Michael van Gerwen heeft op de openingsavond van de
Premier League Darts direct zijn visitekaartje afgegeven. In een competitie die hij vorig jaar teleurstellend zonder weektitel afsloot, pakte de Brabander nu meteen de volle buit. Toch was er na afloop geen uitbundige 'Mighty Mike' te zien. Geen grote gebaren, geen borstklopperij. Van Gerwen bleef opvallend rustig, bijna nuchter. En juist dat zegt misschien wel alles over zijn mindset aan het begin van deze lange Premier League-campagne.
“Het is prima,”
zei Van Gerwen kort na zijn overwinning. “Ik denk dat ik het oké heb gedaan.” Het typeert de houding waarmee hij dit seizoen is begonnen. Geen grootspraak, geen statements – een woord waar hij inmiddels een uitgesproken hekel aan heeft – maar focus op details, momenten en vooral: punten. Want daar draait het om in de
Premier League Darts.
Winnen op de juiste momenten
Wie Van Gerwen die eerste avond zag spelen, merkte dat zijn spel niet constant op topniveau was. Hij erkende dat zelf ook. “In sommige fases was mijn scoring goed, bijvoorbeeld in mijn wedstrijd tegen Gerwyn Price,” analyseerde hij. “Dan gooi je ineens legs met 140-140-140. Daarna was het soms weer minder, maar op de momenten dat het moest, stond ik er.”
En precies dát is het verschil tussen winnen en verliezen op dit niveau. Van Gerwen hoefde niet elke leg te domineren. Hij hoefde niet structureel boven de 105 gemiddeld te gooien. Wat hij wél deed, was toeslaan op cruciale momenten: een belangrijke dubbel, een sterke leg onder druk, een beslissende serie scores wanneer de tegenstander even rook. “Wanneer ik goed moest doen, deed ik goed,” vatte hij het zelf samen. “Dat maakt dat je avonden wint.”
Die volwassen benadering is opvallend, zeker gezien het contrast met vorig jaar. Toen bleef Van Gerwen in de Premier League verstoken van een avondzege, iets wat ongekend was voor een speler die jarenlang het gezicht van de competitie was. Dat hij nu meteen toeslaat, voelt als een correctie – al wil hij daar zelf niet te zwaar aan tillen.
Geen euforie, wel realisme
Normaal gesproken is Van Gerwen na een overwinning zichtbaar uitbundiger. Dit keer bleef hij opvallend beheerst. Gevraagd naar zijn ingetogen reactie, bleef hij nuchter. “Er is nog een lange weg te gaan. We weten allemaal dat de Premier League een rollercoaster is.”
Die ervaring spreekt uit alles wat hij zegt. Van Gerwen weet als geen ander hoe verraderlijk deze competitie kan zijn. “Ik ben ook in een situatie geweest waarin ik drie avonden op rij won en daarna slecht speelde,” herinnerde hij zich. “Daarom moet ik ervoor zorgen dat ik mijn focus en momentum vasthoud, ook richting volgende week.”
Het is de stem van een speler die alles al heeft meegemaakt. Overwinningen, teleurstellingen, dominantie en twijfel. Waar hij vroeger misschien leefde op emotie en bravoure, overheerst nu controle en zelfkennis.
Geen discussie over ‘Nederlandse nummer één’
Tijdens de interviews werd Van Gerwen ook geconfronteerd met uitspraken over zijn positie als Nederlands nummer één (die Gian van Veen inmiddels heeft overgenomen), zeker nu de concurrentie uit eigen land groeit. Maar daar wilde hij weinig van weten. “Ik heb dat nooit zo gezegd,” reageerde hij scherp. “Dat zijn jullie woorden, niet de mijne.”
Voor Van Gerwen is het duidelijk: wie de beste van de wereld wil zijn, moet iedereen verslaan. Nationaliteit speelt daarin geen rol. “Als je nummer één van de wereld wilt zijn, moet je alles en iedereen verslaan. En ja, dan moet je ook de beste Nederlander zijn. Maar ik ben dat al heel lang geweest – en misschien ben ik het nog steeds.”
Zijn focus ligt elders. “Voor mezelf moet ik gewoon blijven winnen. Voor de rest maakt het me niet zoveel uit.”
‘Ik haat het woord statement’
Dat deze overwinning gezien werd als een krachtig signaal richting de rest van het veld, wilde Van Gerwen niet bevestigen. Sterker nog: hij verzette zich fel tegen die interpretatie. “Ik haat het woord statement,” zei hij resoluut. “Ik ben echt klaar met statements.”
Volgens Van Gerwen hoeft hij niemand meer iets te bewijzen. “De verwachting was vroeger altijd:
Michael van Gerwen wint het toernooi. Als ik dat gevoel niet meer zou hebben, kan ik net zo goed stoppen met darten. Dan is er iets mis.”
Die winnaarsmentaliteit is er nog altijd. Onveranderd. “Jullie kennen me. Ik geef altijd honderd procent, ik geef nooit op en ik wil winnen. Zo simpel is het.”
Op de vraag hoe belangrijk deze vroege avondzege is voor zijn mentale gesteldheid, bleef Van Gerwen wederom nuchter. “Voor mijn mindset maakt het niet zoveel uit. Ik weet dat die goed is. Maar het is natuurlijk fijner om voor te liggen dan om achtervolger te zijn.”
Toch erkende hij dat het verschil met vorig jaar groot is. “Vorig jaar had ik een heel slechte Premier League,” gaf hij toe, in ongebruikelijk directe bewoordingen. “Normaal zou ik het anders zeggen, maar dan krijg ik weer commentaar.” De boodschap was duidelijk: 2024 moet anders worden.
En dat begint bij vertrouwen. “Zolang je blijft investeren in je eigen kunnen en prestaties, weet ik wat ik kan. Ik ga alles aangaan wat op mijn pad komt. Ik wil ze verslaan. Simpel.”
Momentum als sleutelwoord
Als er één woord was dat steeds terugkwam in Van Gerwens analyse, dan was het momentum. “Dat was het meest prettige van vanavond,” zei hij. “Wanneer ik moest presteren, deed ik dat. Dat geeft momentum. En momentum wint wedstrijden.”
Volgens Van Gerwen is winnen het beste medicijn. “Voor je vorm, voor je vertrouwen, voor alles. Zolang je je eigen gevechten blijft voeren en wedstrijden blijft winnen, groeit het vertrouwen. En dan is alles mogelijk.”
Vooruitblik: België en volle zalen
Volgende week wacht een bijzondere avond: de
Premier League Darts strijkt neer in België, een primeur voor de competitie. Van Gerwen kijkt ernaar uit. “Er zullen veel Nederlanders zijn, denk ik,” lachte hij. “Maar ik kijk er echt naar uit om daar te spelen.”
De Premier League blijft voor hem iets speciaals, ondanks zijn kritiek op het format. “Soms vind ik het format een beetje saai,” gaf hij toe. “Maar spelen voor duizenden mensen, volle zalen, dat geeft me enorm veel plezier.”
Is Van Gerwen mentaal alweer op zijn absolute top? Nee, zegt hij eerlijk. “Nog niet. Ik ben er nog niet. Ik kom eraan, maar het kost tijd.”
En dan volgt misschien wel de meest veelzeggende uitspraak van de avond: “Het is geen sprint, het is een marathon.”