De Europese Q-School is ieder jaar opnieuw een keiharde realiteitstoets voor darters met profambities. Dromen worden waargemaakt, maar minstens even vaak bruut aan diggelen gegooid. Voor de 24-jarige Lennart Faes uit de België werd Q-School 2026 een emotionele rollercoaster: hij stond op één punt van een PDC Tour Card, maar greep er uiteindelijk nét naast. Toch overheerste geen verbittering, maar trots, realisme en vertrouwen in de toekomst. Samen met mentor en boegbeeld
Kim Huybrechts blikte Faes in de 'Double Top' podcast uitgebreid terug op een week die zijn carrière mee vorm zal geven.
Van lokale speler naar Q-School-revelatie
Lennart Faes is geen darter die al van jongs af aan door iedereen werd bestempeld als ‘the next big thing’. Integendeel: pas vier à vijf jaar geleden begon hij serieus met darts, rond en net na de coronaperiode. Zijn opmars ging echter snel. Via de Development Tour, de Challenge Tour en sterke prestaties op diverse toernooien werkte hij zich richting Q-School, waar hij meteen indruk maakte en bijna een
PDC Tour Card veroverde.
Faes begon zijn dartsavontuur oorspronkelijk bij een andere dartszaak, samen met twee goede vrienden. Toen die shop failliet ging, kwam er een nieuwe kans.
Kim Huybrechts en zijn vrouw Dana boden hem een contract aan om onder hun shop te spelen. De band tussen Huybrechts en Faes bestond al langer, vooral door ontmoetingen op toernooien en in competitieverband. Maar een legendarische kwartfinale in Berlaar – waarin beide spelers gemiddeld rond de 140 per drie darts gooiden en legs in 12 tot 15 pijlen uitgooiden – bleek het echte startpunt.
“Dat was een fantastische wedstrijd,” herinnert Huybrechts zich. “Het werd 4-3 voor mij, maar ik dacht meteen: die jongen kan écht gooien. En hij was nog zo jong.”
Vanaf dat moment begon een intensere samenwerking. Faes kwam in het team van Huybrechts spelen, er werd samen getraind en gaandeweg ontstond een vriendschap én een coach–pupilrelatie. “Ik geloof echt in Lennart,” zegt Huybrechts. “Misschien zelfs meer dan hij zelf in zichzelf gelooft.”
Een zachte jongen in een harde wereld
Dat laatste raakt meteen de kern van het verhaal. Volgens Huybrechts is Faes een enorm talent, maar ook een speler met een onzeker karakter. “Het is een haaienwereld,” stelt hij. “Vol macho’s, haantjes, mindgames. Lennart is daar het tegenovergestelde van. Te braaf soms.”
Faes beaamt dat zelf ook. Hij beschrijft zichzelf als iemand die niet veel lawaai maakt, liever op de achtergrond blijft en conflicten uit de weg gaat. En net dat is volgens Huybrechts gevaarlijk op het hoogste niveau. “Ik heb te veel jongens gekend die over zich heen laten lopen. Dat is niet goed. Dus probeer ik hem daarin te ondersteunen.”
Dat gebeurt niet alleen met tactische trainingen, maar ook mentaal. Huybrechts probeert Faes bewust te ‘triggeren’ tijdens oefensessies, maakt opmerkingen op cruciale momenten en leert hem omgaan met druk. “Kop omhoog, schouders breed. Niet laten zien dat je slachtoffer bent.”
Q-School: in de flow, tot het bittere einde
Tijdens Q-School zelf voelde Faes zich opvallend goed. Hij moest drie dagen van de eerste fase spelen en bleef constant in zijn ritme. Rustdagen waren voor hem geen voordeel, integendeel. “Ik heb vaak last van mijn schouder. Door te blijven gooien bleef die los. Ik zat echt in mijn element.”
Dat mentale momentum nam hij mee naar de finalefase, waar hij uiteindelijk op de tiende plaats eindigde in de Q-School Oder of Merit. Evenveel punten als de nummer acht, maar een slechter legsaldo. Een verschil van één punt, één leg, één moment. “Op dat moment besefte ik nog niet volledig hoe zuur dat was,” zegt Faes. “Maar achteraf besef je: elke leg telt. Ook als je al denkt dat een wedstrijd verloren is.”
Een pijnlijk voorbeeld was zijn 6-1 nederlaag tegen Toretta, waarin Faes zelf rond de 90 gemiddeld gooide, maar zijn tegenstander een 104 noteerde. “Dat zijn matchen waarin je kansen hebt, maar die legs maken het verschil.”
Eindstand Europese Q-School Order of Merit
| Rk |
Name |
Points |
Leg diff |
Legs won |
| 1 |
Jimmy van Schie |
12 |
+32 |
89 |
| 2 |
Chris Landman |
10 |
+20 |
70 |
| 3 |
Marvin Kraft |
10 |
+11 |
71 |
| 4 |
Benjamin Pratnemer |
9 |
+25 |
67 |
| 5 |
Adam Gawlas |
9 |
+18 |
70 |
| 6 |
Jurjen van der Velde |
9 |
+14 |
69 |
| 7 |
Alexander Merkx |
9 |
+10 |
64 |
| 8 |
Pascal Rupprecht |
8 |
+22 |
63 |
| 9 |
Andreas Harrysson |
8 |
+16 |
58 |
| 10 |
Lennert Faes |
8 |
+13 |
64 |
Stress, mindgames en scheve verhoudingen
In de finalefase kwam Faes ook voor het eerst echt in aanraking met de schaduwkant van Q-School. Er gingen geruchten rond over spelers die elkaar ‘hielpen’, vooral onder landgenoten. Faes hoorde letterlijk gesprekken waarin werd gezegd: “Wat moet jij hebben?” of “Laat mijn maat maar winnen.”
“Op dat moment was ik vooral kwaad,” geeft hij toe. “Niet eens zozeer teleurgesteld. Ik wist gewoon: dit wordt niks meer.”
Huybrechts is daar duidelijk over: “Het mag niet. Punt. Maar het is wel menselijk. Als je jarenlang samen reist, samen kosten maakt, dan speelt dat mee. Het rankingsysteem werkt dit soort situaties ook in de hand.”
Volgens Huybrechts is dit een structureel probleem waar moeilijk een oplossing voor te vinden is. “Misschien moet er iets op bedacht worden, maar dat is ongelooflijk complex.”
Waarom géén PDC Tour Card misschien beter was
Opvallend genoeg stelt Huybrechts dat het, hoe pijnlijk ook, misschien beter is dat Faes voorlopig géén PDC Tour Card heeft gepakt. “Als ik heel eerlijk ben: voor zijn ontwikkeling is dit misschien het juiste moment.”
Hij legt uit dat Faes momenteel gemiddeld rond de 89 à 90 schommelt. “Om op de Pro Tour echt mee te draaien, heb je structureel 95 à 97 nodig. Die ene piekmatch kan hij al, maar nog niet vaak genoeg.”
Volgens Huybrechts kan een te vroege PDC Tour Card zelfs schadelijk zijn. “Twee jaar lang elke week klop krijgen van de top 128… Dat doet iets met je zelfvertrouwen. Zeker bij iemand die mentaal nog kwetsbaar is.”
Faes deelt die analyse. “Ik voelde ergens zelf ook dat ik er nog niet helemaal klaar voor was. Het was niet het doel om nú al mijn PDC Tour Card te pakken. Als het gebeurd was, had ik die uiteraard aangenomen. Maar nu is het gewoon verder bouwen.”
Belg versus Nederlander: een mentaliteitsverschil?
In het gesprek komt ook het verschil tussen Belgische en Nederlandse darters uitgebreid aan bod. Volgens Huybrechts is de Belgische mentaliteit vaak te bescheiden. “Wij zeggen: we gaan ons best doen, we zullen wel zien. Nederlanders zeggen sneller: ik ga winnen.”
Dat verschil zie je volgens hem niet alleen in darts, maar in bijna alle sporten. “Het is geen arrogantie, het is geloof in jezelf. En dat straal je uit naar een tegenstander.”
Daar komt nog bij dat Belgische spelers vaak harder aangepakt worden door hun eigen achterban. Negatieve reacties op sociale media zijn schering en inslag. “Wij schieten onze eigen mensen constant af,” zegt Huybrechts. “Dat doet schade, zeker bij jonge spelers.”
Faes kreeg na Q-School gelukkig alleen maar positieve berichten, maar hij beseft dat dat ooit zal veranderen. “Negativiteit zal altijd blijven. We zijn ermee opgegroeid.”
Rituelen, rust en vooruitkijken
Opvallend detail: Faes ontwikkelde tijdens Q-School een klein bijgeloof. Elke dag reed hij langs een kerk en maakte hij een kruisteken. “Misschien bijgelovig, maar het gaf me rust.”
Die rust vond hij ook in de keuze om niet in het Q-School-hotel te verblijven, maar in een afgelegen huisje. “Zo zat ik niet constant in de Q-School-bubbel. Dat hielp enorm.”
Voor 2026 ligt de focus nu volledig op de Challenge Tour, aangevuld met ADC en WDF-toernooien. Geen concrete rankingdoelen, wel ontwikkeling. “Als ik speel, wil ik gewoon zo ver mogelijk geraken.”
Trots, ondanks alles
Aan het einde van het gesprek vat Faes het misschien wel het mooist samen: “Ik ben vooral heel fier dat ik dit heb bereikt.”
Huybrechts sluit zich daar volledig bij aan. “Je gaat nog veel van hem horen. Het talent is er. Nu nog wat 'cojones' kweken.”
Of zoals ze het onderling noemen:
“Je bent te braaf, Lennie. Maar dat komt wel.”