Glen Durrant volgt de ontwikkelingen in de dartswereld tegenwoordig vooral vanuit zijn rollen als analist, commentator en coach. De voormalig Premier League-kampioen ziet een sport die groter en lucratiever is dan ooit, maar tegelijkertijd voor nieuwe vraagstukken staat. De overvolle kalender, topspelers die toernooien overslaan, de internationale groei en de ongekende prestaties van
Luke Littler zorgen volgens de Engelsman voor een interessante periode.
Tijdens de World Series of Darts Finals in Amsterdam schoof Durrant aan bij
Online Darts voor een uitgebreid gesprek. De drievoudig Lakeside-kampioen genoot zichtbaar van wat hij in Nederland voorgeschoteld kreeg.
"Het darts is geweldig geweest", stelde Durrant. "Je denkt bij de World Series of Darts Finals misschien: het is geen rankingtoernooi, dus hoe zit het met de motivatie van de spelers? Maar bij bijna iedere wedstrijd zeggen we weer dat dit misschien wel de beste partij van het toernooi was. Luke Humphries tegen Dirk van Duijvenbode was bijvoorbeeld fantastisch. Het is echt geweldig geweest."
Voor Durrant begint rond deze periode van het jaar bovendien het interessantste gedeelte van het seizoen. De grote televisietoernooien volgen elkaar snel op en de belangen worden steeds groter.
"Het is mijn werk als analist om naar die motivatie te kijken. Wie wil het echt? Bij Gerwyn Price kijk ik daar bijvoorbeeld naar, omdat ik nog altijd denk dat zijn A-game net zo goed is als die van wie dan ook. Ik wil hem klaar zien voor de chaos die eraan komt. Dit is een geweldige tijd om darter te zijn."
De Engelsman kijkt dan ook al verder vooruit. "Als je bij de World Series of Darts Finals bent, ga je al denken aan de spelers die zich hebben geplaatst voor de
World Grand Prix en de Grand Slam. Bij die laatste vraag ik me nog steeds af wie zich uiteindelijk allemaal gaan plaatsen. Er kunnen heel wat spelers via de qualifier binnenkomen. Daarna krijg je de Players Championship Finals en ik denk nu al aan het WK. Ongelooflijk."
Littler legt de lat steeds hoger
Eén speler domineert vrijwel ieder gesprek over de huidige dartstop: Luke Littler. Vooral in langere formats lijkt de Engelsman steeds moeilijker te verslaan. Durrant ziet dat zijn concurrenten daar inmiddels nadrukkelijk rekening mee houden.
"Het lijkt bijna alsof er angst ontstaat wanneer spelers tegen hem spelen en hem niet vroeg te pakken krijgen", aldus Durrant. "Ik las iets over Praag dat hij daar aankwam en er eigenlijk helemaal niet wilde zijn. Vervolgens staat hij zondagavond met de beker in zijn handen. Hij is buitengewoon."
Volgens Durrant wordt het voor analisten en commentatoren zelfs steeds moeilijker om passende woorden te vinden voor de prestaties van Littler. "Het is aan de andere spelers om daar echt iets tegenover te zetten. Hij is de maatstaf voor waar je wilt staan. Maar hoe langer het format wordt, hoe beter hij lijkt te worden."
Juist daarom vindt Durrant het opvallend dat statistieken erop zouden wijzen dat de absolute top momenteel niet dezelfde gemiddelden produceert als tijdens de periode rond 2015 en 2016. Zelf had hij juist het tegenovergestelde gevoel.
"Dat verbaast me echt. Statistieken zijn juist mijn ding. Daar hou ik van. Als je mij die vraag zonder cijfers had gesteld, had ik gedacht dat de gemiddelden tegenwoordig hoger lagen dan in die gouden periode. Vooral omdat ik het gevoel heb dat de top 32 nu sterker is."
De periode met onder anderen
Michael van Gerwen, Gary Anderson, Phil Taylor, Raymond van Barneveld en Adrian Lewis blijft voor Durrant echter bijzonder. "Mijn favoriete periode in het darts is 2015 tot en met 2019. Ik vond dat sensationeel."
De huidige spelers hebben volgens hem tegelijkertijd een geldig argument wanneer zij wijzen op de enorme hoeveelheid wedstrijden. "Je hoort spelers zeggen: ik ben moe, de kalender is ontzettend druk. Het is een uitputtingsslag om professioneel darter te zijn. Maar er staat één speler die alle records kan breken. De rest zal dus een tandje bij moeten schakelen."
Durrant wist in zijn korte PDC-carrière de Premier League Darts te winnen.
Overvolle kalender zorgt voor dilemma
Dat laatste is volgens Durrant makkelijker gezegd dan gedaan. Hij verzet zich tegen het idee dat topspelers simpelweg lui of gemakzuchtig zijn geworden door het toegenomen prijzengeld.
"Ik zou ze juist vragen: wanneer krijgen ze eigenlijk de kans om te trainen? Kijk naar voetbal. Daar speel je op zaterdag, soms nog een wedstrijd halverwege de week, en tussendoor wordt er getraind. Deze spelers krijgen bijna geen tijd meer om te trainen."
De Players Championships fungeren daardoor in de praktijk steeds vaker als wedstrijdtraining. "Ze krijgen dus nauwelijks de gelegenheid om te doen wat wij van ze vragen wanneer we zeggen dat ze harder moeten werken."
Tijdens zijn periode bij spelersvakbond PDPA wilde Durrant daarom onderzoeken hoe andere individuele sporten met dit probleem omgaan. Tennis en snooker noemt hij als voorbeelden.
"Ik wilde bekijken hoe ze dat in het tennis doen. Je ziet Carlos Alcaraz ook niet voortdurend de kleinere toernooien spelen. Ik wilde echt diep uitzoeken welke regels daar gelden en hetzelfde bij snooker. Want er vallen nu te veel spelers af."
Vooral het overslaan van ProTours en Euro Tours baart hem zorgen. "Bij sommige Players Championships lijkt het bijna alsof er meer Challenge Tour-spelers dan Tour Card-houders meedoen. Dat moet worden aangepakt. Ik haat het wanneer spelers zich terugtrekken voor een Euro Tour, want het is een fantastische competitie. Als fan frustreert mij dat ook."
Tegelijkertijd ziet Durrant dat de mogelijkheden voor spelers buiten de absolute top toenemen. "Barry Hearn was daar in jullie interview heel duidelijk over. De beloningen liggen klaar. Ga ze maar halen."
Uitbreiding PDC biedt kansen én risico's
De internationale expansie van de PDC kan op goedkeuring rekenen van Durrant. Zo verwelkomt hij de komst van de European Tour naar Frankrijk. "Ik was een beetje verrast dat ze naar Lille gingen. Frankrijk heeft natuurlijk Thibault Tricole en anderen, maar ik ben aangenaam verrast dat ze naar Frankrijk gaan. De taak van darts is om uiteindelijk ieder land in Europa te bereiken."
De groei van de World Series heeft hem eveneens verbaasd. "We gaan tegenwoordig naar gebieden waarvan ik nooit had gedacht dat we er zouden komen."
Durrant verwacht wel dat de explosieve groei die de sport na de doorbraak van Littler heeft doorgemaakt op enig moment afvlakt. Dat hoeft volgens hem geen probleem te zijn. "Je krijgt een plateau. Dat hele Littler-effect zorgde ervoor dat alles compleet ontplofte. Dat is niet eindeloos vol te houden, maar het hoeft ook niet achteruit te gaan."
Ook de uitbreiding van grote toernooien vindt hij interessant. De vergroting van het deelnemersveld op het European Championship ziet Durrant als een logische ontwikkeling, al voorziet hij een mogelijk neveneffect.
"Mijn enige angst is dat daardoor nog meer spelers de Euro Tours gaan overslaan, omdat het makkelijker wordt om je via andere wegen voor grote toernooien te plaatsen. Dat gedeelte moet volgens mij ook bekeken worden. Maar het betekent wel meer kansen."
Hetzelfde geldt voor de uitbreiding van de Players Championship Finals. Durrant is vooral blij dat spelers lager op de ranglijst meer mogelijkheden krijgen.
"Ik ben ontzettend blij dat spelers tussen plek 64 en 128 meer beloning krijgen. Zij zullen nu vrijwel allemaal naar de Players Championships gaan. Maar mijn grootste zorg blijft dat bepaalde topspelers zeggen: 'Ik hoef niet naar de Players Championships.' Dat moet worden aangepakt. We willen bij zoveel mogelijk toernooien de beste spelers zien."
Een verplicht minimumaantal deelnames zou volgens hem een mogelijke oplossing kunnen zijn. "Dat is eigenlijk een heel goed idee. Misschien is dat wel het antwoord. Maar tegelijkertijd wordt er terecht veel gesproken over de gezondheid en het welzijn van spelers. Als ze uitgeput zijn door al dat reizen, moet je daar rekening mee houden. Er moet een goede balans zijn."
Het idee om uiteindelijk twee rankingtoernooien tegelijkertijd te organiseren, zodat spelers moeten kiezen, kan Durrant minder bekoren. "Ik denk niet dat dat goed is. Daar ben ik niet van overtuigd. Twee rankingtoernooien tegelijkertijd voelt voor mij niet juist."
Mondiale groei blijft ingewikkeld vraagstuk
De groei buiten Europa brengt weer een ander probleem met zich mee. Spelers uit bijvoorbeeld Australië, Nieuw-Zeeland en Noord-Amerika moeten grote financiële en persoonlijke offers brengen wanneer zij fulltime op het PDC-circuit willen spelen.
Durrant wijst op spelers als Simon Whitlock en Damon Heta, die de stap naar Europa wel maakten. "Als je professioneel darter wilt zijn, moet je eigenlijk naar het Verenigd Koninkrijk of Europa komen. Dat is ongelooflijk moeilijk, maar Damon Heta heeft bewezen dat het kan. Als je de kwaliteiten hebt, liggen de beloningen hier."
Dat betekent volgens hem niet dat iedere speler zomaar zijn leven aan de andere kant van de wereld kan achterlaten. "Vraag je iemand met jonge kinderen en een jong gezin om te verhuizen? Ik zou het zelf ook niet doen. Ik zou niet in Australië gaan wonen, zelfs niet als ik geweldig kon darten. Het is ontzettend moeilijk vanwege familie en alles wat daarbij komt kijken."
Zorgen over Van Gerwen
Vanuit zijn rol als coach kijkt Durrant ook met bijzondere interesse naar Michael van Gerwen. De Nederlander worstelt met zijn vorm en experimenteert met onderdelen van zijn materiaal en techniek. Durrant herkent daarin iets van zijn eigen neergang als speler.
"Ik denk nog steeds dat hij zich kan motiveren voor televisietoernooien. Daar kan hij zich nog voor opladen. Maar als je het dagelijkse werk niet goed doet, als de Players Championships niet lopen en je hoofd er niet bij is, dan zitten daar een paar problemen."
Durrant zag dat Van Gerwen onder meer met de punten van zijn pijlen en zijn worp bezig is geweest. Dat vindt hij veelzeggend. "Het enige wat ik kan zeggen, en daarbij kan ik alleen terugkijken naar mijn eigen carrière, is dat het heel, heel moeilijk is om weer omhoog te gaan wanneer de neergang eenmaal is begonnen. In je hoofd weet je misschien precies wat je wilt doen, maar het fysiek en mentaal uitvoeren is een heel andere zaak."
Hij noemt Jonny Clayton als bewijs dat een opleving wel degelijk mogelijk is. Tegelijkertijd heeft hij bewondering voor spelers die jarenlang rond de wereldtop blijven hangen. "Daarom heb ik ook zoveel bewondering voor iemand als Daryl Gurney, die zich rond die top 32 heeft weten te handhaven. Zelfs dat is ontzettend moeilijk."
Vooral het nadenken over de eigen techniek kan volgens Durrant gevaarlijk worden. "Als je de beste bent, gaat alles instinctief. In 2015, 2016 en 2017, toen Michael bijna niet te verslaan was, gooide hij gewoon zijn darts. Ik kan alleen naar mijn eigen ervaringen kijken: zodra ik te veel begon na te denken over wat ik deed, ontstonden de problemen."
Op de hypothetische vraag wie zou winnen tussen de Van Gerwen uit zijn absolute topjaren en de huidige Littler, moest Durrant lang nadenken. Zijn eerste gevoel ging richting de Nederlander, maar een duidelijke keuze vond hij lastig.
Wel weet hij welke namen voor hem op de denkbeeldige Mount Rushmore van de dartssport thuishoren. "Taylor, Van Gerwen uit die periode, Littler en waarschijnlijk Bristow als de pionier aan het begin. Dat is voor mij Mount Rushmore."
Vooral de invloed van Littler reikt volgens Durrant inmiddels veel verder dan alleen zijn resultaten. "Hij breekt records en doet bijzondere dingen, maar hij heeft ook een compleet ander publiek naar het darts gebracht. Een jonger publiek."
Dat merkt Durrant zelfs tijdens zijn eigen coachingsessies. "Ik denk niet dat ik het zo druk heb omdat ik zo'n geweldige coach ben. Ik denk dat ik het druk heb omdat mensen tegenwoordig gewoon een dart willen gooien. Ze willen de basis leren en weten hoe je een dart gooit. Ik denk dat een groot deel daarvan door Luke Littler komt."