De dartswereld is constant in beweging. Nieuwe talenten dienen zich aan, gevestigde namen verdedigen hun status, en ergens daartussen ontstaat soms een verhaal dat alles samenbrengt: doorbraak, karakter en ambitie. Voor Justin Hood was het afgelopen wereldkampioenschap zo’n moment. Een periode waarin alles leek te kloppen.
Leven na het WK: geen tijd om achterom te kijken
De prestaties van Hood op het wereldkampioenschap zorgden voor een flinke dosis aandacht. Hoge gemiddeldes, overtuigende zeges en een opvallend volwassen spel brachten hem in de schijnwerpers. Toch weigert hij te lang stil te staan bij dat succes. “Het was goed, natuurlijk,” zegt hij nuchter. “Maar het is voorbij. Elke week zijn er nieuwe toernooien, nieuwe kansen. Ik moet gewoon beter worden dit jaar.”
Die instelling typeert Hood. Waar veel spelers momentum proberen vast te houden door terug te grijpen op eerdere successen, kiest hij voor een andere benadering. Geen nostalgie, geen romantisering van het verleden. Alleen de volgende wedstrijd telt.
Wisselvallige start van het jaar
Toch verliep de start van het nieuwe seizoen niet volledig naar wens. Hoewel hij sterke wedstrijden liet zien, ontbrak het aan consistentie. Hood is daar opvallend eerlijk over. “Ik heb dit jaar echt goede wedstrijden gespeeld,” legt hij uit. “Ik gooide 108 gemiddeld tegen Sebastian Bielecki en won met 108 van Gian van Veen. Maar ik heb ook verloren met een gemiddelde van 100 van Mensur Suljovic. En daarnaast zaten er te veel wedstrijden bij met gemiddeldes rond de 85 of 86. Dat moet beter.”
De oorzaak? Volgens Hood zelf is het simpel: een gebrek aan discipline na het WK. “Ik ben een beetje lui geweest,” geeft hij toe. “Maar nu hebben we thuis alles beter geregeld, met een goede oefenopstelling. Ik steek er weer tijd in, en dat zie je terug.”
In een sport waar talent en ritme vaak hand in hand gaan, is training een onderwerp waar de meningen over verschillen. Sommige spelers lijken moeiteloos te presteren zonder veel oefening, maar Hood rekent zichzelf daar niet toe.
Hij verwijst naar spelers als Gary Anderson en Luke Littler, die bekendstaan om hun natuurlijke spel. “Hun ‘B-game’ is beter dan mijn ‘A-game’,” zegt hij eerlijk. “Zij kunnen achterstaan en alsnog winnen zonder dat ze top spelen. Ik heb dat niet. Ik moet werken voor mijn niveau.”
Die zelfkennis is cruciaal. Waar sommigen vertrouwen op puur talent, beseft Hood dat zijn pad via discipline en herhaling loopt. “Als ik goed speel, kan ik van iedereen winnen. Maar als ik dat niet doe, verlies ik ook gewoon. Zo simpel is het.”
Bekendheid en de keerzijde ervan
Na zijn WK-optreden veranderde er nog iets: de aandacht van het publiek. Fans herkennen hem, vragen om foto’s en handtekeningen, en zoeken contact. Voor een opkomende speler is dat enerzijds een bevestiging, maar het heeft ook een keerzijde. “Het is leuk, vooral met kinderen. Die genieten er echt van,” zegt Hood. “Maar soms, als mensen al tien pinten op hebben en aan je trekken terwijl je wilt trainen… dan snap ik wel dat iemand als Gerwyn Price daar gek van wordt.”
Toch blijft hij benaderbaar. Hij weigert fans teleur te stellen, maar erkent dat serieuze voorbereiding steeds vaker thuis moet gebeuren. “Als je echt goed wilt trainen, moet je dat nu gewoon thuis doen.”
Justin Hood bereikte de kwartfinales op het afgelopen WK Darts
Ondernemersplannen: van darts naar horeca
Opvallend genoeg kijkt Hood niet alleen naar zijn carrière op het bord. Tijdens het WK sprak hij al over plannen voor een eigen Chinees restaurant of zelfs een mobiele foodtruck. Die plannen zijn inmiddels concreter geworden. “We zijn er nu serieus naar aan het kijken,” vertelt hij. “Samen met mijn manager en een paar investeerders. Het wordt waarschijnlijk eind dit jaar of begin volgend jaar.”
Zijn voorkeur? Een volwaardig restaurant, al sluit hij een mobiele variant niet uit. “Ik wil het goed doen. Misschien eerst een restaurant en daarna uitbreiden met een foodtruck.”
Zelfs collega’s tonen interesse. Luke Humphries zou al hebben aangegeven langs te willen komen, net als andere spelers. Gratis eten zit er echter niet in, lacht Hood.
Geen doelen, alleen winnen
Opvallend is dat Hood geen concrete doelen stelt voor het seizoen. Geen ranglijsten, geen titels, geen statistieken. “Ik stel geen doelen,” zegt hij resoluut. “Ik wil gewoon elke wedstrijd winnen die ik speel. Als ik goed speel, kan dat ook.”
Die benadering is ongebruikelijk in een sport waar veel spelers werken met duidelijke targets. Maar voor Hood werkt het. “Elke wedstrijd is anders. Je moet gewoon je eigen spel spelen.”
Ondanks zijn nuchtere houding ontbreekt het Hood niet aan ambitie. Integendeel: zijn geloof in eigen kunnen is groot. “Ik geloof dat ik elk toernooi kan winnen,” zegt hij. “Het is nog niet gebeurd, maar het enige wat ik nodig heb is één dag waarop alles klopt.”
Die overtuiging is essentieel op het hoogste niveau. In een sport waar marges klein zijn, maakt zelfvertrouwen vaak het verschil. “Ik kan van iedereen winnen. Maar ik kan ook van iedereen verliezen. Dat is darts.”
Voor veel spelers blijft het bijzonder om zich te meten met de absolute top. Namen als Gary Anderson roepen bij fans en spelers nog altijd ontzag op. Maar Hood kijkt daar anders naar. “Ik zie dat niet zo,” zegt hij. “Het zijn gewoon mensen die heel goed zijn in wat ze doen.”
Die nuchtere kijk helpt hem om zonder ontzag het podium te betreden. Respect is er zeker – vooral voor Anderson, die hij al van jongs af aan volgt – maar geen ontzag dat verlammend werkt. “Hij is een normale gast die ongelooflijk goed kan darten. Meer is het niet.”
Voor Justin Hood ligt de focus duidelijk op de toekomst. Meer trainen, consistenter presteren en vooral blijven groeien. Het talent is er, de mentaliteit ook – nu is het zaak om alles samen te brengen. Zijn doel? Misschien geen concreet eindpunt, maar wel een duidelijke richting: beter worden, elke week opnieuw.
En als het moment daar is, wanneer alles samenvalt op die ene dag, dan zou zomaar die eerste grote titel kunnen volgen. Tot die tijd blijft Hood wie hij is: nuchter, eerlijk en vastberaden. “Gewoon mijn spel spelen,” zegt hij. “Dan komt de rest vanzelf.”