigenlijk niet zou moeten verliezen.”
Toch sluit hij niet volledig uit dat hij ooit nog serieus terugkeert. “Als ik morgen alles kwijt zou raken, zou ik zo weer op de pro tour staan.”
Brown erkent dat hij zijn eigen dartcarrière deels heeft opgeofferd om de JDC op te bouwen. “Ik heb waarschijnlijk niet mijn volledige potentieel bereikt,” zegt hij. “Maar ik heb er geen spijt van.”
Zijn focus ligt nu volledig op de toekomst van jeugddarts. En als het aan hem ligt, staat de sport pas aan het begin van zijn grootste groei ooit. “De talenten blijven komen,” zegt Brown. “En de volgende generatie darters gaat nog beter worden dan alles wat we tot nu toe hebben gezien.”