Alex Spellman keert dit weekend terug op het podium van de
US Darts Masters in New York. De Amerikaan ontbreekt na een jaar afwezigheid weer op het affiche van het prestigieuze World Series-toernooi in Madison Square Garden en kijkt met veel enthousiasme uit naar zijn nieuwe kans. Toch draait het voor hem niet alleen om zijn eigen prestaties. Spellman ziet de ontwikkeling van het Noord-Amerikaanse darts met eigen ogen en vindt dat de spelers uit de Verenigde Staten en Canada nog altijd structureel worden onderschat.
"Ik ben altijd enthousiast om hier te zijn", zegt Spellman
tegen Darts World. "Natuurlijk ben ik ook altijd een beetje zenuwachtig, want je weet nooit hoe het gaat lopen. Historisch gezien weten we dat misschien wel een beetje, maar dat maakt me niet uit. Ik ben hier liever dan dat ik thuis zit."
Vorig jaar ontbrak Spellman op de deelnemerslijst. Hoewel hij dat destijds accepteerde, is hij blij dat hij weer deel uitmaakt van het evenement. "Ja en nee, het was jammer om er niet bij te zijn. Aan de andere kant was het ook wel prettig om even een pauze te hebben. Ik speelde toen niet mijn beste darts en dan wil je ook niet het gevoel hebben dat je een plek inneemt."
Bovendien zag hij graag nieuwe gezichten hun kans grijpen. "Ik vond het geweldig dat Fred Krueger en Brayden Hall erbij waren. Ik was eerlijk gezegd nog nieuwsgieriger naar hoe zij het zouden doen dan naar mijn eigen optreden. Ik heb die periode met mijn vrouw doorgebracht, dus het was zeker niet het einde van de wereld. Maar ik ben wel blij dat ik terug ben."
Noord-Amerikaanse darts wordt onderschat
Volgens Spellman is het niveau van de Noord-Amerikaanse spelers veel hoger dan veel Europese fans denken. Hij wijst erop dat lang niet alle sterke spelers actief zijn op het CDC-circuit.
"Veel mensen kennen de CDC-spelers, maar er zijn nog veel meer goede darters die daar niet eens aan meedoen. Chris Lim is bijvoorbeeld iemand die direct in me opkomt. Hij woont in Californië en voor hem zijn al die reizen niet altijd haalbaar."
Daarom stoort hij zich soms aan het beeld dat over Amerikaanse darters bestaat. "We zijn echt veel beter dan mensen ons krediet voor geven. Als iemand mij maar één keer heeft zien spelen, bijvoorbeeld op de Grand Slam, dan denkt hij misschien: wat doet die jongen hier? Maar er zijn genoeg wedstrijden die mensen nooit zien, waarin ik laat zien wat ik echt kan."
Spellman vindt bovendien dat de vergelijking met de absolute wereldtop niet eerlijk is. "Mensen vergelijken ons met de Premier League-spelers, en ze zeggen dat we slecht zijn en niet kunnen meekomen... Maar jullie sturen wel de allerbeste spelers ter wereld. Dan is het toch niet zo vreemd dat wij soms verliezen?"
Hij wijst erop dat Noord-Amerikaanse spelers zich in New York regelmatig uitstekend hebben geweerd tegen de wereldtop. "Michael Smith heeft hier meer wedstrijden verloren dan gewonnen. Rob Cross verloor hier vorig jaar. Stephen Bunting verloor hier ook, terwijl de World Series vorig jaar juist zijn toernooien waren."
Ook eerdere prestaties van Noord-Amerikaanse spelers tonen volgens hem aan dat het niveau groeit. "Jeff Smith haalde ooit de finale. We hebben het helemaal niet slecht gedaan tegen de beste spelers ter wereld. Stel dat je onze beste spelers samen met alle sterke CDC-spelers en andere Noord-Amerikaanse darters tegenover de onderste helft van de PDC Tour zet, dan redden we ons echt prima."
Meer aandacht vanuit de PDC
Dat Spellman en Adam Sevada inmiddels ook worden uitgenodigd voor mediadagen rondom grote PDC-evenementen, ziet hij als een positief signaal. "Dat betekent dat ze de waarde beginnen te zien van wat wij kunnen toevoegen. We hebben simpelweg meer exposure nodig."
Volgens Spellman krijgen Amerikaanse spelers vaak maar één kans om zich te laten zien. "Als mensen mij alleen zien wanneer ik slecht speel, dan is het logisch dat ze daar een oordeel over vormen. Maar wij krijgen die kansen veel minder vaak dan Europese spelers."
Hij gebruikt Sevada als voorbeeld. "Adam heeft op televisie misschien nog niet de resultaten gehaald die hij wil, maar hij is waarschijnlijk onze beste speler op dit moment. Hoe vaker hij deze kansen krijgt, hoe comfortabeler hij zich gaat voelen."
Spellman is ervan overtuigd dat ervaring uiteindelijk het verschil maakt. "Soms raak je bijna gewend aan verliezen. En juist daardoor word je uiteindelijk comfortabel genoeg om te gaan winnen."
North American Championship belangrijker dan de US Darts Masters
Hoewel de US Darts Masters veel prestige heeft, ligt Spellmans grootste focus dit weekend op de
North American Darts Championship. "Daar staat misschien zelfs meer druk op."
Dat heeft volgens hem alles te maken met de enorme beloning. "Je wint niet alleen de North American-titel, maar je plaatst je ook voor de Grand Slam of Darts én het WK darts. Daardoor verschuift automatisch je aandacht naar dat toernooi."
In eerdere jaren profiteerden sommige spelers nog van kwalificaties via andere routes, maar dit jaar ligt dat anders. "Als ik die kansen wil krijgen, dan moet ik het dit keer echt zelf winnen."
Niet winnen, maar goed spelen
Toch draait het voor Spellman niet uitsluitend om de uitslag. Zijn grootste doel is vooral om zijn eigen niveau te halen. "Voor mij is winnen of verliezen minder belangrijk dan goed spelen."
Volgens hem volgen de resultaten vanzelf wanneer hij zijn beste spel laat zien. "Als ik goed speel, win ik meestal vanzelf." Hij schetst een opvallend voorbeeld.
"Stel dat ik de North American Championship win met een gemiddelde van 64. Natuurlijk heb ik dan gewonnen, maar daar voel ik me niet goed bij. Mensen zullen dan zeggen dat ik het niet echt verdiend heb en dat is ook geen goed visitekaartje voor het Noord-Amerikaanse darts."
Daarom blijft zijn prioriteit onveranderd. "Ik wil gewoon goed spelen. Als de overwinningen dan vanzelf komen, is dat geweldig. En als dat niet gebeurt, dan wil ik in ieder geval kunnen zeggen dat ik mijn niveau heb gehaald."
Het vuur is terug
Spellman vertelt ook openhartig over de invloed van medicatie op zijn spel. Begin dit jaar besloot hij daarmee te stoppen om zich optimaal voor te bereiden op deze periode van het seizoen. "Ik had niet door hoeveel invloed die medicatie eigenlijk op me had."
Volgens hem verdween daardoor ook een deel van zijn fanatisme. "Na een slechte wedstrijd dacht ik vooral: volgende week beter. Maar sinds ik gestopt ben, is dat vuur weer terug."
Hij merkt dat direct aan zijn spel. "Mijn pieken zijn op dit moment heel hoog, al zijn mijn mindere momenten ook nog steeds behoorlijk laag."
Toch kijkt hij met vertrouwen vooruit. "Ik weet niet precies wat ik dit weekend kan verwachten. Maar één ding weet ik wel: als ik mijn hoogste niveau haal, dan kan het een heel mooi weekend worden."