Gary Anderson is nooit iemand geweest die met de stroom meegaat. Trends interesseren hem weinig, hypes al helemaal niet. Dat bleek opnieuw na zijn openingszege op de
WInmau World Masters 2026 in Milton Keynes, waar de tweevoudig wereldkampioen niet alleen sprak over zijn wedstrijd tegen Niels Zonneveld, maar ook een ongezouten mening gaf over de opkomst van dart-influencers, dure materiaalhypes en zijn afkeer van mediaverplichtingen.
De 55-jarige Schot, bekend om zijn directe en vaak onverbloemde uitspraken, liet er tijdens zijn persconferentie geen twijfel over bestaan: hij heeft weinig op met YouTube-goeroes, TikTok-tips en spelers die honderden ponden uitgeven aan op maat gemaakte darts. In een tirade die inmiddels typerend is geworden voor ‘The Flying Scotsman’, spaarde hij niemand na zijn zege in de openingsronde van de
Winmau World Masters 2026.
“Influencers? Wat een onzin”
De opmars van dart-influencers is de afgelopen jaren sterk toegenomen, mede door de populariteit van jonge sterren als Luke Littler, die op sociale media trainingsvideo’s en tips deelt. Volgens Anderson is dat echter een ontwikkeling die vooral jonge spelers op het verkeerde been zet. “Ik doe niet aan YouTube,”
zei Anderson. “Maar ik zie ze wel voorbij komen… hoe noem je ze? Influencers. Dan denk ik: wie is die kerel eigenlijk? Hoe speel je darts? Ik heb hem nog nooit in mijn leven gezien.”
Anderson hield zich vervolgens bepaald niet in. “Ik heb hem zien gooien en hij is absoluut waardeloos. Dus waarom zou je naar hem kijken? Waarom zou je daar iets van aannemen?”
Volgens de Schot moeten jonge darters vooral leren om het simpel te houden. “Kinderen moeten begrijpen dat je gewoon een set darts kunt kopen. Dat kost je tien, twintig, dertig, veertig, vijftig pond. Klaar. Het is tijd om te stoppen met het uitgeven van honderden ponden aan darts en gewoon het spel te spelen.”
Kritiek op dure darts en marketing
De populariteit van darts op sociale media heeft er volgens Anderson ook toe geleid dat prijzen in winkels fors zijn gestegen. Merken spelen gretig in op de hype met darts van beperkte uitgave en volledig gepersonaliseerde sets. Iets waar Anderson zichtbaar een hekel aan heeft. “Mensen moeten stoppen met zoveel geld uitgeven,” stelde hij. “Geniet gewoon van darts. Dat is alles. Je hoeft geen set van £300 te hebben om een pijl in de triple 20 te gooien.”
Volgens
Anderson was dat vroeger heel anders. “Wij kochten een set, gingen naar de pub of de club en we speelden. Niemand had het over grips of speciale barrels. Je gooide gewoon.”
“Niet goed voor jonge kinderen”
Gevraagd of hij denkt dat influencers ook schadelijk kunnen zijn, was Anderson duidelijk. “Voor jonge kinderen is het niet goed,” zei hij. “Ze zien gasten op YouTube die eruitzien als profs en dan denken ze dat dat ook echt zo is.”
Met hoorbaar sarcasme vervolgde hij: “O ja? Zijn het profs? En ze weten ook écht alles van darts, hè? Kom op zeg.”
Zijn boodschap was simpel en herhaaldelijk: “Laat kinderen gewoon darten. Laat ze ervan genieten. Koop een set darts van twintig pond en speel je potje. Klaar. Simpel.”
Gary Anderson plaatste zicht voor de volgende ronde
Afkeer van mediaverplichtingen
De felle uitspraken pasten bij Andersons algehele houding tijdens zijn mediaronde, waarin hij opnieuw benadrukte dat interviews en persmomenten nog altijd het minst favoriete onderdeel van zijn werk zijn. “Ik ben een darter,” zei hij. “Ik hoef hier niet te zitten en met jullie te praten. Dat is het enige wat me echt irriteert aan dit spel.”
Volgens Anderson komt hij door interviews vaak juist in de problemen. “Als ik praat, gaat het meestal mis. Dan zeg ik iets verkeerds en dan is het weer een ding. Ik wil gewoon darten. Dat is alles.”
Zware test tegen Zonneveld
Ondanks alle randzaken had Anderson sportief gezien voldoende reden tot tevredenheid. In zijn openingswedstrijd op de World Masters schakelde hij Niels Zonneveld uit na een zware eerste test. De Nederlander bood stevig tegenstand, zeker gezien het korte format van het toernooi. “Het was pittig,” gaf Anderson toe. “Ik denk dat ze me in de eerste leg meteen afmaakten en toen moest ik er vol in.”
De Schot gaf ook eerlijk toe dat hij roestig was. “Dit was mijn eerste wedstrijd sinds het WK. Sorry — sinds 6 januari. Dat was de laatste keer dat ik echt gegooid heb, bij Unicorn. Dus ja, ik was een beetje roestig.”
Dat hij nauwelijks had voorbereid, benadrukte hij nogmaals. “Het is echt waar. Ik zweer het op het leven van mijn kinderen.”
Geen verwachtingen, geen druk
Terugkijkend op zijn sterke optreden op het afgelopen WK, wilde Anderson niets weten van suggesties dat die vorm zou doorwerken in het nieuwe seizoen. “Nee,” zei hij resoluut. “Ik ga ’s nachts slapen, ik word ’s ochtends wakker en alles is weg. Ik kan me niets herinneren. Dat was vorig jaar. Dit is een nieuw jaar.”
De tweevoudig wereldkampioen gaf toe dat hij bewust geen ProTour-toernooien speelde om ritme op te doen. “Ik had dat kunnen doen, maar ik ben meteen hierheen gekomen. Het kan alleen maar beter worden.”
Inmiddels 56 jaar oud, jaagt Anderson niet langer op rankings of mijlpalen. Een terugkeer in de top vier? Het interesseert hem weinig. “Niet echt,” zei hij. “Ik gooi gewoon darts. Ik vind het nog steeds leuk en zolang dat zo is, blijf ik darten.”
Die mindset haalt volgens hem juist de druk weg. “Als je doelen opstelt en ze niet haalt, dan lijk je een enorme sukkel, toch? Dus ik doe dat niet meer. Win ik, top. Verlies ik, ook goed. Dan mag ik naar huis.”
Ondanks zijn nuchtere houding toonde Anderson respect voor zijn tegenstander en voor de breedte van het huidige dartsveld. Over Zonneveld zei hij: “Hij deed het goed op het WK, toch?”
Hoewel hij even moest nadenken tegen wie de Nederlander daar speelde, corrigeerde hij zichzelf snel. “Michael Smith. Alle jongens zijn tegenwoordig gevaarlijk. Iedereen kan gooien.”
Liefde voor het format – en voor kebab
Ook over het World Masters-format was Anderson verrassend positief. “Best-of-3 sets, dat is keihard,” zei hij. “Je hebt geen ruimte voor fouten. Maar ik hou ervan.”
Met het oog op de komende Players’ Championship-toernooien bleef de Schot ontspannen. “Volgende week weer een beetje. Eén heuvel tegelijk.”
Afsluiten deed hij op zijn kenmerkende manier, met een glimlach. “Ik hou van dat stadje. Goede noedels, goede kebabzaak. Prima. Ik ben blij.”