Richie Burnett is niet het type gast dat je in een strak, veilig podcastformat giet. In de
Tops & Tales-podcast schuift de Welshman – winnaar van de World Masters 1994 en Lakeside-wereldkampioen in 1995 – aan bij PDC-scheidsrechter
Huw Ware. Burnett stelt meteen één voorwaarde: het gesprek moet live.
"Als alles opgenomen is, zie je de echte persoon niet", zegt hij. "Eerlijkheid is hoe het moet zijn, en dat krijg je alleen als je het live doet." Hij lacht erachteraan dat Ware dan maar moet beslissen wat ermee gebeurt als het 'te controversieel' wordt. Het is typisch Burnett: ongefilterd, met een knipoog – en geregeld met een scherpe rand.
Ware en Burnett kennen elkaar al jaren, uit de tijd dat Ware als tiener met hem demonstraties speelde. Burnett herinnert zich die periode nog. "Het waren publieke demonstraties, dat was alles in die tijd. Geen grote zalen, niks. Darts was niet zo groot als nu… een beetje te laat voor mij, typisch."
Een jeugd als 'deugniet'
Als Ware teruggaat naar Burnetts jeugd, is de Welshman opvallend eerlijk. "Ik was een boefje, eerlijk gezegd. Ik haatte school, haatte leraren, haatte autoriteit." Hij noemt zichzelf 'losgeslagen', maar wil tegelijk niet doen alsof hij een hopeloos geval was: "Ik had wel een goeie kop. Ik leerde van ervaringen. Ik heb domme dingen gedaan, maar ik heb weinig spijt – omdat ik het niet nóg eens gedaan heb."
Die 'domme dingen' blijven als refrein terugkomen. Burnett zegt dat mensen hem vaak herinneren aan streken waar hij zelf geen actieve herinnering meer aan heeft. "Mensen komen naar me toe en zeggen: 'Je hebt dit gedaan', en ik kan het me niet herinneren… maar het klinkt wél alsof ik het gedaan zou hebben." Een boek schrijven, waar fans hem geregeld om vragen, ziet hij daarom niet zitten. "Dat kan ik niet, ik ben het vergeten. Ik ga door."
Hoe rolde Burnett het darts in? Niet via een dartsacademie of een uitgekiend traject, maar via televisie en de pub. "Ik vond het heerlijk om het op tv te kijken", zegt hij. Als tiener kwam hij al in een lokaal café, en daar begon het. Hij benadrukt wel dat hij geen natuurtalent was. "Ik was geen natuurtalent. In het begin verander je steeds je worp – je denkt: dit is de manier, nee dat is de manier. Dat duurt jaren."
De omslag kwam toen hij stopte met zoeken en het simpel maakte. Burnett vat het samen als een soort levensfilosofie: "Er hangt een bord daar. En jij staat hier. Waar je die dart als eerste oppakt, dát is je worp. Het is een simpel spel. Ik heb het simpel gehouden, en dat is ook waarom ik zo lang mee ben gegaan."
Ware noemt Burnetts pijlen vervolgens 'iconisch', herkenbaar uit duizenden. Burnett zelf ziet er vooral nuchterheid in. Veel spelers wisselen voortdurend, hij niet. "Voor mij zit de grip in mijn hand, niet in de dart."
De gestolen wereldkampioenspijlen
Dan komt een verhaal dat iedere dartsromanticus pijn doet: de pijlen waarmee Burnett wereldkampioen werd, zijn gestolen. "Het is de enige set darts die ik ooit kwijtgeraakt ben. Ik ben ze niet verloren, ze zijn gestolen." Hij weet nog dat het gebeurde na een demonstratie in Wales, rond een evenement bij Heritage Park in de Rhondda, waar hij ook met Phil Taylor speelde. Maar de precieze plek is wat wazig gebleven.
Ware schuift door naar de turbulente jaren 90, toen darts in tweeën brak. Hij vraagt hoe Burnett die periode ervoer, zeker als nieuwe ster in een sport die in brand stond. Burnett is fel en kiest duidelijk positie tegen de BDO-top.
"Ik vond dat de BDO gewoon pesters waren", zegt hij. "En er was veel te veel belangenverstrengeling." Zijn kritiek: de sport was al professioneel, maar werd volgens hem bestuurd met een amateurmentaliteit. "Je kunt een professionele sport niet laten runnen door amateurs. Run je een amateursport, dan krijg je amateurresultaten."
Burnett vertelt dat hij bij de PDC juist een andere cultuur voelde. "Toen ik overstapte had ik veel ideeën. En ze luisterden." Hij zegt dat een 'professionele blik van een professionele speler' altijd effect heeft op hoe het spel zich ontwikkelt.
Burnett speelde voor het laatst op het PDC WK Darts in 2023.
Over Olly Croft is hij ook ongezouten: "Ik heb nooit met Olly kunnen opschieten. Hij mocht me niet omdat ik te eerlijk was." Burnett benadrukt dat hij de stap maakte omdat hij het zat was. En hij spreekt met respect over de groep spelers die in het begin hun nek uitstak. "Die veertien spelers… ik neem mijn pet voor ze af. Ze zetten hun broodwinning op het spel."
Toch knaagt die periode nog steeds. Niet omdat Burnett er dagelijks mee bezig is, maar omdat hij zich destijds ondergewaardeerd voelde. "Ik kreeg niet de erkenning toen. Ik verhuisde, liet een leegte achter… drie finales in vier jaar en toen weg, en nooit erkenning." Wat hem wél bijblijft, is het respect vanuit die groep pioniers. "Dat betekent alles voor me. De rest boeit me niet."
Lakeside: geur, atmosfeer en een verdriet
Wanneer Ware over Lakeside begint, verandert Burnetts stem bijna automatisch in nostalgie. Hij beschrijft het niet in setstanden of gemiddelden, maar in gevoel: "Als je daar bent, in het hotel, je loopt naar de zaal… het is iets dat je niet kunt beschrijven. Het is de geur, de atmosfeer."
Was Burnett bij zijn eerste titelrun overtuigd dat hij ging winnen? Zijn antwoord is duidelijk: "Ik zei tegen mezelf: als ik dit niet win, spring ik dat meer in." Hij schetst een periode waarin hij zichzelf bijna niet kon voorstellen te verliezen, zo zeker voelde hij zich.
Maar hij draait het gesprek net zo snel naar de pijn van verliezen. De Lakeside-finale tegen Raymond van Barneveld in 1998 is nog altijd een pijnlijke herinnering: "Dat brak mijn hart, die wedstrijd." Burnett ergert zich in de herinnering vooral aan zichzelf: gemiste dubbels, gemiste kansen. Hij voelt dat hij in veel aspecten de betere was, maar dat timing de beslissende factor was: "Hij raakte steeds die laatste pijl."
Ware benoemt vervolgens Burnetts 'donkere periode' in de PDC-jaren. Burnett plaatst het begin rond 1998/1999, wanneer druk, privéproblemen en de nasleep van al het gedoe in de sport hem mentaal raakten. "Het begon me te pakken. Ik was wat depressief. Het overvalt je."
De manier waarop hij eruit kwam, is even rauw als opvallend. "Ik sloot mezelf twee weken op in een kamer", vertelt hij. "En ik gooide… ik gooide mezelf tegen dat bord aan. Ik zat onder de blauwe plekken." Het doel: de spanning uit zijn lichaam krijgen en het gevoel terugpakken dat hij controle had over zijn worp.
Daarna kwam een methode die hij bijna als mantra beschrijft. Wanneer hij aan de oche stond en de spanning weer voelde opbouwen, praatte hij zichzelf erdoorheen met harde, agressieve taal: "Je moet agressief zijn. Je moet die woorden in je hoofd hebben: doe het, raak het, komop."
Het leverde ook zijn bekende 'leg kicks' op – een fysieke uitlaatklep die hij met zelfspot beschrijft. "Ik ben bijna omgevallen. Ik schopte bijna mezelf tegen de achterkant van m'n hoofd." Maar het belangrijkste is dat het werkte: hij bleef competitief en hield het plezier vast. "Ik doe dit uit liefde voor het spel, omdat ik van spelen hou."
De schorsing: "Het waren 28 maanden"
Het moeilijkste hoofdstuk komt later in de podcast: de dopingschorsing na een positieve test op cocaïne. Ware noemt de feiten, Burnett corrigeert één belangrijk detail. "Het was twee jaar", zegt hij, maar benadrukt dat het in de praktijk langer voelde. "Het waren geen 18 maanden, het waren 28 maanden. Mijn schorsing was voorbij in maart, maar ik moest wachten tot januari om weer te spelen."
Burnett steekt de hand in eigen boezem: het was een domme fout en een dieptepunt. Darts liet hem echter niet los. "Ik trainde elke dag. Ik kon niet stoppen met spelen. Ik kon niet wachten om terug te komen. Ik wou dat het niet gebeurd was."