Afgelopen maand werd voor het eerst in de geschiedenis de
Saudi Arabia Darts Masters gespeeld. Een mijlpaal voor de sport, die opnieuw laat zien hoe ver het professionele darts de afgelopen jaren is gegroeid. Toch was het toernooi in Riyad allesbehalve een doorsnee evenement. De sfeer, de omgeving en het publiek weken sterk af van wat spelers en fans gewend zijn van bijvoorbeeld de Premier League Darts of de grote Euro Tour-evenementen.
Volgens
Matt Porter, CEO van de PDC, was het toernooi vooral een leerzame ervaring. “Het was uiteraard een interessante plek om voor het eerst een evenement te organiseren,” aldus Porter tegenover
Metro. “Het was totaal anders dan onze andere toernooien. Het publiek was wat ingetogener dan we gewend zijn, maar ze genoten er wel degelijk van. Er was veel lokale belangstelling en we zijn uitstekend ontvangen. Alles bij elkaar genomen is het verlopen zoals we hadden gehoopt.”
De
Saudi Arabia Darts Masters maakte deel uit van de World Series of Darts en werd gespeeld in een regio waar darts nog volop in ontwikkeling is. Dat merkte je niet alleen aan de sfeer op de tribunes, maar ook aan de manier waarop spelers zich moesten aanpassen aan de omstandigheden.
Spelers moesten schakelen
Porter benadrukt dat niet elke speler op dezelfde manier met die nieuwe omgeving omging. “Iedere speler heeft daar anders op gereageerd. Ze wisten van tevoren wat ze konden verwachten. Daarnaast kregen ze de mogelijkheid om al het podium op te gaan voordat het publiek binnenkwam, zodat ze een goed beeld kregen van de arena.”
De zalen waren weliswaar kleiner dan bij sommige grote PDC-evenementen in Europa of het Verenigd Koninkrijk, maar dat vormde volgens Porter geen probleem. “Ze spelen regelmatig demonstratiewedstrijden in arena’s van dit formaat. De spelers zijn absoluut in staat zich aan te passen, al gaat dat bij de één makkelijker dan bij de ander.”
Toch roept de succesvolle primeur automatisch de vraag op: gaan we in de toekomst meer darts in Saudi-Arabië zien? Porter blijft daar opvallend nuchter onder. “Ik denk dat één evenement in een ontwikkelend dartsland precies goed is,” stelt hij. “Dus nee, er is geen sprake van meerdere toernooien daar. Niet op dit moment.”
Grote ambities voor prijzengeld
Dat staat in schril contrast met de uitspraken van Matchroom-president
Barry Hearn, die juist groot durft te dromen als het gaat om de financiële toekomst van de sport. In gesprek met
The Sun liet Hearn weten dat de lat nog lang niet bereikt is. “Als ik nu naar darts kijk, denk ik: oké, we doen het goed,” zei Hearn. “We zitten op 25 miljoen pond aan prijzengeld, met één miljoen voor de winnaar van het WK. De volgende stap is honderd miljoen pond aan prijzengeld, met vijf miljoen voor de wereldkampioen.”
Porter reageert daar genuanceerd maar ambitieus op. “Het belangrijkste is dat je nooit iets volledig uitsluit. Wie had tien jaar geleden gedacht dat we nu één miljoen pond aan de wereldkampioen zouden uitkeren?”
Volgens de PDC-topman is groei een geleidelijk proces. “Zolang de sport blijft groeien, blijven wij leveren. Niet alleen op het WK, maar op alle toernooien. Voor dit jaar hebben we het totale prijzengeld al verhoogd naar 25 miljoen pond. Ooit zou het fantastisch zijn om dat naar 50, 75 of zelfs 100 miljoen te brengen. Maar uiteindelijk bepaalt de markt hoe ver dat realistisch is.”
Jong talent overspoelt de sport
Een van de belangrijkste pijlers onder die groei is de enorme instroom van jong talent. Porter spreekt zelfs van een ‘angstaanjagende’ ontwikkeling. “De talentenpool is werkelijk indrukwekkend. Het aantal tieners dat 100-gemiddeldes gooit en negendarters uitgooit, is opmerkelijk.”
Volgens Porter is darts inmiddels duidelijk een sport van jonge spelers geworden. “Dat zie je terug in de doorstroming vanuit de JDC en de Development Tour. De komende jaren gaan daar nog veel meer grote namen uit voortkomen.”
Om die ontwikkeling te monitoren, houdt de PDC gedetailleerde statistieken bij. “We hebben een spreadsheet waar ik elk jaar met plezier naar kijk,” lacht Porter. “Daarin staat de gemiddelde leeftijd van onze spelers: PDC Tour Card-houders, top 8, top 16, top 32, top 64, noem maar op. En elk jaar daalt die gemiddelde leeftijd.”
De reden is volgens hem simpel. “Het is een sport geworden met een echte carrièrestructuur. Jonge spelers zien dat je hier je brood mee kunt verdienen. En het mooie is: je kunt uit elke achtergrond komen, van waar ook ter wereld. Er zijn nauwelijks drempels. Uiteindelijk is natuurlijk talent de enige echte bepalende factor.”
25 jaar groei zonder stil te staan
Porter werkt inmiddels al 25 jaar voor Barry Hearn en Matchroom. Tijd om uitgebreid achterom te kijken is er zelden, geeft hij toe. “Elke dag brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. We zijn zo hard en zo organisch gegroeid dat je het bijna vanzelfsprekend gaat vinden. Het schema is zo vol dat er weinig tijd is om echt stil te staan bij wat we hebben bereikt.”
Toch kan hij de enorme ontwikkeling niet ontkennen. “Als ik kijk waar we als bedrijf stonden in 2001 en waar we nu zijn, dan is dat een ongelooflijke transformatie.”
Volgens Porter is het succes vooral te danken aan de spelers en de evenementen zelf. “Het is een compliment aan de spelers en aan de toernooien dat ze zo populair zijn bij de fans. Dat heeft ons in staat gesteld om dit niveau te bereiken.”
Hij benadrukt dat er geen sprake is geweest van radicale vernieuwing. “We hebben het wiel niet opnieuw uitgevonden. We hebben simpelweg producten geleverd waar mensen van willen genieten en waar ze zich bij betrokken voelen. En op dit moment werkt dat enorm goed.”