Voor
Gian van Veen was het een avond die hij niet snel zal vergeten. Zijn allereerste optreden in de
Premier League Darts eindigde direct met een finaleplaats en drie belangrijke punten op het scorebord. En dat terwijl hij zelf de eerste is om toe te geven dat het spel technisch gezien verre van perfect was. Juist dat maakt deze openingsavond misschien wel extra veelzeggend voor de jonge Nederlander.
“Het was wel positief,” blikte Van Veen eerlijk terug bij Viaplay. “Ik was niet goed vanavond. Dat heeft iedereen wel gezien. Ik was niet wat ik misschien had verwacht van mezelf.” Het zijn woorden die passen bij een speler die kritisch is op zijn eigen prestaties, maar tegelijkertijd ook het grotere plaatje ziet. Want ondanks een wisselvallige scoring en gemiste dubbels, stond Van Veen aan het eind van de avond ‘gewoon’ in de finale.
Niet goed, toch een finale
Het klinkt bijna tegenstrijdig: niet tevreden zijn over je spel, maar wel tot de finale reiken op je
Premier League-debuut. Toch is het precies wat Van Veen meemaakte. “Scorend liep het niet helemaal,” gaf hij toe. “Maar als je dan alsnog de finale haalt, ja, dat is gewoon een prima avond.”
Die constatering werd ook door de interviewer opgemerkt. Op een avond waarvan je denkt dat je op je absolute top moet zijn, bleek Van Veen dat juist niet te zijn. En toch won hij wedstrijden. “Dat is ook wel lekker,” zei hij met een glimlach. “Het geeft zelfvertrouwen dat het ook kan als je niet op je best bent.”
Dat gevoel is misschien wel belangrijker dan een hoog gemiddelde of een spectaculaire finish. De wetenschap dat je ook op mindere dagen kunt overleven op het allerhoogste niveau, is een cruciale stap in de ontwikkeling van elke topsporter.
Overleven in plaats van domineren
In zijn eerste wedstrijden moest Van Veen zichtbaar vechten. Dubbels werden gemist, legs duurden langer dan gewenst, maar telkens wist hij zich terug te knokken. “Ook al ben je niet op je best, dan ga je niet meteen in de eerste ronde eruit,” legde hij uit. “Dat het dan toch gebeurt, geeft extra vertrouwen richting de komende weken.”
Die veerkracht is geen toeval. Van Veen staat bekend als een speler met een sterke mentaliteit, iemand die niet snel in paniek raakt. Dat kwam ook deze avond duidelijk naar voren. In zowel zijn eerste als tweede wedstrijd liet hij kansen liggen op de dubbels, maar bleef hij geloven in zichzelf. Tegen Michael van Gerwen werd het verhaal anders.
Teleurstelling tegen Van Gerwen
In de finale wachtte niemand minder dan Michael van Gerwen. Voor Van Veen een tegenstander waartegen je altijd iets extra’s wilt laten zien. “Daar baal ik ontzettend van,” zei hij eerlijk. “Scorend was ik gewoon niet goed tegen Michael. En natuurlijk wil je zo’n avond winnen. Zeker tegen Michael. Dat is ook wel een wedstrijd die je extra wilt winnen.”
Het respect voor Van Gerwen is duidelijk, maar tegelijkertijd klinkt ook de honger om hem te verslaan. Dat het deze avond niet lukte, werd zonder excuses geaccepteerd. “Het zat er vandaag niet in. Daar baal ik wel van, maar goed, dat hoort erbij.”
Die nuchtere houding past bij Van Veen. Geen overdreven teleurstelling, geen frustratie richting zichzelf, maar accepteren dat sommige avonden simpelweg niet het maximale opleveren – zelfs al eindig je ‘maar’ als tweede.
Een zaal die indruk maakt
Los van het sportieve aspect was er ook de beleving. De
Premier League Darts staat bekend om zijn grote zalen, lichtshows en intense sfeer. Voor Van Veen was het allemaal nieuw. “Geweldig,” zei hij zichtbaar enthousiast. “Het is mooi om hier mijn debuut te maken. Eerste Premier League-avond ooit, twee wedstrijden gewonnen en een finale gehaald. Daar geniet ik ontzettend van.”
Ook de setting maakte indruk. “Zo’n immense zaal… het lijkt hier net zo groot als Ahoy,” werd hem voorgehouden. Van Veen knikte. “Het was prachtig. Ik heb daar ontzettend van genoten.”
Die beleving is iets waar veel spelers aan moeten wennen. De Premier League is niet te vergelijken met een regulier rankingtoernooi. Alles is groter, luider en intenser. Dat Van Veen zich daar ogenschijnlijk moeiteloos doorheen bewoog, zegt veel over zijn potentie.
Aan het eind van de avond kon Van Veen ook gewoon de balans opmaken in cijfers. Drie punten, een finaleplaats en een uitstekende start in het klassement. “Drie punten in de tas,” zei hij tevreden. “Kun je mee thuiskomen.”
Met een knipoog keek hij zelfs al vooruit. “Tweede op de ranking. Van mij mogen ze nu afkappen. Op naar de O2.” Het is humor, maar ook veelzeggend. Van Veen voelt zich duidelijk thuis in dit gezelschap en kijkt niet schuchter om zich heen. Hij hoort hier, en hij weet het.