Na de
World Matchplay van 2026 bereikte
Gian van Veen met de tweede plaats op de PDC Order of Merit
zijn hoogste positie ooit op de wereldranglijst. De Nederlander knokte zich in Blackpool knap naar de halve finales, maar dat staat in schril contrast met het feit dat Van Veen het in 2026 regelmatig lastig heeft gehad.
Nadat Van Veen tijdens de Premier League Darts te maken kreeg met nierstenen, gingen zijn prestaties achteruit en zakte zijn niveau onder de standaard die hij eerder had laten zien. Bovendien wist hij in heel 2026 nog geen enkele titel te winnen. Daardoor lijkt zijn status als nummer twee van de wereld eerder een aanwijzing voor de tekortkomingen van het huidige rankingsysteem dan een weerspiegeling van zijn prestaties.
De cijfers achter de ranking
Op 18 maart werd
Gian van Veen opgenomen in het ziekenhuis, waardoor hij de zevende speelavond van de Premier League Darts in Dublin moest missen. Tot dat moment had de Nederlander drie avondfinales bereikt en stond hij vierde in het klassement. Daarna zette echter vrijwel onmiddellijk een terugval in die langere tijd aanhield. Van Veen eindigde de Premier League uiteindelijk als zevende. De gevolgen van zijn operatie hadden hem veel kracht en energie gekost. Dat werd misschien wel het duidelijkst zichtbaar in zijn voorbereiding: tijdens zijn herstel kon hij slechts vijftien minuten trainen.
De periode van maart tot en met mei was statistisch gezien de slechtste van Van Veen in de afgelopen twee jaar. Zijn gemiddelde zakte naar 93,55. Ook op andere onderdelen van zijn spel waren de gevolgen zichtbaar. Zijn checkoutpercentage, dat in 2025 nog een hoogtepunt van 46,88 procent bereikte, daalde naar 38,76 procent. Daarnaast gooide hij in 21 procent van zijn legs een 180'er. Vrijwel alle onderdelen van zijn spel gingen achteruit, zoals na zo'n ingrijpende blessure te verwachten viel. Het contrast met zijn eerdere niveau was groot. Met een gemiddelde van 93,55 zit Van Veen gemiddeld gezien veel dichter bij een 16-darter dan bij een 15-darter. Dat is het verschil tussen zes en vijf beurten aan de oche en helpt zijn moeizame resultaten in de Premier League te verklaren. In een format waarin de eerste speler die zes legs wint zegeviert, is het niet voldoende wanneer je gemiddeld na zes beurten je eigen leg nog niet hebt binnengehaald. Dat bleek ook in de praktijk.
In 2025 lag dat heel anders. Van Veen noteerde toen een gemiddelde van 97,98, het op drie na hoogste gemiddelde achter wereldkampioen Luke Littler, Luke Humphries en World Cup-winnaar Josh Rock. Daarmee bevond hij zich in uitstekend gezelschap. Zijn latere opmars op het WK kwam dan ook niet volledig uit de lucht vallen. Na zijn eindzege op het European Championship tegen Humphries en vervolgens een finaleplaats op het WK, was zijn derde positie op de wereldranglijst verdiend. In 2026 zijn de cijfers aanzienlijk minder indrukwekkend. Van Veen staat dit jaar op een gemiddelde van 95,25, waarmee hij op dit onderdeel slechts de veertiende plaats inneemt.
Van twee uur trainen naar vijftien minuten
De terugval van de vierde naar de veertiende plaats op basis van gemiddelde kan voor een groot deel worden verklaard door zijn nierstenen, maar de gevolgen waren volgens deze
analyse vooral mentaal en niet alleen fysiek. Van Veen steekt normaal gesproken vele uren in zijn trainingen. Met zijn berekende manier van werken is slechts vijftien minuten kunnen oefenen een enorme verandering voor iemand die doorgaans twee uur of langer met zijn pijlen bezig is. Van 120 minuten trainen ging hij terug naar slechts vijftien minuten. Die ontbrekende 105 minuten zorgden voor schuldgevoel. Met slechts een kwartier training achter de rug een arena binnenlopen, paste niet bij de professionele aanpak waarmee Van Veen bekend was geworden.
De 24-jarige had echter geen andere keuze dan de situatie te accepteren. De statistieken laten vervolgens een gestage terugval zien. In 2025 behaalde Van Veen nog een uitzonderlijk winstpercentage van 72 procent. Hij won dat jaar 135 wedstrijden. Dat cijfer is extra opvallend omdat hij vrijwel voortdurend actief was
op de Pro Tour. In vergelijking met bijvoorbeeld Littler speelde Van Veen simpelweg meer wedstrijden en had hij daardoor ook meer mogelijkheden om partijen te verliezen. In 2026 lijkt die intensieve kalender hem echter te hebben ingehaald. Terwijl hij met nierstenen kampte, probeerde Van Veen aan zoveel mogelijk toernooien deel te blijven nemen. Zijn winstpercentage zakte daardoor naar 58 procent. In acht maanden tijd verloor hij vijftig wedstrijden, tegenover 52 nederlagen over heel 2025. Die daling van veertien procent onderstreept hoe hard zijn zelfvertrouwen tijdens de periode met nierstenen werd geraakt. Van Veen had dan ook dringend behoefte aan een langere reeks sterke en constante prestaties.
| Statistiek | Feb-Aug 25 | Aug-Feb 26 | Feb-Mei 26 | Mei-Aug 26 |
| Gemiddelde | 97.87 | 98.43 | 95.72 | 93.55 |
| Finishpercentage | 46.88% | 45.63% | 41.48% | 38.76% |
| 9-dart gemiddelde | 105.60 | 106.70 | 102.88 | 101.22 |
| Functioneel finishpercentage | 55.44% | 55.59% | 51.88% | 46.95% |
| 180'ers per leg | 0.31 | 0.34 | 0.26 | 0.21 |
| Gemiddelde in leg-deciders | 105.84 | 97.95 | 92.90 | 95.56 |
| Finishpercentage met 1 pijl | 84.59% | 79.51% | 74.42% | 73.74% |
| Finishpercentage met 2 pijlen | 56.95% | 59.95% | 53.74% | 48.96% |
Op de vloer is Van Veen er tot dusver niet in geslaagd om die gewenste reeks sterke prestaties neer te zetten. Zelfs voordat hij last kreeg van nierstenen, had de Nederlander moeite om de eerste rondes te overleven. Pas tijdens Players Championship 24 wist hij voor het eerst dit seizoen verder te komen dan de laatste zestien. Van Veen bereikte daar de halve finales en kreeg daarmee de kans om eindelijk een sterke reeks resultaten neer te zetten. In de halve eindstrijd ging het echter met 7-5 mis. Daarbij noteerde hij een gemiddelde van slechts 83,37, waardoor het goede werk van eerder op de dag grotendeels teniet werd gedaan.
Tijdens het daaropvolgende Players Championship-toernooi ging het opnieuw mis. Van Veen kwam niet verder dan een gemiddelde van 78,40 en werd al in de eerste ronde uitgeschakeld. Daarmee stond de teller dit jaar op acht uitschakelingen in de eerste ronde van een Players Championship-toernooi. Dat zijn opvallende cijfers voor een speler die inmiddels de nummer twee van de wereld is. Van Veen heeft dit seizoen nog geen enkele finale op het Players Championship-circuit bereikt en wist daar tot dusver ook nauwelijks echt indruk te maken. Bovendien verloor hij meerdere keren van spelers die buiten de top 64 van de wereldranglijst staan. Onder anderen Rhys Griffin, Jim Long en Christopher Wickenden waren Van Veen de baas. Het zijn tegenstanders die een nummer twee van de wereld normaal gesproken overtuigend zou moeten kunnen verslaan.
In hoeverre kunnen de nierstenen inmiddels nog als verklaring worden gebruikt voor de mindere resultaten van Gian van Veen? Nederlagen in april, kort na zijn operatie, waren wellicht onvermijdelijk. Maar ook in het begin van het jaar én enkele maanden na zijn fysieke problemen bleven de resultaten achter. Dat leidt tot twee mogelijke conclusies: de gevolgen van de nierstenen zijn veel groter geweest dan aanvankelijk werd gedacht, of het niveau van Van Veen is simpelweg gedaald. Op de Euro Tour boekte Van Veen eerder in het seizoen meer succes. Hij bereikte een finale en liet onderweg uitstekend spel zien, met onder meer een gemiddelde van 107,50. Tegen zijn Nederlandse landgenoot Wessel Nijman waren niet dezelfde problemen zichtbaar als tijdens zijn acht uitschakelingen in de eerste ronde van Players Championship-toernooien.
Sindsdien slaagde Van Veen er echter niet meer in om de kwartfinales van een Euro Tour-toernooi te bereiken. Bovendien werd hij vier keer in de eerste ronde uitgeschakeld. Daarmee wordt opnieuw duidelijk dat zijn prestaties dit seizoen onvoldoende constant zijn. Daarnaast lijkt Van Veen nog niet de uitstraling en status te hebben die normaal gesproken bij de nummer twee van de wereld horen. Spelers van buiten de top 64 zouden op papier met de nodige vrees aan een wedstrijd tegen Van Veen moeten beginnen. Het feit dat hij dit jaar al twaalf keer in de eerste ronde verloor, laat echter zien dat hij zijn tegenstanders die angst momenteel niet inboezemt.
Ook het totale aantal nederlagen onderstreept dat beeld. Van Veen verloor dit jaar al vijftig wedstrijden. Op papier zou de op één na beste darter ter wereld niet vijftig partijen moeten verliezen, zeker niet wanneer hij in totaal 120 wedstrijden heeft gespeeld. De grote vraag is dan ook: waarom gebeurt dat toch?
Verdeling rankinggeld per jaar
| Seizoen | Rankinggeld | % van totaal |
| 2024 | £100,500 | 10.0% |
| 2025 | £736,00 | 73.4% |
| 2026 | £166,250 | 16.6% |
| Totaal | £1,002,750 | 100% |
In zijn vierjarige carrière bij de PDC heeft Gian van Veen in totaal 1.329.559 pond aan prijzengeld verdiend. Op de huidige PDC Order of Merit staat hij op 1.002.750 pond. Die indrukwekkende opmars in vier jaar tijd verdient veel waardering, maar legt tegelijkertijd ook een kwetsbaarheid bloot. Van de 1.002.750 pond die momenteel meetelt voor zijn positie op de wereldranglijst, is het overgrote deel afkomstig uit zijn prestaties in 2025. Liefst 73,4 procent van dat bedrag verdiende Van Veen in dat jaar.
Het verschil met 2026 is aanzienlijk. In de eerste acht maanden van dit jaar verdiende de Nederlander 166.250 pond aan rankingprijzengeld. Over de twaalf maanden van 2025 kwam hij daarentegen uit op liefst 736.000 pond. Die cijfers laten niet alleen zien hoe groot het verschil in prestaties tussen 2025 en 2026 is, maar maken ook duidelijk hoe afhankelijk Van Veen voor zijn positie op de wereldranglijst is van prijzengeld dat tijdens de grote televisietoernooien wordt verdiend.
Vooral het WK Darts weegt zwaar mee in zijn huidige ranking. Het wereldkampioenschap is momenteel goed voor 41,4 procent van zijn totale rankingprijzengeld. In totaal is 415.000 pond van zijn positie op de PDC Order of Merit afkomstig uit een finaleplaats en een uitschakeling in de eerste ronde op het WK.
Sinds juli staat Gian van Veen op de tweede plek van de PDC Order of Merit
Daar komt bovendien de eindzege op het European Championship bij, die Van Veen 120.000 pond opleverde. Zonder deze succesvolle runs op grote toernooien zou zijn prijzengeld uitkomen op 230.000 pond, een bedrag dat niet ver verwijderd is van wat hij tot dusver in 2026 heeft verdiend. Natuurlijk is die redenering op zichzelf niet volledig eerlijk, want Van Veen moest die prestaties daadwerkelijk leveren. Tegelijkertijd maakt het wel duidelijk dat zijn huidige positie op de wereldranglijst voor een belangrijk deel leunt op twee grote resultaten, in plaats van op langdurige en constante topprestaties.
Dat beeld wordt versterkt door het feit dat Van Veen in 2026 nog geen enkele PDC-rankingtitel heeft gewonnen. Spelers als Henry Coates, Sebastian Bialecki en Gabriel Clemens, die allemaal buiten de top 32 van de wereldranglijst staan, zijn daar dit jaar al wel in geslaagd. Volgens die redenering laat dat zien dat Van Veen momenteel niet de op één na beste speler ter wereld is. Wanneer een speler zijn hoge positie vooral te danken heeft aan prestaties op twee specifieke momenten, in plaats van zijn ranking gedurende twee seizoenen met constante resultaten op te bouwen, maakt dat hem kwetsbaar.
Daar komt bij dat de problemen met nierstenen de kansen van Van Veen op een volledig seizoen met constante prestaties hebben verkleind. Daarmee dringt zich ook een bredere vraag op: legt de huidige situatie een zwakte van het rankingsysteem bloot, aangezien verschillende spelers in 2026 aantoonbaar beter presteren dan Van Veen?
Verdeling rankinggeld per toernooi
| Toernooi | Rankinggeld | % van totaal |
| WK Darts | £415,00 | 41.4% |
| Andere TV-toernooien | £334,00 | 33.3% |
| Players Championships | £134,250 | 13.4% |
| European Tour | £119,500 | 11.9% |
Wie speelt er in 2026 beter dan Gian van Veen?
Op basis van de gemiddeldes zijn er dertien spelers die in 2026 beter presteren dan Gian van Veen. Een gemiddelde vertelt echter niet het volledige verhaal. Ook resultaten en gewonnen titels moeten worden meegenomen bij de beoordeling of spelers dit jaar daadwerkelijk beter presteren dan de Nederlander.
Op basis van die combinatie kunnen vijf spelers worden beschouwd als darters die in 2026 beter presteren. Wanneer uitsluitend naar de prestaties van dit seizoen wordt gekeken, zou Van Veen daarmee eerder als de nummer acht van de wereld kunnen worden beschouwd. Dit zijn de spelers.
Wessel Nijman
Alleen al het winnen van zes titels is voldoende reden om te stellen dat Wessel Nijman momenteel beter presteert. Wanneer naar de afgelopen zes maanden wordt gekeken, wordt het verschil nog duidelijker. Nijman noteerde in die periode een gemiddelde van 97,07, tegenover 93,55 voor Van Veen. Dat is een verschil van 3,52 punten. Ook op de dubbels heeft Nijman betere cijfers: een checkoutpercentage van 42,88 procent tegenover 38,76 procent voor Van Veen.
Nijman won in 2026 liefst 79 procent van zijn wedstrijden. Het verschil van 21 procentpunten met Van Veen vertelt het verhaal van een speler die gedurende een langere periode constant op hoog niveau presteert, iets wat Van Veen dit seizoen simpelweg niet heeft kunnen evenaren. Ook de cijfers over de eerste negen pijlen spreken in het voordeel van Nijman. Met een gemiddelde van 107,11 over zijn eerste negen darts behoort hij op dat onderdeel tot de beste drie spelers ter wereld. Van Veen komt ter vergelijking uit op 101,22.
Nijman verdiende in 2026 bovendien al 278.500 pond aan prijzengeld. Dat is 112.250 pond meer dan Van Veen. Op basis van de prestaties in 2026 heeft Nijman daarmee duidelijk de betere cijfers. Daar staat tegenover dat Van Veen zijn landgenoot dit jaar tweemaal heeft verslagen: tijdens het tweede Euro Tour-toernooi en in de tweede ronde van de World Matchplay. Twee onderlinge resultaten wegen echter niet op tegen een verschil van zes titels. Bovendien versloeg Nijman Van Veen tijdens datzelfde tweede Euro Tour-toernooi ook met een gemiddelde van liefst 112,87. Dat alles suggereert dat de nummer dertien van de wereld momenteel aanzienlijk beter presteert dan Van Veen, ondanks diens tweede plaats op de wereldranglijst.
Wessel Nijman won in 2026 al acht PDC-rankingtitels
Gerwyn Price
Ook Gerwyn Price kan een sterke zaak maken dat hij in 2026 beter presteert dan Van Veen. De wereldkampioen van 2021 kwam tijdens de World Matchplay bovendien één ronde verder dan de Nederlander door de finale te bereiken. Price heeft dit seizoen een winstpercentage van 66 procent en gaf zelf toe dat hij in 2026 niet volledig op zijn beste niveau zit. Toch zijn zijn statistieken indrukwekkend. De Welshman noteert een gemiddelde van 98,96, een checkoutpercentage van 40,76 procent en een gemiddelde van 106,22 over zijn eerste negen pijlen.
Daarmee is het verschil in kwaliteit duidelijk zichtbaar. Price won dit seizoen bovendien twee titels. Zijn finaleplaats op de World Matchplay staat dus niet op zichzelf, want hij heeft zijn niveau gedurende het jaar ook op andere momenten laten zien.
Hoewel de statistische verschillen bij Nijman nog groter zijn, spreken ook de cijfers van Price duidelijk in zijn voordeel. Tel daarbij zijn jarenlange ervaring en zijn 16-13 overwinning op Van Veen op de World Matchplay op, en er kan worden gesteld dat de nummer één van Wales momenteel beter dart dan de officiële nummer twee van de wereld.
Ross Smith
Ross Smith is misschien een verrassendere naam in dit rijtje, vooral omdat zijn positie op de wereldranglijst hem niet direct tot de absolute top van het darts doet behoren. 'Smudger' wist zich nooit definitief tussen de mondiale elite te nestelen. Zijn uitnodiging voor de World Series was dan ook een aangename verrassing en zorgde voor wat afwisseling tussen de gebruikelijke namen.
Die uitnodiging kwam echter niet uit de lucht vallen. Smith noteert in 2026 een seizoensgemiddelde van 95,59 en heeft een checkoutpercentage van 43,23 procent. Die cijfers hielpen hem dit jaar al aan drie titels. Smith blijft daarmee enigszins onder de radar, maar na zijn kwartfinale op de World Matchplay lijkt hij bovendien weer toe te werken naar een sterk resultaat op een major.
De Engelsman heeft in 2026 het op drie na meeste prijzengeld verdiend. Ook in deze vergelijking wordt Van Veen op verschillende onderdelen afgetroefd. Dat maakt opnieuw duidelijk hoe kwetsbaar zijn status als nummer twee van de wereld kan worden beschouwd. Daarbij moet worden benadrukt dat Van Veen zelf niets te verwijten valt aan zijn positie op de wereldranglijst. Volgens deze analyse ligt het probleem eerder bij een rankingsysteem waarin grote prestaties op enkele specifieke rankingmajors zeer zwaar wegen, in plaats van dat constante topprestaties gedurende een volledig seizoen nadrukkelijker worden beloond.
Luke Humphries
Luke Humphries vormt misschien wel de belangrijkste graadmeter. Op de PDC Order of Merit staat hij slechts 2.250 pond achter Gian van Veen, waardoor het verschil tussen beide spelers minimaal is. Vooral de recente statistieken van 'Cool Hand Luke' springen in het oog. Over de afgelopen drie maanden noteert Humphries een gemiddelde van 102,29, terwijl zijn gemiddelde over de eerste negen pijlen zelfs 112,26 bedraagt. Op basis van die cijfers zou zelfs gesteld kunnen worden dat Humphries momenteel eerder het niveau van een nummer één van de wereld haalt dan dat van een nummer twee.
Toch is ook Humphries in 2026 niet zo compleet als hij in 2025 was. Zijn uitschakeling in de eerste ronde, terwijl hij een titel verdedigde die hij twee jaar eerder had gewonnen, liet zien dat ook hij niet onaantastbaar is en dat de druk hem parten speelde. Desondanks heeft Humphries dit seizoen al drie rankingtitels gewonnen. Daarnaast schreef hij het World Series-toernooi in New York op zijn naam en geldt hij nog altijd als de enige serieuze uitdager van Luke Littler.
Een interessant vergelijkingspunt is de kwartfinale van het WK Darts 2026 tussen Van Veen en Humphries. De Nederlander won die wedstrijd overtuigend met 5-1 en noteerde daarbij een gemiddelde van 105,41. Sinds die nederlaag heeft Humphries echter de finale van de World Masters en de finale van de Premier League bereikt, vier titels gewonnen en meerdere keren de eindfase van toernooien gehaald. Van Veen heeft daar sindsdien nauwelijks vergelijkbare resultaten tegenover kunnen zetten.
Het argument is overigens niet dat deze spelers op de PDC Order of Merit boven Van Veen zouden moeten staan. De wereldranglijst wordt over een periode van twee jaar berekend en functioneert in dat opzicht zoals bedoeld. De vraag is vooral hoe de verhoudingen eruit zouden zien wanneer uitsluitend naar de vorm en prestaties in 2026 wordt gekeken. Vanuit dat perspectief oogt de status van Van Veen als nummer twee van de wereld een stuk kwetsbaarder.
World Matchplay en het eerlijke oordeel
De halvefinaleplaats op de World Matchplay is het resultaat uit 2026 dat Gian van Veen de meeste reden tot optimisme geeft. In vier dagen tijd rekende de Nederlander in de Winter Gardens af met Krzysztof Ratajski, Wessel Nijman en James Wade, voordat hij in de halve finale met 17-10 verloor van Gerwyn Price. Daarmee boekte Van Veen opnieuw progressie in Blackpool. Vorig jaar strandde hij nog in de kwartfinale tegen diezelfde Wade, terwijl hij ditmaal voor het eerst de laatste vier van de World Matchplay bereikte. Voor een speler die pas vier jaar actief is binnen de PDC is dat zonder twijfel een betekenisvolle stap in zijn ontwikkeling.
Toch vertellen de gemiddeldes tijdens zijn opmars een genuanceerder verhaal. Van Veen won zijn drie partijen met gemiddeldes tussen de 91 en 96 en noteerde tijdens zijn nederlaag tegen Price een moyenne van 91,62. Dat zijn niet de cijfers die normaal gesproken worden geassocieerd met de nummer twee van de wereld. Het waren vooral solide en veerkrachtige prestaties van een speler die steeds beter leert omgaan met de grote wedstrijden, maar nog niet het niveau laat zien waarmee hij zijn tegenstanders structureel domineert.
Dat verschil wordt duidelijk wanneer zijn prestaties in Blackpool worden afgezet tegen zijn optreden tijdens het WK. In de WK-finale noteerde Van Veen een gemiddelde van 99,94 en liet hij zien welk niveau hij kan halen wanneer alles op zijn plaats valt. Zijn gemiddelde van 91,62 in de halve finale van de World Matchplay laat tegelijkertijd zien waar Van Veen momenteel staat. De resultaten op het grote podium bieden perspectief, maar qua niveau is er nog ruimte voor verbetering.
Wedstrijden van Gian van Veen op World Matchplay
| Ronde | Opponent | Score | Gemiddelde |
| Laatste 32 | Krzysztof Ratajski | 10-6 | 93.55 |
| Laatste 16 | Wessel Nijman | 14-12 | 96.95 |
| Kwartfinale | James Wade | 16-13 | 93.04 |
| Halve finale | Gerwyn Price | 10-17 | 91.62 |