In het Engelse Taunton, bij Somerset County Cricket Club, dook
Gary Anderson onlangs op voor de camera van Online Darts. De tweevoudig wereldkampioen was de afgelopen weken niet te zien op de European Tour, maar is zeker niet uit beeld verdwenen. Integendeel: Anderson is druk, soms té druk – en dat botst met het huidige, overvolle dartsprogramma.
"Het is allemaal prima",
zegt de Schot nuchter. "Ik ben een paar weken van de radar geweest, maar ik ben gewoon bezig geweest met andere dingen. Het is wel weer lekker om terug te zijn en weer pijlen te gooien."
Drukke agenda en frustratie op de European Tour
De afwezigheid van Anderson viel op. Fans en volgers vroegen zich af of hij misschien zijn interesse in de European Tour was verloren. Maar volgens Anderson ligt dat anders. "Ik heb er eigenlijk van genoten", legt hij uit. "Tot ik in Polen kwam en we drieënhalf uur bij de douane stonden. Toen was het wel klaar voor mij."
De frustratie is voelbaar. Waar reizen vroeger al intens was, wordt het volgens Anderson steeds zwaarder door organisatorische obstakels. "Reizen is al lastig genoeg. Maar drieënhalf uur in de rij staan… dat is gewoon te veel. Paspoort, even kijken en door – zo hoort het te gaan. Als dat weer gebeurt, dan zien ze me niet meer terug."
Hij staat daarin niet alleen. Meerdere spelers,
waaronder Jonny Clayton, hebben zich uitgesproken over de reisproblemen op de European Tour, en Anderson begrijpt die kritiek maar al te goed.
Ondanks een wisselvallig jaar stond Anderson opnieuw op de halve finale van het WK Darts. Een prestatie die velen verraste, maar voor hemzelf bijna vanzelfsprekend voelt. "Het is gewoon het grootste toernooi dat er is", zegt hij. "Op de een of andere manier valt het daar altijd op zijn plek. Vraag me niet waarom. Misschien is het gewoon geluk. Maar ja, dat is het toernooi waar je wil pieken."
Premier League: geen spijt, maar wel een kanttekening
Anderson werd niet geselecteerd voor de Premier League Darts, iets waar hij zelf al eerder afstand van had genomen. "Ze hadden me misschien kunnen vragen zodat ik 'nee' kon zeggen", lacht hij. "Maar ik denk dat ik wel duidelijk genoeg ben geweest."
De reden is helder: de kalender is simpelweg te zwaar. "Het schema is moordend. Kijk naar de jongens die meedoen – als zij al toernooien overslaan omdat het te veel is, zegt dat genoeg. Op mijn leeftijd moet je keuzes maken."
Anderson volgt de sport nog altijd met interesse en ziet nieuwe sterren opstaan. Eén naam steekt er volgens hem bovenuit: Josh Rock. "Hij gaat heel snel een top vier-speler worden." Toch waarschuwt hij voor de valkuilen van de Premier League. "We hebben het vaker gezien: als je de eerste weken niet wint, kom je in een negatieve spiraal terecht. Dat is een nachtmerrie. Ik heb daar zelf ook in gezeten."
Anderson besloot voor de bekendmaking van de Premier League-selectie voor 2026 zelf al dat hij hoe dan ook niet zou meedoen.
Niet alleen gevestigde talenten, maar ook piepjonge spelers dienen zich aan. Anderson noemt onder meer de jonge Schot Mitchell Lawrie, die ervan droomt ooit tegen zijn idool te spelen. "Dan moet hij wel opschieten", grapt Anderson. "Ik blijf niet eeuwig doorgaan."
Toch is hij onder de indruk van het talent. "Hij is nog maar 15, straks 16. En er komen er nog veel meer aan. Over een paar jaar worden spelers als Michael Smith en Nathan Aspinall al gezien als de 'oude garde'."
Waar veel spelers voortdurend naar de ranglijst kijken, laat Anderson dat volledig los. "Ik heb echt geen idee wat er op de rankings gebeurt", zegt hij. "Het is een nummerspel. De jongeren komen er vanzelf doorheen." Zelf voelt hij zich onderdeel van een generatie die langzaam opschuift. "Ik zal wel een dinosaurus worden genoemd. Dat hoort erbij."
"YouTube? Ik kijk naar Japanse timmermannen"
Een opvallend moment uit het gesprek gaat over zijn virale moment tijdens de Winmau World Masters, waarbij Anderson onbedoeld onderdeel werd van de 'influencer'-cultuur. Zijn reactie is typisch Anderson. "Ik weet daar helemaal niks van", zegt hij lachend. "Ik kijk wel eens iets op YouTube, maar dan kijk ik naar Japanse timmermannen die dingen maken van hout. Of hoe je een visknoop legt. Dat is het wel zo'n beetje."
Voor de PDC World Cup of Darts lijkt Anderson weer in actie te komen voor Schotland, waarschijnlijk samen met Cameron Menzies. “Op dit moment wel, ja. We gaan het proberen – een beetje oppassen op hem", grapt hij. Verder heeft hij geen strak plan voor de rest van het jaar. "Ik zou het je niet kunnen vertellen. Ik ben druk buiten darts om. Als ik tijd heb, speel ik."
Zijn favoriete toernooi? Dat blijft de Grand Slam of Darts. "Vooral vroeger, in de Civic Hall", zegt Anderson met zichtbare nostalgie. "Die sfeer, die zaal – dat was perfect. Dat paste gewoon bij dat toernooi."
Nog één keer naar de top?
Hoewel hij het zelf relativeert, staat Anderson nog altijd niet ver van de absolute top. "Er zijn dagen dat het nog steeds geweldig gaat", zegt hij. "Ik speelde een tijdje geleden tegen Ryan Searle, hij stond op 116 gemiddeld, ik op 128 – en ik stond nog 4-2 achter. Uiteindelijk won ik 6-4. Dan weet je dat het er nog zit."
Ook het fenomeen Luke Littler werd besproken, en de mening van Anderson is duidelijk. "Hij is ongelooflijk. Hij wint toernooien zoals Van Gerwen dat deed, zoals Taylor dat deed." De vergelijking met Phil Taylor dringt zich dan ook op. "Als hij dit vijftien jaar volhoudt en elk jaar blijft winnen, dan kan hij records breken. Maar dat is de vraag: hoe lang wil hij dit blijven doen?"
Aan het einde van het gesprek volgt een luchtig moment. Anderson zijn zoon Ty blijkt namelijk niet bepaald onder de indruk te zijn van de status van zijn vader. "Hij wilde blijven kijken naar Paul Lim", vertelt Anderson. "Ik vroeg waarom. Hij zei: 'Hij is een legende, pap.'" En Anderson zelf? "Voor hem ben ik gewoon een oude man", lacht hij.