Gian van Veen staat aan de vooravond van een nieuw hoofdstuk in zijn nog jonge carrière. De Nederlander maakt binnenkort zijn debuut in de
Premier League Darts, een competitie die hij jarenlang als vaste tv-kijker volgde, maar nu zelf vanaf het podium gaat meemaken. In een interview met
Viaplay, opgenomen voorafgaand aan zijn halve finale op de Winmau World Masters van afgelopen weekend, sprak Van Veen over zijn verwachtingen, dromen en het 'circus' dat bij de Premier League hoort.
"Van kleins af aan keek ik altijd al de Premier League", vertelt Van Veen. "Elke donderdagavond zat ik weer voor de tv. En als je daar nu zelf aan mee mag doen, aan heel dat circus, dat is wel iets waar ik ontzettend naar uitkijk." Dat woord circus valt bewust: de Premier League betekent wekenlang reizen, volle zalen en soms meerdere wedstrijden op één avond. Zorgen maakt hij zich daar echter niet over. "Nee, helemaal niet. Ik kijk er gewoon vooral heel erg naar uit", klinkt het nuchter.
Volgens Van Veen schuilt juist daarin de charme. "Het is veel reizen, maar elke avond is het een nieuwe zaal, een nieuw publiek. Alles is weer net iets anders. Tuurlijk, het zijn dezelfde spelers, maar de omstandigheden zijn steeds anders. Omdat het ook de eerste keer is, kijk ik gewoon heel erg uit naar elke avond." De gedachte aan uitverkochte zalen geeft hem energie. "Al die nieuwe zalen waar je gaat spelen, bomvol. Ik denk dat ik daar weinig moeite mee ga hebben."
Waar hij nu al regelmatig voor zo'n drie- tot vijfduizend toeschouwers speelt, wacht straks een heel andere schaal. Zalen met tien- tot vijftienduizend fans zijn geen uitzondering. "Als je dat zo zegt, dan is dat wel iets waar je het echt voor doet", erkent Van Veen. "Om echt voor zulke grote zalen te gaan spelen." Eén plek springt er voor hem duidelijk uit: Rotterdam. “Natuurlijk Rotterdam Ahoy. Dat staat wel echt met rood omcirkeld in de agenda. Dat gaat gewoon een hele mooie ervaring zijn."
Ambities heeft Van Veen ook. Bescheiden, maar duidelijk. "Het doel is gewoon om de finaleavond te halen", zegt hij. "Het kan mijn eerste keer zijn en misschien zullen we dan in het begin een beetje de kat uit de boom kijken. Maar mijn doel is gewoon om de O2 in Londen te halen." Of dat nu als eerste of vierde gebeurt, maakt hem weinig uit. "Daar wil ik staan. Dat is het doel."
De wekelijkse confrontaties met de absolute wereldtop ziet hij vooral als een uitdaging. "Elke wedstrijd moet je aanstaan", weet hij. "Je krijgt gewoon honderd, honderdvijf gemiddeld om je oren, week in week uit. Dat is ook gewoon een mooie stap om dat elke week mee te maken. En ik weet ook dat ik daar zelf toe in staat ben."
Naast Rotterdam kijkt hij uit naar andere Europese stops, zoals Antwerpen en Berlijn. Engeland zelf noemt hij opvallend genoeg minder specifiek. "Of het nou Leeds of Sheffield is, dat maakt voor mij weinig verschil", zegt hij met een glimlach. "Zolang het een grote zaal is met tien- of twaalfduizend man, dan maakt het niet uit waar ik sta."
Toch blijft Rotterdam speciaal. Hij herinnert zich eerdere edities. "De eerste keer dat het daar was, zat ik zelf in de zaal", herinnert Van Veen zich. "Toen kwam Raymond op met die legendarische walk-on. Daar kreeg ik kippenvel van." Dat hij nu zelf op dat podium zal worden aangekondigd, is nog moeilijk te bevatten. "Dat is wel zo'n moment dat ik mezelf in mijn arm moet knijpen. Ik kijk daar heel erg naar uit. Het is nog lastig voor te stellen, maar dat komt nog wel", besluit hij.