In deze rubriek keren we regelmatig terug in de tijd met een bepaalde darter. Vandaag doen we dat met Kevin Painter. Hij groeide uit tot een van de meest herkenbare spelers uit de geschiedenis van het professionele darts. De Engelsman, bijgenaamd ‘The Artist’, won in zijn carrière slechts één PDC-major, maar zijn naam staat voor altijd in de dartsgeschiedenis gegrift. Vooral zijn legendarische WK-finale tegen Phil Taylor in 2004 maakte Painter onsterfelijk. Een wedstrijd die uitgroeide tot een van de meest memorabele partijen die ooit op televisie werden gespeeld.
Kevin Painter werd geboren op 12 juli 1967 en begon rond zijn zeventiende met darten. Zijn eerste jaren bracht hij door binnen de BDO, waar hij zich langzaam opwerkte. In 1994 maakte hij zijn debuut op het wereldkampioenschap. Daar verloor hij in de eerste ronde met 3-2 van Kevin Kenny.
Een jaar later wist Painter wel een ronde verder te komen, maar Martin Adams bleek met 3-0 te sterk. Toch was 1995 een belangrijk jaar voor de Engelsman. Hij won de allereerste editie van de England Open en liet daarmee zien dat hij het niveau had om een belangrijke rol te gaan spelen binnen het internationale darts.
Eerste successen en de overstap naar de PDC
In 1997 volgde een nieuwe mijlpaal toen Painter de prestigieuze British Open op zijn naam schreef. Ook op het BDO-WK begon hij steeds verder te komen. In 2000 bereikte hij voor het eerst de kwartfinales van het wereldkampioenschap. Daar verloor hij met 5-2 van Ted Hankey, die uiteindelijk ook de wereldtitel zou veroveren.
Rond de eeuwwisseling begon Painter steeds nadrukkelijker zijn grenzen te verleggen. Hij won de Swedish Open en maakte ondertussen ook zijn eerste stappen op het PDC-circuit. Tijdens de World Grand Prix van 2000 wist hij meteen de tweede ronde te bereiken. Daar wachtte Phil Taylor, die uiteindelijk met 3-2 won.
De definitieve overstap naar de PDC volgde in 2001. En juist daar begon het verhaal van Painter en Taylor een bijzonder hoofdstuk te krijgen. Tijdens de World Grand Prix van 2001 zorgde Painter namelijk voor een enorme stunt. In de eerste ronde schakelde hij Taylor uit. Dat was om meerdere redenen bijzonder. Taylor had nog nooit verloren op de World Grand Prix en had bovendien al twee jaar geen televisiewedstrijd meer verloren. Painter was daarmee de eerste speler die Taylor in de eerste ronde van een televisietoernooi wist te verslaan.
Hoewel Painter uiteindelijk in de kwartfinales strandde tegen Dennis Smith, had hij zijn visitekaartje afgegeven.
De finale die nooit vergeten wordt
Painter kende een uitstekende start van zijn PDC-loopbaan. In 2003 bereikte hij de halve finales van het PDC-WK, waarin John Part met 6-4 te sterk bleek. Een jaar later zou Painter echter zijn grootste moment beleven.
Als nummer tien van de plaatsingslijst begon hij aan het WK van 2004. Hij rekende af met Paul Williams, versloeg Ronnie Baxter, schakelde Mark Dudbridge uit en maakte vervolgens korte metten met voormalig wereldkampioen Bob Anderson.
In de finale stond opnieuw Phil Taylor tegenover hem. Wat volgde, werd een klassieker. Painter kwam zelfs op een 4-1 voorsprong in sets en leek op weg naar een van de grootste verrassingen uit de geschiedenis van het PDC-WK. Taylor vocht zich echter terug. De wedstrijd eindigde uiteindelijk op 6-6 in sets en 5-5 in legs in de beslissende set. Een sudden-death-leg moest de wereldkampioen bepalen. Painter kreeg kansen. Hij had onder meer mogelijkheden om de partij eerder af te maken, maar Taylor bleef overeind. In de allesbeslissende leg trok ‘The Power’ uiteindelijk aan het langste eind.
Taylor was wereldkampioen, Painter was de tragische verliezer. Toch maakte juist die nederlaag hem wereldberoemd. De finale werd destijds bekeken door ongeveer 820.000 televisiekijkers en wordt nog altijd beschouwd als een van de grootste wedstrijden uit de geschiedenis van het darts.
Rivaliteit met Taylor
De relatie tussen Painter en Taylor zou daarna nooit meer helemaal ontspannen worden. De rivaliteit tussen beide Engelsen groeide uit tot een van de bekendste vetes uit het darts.
Een jaar na de WK-finale stonden ze opnieuw tegenover elkaar in de kwartfinales van het wereldkampioenschap. Painter probeerde regelmatig de bullseye te gebruiken bij zijn finishes, maar slaagde daar meerdere keren niet in.
Taylor won uiteindelijk de laatste leg door bewust 50 over te laten en vervolgens de bullseye uit te gooien. Painter zag dat als een provocatie. Na afloop ontstond er een verhitte discussie tussen beide spelers.
Ook in 2008 ging het opnieuw mis. Tijdens de Holland Masters kreeg Painter het aan de stok met Adrian Lewis, destijds een protégé van Taylor. De ruzie escaleerde zodanig dat beide spelers uit het toernooi werden gezet.
Painter kreeg uiteindelijk een boete van 200 pond en een schorsing van drie maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Lewis kreeg een hogere boete en een langere schorsing.
Na zijn WK-finale van 2004 kende Painter wisselende jaren. Zijn ranking zakte en in 2007 leek hij langzaam uit beeld te verdwijnen. Sky Sports-analist en vriend Rod Harrington waarschuwde zelfs dat Painter het risico liep om in de anonimiteit te verdwijnen.
Dat bleek echter een verkeerde inschatting. Painter herpakte zich en maakte in 2007 een sterke indruk op de eerste editie van de Grand Slam of Darts. Als wildcard schopte hij het tot de kwartfinales.
Een jaar later volgde opnieuw een indrukwekkend WK. Painter versloeg Raymond van Barneveld in de achtste finales. Voor Painter was dat naar eigen zeggen de grootste overwinning uit zijn carrière. In de halve finales verloor hij opnieuw van John Part, maar zijn reputatie als gevaarlijke speler op het grote podium was definitief hersteld.
Ook in 2009 en 2010 bleef Painter regelmatig ver komen. Hij haalde onder meer de halve finales van de UK Open in 2009 en bereikte kwartfinales op de World Grand Prix en Grand Slam of Darts.
Tijdens de World Matchplay van 2010 schreef hij opnieuw een bijzonder hoofdstuk. Tegen Colin Lloyd stond hij maar liefst 8-2 achter, maar Painter knokte zich terug naar een 11-9 overwinning. Vervolgens versloeg hij Mark Walsh met 14-12 en bereikte hij eindelijk de kwartfinales van het prestigieuze toernooi.
Kevin Painter was jarenlang een vaste waarde aan de top
Eindelijk een major
De grote prijs waar Painter al jarenlang op wachtte, kwam uiteindelijk in december 2011. Tijdens de Players Championship Finals was de inmiddels 44-jarige Engelsman uitstekend op dreef. Hij versloeg Colin Osborne, Gary Anderson, Mervyn King en Scott Rand om de finale te bereiken.
Tegen Rand had Painter zich bovendien op spectaculaire wijze teruggevochten. Hij stond met 9-6 achter en overleefde zelfs twee matchdarts. In de finale wachtte Mark Webster. Painter liet zich de kans niet meer ontglippen. Met een overwinning van 13-9 veroverde hij eindelijk zijn eerste en uiteindelijk enige PDC-major.
Het was een bijzonder moment voor een speler die jarenlang bekendstond als de man die net naast de grootste prijzen greep. Zijn overwinning bracht hem bovendien terug in de top tien van de wereldranglijst.
Het succes leverde hem een wildcard op voor de Premier League van 2012. Daar wist hij onder meer Gary Anderson, Simon Whitlock, Andy Hamilton en Adrian Lewis te verslaan. Toch eindigde Painter uiteindelijk als zevende in de achtkoppige competitie.
Het einde van een lange carrière aan de top
Na zijn majorwinst bleef Painter nog jarenlang actief op het hoogste niveau, maar zijn beste jaren lagen inmiddels achter hem. Hij bleef nog regelmatig deelnemen aan de grote toernooien en stond in 2016 tegenover Phil Taylor op het WK. In 2017 trof hij Taylor opnieuw op het wereldkampioenschap.
In 2018 slaagde Painter er niet meer in om zich voor andere majors te plaatsen. Een jaar later verloor hij zijn PDC Tour Card en vervolgde hij zijn carrière op de Challenge Tour. Na de Q-School van 2021 besloot Painter definitief een punt achter zijn professionele loopbaan te zetten. Na een carrière van ongeveer 25 jaar kondigde ‘The Artist’ zijn pensioen aan.
WK-resultaten van Kevin Painter
Jaar
Bond
Ronde
Tegenstander
Uitslag
1994
BDO
Eerste ronde
Kevin Kenny
2–3
1995
BDO
Tweede ronde
Martin Adams
0–3
1996
BDO
Eerste ronde
Ronnie Baxter
2–3
1998
BDO
Tweede ronde
Richie Burnett
1–3
1999
BDO
Tweede ronde
Ronnie Baxter
0–3
2000
BDO
Kwartfinale
Ted Hankey
2–5
2001
BDO
Kwartfinale
Andy Fordham
2–5
2002
PDC
Eerste ronde
Ronnie Baxter
2–4
2003
PDC
Halve finale
John Part
4–6
2004
PDC
Finale
Phil Taylor
6–7
2005
PDC
Kwartfinale
Phil Taylor
1–5
2006
PDC
Kwartfinale
Phil Taylor
1–5
2007
PDC
Eerste ronde
Colin Osborne
1–3
2008
PDC
Halve finale
John Part
2–6
2009
PDC
Derde ronde
Phil Taylor
1–4
2010
PDC
Derde ronde
Raymond van Barneveld
1–4
2011
PDC
Eerste ronde
Brendan Dolan
0–3
2012
PDC
Derde ronde
John Part
2–4
2013
PDC
Derde ronde
Adrian Lewis
2–4
2014
PDC
Derde ronde
Simon Whitlock
0–4
2015
PDC
Tweede ronde
Cristo Reyes
3–4
2016
PDC
Tweede ronde
Phil Taylor
1–4
2017
PDC
Tweede ronde
Phil Taylor
0–4
2018
PDC
Eerste ronde
Mensur Suljović
0–3
2022
WSDT
Halve finale
Robert Thornton
2–4
2023
WSDT
Halve finale
Robert Thornton
0–3
2024
WSDT
Tweede ronde
John Henderson
1–3
2025
WSDT
Eerste ronde
Richie Burnett
2–3
Comeback bij MODUS Super Series en seniorentour
Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. Ook de jaren nadien bleef Painter toernooien spelen, zij het dan niet meer bij de profs. Painter kwam wel nog in actie bij de MODUS Super Series en namen ook diverse keren deel aan toernooien van de seniorentour.
Zijn oude niveau haalde hij echter niet meer. Painter werd bovendien steeds meer gehinderd door darteritus. Toch weigert hij de pijlen definitief aan de kant te leggen en blijft hij ook nu nog zijn toernooitjes uitkiezen.
Hoewel Painter nooit de hoeveelheid grote titels verzamelde die sommige van zijn generatiegenoten wel wisten te behalen, blijft zijn nalatenschap bijzonder.
Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met één van de spannendste WK-finales ooit. Hij was de man die Phil Taylor in 2001 een historische nederlaag bezorgde, de speler die Taylor in 2004 bijna van zijn troon stootte en uiteindelijk degene die in 2011 toch zijn langverwachte major binnenhaalde.
Kevin Painter was misschien niet de meest succesvolle speler van zijn generatie, maar wel een van de meest memorabele. Zijn karakter, zijn opvallende speelstijl en vooral zijn eeuwige rivaliteit met Taylor maakten van hem een cultfiguur.
‘The Artist’ schilderde geen carrière vol grote titels, maar zijn belangrijkste werken behoren zonder twijfel tot de klassiekers van het professionele darts.
Bram Coenen is sinds 2018 redacteur bij Dartsnieuws.com, waar hij zich richt op nieuwsartikelen, wedstrijdverslagen en achtergrondstukken over het professionele darts. Binnen de redactie draagt hij bij aan de dagelijkse berichtgeving rond internationale PDC-toernooien en andere belangrijke ontwikkelingen binnen de sport.
Zijn journalistieke loopbaan begon in 2010, toen hij ging schrijven voor verschillende voetbalsites en algemene nieuwsplatforms. In de jaren daarna ontwikkelde hij brede ervaring in sportjournalistiek, met aandacht voor uiteenlopende disciplines zoals voetbal, basketbal, volleybal, tennis, snooker, golf en atletiek.
Binnen Dartsnieuws.com ligt zijn focus op verslaggeving rond grote dartsevenementen en ontwikkelingen op de professionele tour. Daarbij combineert hij actuele berichtgeving met context over spelers, toernooien en ontwikkelingen binnen de sport.
Zijn interesse in darts gaat terug tot 1995, toen hij voor het eerst het BDO World Darts Championship op de BBC volgde, het jaar waarin Raymond van Barneveld zijn eerste WK-finale speelde. Sindsdien volgt hij het internationale darts intensief en bezocht hij meerdere edities van zowel het PDC World Darts Championship als het BDO-wereldkampioenschap, evenals andere internationale dartsevenementen.
Zijn verslaggeving is gebaseerd op officiële toernooi-informatie, interviews en voortdurende monitoring van ontwikkelingen binnen het professionele darts.