Josh Rock heeft met een knipoog teruggeblikt op zijn eerste stappen tussen de wereldtop. Waar hij aanvankelijk nog onder de indruk was van zijn grote voorbeelden, sloeg dat gevoel al snel om. "Na een maand dacht ik: het zijn allemaal idioten", grapte de Noord-Ier.
De huidige nummer zeven van de wereld kon zijn ogen nauwelijks geloven toen hij voor het eerst een spelersruimte deelde met mannen die hij als kind op tv bewonderde, onder wie zijn idool Gary Anderson.
Eerste indruk: kippenvel tussen de grootheden
Rock maakte in korte tijd naam met onder meer een titel op de World Cup of Darts en meerdere halve finales op majors — prestaties die hij al vóór zijn 25e op zijn palmares heeft staan.
In de
Talking Bollox Podcast beschrijft hij hoe surrealistisch zijn eerste dagen als prof aanvoelden: "Het is fantastisch, maar ook vreemd. Ze zeggen altijd: ontmoet je helden niet. Maar toen ik hem ontmoette, was het meteen goed.
Hij noemt me altijd 'zijn jongen'. Dat vind ik geweldig."
De eerste keer dat Rock met zijn tourkaart de spelersruimte binnenstapte, maakte diepe indruk: "Ik zag Michael van Gerwen en Gary… mijn hele lichaam begon te trillen. Ik dacht: dit is hem gewoon.
Terwijl ik er zelf ook als prof stond."
Dat ontzag maakte echter al snel plaats voor zelfvertrouwen — en een gezonde dosis bravoure. "Na een maand dacht ik: bekijk het maar, het zijn allemaal idioten." Rock ziet bovendien duidelijke overeenkomsten tussen zijn eigen spel en dat van Anderson, met name op het vlak van scorend vermogen:
"Ik vergelijk mezelf vaak met Gary Anderson. Hij won twee wereldtitels dankzij zijn scorende power, zelfs als zijn dubbels niet top waren.
Hij gaf zichzelf steeds extra kansen op een finish omdat hij zo goed scoorde. Daar herken ik mezelf in."
Rock is inmiddels opgeklommen naar plek 9 op de PDC Order of Merit.
Realisme in de jacht op de wereldtop
Hoewel Rock ambitieus is en ooit de beste speler ter wereld wil worden, beseft hij dat de concurrentie moordend is — zeker met de opkomst van Luke Littler. "Het kan, maar het zal lang duren. Hij staat zó ver voor.
Ik kan alles winnen dit jaar en nog steeds niet eens in de buurt komen van de nummer-1-positie. Dat zegt genoeg."
Toch ziet Rock kansen op de langere termijn, mede door stijgende prijzengelden: "Dat helpt om het gat kleiner te maken. Ik moet gewoon blijven werken en hopen dat hij een dip krijgt."
Rock weet dat hij nog jaren heeft om zijn doelen te bereiken en wijst op de lange carrières van iconen als Peter Wright en Raymond van Barneveld. "Ik kan nog 25 tot 30 jaar mee. Wright speelt nog; Barney ook — er is geen leeftijdsgrens in darts. Dat is alleen maar positief."
Opvallend genoeg raakt niet de roem of zichtbaarheid Rock het meest, maar juist iets kleins en nostalgisch: "Het mooiste zijn die kaartjes, zoals Match Attax.
Vroeger was je blij als je een Ronaldo 100 Club had. En nu zie je je eigen handtekening op zo'n kaart. Dat is bizar. Billboards interesseren me niet zoveel. Maar die kaartjes… dat is echt speciaal. Ik was daar vroeger gek op."