Chris Dobey is uitstekend begonnen aan de European Darts Grand Prix met een overtuigende overwinning op zijn landgenoot Andrew Gilding, waarin hij een gemiddelde van 98 noteerde, sterk was op de dubbels en zelfs zeven perfecte pijlen gooide. Het had, zoals hij zelf toegaf, nóg spectaculairder kunnen zijn, maar zijn openingspartij onderstreepte vooral dat de Engelsman in uitstekende vorm verkeert.
“Het had nog beter gekund,” blikte Dobey terug in gesprek met Dartsnieuws.com. “Als die negendarter was gevallen, was het natuurlijk helemaal perfect geweest. Maar zoals ik op het podium al zei: de adrenaline speelde mee, het publiek zat er geweldig achter. Dat moet je ook leren aanvoelen voor een volgende keer.” Ondanks dat kleine gemiste moment overheerste tevredenheid. “Ik ben blij met mijn optreden. Ik heb goed gespeeld, en het was een lastige wedstrijd.”
De unieke uitdaging van Andrew Gilding
Zijn tegenstander in deze partij was Andrew Gilding, een speler die binnen het circuit bekendstaat om zijn onorthodoxe stijl en onverstoorbare houding. Voor buitenstaanders lijkt Gilding soms bijna ongevoelig voor druk, iets wat hem een bijzonder lastige tegenstander maakt.
Dobey, die al jarenlang tegen Gilding speelt, weet precies hoe uniek die ervaring is. “Iedereen heeft zijn eigen stijl, maar die van Andrew is echt anders dan die van de meeste spelers,” legt hij uit. “Toen ik voor het eerst vaker tegen hem speelde, vond ik het best lastig om me daarop aan te passen.”
Het tempo, de ritmiek en de lichaamstaal van Gilding wijken af van wat veel darters gewend zijn. Dat kan het spel ontregelen, zeker bij spelers die sterk leunen op hun eigen flow. “Door de jaren heen leer je daar beter mee omgaan,” vervolgt Dobey. “Ik ben eraan gewend geraakt en weet nu hoe ik ermee om moet gaan.”
Toch heeft hij niets dan respect voor zijn landgenoot. “Hij is een fantastische speler. Ik zou niets aan hem veranderen. Hij heeft een geweldige worp, echt zijn eigen stijl. Niet iedereen houdt daarvan, maar het is wel wat hem zo goed maakt. En daarnaast is het ook gewoon een goede kerel.”
Dobey begon zijn week al op perfecte wijze door Players Championship 9 op zijn naam te schrijven. Die titel gaf hem zichtbaar vertrouwen richting dit toernooi. In darts, waar vorm en zelfvertrouwen nauw met elkaar verbonden zijn, kan zo’n overwinning het verschil maken.
“Natuurlijk neem je dat gevoel mee,” zegt Dobey. “Als je goed speelt en een titel wint, kom je hier met vertrouwen binnen. Ik was in goede vorm.” Hij is tegelijkertijd realistisch over zijn prestaties in de dagen daarna. “Misschien had ik de volgende dag nog iets beter kunnen doen — toen verloor ik in de kwartfinale — maar over het algemeen zat het spel er goed in.”
Dat vertrouwen wil hij nu verzilveren op het grotere podium. “Het wordt tijd dat ik dat ook hier laat zien en zo’n toernooi win,” voegt hij vastberaden toe.
De ontbrekende schakel: European Tour-succes
Als je kijkt naar de carrière van Dobey, valt op dat hij al veel heeft bereikt. Hij is een majorwinnaar, heeft meerdere vloertoernooien gedomineerd en stond zelfs op het prestigieuze podium van de Premier League Darts. Toch ontbreekt er nog één belangrijke titel op zijn palmares: een overwinning op de European Tour.
Dobey is zich daar terdege van bewust. “Dat is de volgende stap voor mij,” erkent hij. “Je wilt meedoen met de absolute top. Je wilt majors winnen, een European Tour-titel pakken en Players Championship-toernooien blijven winnen.”
Voor hem draait het nu vooral om het bevestigen van zijn kwaliteiten op televisie en op de grote podia. “Ik moet constanter worden op het podium, daar goede prestaties neerzetten. Dat is de volgende stap: terug naar mijn beste niveau en dat ook laten zien wanneer het er echt toe doet.”
Chris Dobey neemt het in de derde ronde op tegen Gerwyn Price
Leven in het tijdperk van ‘de twee Lukes’
Een interessant aspect van het huidige dartslandschap is de dominantie van Luke Humphries en Luke Littler, die de afgelopen periode veel grote titels hebben opgeëist. Hun afwezigheid op dit toernooi werpt automatisch de vraag op of spelers als Dobey hun kansen dan groter inschatten.
Dobey blijft daar nuchter onder. “Ik denk dat iedereen dat wel een beetje voelt,” zegt hij. “Aan de andere kant is het ook mooi als zij er wél bij zijn. Want als je dan wint, weet je dat je echt iets bijzonders hebt gedaan.”
Tegelijkertijd benadrukt hij dat het circuit veel breder is dan alleen deze twee namen. “Er zijn zó veel goede spelers. Het zijn niet alleen de twee Lukes.”
Hij noemt onder anderen Gerwyn Price, Michael van Gerwen en Gian van Veen als voorbeelden van spelers die elke week kunnen toeslaan. Over Van Veen is hij zelfs bijzonder uitgesproken. “Hij staat derde van de wereld, maar krijgt misschien niet altijd de aandacht die hij verdient. Het is een fantastische speler.”
In een veld dat bol staat van kwaliteit, draait het uiteindelijk om het benutten van kansen — zeker wanneer enkele toppers ontbreken. Dobey weet dat als geen ander. “Wie er ook wel of niet bij is, je moet je kans pakken,” zegt hij resoluut. “En hopelijk is dit mijn weekend.”