Dirk van Duijvenbode behaalde op de World Matchplay zijn beste resultaat op een major in de afgelopen 6 jaar. In de halve finale van het toernooi in de Winter Gardens moest de Nederlander zijn meerdere erkennen in de latere kampioen Luke Littler, die met 17-5 te sterk was. Voorafgaand aan het toernooi werd Van Duijvenbode door de bookmakers met een quotering van 100/1 niet tot de kanshebbers gerekend.
Met overwinningen op Chris Dobey, Michael van Gerwen en Gary Anderson legde Van Duijvenbode echter een van de zwaarst denkbare routes naar de halve finale af. Daarmee overtrof hij alle verwachtingen. Maar was zijn sterke optreden werkelijk een verrassing, of wezen zijn prestaties al langer op een terugkeer naar de top?
De blessure die bijna alles beëindigde
In 2022 behoorde Dirk van Duijvenbode tot de beste acht darters van de wereld. Met een jaargemiddelde van 96.90 en het op twee na hoogste aantal 180-scores van het seizoen leek hij klaar om in 2023 definitief door te breken op het hoogste podium.
Die doorbraak bleef echter uit. In 2024 kampte Van Duijvenbode met een chronische blessure aan zijn schouderblad en zenuwen, waardoor hij zijn arm in de zwaarste fases nauwelijks verder dan 75 graden kon optillen. Hij was genoodzaakt een medische armbrace te dragen en speelde sommige toernooien naar eigen zeggen met 'tranen in zijn ogen'.
Alsof dat nog niet genoeg was, verergerde een val op het podium tijdens het Dutch Darts Championship in 2023 de klachten verder. Toch weigerde Van Duijvenbode zich terug te trekken en won hij zijn wedstrijd tegen Dylan Slevin alsnog dankzij een fraaie 129-finish.
Doordat hij zes Players Championship-toernooien moest missen, eindigde hij uiteindelijk als zeventiende op de Pro Tour Order of Merit. Daarmee kwam hij slechts één plek tekort voor kwalificatie voor de World Matchplay van 2024. Het missen van de op één na grootste major van het jaar betekende het einde van een kwalificatiereeks van vier opeenvolgende jaren en zorgde voor een nieuwe mentale klap.
Door het wegvallen van prijzengeld op de PDC Order of Merit zakte Van Duijvenbode bovendien in korte tijd van de tiende naar de 23e plaats op de wereldranglijst.
Zijn vroege uitschakeling op het WK 2024 tegen Boris Krcmar leek de moeilijke periode samen te vatten. Sommigen begonnen zich af te vragen of hij niet beter een langere pauze kon nemen. Van Duijvenbode bouwde zijn worp vervolgens maandenlang volledig opnieuw op, terwijl de resultaten uitbleven. De cijfers waren hard: waar hij in 2023 nog £279.250 aan prijzengeld verdiende, bleef dat in 2024 steken op £159.750. Ook daalde zijn winstpercentage met twaalf procent naar 56 procent.
Door de tegenvallende resultaten ontstonden zelfs vragen of hij nog wel op het hoogste niveau mee kon. Zijn zelfvertrouwen kreeg een flinke knauw. Juist dat vertrouwen is essentieel voor Van Duijvenbode, die bekendstaat om zijn krachtige spel, imposante walk-on en scorende vermogen waarmee hij tegenstanders kan overrompelen. Hij begon 2025 dan ook als een schim van de speler die hij ooit was, al kwamen de eerste tekenen van herstel al snel in beeld.
De wederopbouw
In 2025 boekte Van Duijvenbode resultaten waar hij een jaar eerder alleen van kon dromen. Hij bereikte de finale van een European Tour-toernooi en kwalificeerde zich opnieuw voor zowel de World Matchplay als de World Grand Prix. Daarmee leek zijn wederopbouw grotendeels voltooid.
Hij nam bovendien geen genoegen met alleen kwalificatie. In Blackpool bereikte hij de tweede ronde en op de World Grand Prix haalde hij de kwartfinales. Daarmee liet hij zien dat zijn ambitie verder reikte dan alleen terugkeren op het hoogste niveau. Zijn gemiddelde van 117.74 tegen Chris Dobey vormde misschien wel de beste illustratie van zijn herstel.
'Aubergenius' had zijn topniveau weer teruggevonden. Na het volledig aanpassen van zijn worp noteerde hij opnieuw gemiddelden die tot de hoogste van het seizoen behoorden. Toch betekende dat niet dat hij zijn topniveau ook al constant wist te halen.
Een gemiddelde van 92.67 tegen James Hurrell op het WK en het uitblijven van gemiddelden boven de 96.40 op de majors van 2025 lieten zien dat Van Duijvenbode nog altijd zoekende was naar volledige stabiliteit.
Toch waren de onderliggende cijfers veelbelovend. Met een seizoensgemiddelde van 97.59 beschikte hij over het zevende hoogste gemiddelde van de PDC Tour. Dat hij 2025 afsloot zonder titel en zonder echt aansprekend resultaat – afgezien van zijn European Tour-finale – voelde daarom bijna onrechtvaardig. Veel fans hadden nauwelijks in de gaten hoe sterk Van Duijvenbode alweer speelde, mede doordat de grote resultaten nog uitbleven.
Hoge gemiddelden zonder grote successen houden echter zelden lang stand. Met een 180-score in 43 procent van zijn legs was zijn scorend vermogen zelfs beter dan tijdens zijn topjaar 2022, toen hij wereldwijd tot de productiefste 180-gooiers behoorde. De statistieken wezen al op een comeback die voor het grote publiek nog nauwelijks zichtbaar was.
In aanloop naar 2026 bleef de aandacht voor Van Duijvenbode beperkt, terwijl de signalen van een definitieve terugkeer steeds duidelijker werden.
Dirk van Duijvenbode plaatste zich overtuigend voor de World Matchplay. Zijn gemiddelde daalde in aanloop naar het toernooi naar 96.41, maar zijn resultaten werden juist beter.
Voor het eerst in 38 maanden bereikte hij weer een finale op de Players Championship. Tijdens Players Championship 15 verloor hij weliswaar met 8-5 van Michael van Gerwen, maar noteerde hij een uitstekend gemiddelde van 101.86. Daarnaast bereikte hij twee kwartfinales op de Players Championship en de European Tour, waarmee hij zich opnieuw tussen de beste zestien spelers wist te mengen.
Zijn gemiddelde van 97.59 eerder in het seizoen was indrukwekkend, maar kwam grotendeels tot stand doordat hij vaak in de eerste rondes hoge gemiddelden gooide tegen lager geklasseerde tegenstanders. Tegen spelers uit de top 32 kreeg hij meer druk op de dubbels, waardoor de resultaten aanvankelijk achterbleven.
Dirk van Duijvenbode's quip to poor questioning of reporter.
Een competitief gemiddelde van 96.41 tegen de absolute wereldtop zette dat beeld echter in perspectief. Op de World Matchplay treffen de zestien geplaatste spelers immers de zestien meest in vorm zijnde Pro Tour-spelers. Met dat gemiddelde behoorde Van Duijvenbode statistisch gezien tot de beste tien spelers richting Blackpool. Overwinningen eerder dat jaar op Michael van Gerwen, Josh Rock, Chris Dobey en Stephen Bunting bewezen bovendien dat hij zich al had kunnen meten met de wereldtop.
Met een first nine average van 106.75 en een finishpercentage van 35,37 procent liet Van Duijvenbode in de aanloop naar het toernooi in de Winter Gardens twee gezichten zien. Zijn scorend vermogen was van top-8-niveau, terwijl het finishen nog achterbleef. Daarmee speelde hij al langere tijd beter dan zijn positie op de wereldranglijst, waar hij als nummer 28 stond.
Voor een diepe run op de World Matchplay had Van Duijvenbode wel een gunstige ontwikkeling nodig. Doordat hij zich in 2024 niet had geplaatst voor het toernooi, hoefde hij geen prijzengeld te verdedigen. Elk verdiende pond leverde dus direct winst op voor zijn ranking. Zonder druk en zonder verwachtingen begon hij aan het toernooi, wat ruimte bood voor een frisse start na twee moeilijke jaren. Zijn gemiddelde van 96.41 in aanloop naar Blackpool lag bovendien dicht bij het toernooigemiddelde van 96.88 op de World Matchplay van 2025.
Van Duijvenbode verloor van Luke Littler maar presteerde toch in Blackpool.
Hoewel een kwartfinaleplaats in 2022 tot dan toe zijn beste resultaat was geweest, paste zijn scorende spel uitstekend bij het legsysteem van de World Matchplay. Dat bleek ook in 2026.
De openingswedstrijd tegen Chris Dobey werd met 13-11 gewonnen. Het was geen sprankelende partij, maar wel een slijtageslag over 24 legs waarin vooral zijn veerkracht werd getest. Juist dat was iets wat de Van Duijvenbode van 2024 waarschijnlijk niet had kunnen opbrengen.
In de tweede ronde tegen Michael van Gerwen kantelde zijn toernooi echt. Met een gemiddelde van 95.93 over 26 legs en een first nine average van 106.75 wist hij voortdurend maximale druk op Van Gerwen te zetten. De 14-12 overwinning onderstreepte hoe hoog zijn niveau lag.
De kwartfinale tegen Gary Anderson leverde vervolgens misschien wel het duidelijkste bewijs dat zijn halvefinaleplaats geen toeval was. Van Duijvenbode noteerde een gemiddelde van 101.49 en versloeg een Anderson die met een gemiddelde van 114.57 in beslissende legs naar Blackpool was afgereisd. Zijn nauwkeurigheid op de triple 20 (42,4 procent) en triple 18 (42,69 procent) – beide behorend tot de beste tien procent van de tour – vormde de basis voor die overwinning.
De nederlaag met 17-5 tegen Luke Littler in de halve finale, ondanks een gemiddelde van 92.02, oogt op papier fors. In werkelijkheid speelde Littler op een niveau waar gedurende het hele toernooi niemand aan kon tippen. De uitslag zegt dan ook vooral iets over de dominantie van de latere kampioen en veel minder over het spel van Van Duijvenbode, die al verder was gekomen dan zijn positie op de wereldranglijst deed vermoeden.
Dirk van Duijvenbode stuns Michael van Gerwen in Blackpool.
World Matchplay 2026: de weg naar de halve finale
Ronde
Tegenstander
Uitslag
Gemiddelde
Laatste 32
Chris Dobey
13-11
92,78
Laatste 16
Michael van Gerwen
14-12
95,93
Kwartfinale
Gary Anderson
16-13
101,49
Halve finale
Luke Littler
5-17
92,02
De halvefinaleplaats van Van Duijvenbode was geen gevolg van geluk of een gunstige loting. Het was de logische beloning voor een speler die al geruime tijd op top-8-niveau speelde, zonder dat de resultaten dat volledig weerspiegelden. Zijn scorend vermogen was al die tijd aanwezig. Alleen zijn finishpercentage – de zwakke plek die hem al jaren achtervolgt – moest op de juiste momenten meewerken.
Hoewel hij na het toernooi in Blackpool steeg naar de 22e plaats op de wereldranglijst, doet ook die positie nog altijd geen volledig recht aan zijn niveau. Als zijn finishpercentage structureel aansluit bij zijn scorende kwaliteiten, lijkt een halve finale eerder een beginpunt dan een eindstation.
Sinds 2024 is Mats Leering mede-hoofdredacteur van Dartsnieuws.com, waar hij verantwoordelijk is voor de dagelijkse redactionele aansturing, eindredactie en liveverslaggeving van internationale dartstoernooien.
Binnen de redactie verzorgt hij liveblogs en wedstrijdverslaggeving van grote PDC-evenementen, waaronder het PDC World Darts Championship, de Premier League Darts en de World Matchplay. Tijdens deze toernooien combineert hij realtime verslaggeving met analyse van wedstrijdverloop, statistieken en historische context.
Zijn verslaggeving is gebaseerd op officiële toernooi-informatie, interviews en gespecialiseerde databronnen om resultaten, statistieken en ontwikkelingen binnen het professionele darts nauwkeurig te duiden.
In 2018 behaalde hij zijn diploma Mediaredactiemedewerker aan het Mediacollege Amsterdam. Sindsdien is hij actief binnen de sportjournalistiek, met een focus op snelle en betrouwbare verslaggeving van internationale dartscompetities.