De afgelopen week stond in het teken van darts van uitzonderlijk hoog niveau. Verspreid over de verschillende PDC-toernooien werden liefst tien gemiddelden van boven de 102 punten per beurt genoteerd. Vooral tijdens de
US Darts Masters, het vierde toernooi van de World Series of Darts 2026, lag het niveau bijzonder hoog, maar ook op de regionale circuits in Australië, Noord-Amerika en Duitsland werden indrukwekkende cijfers op het scorebord gezet.
Hoogste gemiddelde voor Gian van Veen
De hoogste gemiddelde van de week kwam op naam van
Gian van Veen. De Nederlander liet in de kwartfinale van de US Darts Masters een fenomenale 106,45 noteren. Daarmee voerde hij de weekranglijst overtuigend aan. Een gemiddelde boven de 106 behoort tot de absolute topcategorie en laat zien hoe constant Van Veen gedurende zijn partij wist te scoren. Van Veen won die wedstrijd tegen Jonny Clayton met 6-3, maar strandde vervolgens in de halve finales na een 7-6 nederlaag tegen
Luke Humphries.
Ook Humphries zelf maakte grote indruk. De nummer één van de wereld noteerde zelfs twee van de hoogste gemiddelden van de week. In de kwartfinale tegen Stephen Bunting kwam 'Cool Hand Luke' uit op een gemiddelde van 105,70, waarna hij in de finale tegen Luke Littler opnieuw de grens van de 104 punten doorbrak met 104,05.
Dat Humphries in meerdere wedstrijden achter elkaar dergelijke cijfers produceerde, onderstreept de enorme vorm waarin hij momenteel verkeert. Waar één uitschieter nog als een topdag kan worden beschouwd, bewijst hij met meerdere gemiddelden boven de 104 dat hij week na week op het allerhoogste niveau presteert.
Sterke Price
Gerwyn Price liet eveneens zien dat hij nog altijd tot de absolute elite behoort. De Welshman tekende voor een gemiddelde van 103,93 in de kwartfinales van hetzelfde toernooi. Ook Stephen Bunting en Luke Littler passeerden de grens van de 102 punten met respectievelijk 102,73 en 102,15.
James Wade completeerde de sterke reeks tijdens de World Series met een gemiddelde van 102,07. Dat maar liefst zeven van de tien hoogste gemiddelden van de week tijdens één World Series-evenement werden gegooid, zegt veel over het niveau dat de topspelers momenteel halen.
Raymond Smith maakte indruk in Australië
Raymond Smith maakt indruk
Niet alleen de grote namen op het hoogste podium maakten indruk. Ook buiten de World Series werden uitstekende prestaties geleverd. De Australiër Raymond Smith produceerde tijdens de Australian Darts Association een gemiddelde van 103,39 en was daarmee de beste speler buiten het hoofdtoernooi. In Noord-Amerika liet Adam Sevada een gemiddelde van 102,48 noteren tijdens het North American Championship, terwijl Daniel Klose in Duitsland exact hetzelfde gemiddelde produceerde tijdens de groepsfase van Players Championship Germany.
De cijfers laten zien hoe hoog de standaard binnen de PDC momenteel ligt. Waar een gemiddelde van rond de 100 punten enkele jaren geleden nog voldoende was om de absolute top van een toernooi te halen, lijken spelers tegenwoordig steeds vaker ruim boven die grens uit te komen. Gemiddelden van 102, 103 of zelfs 105 punten zijn allang geen zeldzaamheid meer wanneer de beste darters ter wereld elkaar treffen.
Met één gemiddelde boven de 106 punten, twee boven de 105 en in totaal tien partijen met een gemiddelde van minimaal 102 punten kan worden teruggekeken op een week waarin het scorend vermogen van de wereldtop volop werd gedemonstreerd. De concurrentie binnen de PDC is groter dan ooit en juist daardoor worden spelers steeds vaker gedwongen om uitzonderlijke cijfers op het scorebord te zetten om wedstrijden te winnen. De afgelopen week vormde daar opnieuw het perfecte bewijs van.