Ooit was hij een van de meest gerespecteerde spelers op het circuit, tegenwoordig staat
Terry Jenkins net zo lief op een veilingvloer als aan de oche. De Engelsman heeft het professionele darts ingeruild voor een carrière in de antiekhandel – een pad waarin hij niet alleen plezier, maar ook succes heeft gevonden. In
Tungsten Talk van de MODUS Super Series sprak Jenkins openhartig over zijn nieuwe leven, zijn dartsverleden en waarom hij het spel tegenwoordig vooral voor de lol speelt.
"Het gaat eigenlijk best goed", vertelt Jenkins. "Ik speel niet veel meer, maar als ik speel, geniet ik er meer van dan vroeger. Het is nu gewoon voor mijn plezier."
De inmiddels 62-jarige Engelsman verruilde de keiharde PDC Tour voor een rustiger bestaan binnen de ADC. "Ik doe af en toe mee aan de Vaults. Dat is goede training: round-robin, dus je speelt meerdere partijen op één avond. Ik heb de afgelopen maanden niet gespeeld, maar dit jaar pak ik het weer op. Het draait erom dat je doet wat je leuk vindt. Soms word je ervoor betaald, soms niet."
De eerste pijlen in het dorpshuis
Jenkins keek ook terug op zijn eerste stappen in de dartsport. "Dat begon gewoon in mijn eigen dorp. We hadden geen pub, dus maakten we van het dorpshuis een club. Mijn twee broers en ik kochten dartborden en zo ging het rollen."
Al snel werd duidelijk dat hij talent had. "Er was een oudere boer, briljante speler. Hij had tot ver in de veertig nooit een pijl vastgehad, maar hij was degene die je moest verslaan. Ik bleef spelen tot ik hem kon kloppen."
Via de lokale competitie volgde al snel het county-niveau. "Ik werd geselecteerd voor Worcestershire en heb daar tien tot twaalf jaar gespeeld. Zodra je county speelt, gaan mensen je in de gaten houden."
De stap naar de top liet niet lang op zich wachten. "Peter Manley bleef maar zeggen dat ik naar de PDC moest komen, maar ik had het te druk met werken. Je moet er honderd procent voor gaan. Toen onze winkel werd opgezegd, dacht ik: nu waag ik de sprong. Rond 2002 sloot ik me aan en het ging meteen goed. Het geld zat bij de PDC, daar moest je zijn."
Toch hield Jenkins altijd een vangnet. "Darts was voor mij eigenlijk een hobby, ook al presteerde ik goed. Ik zag spelers één of twee goede toernooien spelen, hun baan opzeggen en daarna niets meer. Ik bleef gewoon werken én spelen. Dat werkte voor mij."
Handel drijven in plaats van trainen
Die werkmentaliteit nam hij mee naar zijn nieuwe passie: antiek. Samen met zijn zoon handelt hij dagelijks in meubels en bijzondere vondsten. "We zijn constant aan het kopen en verkopen. Ik zie het niet als werk, meer als een hobby. Het is geen kantoorbaan waar elke dag hetzelfde is. Je weet nooit wat je tegenkomt."
Volgens Jenkins is vrijwel alles te verhandelen. "Van alles eigenlijk. Tegenwoordig willen mensen vooral schoon, modern meubilair. Maar je weet nooit wat je ergens aantreft."
Juist die onvoorspelbaarheid maakt het aantrekkelijk. "Soms word je wakker zonder plan, ga je op pad en vind je iets bijzonders. Je moet in beweging komen. Ik kocht ooit een lamp voor zo'n 25 pond en zette die op een veiling. Die bracht 2.200 pond op. Natuurlijk zitten er ook miskopen tussen, maar risico hoort erbij."
Ook andere darters waagden zich aan het wereldje. "Paul Nicholson bijvoorbeeld. Ik heb ooit een tractorstoel voor hem geregeld met 'Nicholson' erop. En voor Peter Manley kocht ik eens een porseleinen flamingo voor een tientje. Die bleek drie- tot vierhonderd pond waard. Hij geloofde me pas toen hij het opzocht."
Negen finales, geen hoofdprijs
Dat Jenkins nooit een grote titel wist te winnen, blijft opvallend.
Hij bereikte negen grote finales, maar verloor ze allemaal. Daar heeft hij inmiddels vrede mee. "Een deel daarvan lag aan mijn eigen instelling, en een deel aan het feit dat Phil Taylor rondliep. Hij stond twee niveaus boven iedereen."
Juist daarom koos Jenkins destijds voor de PDC. "Ik wilde Taylor verslaan. Dat lukte een paar keer, en daar was ik trots op. Als ik had getraind zoals spelers nu doen, had ik misschien één of twee finales gewonnen. Maar darts was voor mij een hobby. Je kunt het verleden niet veranderen."
Toch steekt één finale er bovenuit. "De World Matchplay-finale van 2007 tegen James Wade. Ik had Taylor in de halve finale verslagen en ik had het moeten afmaken. Ik miste dubbels, James niet. Dat was mijn grootste kans."
Negendarter op het WK
Hoewel een majortitel uitbleef, zorgde Jenkins wel voor memorabele momenten. Zo gooide hij op het WK van 2013 in Alexandra Palace een negendarter. "Ik wist niet eens dat er 30.000 pond op stond", lachte hij. "Kyle Anderson en ik oefenden die middag op negendarters. Ik zei dat ik er die avond één zou gooien – en dat deed ik. Kyle gooide er ook een en kreeg terecht de helft van het prijzengeld."
Zijn beste WK-prestatie bleef de halve finale in 2011, waarin hij verloor van Gary Anderson. "Ik was eigenlijk altijd teleurgesteld over mijn spel in Ally Pally. Ik speelde liever in de Circus Tavern, dat lag mij beter qua sfeer."
Na het WK van 2017 besloot Jenkins zijn PDC-activiteiten sterk af te bouwen. Het vele reizen begon hem op te breken. "Altijd alleen onderweg zijn, luchthavens, hotels, elk weekend Barnsley of Wigan – ik was het zat. Toen ben ik me volledig op de handel gaan richten." Darts speelt hij nog steeds, maar zonder druk. "Het is nu puur voor plezier. Of ik win of verlies, dat maakt me eigenlijk niet zoveel meer uit."