Na jaren van bouwen, vallen en opstaan heeft
Jimmy van Schie vorige week op
Q-School eindelijk zijn felbegeerde PDC Tour Card veroverd. In gesprek met
Tungsten Tales blikt de Nederlander uitgebreid terug op een emotionele, maar vooral gecontroleerde week op het kwalificatietoernooi. Het contrast met twaalf maanden eerder kon nauwelijks groter zijn. Waar toen de druk verlammend werkte, stond er nu een speler die wist wat hij kon, wat hij wilde en hoe hij het moest afmaken.
"Ik voel me heel goed", zegt Van Schie opgelucht. "Natuurlijk ben ik blij dat ik die kaart heb. En ik ben vooral heel benieuwd hoe dit jaar gaat verlopen."
Dat het uiteindelijk lukte, kwam voor Van Schie niet als een complete verrassing. Integendeel zelfs. "Het ging eigenlijk volgens plan", legt hij uit. "Op de eerste dag van de eerste fase speelde ik heel goed. Ik plaatste me direct voor de finalefase en daar heb ik gewoon heel constant gespeeld. Dat heeft me uiteindelijk die Tour Card opgeleverd."
Juist die snelle kwalificatie gaf hem rust.
Q-School staat bekend als een slopend traject van lange dagen, drukke schema's en mentale uitputting. "Eerlijk gezegd wilde ik het zo snel mogelijk regelen", zegt hij. "Je wilt niet in een scenario terechtkomen waarin je het nét niet haalt. Bovendien waren het voor mij een paar hele zware maanden geweest. Die extra rustdagen waren eigenlijk welkom."
Het verschil met vorig jaar: vertrouwen
Wie Van Schie vorig jaar op
Q-School zag, herkende een andere speler. De verwachtingen waren hoog, de druk immens – en juist dat brak hem op. "Dit jaar voelde compleet anders", vertelt hij. "Ik ging er nu met veel meer zelfvertrouwen in. Ik had het
WDF-WK gewonnen, de World Masters ook. Daardoor was ik veel minder nerveus."
Dat vertrouwen ontbrak een jaar eerder. "Toen voelde ik enorme druk. Iedereen verwachtte dat ik die kaart zou pakken, maar diep vanbinnen was dat vertrouwen er nog niet. Ik speelde goed, maar op de laatste dagen wist ik gewoon niet meer wat ik moest doen. Ik was zó nerveus, kon mijn zenuwen niet onder controle houden, en toen lukte het niet." Nu bleef hij koel. "Dit jaar ben ik rustig gebleven, ontspannen, gefocust en goed voorbereid. Dat maakte het verschil."
Ook dit jaar ging niet alles vanzelf. In de finalefase waren er momenten waarop het mis dreigde te gaan. "Op de eerste dag verloor ik van Damian Mol", vertelt Van Schie. "Ik begon als een trein, gooide een 12- en een 13-darter, maar daarna waren zijn finishes gewoon fenomenaal. Ik kreeg geen kansen en hij strafte me keihard af."
Een dag later volgde een andere pijnlijke nederlaag, tegen Alexander Merkx. "Ik stond 5-1 voor en daar heb ik denk ik een fout gemaakt door iets te veel te ontspannen. Ik dacht dat ik er al was, maar hij bleef vechten en won alsnog. Daar was ik teleurgesteld over." Toch raakte Van Schie niet in paniek. "Ik speelde niet slecht. Ik wist dat ik het niveau had om deze jongens te verslaan."
De beslissende dag: kwaliteit onder druk
Op dag drie voelde hij dat het zwaar zou worden. "Ik had al het gevoel dat mijn loting pittig zou zijn", zegt hij. "En toen ik zag dat ik tegen Benjamin Pratnemer moest, en daarna mogelijk tegen Jurjen van der Velde of opnieuw Merkx… toen dacht ik: kom op Jimmy, dit kun je."
De wedstrijd tegen Pratnemer werd een hele spannende. "Hij gooide een 147-finish om me te breaken en 5-4 voor te komen. Ik keek naar het bord en dacht echt: meen je dit nou? Maar ik bleef gefocust. Ik gooide daarna een 12-darter en een 14-darter om de wedstrijd alsnog te winnen."
Het bijzondere aan de laatste speeldag was dat Van Schie al zeker wist dat hij genoeg punten had verzameld. "Je bent natuurlijk constant aan het rekenen. Met negen punten zat je eigenlijk al goed, met tien was het bijna onmogelijk om het nog te missen. Ik had er elf toen ik de finale bereikte."
Dat gaf een vreemde dynamiek. "Ik wilde die laatste wedstrijd gewoon winnen, maar ik wist in mijn achterhoofd al dat ik de kaart had. Toen ik die finale verloor, raakte ik niet in paniek. Ik wist: het is binnen."
Of de laatste dag daardoor vreemd voelde? "Dat vragen veel mensen", lacht hij. "Maar voor mij niet. Ik wil altijd een statement maken. Ik wil elke dag laten zien dat ik constant kan spelen. Helaas won ik die dag niet, maar daarna wilde ik vooral naar huis om het te vieren."
Met een Tour Card op zak begint nu een nieuw hoofdstuk: twee jaar op de PDC-tour. "In een droomwereld haal ik al mijn doelen", zegt Van Schie. "Maar ik stel mezelf altijd kleine doelen. Ik wil me bijvoorbeeld kwalificeren voor een Euro Tour-toernooi. Dat is me eerder net niet gelukt, maar nu krijg ik veel meer kansen." Daarnaast hoopt hij zich via de Pro Tours richting het WK te spelen. "Hopelijk sta ik aan het eind van het jaar op het WK Darts."
Leven als fulltime PDC-speler
Opvallend genoeg verwacht Van Schie dat hij juist méér tijd krijgt. "Ik speelde alles: Challenge Tour,
WDF, MODUS, lokale toernooien. Nu is het vooral PDC. Ik blijf wel lokale toernooien en competities spelen, want ik wil zoveel mogelijk blijven gooien."
Dat betekent ook afscheid nemen van vertrouwde circuits. "De
WDF heb ik eigenlijk wel 'uitgespeeld'", zegt hij nuchter. "Ik won de World Masters en het WK. Alleen de Dutch Open ontbreekt nog, maar goed. Bij MODUS won ik een speciale week, meerdere reguliere weken en haalde ik twee keer de finale van de Champions League. Het is jammer, maar die PDC Tour Card is nu het allerbelangrijkste."
Van Schie wist in december wereldkampioen te worden bij de WDF.
Toch blijft hij een groot voorstander van de
WDF-route. "Die heeft een enorme rol gespeeld in mijn ontwikkeling", benadrukt hij. "Mijn manager vroeg me ooit of ik WDF-toernooien wilde gaan spelen. Ik twijfelde, maar hij zei: het geeft je podiumervaring en vertrouwen."
Dat bleek een gouden zet. "Mijn eerste toernooi was de Romania Open en die won ik meteen. Ik was zó nerveus, maar ik voelde ook die honger weer. Dat was de sleutel. Vanaf daar is het gaan lopen."
Volgens Van Schie bewijst zijn verhaal – net als dat van andere spelers – dat het pad werkt. "Er zijn zoveel goede spelers en zoveel toernooien. Als iemand zijn Tour Card verliest, gaat hij vaak terug naar de
WDF. Dat houdt je scherp en helpt je groeien."
Zelfvertrouwen als wapen
Zelfvertrouwen is altijd een handelsmerk geweest van Van Schie. Op de PDC-tour komt hij spelers tegen met meer ervaring en grotere namen, maar dat schrikt hem niet af. "Ik heb al Pro Tour-wedstrijden gespeeld en ook gewonnen, zelfs tegen grote namen. Ik speel beter als ik word gepusht. En dat ga ik hier zeker worden."
Op de vraag tegen wie hij het liefst eens wil spelen, hoeft hij niet lang na te denken. "Natuurlijk tegen Luke Littler of Luke Humphries. Of Michael van Gerwen. Dat soort wedstrijden, daar kijk ik naar uit."
Over de huidige stand van het Nederlandse darts blijft Van Schie respectvol. Hoewel Gian van Veen recentelijk indrukwekkende stappen heeft gezet, is de hiërarchie volgens hem duidelijk. "Michael blijft de GOAT van Nederland. Het respect is er altijd."
Tot slot deelt Van Schie nog een opmerkelijk moment van de afgelopen week: een ontmoeting met Benito van de Pas. "Ik kwam hem tegen in de Oranjebar, waar ik vaak speel. Het was lang geleden, maar hij is weer begonnen met gooien. Hij speelde echt behoorlijk. Ik hoop dat de honger terug is, want hij is een klasbak."