"Vroeger keek ik uit naar het darten."
Joe Cullen verborg zijn emoties niet. In november 2025, als nummer 35 van de PDC Order of Merit en met £152.000 aan prijzengeld — amper een derde van zijn beste jaar in 2022 — sprak 'The Rockstar' hardop uit wat in het circuit al langer werd gefluisterd. Na vijftien jaar op de tour, een titel op de World Masters en een finaleplaats in de Premier League Darts van 2022, had een reeks gemiste majors zijn honger naar het spel uitgehold.
"Ik ben veel liefde voor het spel kwijtgeraakt", bekende de Engelsman openhartig aan
Online Darts. De cijfers onderstrepen die terugval voor de darter uit Bradford. Van de mondiale top twaalf en £448.500 aan prijzengeld in 2022, naar plaats 35 in 2025, met slechts 34 procent van dat totaal. Aan zijn talent mankeert het niet — met onder meer twee titels op de Players Championship — maar de honger ontbrak. Zijn constante niveau brokkelde af; overwinningen stonden steeds vaker op zichzelf, in plaats van deel uit te maken van een opbouwende reeks.
Toch gloort er in 2026 weer perspectief. Een halve finale op
Players Championship 5, een winstpercentage dat is opgelopen van 54 naar 62,5 procent, en drie opeenvolgende partijen met een gemiddelde boven de 100: het zijn signalen dat Cullen langzaam weer de weg omhoog weet te vinden. Met £49.500 prijzengeld in de eerste drie maanden — goed voor een geprojecteerde £198.000 over het hele jaar — ligt hij op koers voor een stijging van circa 30 procent, en dat zonder een diepe run op televisie. Het verschil? Niet langer incidentele uitschieters, maar herwonnen regelmaat.
Op de European Tour blijft het beeld echter wisselvallig. Een nipte 6-5 nederlaag tegen Andy Baetens, ondanks een gemiddelde van 101.40, en verliespartijen tegen Gerwyn Price en Michael Smith werpen de vraag op of zijn verbeterde vloerprestaties ook standhouden wanneer het niveau stijgt op het podium. Juist die vertaalslag — van vloer naar tv-podium — was in zijn topjaren Cullens grootste kracht.
Met bewijs in beide richtingen blijft de hamvraag staan: kan Cullen zijn vroege vorm van 2026 lang genoeg vasthouden om weer écht mee te doen, of kijken we naar een laatste opleving voordat het vuur definitief dooft?
Wat is er gebeurd?
Joe Cullen was in 2022 een vaste waarde in de wereldtop. Winnaar van The Masters, finalist in de Premier League Darts en nummer twaalf van de wereld: op zijn piek gold 'The Rockstar' als een serieuze kanshebber voor de grootste titels. Hij tekende bovendien voor enkele van de meest memorabele partijen van de jaren 2010, met als uitschieter de kwartfinale van de
World Matchplay 2018 tegen Gary Anderson in Blackpool. De vraag dringt zich op: waar staat hij nu?
De terugval van Cullen laat zich het best omschrijven als een sluipend proces. Van de twaalfde plaats op de PDC Order of Merit in 2022 naar plek 23 in 2024 en inmiddels 35e in 2025. Geen abrupte instorting, maar een gestage daling. Juist dat maakt de neergang zo verraderlijk. Terwijl de druk om rankinggeld te verdedigen aanhield, begon de 36-jarige Engelsman langzaam terrein te verliezen. TV-finales maakten plaats voor vroege exits; diepe runs werden een uitzondering in plaats van de regel.
Rankingontwikkeling Joe Cullen (PDC Order of Merit)
| Jaar | Positie Order of Merit |
| 2021 | 11e |
| 2022 | 12e |
| 2023 | 12e |
| 2024 | 23e |
| 2025 | 35e |
Opvallend is de openheid waarmee Cullen zijn situatie duidt — iets wat in de dartswereld zelden gebeurt. "Ik waardeer eigenlijk alleen nog het sociale aspect van darts", vertelde hij aan Online Darts. Na vijftien jaar op de tour — en nog langer in het amateurcircuit — is het verlies van pure spelvreugde geen teken van zwakte, maar van slijtage. Het eindeloze ritme van toernooien, reizen en herhaling begon zijn passie uit te hollen.
Cullen gaf bovendien aan dat hij het aantal spelers dat hij écht beter acht dan zichzelf 'op één hand kan tellen'. Voor buitenstaanders klinkt dat al snel als arrogantie, maar binnen de topsport verraadt het vooral zelfvertrouwen.
Zijn huidige positie op de wereldranglijst weerspiegelt volgens hem dan ook niet zijn werkelijke niveau. De kern van het probleem? Gebrek aan honger. En dat is geen knop die je zomaar omzet. In een dartsjaar zonder echte pauzes — met Players Championships, European Tour-toernooien en majors die elkaar in rap tempo opvolgen — ontbreekt de ruimte om mentaal te resetten.
De neergang van Joe Cullen in cijfers.
Wanneer Cullen wél rust neemt, doet hij dat bewust ver weg van het darts. Maar ironisch genoeg maakt juist zijn dalende ranking dat steeds moeilijker: buiten de top 16 moet hij vaker kwalificaties spelen en meer toernooien afwerken om zijn positie te behouden. Tijd om afstand te nemen wordt daarmee een luxe die hij zich steeds minder kan permitteren.
De cruciale vraag blijft hangen: wil Cullen — die ooit de absolute elite op één hand dacht te kunnen tellen — zich daar nog altijd toe rekenen? Of is de drang om terug te keren naar de top inmiddels net zo ver weg als zijn beste jaren?
Het kantelpunt
Voor Joe Cullen lijkt 2026 het jaar waarin de lijn weer omhoog buigt. Zijn cijfers op de vloer spreken boekdelen: een winstpercentage van 68,4 procent, dat zelfs oploopt tot 77 procent zodra hij de eerste ronde overleeft. Hij weet dat zelf ook. In gesprek met Online Darts gaf hij eerlijk toe dat hij die prikkel simpelweg niet voelt 'op bord 14 in Leicester' — een veelzeggende verwijzing naar de anonimiteit van de Pro Tour-vloer, waar adrenaline schaars is en motivatie uit jezelf moet komen.
Winstpercentage per jaar
| Jaar | Winstpercentage in % | Record |
| 2021 | 67% | 68–34 |
| 2022 | 63% | 101–60 |
| 2023 | 60% | 73–48 |
| 2024 | 45% | 40–49 |
| 2025 | 54% | 60–52 |
| 2026 | 62.5% | 16–10 |
De eerste signalen van herstel zijn zichtbaar. Een kwartfinale op Players Championship 1, een plek bij de laatste zestien op Players Championship 4 en vooral die halve finale op PC5 onderstrepen dat Cullen weer regelmaat begint te vinden. Overwinningen op directe concurrenten voor de ranking — zoals Niels Zonneveld, die dit jaar nog Luke Littler versloeg op de Belgian Darts Open — zijn daarbij cruciaal.
In een seizoen waarin de bezetting van de Players Championships minder sterk oogt dan voorheen, liggen er kansen. Maar juist daarom moet Cullen ze ook verzilveren. Niet met woorden, maar met resultaten: bewijzen dat hij niet thuishoort rond plek 35, maar weer richting de top wil.
Ook zijn scorend vermogen keert terug. Tijdens PC4 en PC5 noteerde hij drie gemiddelden boven de 100: 101.71 tegen Damon Heta, gevolgd door 101.57 tegen Brendan Dolan en 101.16 tegen Adam Gawlas. Een enkele 100+ is het teken van een sterke dag; meerdere op rij binnen één toernooi vormen een statement — precies wat Cullen nodig heeft.
Financieel vertaalt die opleving zich ook. In de eerste drie maanden van 2026 verzamelde hij £49.500 aan prijzengeld, goed voor een projectie van £198.000 over het hele jaar — en dat zonder diepe runs op televisie en met slechts één derde ronde op de European Tour. Daarmee staat hij momenteel rond de tiende plaats in de kwalificatierace voor de World Matchplay, met een comfortabele marge van £14.000 op achtervolger Damon Heta, die de zestiende plek bezet.
Ter vergelijking: in 2025 plaatste Cullen zich als twaalfde voor het majortoernooi in Blackpool. In 2026 staat hij voorlopig zelfs negende in een competitiever veld. Het grote verschil? Waar zijn rankingpositie vorig jaar nog leunde op één uitschieter, wordt die nu gedragen door consistente prestaties over meerdere toernooien. Dat is misschien wel het belangrijkste signaal dat 'The Rockstar' weer in de juiste richting beweegt.
Prijzengeld per jaar (PDC Order of Merit)
| Jaar | Prijzengeld |
| 2021 | £168.250 |
| 2022 | £448.500 |
| 2023 | £282.250 |
| 2024 | £158.500 |
| 2025 | £152.500 |
| 2026* | £49.500 (Projectie: £198.000, +30,26%) |
*2026 = stand na 3 maanden
Hoe belangrijk is de World Matchplay?
De World Matchplay in de Winter Gardens Blackpool geldt als een van de meest iconische haltes op de dartskalender. Waar de Premier League Darts draait om spektakel en volume, biedt Blackpool een ander decor: kennerspubliek, pure focus en respect voor elke pijl. Met een prijzenpot van £1.066.000 — waarvan £225.000 naar de winnaar gaat — is het, na het WK, de meest prestigieuze titel binnen de PDC.
Voor Joe Cullen is het bovendien vertrouwd terrein. Tien deelnames, met een halve finale in 2023 als hoogtepunt, maken van Blackpool een vaste afspraak in juli. Maar die routine biedt geen garantie. Het deelnemersveld is genadeloos en het podium vraagt iets anders dan de vloer. De Winter Gardens is geen bord in een zaal op een Players Championship-toernooi; hier moet alles kloppen. Als Cullen gelijk heeft dat hij zijn topniveau alleen onder spanning vindt, dan is dit hét podium om dat te bewijzen.
Joe Cullen wacht een belangrijke World Matchplay.
De concurrentie is moordend. Spelers als Wessel Nijman, Niels Zonneveld, Kevin Doets en Dirk van Duijvenbode illustreren hoe breed en diep het veld is, nog los van gevestigde namen als Ross Smith en anderen die het afgelopen jaar constanter presteerden dan Cullen. Een overwinning in de eerste ronde is allerminst vanzelfsprekend.
En toch ligt daar juist de sleutel. Eén gewonnen partij levert £22.500 op; een halve finale is goed voor £65.000. Een diepe run kan het perspectief volledig kantelen: van speler in de achtervolging naar serieuze outsider. Een terugkeer richting de top 20 zou Cullen weer structurele voordelen geven — automatische plaatsing voor de European Tour, minder kwalificatiedruk en meer ruimte om momentum op te bouwen.
Blackpool kan daarmee het kantelpunt worden waar alles samenvalt. Historisch gezien werkt de vorm op de Matchplay vaak richting het najaar. Kijk naar Gian van Veen, die vorig jaar met een vroege zege op Luke Humphries het startschot gaf voor een reeks die uitmondde in een Europese titel en een WK-finale.
World Matchplay Race (Main Order of Merit)
| Positie | Speler | Prijzengeld (£k) |
| 1 | Luke Littler | 2.928.500 |
| 2 | Luke Humphries | 1.180.500 |
| 3 | Gian van Veen | 908.750 |
| 4 | Michael van Gerwen | 679.250 |
| 5 | Jonny Clayton | 635.250 |
| 6 | James Wade | 634.500 |
| 7 | Gerwyn Price | 613.750 |
| 8 | Stephen Bunting | 573.750 |
| 9 | Gary Anderson | 572.250 |
| 10 | Danny Noppert | 566.500 |
| 11 | Josh Rock | 565.250 |
| 12 | Chris Dobey | 548.250 |
| 13 | Ryan Searle | 543.250 |
| 14 | Nathan Aspinall | 506.250 |
| 15 | Wessel Nijman | 451.750 |
| 16 | Jermaine Wattimena | 445.250 |
| 17 | Ross Smith | 443.000 |
| 18 | Martin Schindler | 417.250 |
| 19 | Mike De Decker | 412.000 |
| 20 | Luke Woodhouse | 398.750 |
| 21 | Damon Heta | 387.500 |
| 22 | Krzysztof Ratajski | 365.250 |
| 23 | Rob Cross | 359.750 |
| 24 | Ryan Joyce | 343.750 |
| 25 | Daryl Gurney | 343.000 |
| 26 | Dave Chisnall | 325.000 |
| 27 | Andrew Gilding | 321.750 |
| 28 | Dirk van Duijvenbode | 321.750 |
| 29 | Cameron Menzies | 319.750 |
| 30 | Ritchie Edhouse | 299.750 |
| 31 | Michael Smith | 295.750 |
| 32 | Joe Cullen | 288.250 |
| 33 | Peter Wright | 283.500 |
| 34 | Ricardo Pietreczko | 278.250 |
| 35 | Kevin Doets | 269.750 |
ProTour Order of Merit (momentopname top 10)
| Positie | Speler | Prijzengeld (£k) |
| 1 | Ross Smith | 111.750 |
| 2 | Luke Woodhouse | 96.250 |
| 3 | Kevin Doets | 92.500 |
| 4 | Krzysztof Ratajski | 82.750 |
| 5 | Niko Springer | 82.000 |
| 6 | Niels Zonneveld | 82.000 |
| 7 | Martin Schindler | 73.000 |
| 8 | William O'Connor | 71.500 |
| 9 | Joe Cullen | 71.000 |
| 10 | Dirk van Duijvenbode | 69.250 |
De reden achter de cijfers
Bij Joe Cullen ligt de verklaring voor zijn recente opleving niet alleen in statistieken, maar vooral in wat er daarachter schuilgaat. Zijn openhartige interview in november was geen teken van zwakte, maar van zelfinzicht. Waar anderen omheen draaien, benoemde Cullen publiekelijk wat al langer zichtbaar was. Door die erkenning vielen de verwachtingen van zijn schouders. Het contrast tussen wie hij wás en wie hij geworden is, hoefde hij niet langer te dragen — hij kon weer simpelweg darten.
Zelfvertrouwen blijft daarbij zijn belangrijkste wapen. In een solosport als darts, waar het mentale aspect allesbepalend is, werkt geloof in eigen kunnen als een katalysator. Een speler die overtuigd is van een diepe run speelt anders — vrijer, scherper, overtuigender — dan iemand die twijfelt. Bij Cullen is dat verschil zichtbaar. Zijn houding oogt rustiger en meer gecontroleerd dan in 2025, toen onzekerheid vaker de boventoon voerde.
Ook de kalender van de PDC speelde een rol. Met een overvol februari — zes Players Championships in korte tijd — was er nauwelijks ruimte om stil te staan bij vorm of twijfel. Ritme werd afgedwongen. Bovendien bleven de reisverplichtingen voor de European Tour in die periode beperkt, wat Cullen — die nooit een liefhebber van het constante reizen is geweest — duidelijk in de kaart speelde.
Tegelijkertijd moet zijn vorm in perspectief worden geplaatst. Het feit dat hij relatief weinig top-8-spelers treft, maakt het lastig om zijn niveau volledig te toetsen. Maar in het huidige PDC-landschap is dat nauwelijks te vermijden.
Presteren en ergens écht om geven zijn bovendien twee verschillende dingen. Cullen laat zien dat hij nog altijd kan presteren. Of de liefde voor het spel volledig is teruggekeerd, blijft vooralsnog onduidelijk.
Inspiratie heeft immers een houdbaarheidsdatum wanneer de basis ontbreekt. Bij Cullen lijkt er sprake te zijn van een speler die zichzelf vooruitduwt, zich bewust van wat nodig is om competitief te blijven. Hij meet zich niet meer aan hoe goed hij ooit was, maar functioneert op wat er nú gevraagd wordt. Op korte termijn levert dat resultaat op. Op de lange termijn blijft het fragiel — dat zal bepalend zijn voor hoe lang deze heropleving standhoudt.
Uitdagingen
Voor Joe Cullen geven de cijfers op papier reden tot voorzichtig optimisme. Een winstpercentage van 68,4 procent over een degelijke reeks partijen, met de World Matchplay als concreet doel, suggereert dat de weg omhoog is ingezet. Maar dat is slechts één kant van het verhaal.
De realiteit van 2026 is grilliger. Vroege nederlagen op Players Championship 2 en 3 tegen Madars Razma en Mensur Suljović — bepaald geen onoverkomelijke tegenstanders in topvorm — temperen de verwachtingen. Zodra het niveau stijgt, met name op de European Tour, blijkt Cullens herwonnen consistentie nog broos.
Zijn gemiddelden tegen spelers die hij moet verslaan om ver te komen op televisie blijven steken rond de 92 à 93. Dat is simpelweg onvoldoende om structureel diepe runs te maken. De echte graadmeter volgt later in het seizoen, wanneer toernooien als de vernieuwde Grand Slam of Darts, de World Grand Prix Darts en de Players Championship Finals op het programma staan — mits Cullen zich plaatst.
Het oordeel
Players Championship 8 bracht Cullen een finaleplaats, waarin hij zijn meerdere moest erkennen in Wessel Nijman — goed voor diens tweede van inmiddels al zes Pro Tour-titels in 2026. Die nederlaag op zich zegt weinig. Wat wél telt, is dat Cullen onderweg spelers versloeg die zich in een vergelijkbare regio bevonden: Michael Smith, Damon Heta en Sebastian Bialecki.
Dat bevestigt zijn positie: competitief binnen de subtop, maar nog tekortschietend wanneer het niveau verder stijgt. De £10.000 aan prijzengeld voor de finale scherpt zijn ranking aan, maar verandert het grotere plaatje niet.
April legde opnieuw zijn kwetsbaarheid bloot. Een winstpercentage van slechts 30 procent, vier uitschakelingen in de eerste ronde en slechts één run tot de laatste 32: het contrast met zijn eerdere vorm is groot. Opnieuw blijkt hoe cruciaal die eerste overwinning is om Cullen in een toernooi te laten groeien.
Nog zorgwekkender zijn zijn gemiddelden, die in die periode terugzakten naar het midden van de 80. Dat wijst erop dat zijn zogeheten C-game momenteel onvoldoende is om zelfs binnen de top 128 overeind te blijven. Op het grote podium kan dat funest zijn: zonder vangnet verdwijnt het vertrouwen snel.
De vraag of Cullen het nog kan blijft voorlopig onbeantwoord — al zou een aanhoudende vormdip die vraag sneller beantwoorden dan hem lief is.
Als hij weer mee wil doen om de prijzen, dan moet hij vooral zijn B- en C-game opkrikken. Zijn A-game is nog altijd van topniveau binnen een Players Championship-veld, maar zonder ondergrens is dat niet genoeg. Consistentie over alle niveaus van zijn spel is de sleutel: ook winnen op dagen dat het niet vanzelf gaat.
Juist die stabiliteit ontbrak in 2025. Als Cullen die in 2026 weet te vinden, stijgt zijn plafond automatisch — zeker wanneer adrenaline en ritme elkaar versterken. En misschien nog belangrijker: het kan de honger terugbrengen waar hij zelf zo nadrukkelijk naar op zoek is.