Dennis Priestley noemt Nederlander die vanwege trage tempo nooit graag tegen hem speelde: ''Hij vond het altijd erg lastig''

PDC
woensdag, 12 augustus 2026 om 16:00
DennisPriestley
Dennis Priestley behoort tot de grote namen uit de dartsgeschiedenis. De tweevoudig wereldkampioen kende echter bepaald geen vanzelfsprekende route naar de top. Hij begon pas halverwege zijn twintiger jaren serieus met darts en had vervolgens jaren nodig om via het countycircuit door te breken naar het Engelse team. In een uitgebreid interview blikt ‘Dennis the Menace’ terug op zijn eerste pijlen, zijn kenmerkende worp, kritiek op zijn trage speeltempo en de historische afsplitsing die uiteindelijk leidde tot de oprichting van de PDC.
Priestley geniet inmiddels al enkele jaren van zijn pensioen. Zelfs demonstratiewedstrijden speelt de Engelsman niet meer. Sterker nog, de pijlen zijn al geruime tijd helemaal niet meer uit de kast gekomen.
„In november van dit jaar is het vijf jaar geleden dat ik mijn laatste demonstratie speelde. Sindsdien heb ik mijn pijlen niet meer aangeraakt'', zo vertelt hij in de podcast Tops & Tales van scheidsrechter Huw Ware.
Daarmee is een bijzonder hoofdstuk afgesloten. Priestley was decennialang actief en maakte van dichtbij mee hoe darts veranderde van een traditionele pubsport in een professionele televisiesport. Zijn eigen kennismaking met de sport kwam relatief laat.

Winnende weddenschap leverde eerste tungsten pijlen op

Priestley was halverwege de twintig toen darts een serieuzere rol in zijn leven begon te spelen. Opmerkelijk genoeg kwam zijn eerste set tungsten pijlen er dankzij een gewonnen weddenschap op de paardenrennen.
„Ik had een weddenschap afgesloten op de Derby van 1975 en Grundy won. Pat Eddery was de jockey. Ik had zes pond ingezet tegen 11/2, dus ik won 33 pond. Daarvan kocht ik mijn eerste set tungsten darts.”
Daarvoor gooide Priestley al wel wekelijks met messing pijlen. Dat gebeurde bovendien onder omstandigheden die behoorlijk verschilden van het moderne darts. Hij speelde op een Yorkshire-bord, waarop geen triples aanwezig waren.
„Ik speelde één keer per week op maandag met messing pijlen op een Yorkshire-bord. Daar heb je alleen dubbels en geen triples. We stonden ook negen inch dichter bij het bord.”
Priestley maakte vervolgens mee dat ook de werpafstand veranderde. Hij herinnert zich bijvoorbeeld de WK-finales tussen Leighton Rees en John Lowe aan het einde van de jaren zeventig. Spelers moesten zich telkens aanpassen aan andere afstanden.
„Je raakte gewend aan zeven voet en zes inch. Je merkte dat je pijlen er soms net niet kwamen, dus moest je jezelf aanpassen. Na verloop van tijd doe je dat. We speelden ook vanaf zeven voet en negen inch en toen de News of the World opnieuw werd ingevoerd, was het acht voet. Je raakte eraan gewend.”
Dennis Priestley in zijn kenmerkende rood-zwarte outfit
Dennis Priestley werd de eerste wereldkampioen bij de PDC

Bijzondere grip werd handelsmerk

Wie Priestley tijdens zijn hoogtijdagen zag spelen, zal zijn kenmerkende stijl onmiddellijk herkennen. Hij nam uitgebreid de tijd voor zijn eerste pijl en had bovendien een bijzondere grip. De punt van zijn dart rustte daadwerkelijk op zijn vinger voordat hij gooide.
„De punt lag op mijn vinger. Op een bepaald moment had ik hem op mijn nagel rusten, maar ergens onderweg ben ik hem op mijn vinger gaan leggen.”
Dat bleek uiteindelijk onderdeel van een belangrijke ontwikkeling in zijn spel. Priestley ontdekte dat hij in zijn beginjaren verschillende manieren van gooien gebruikte. Pas toen hij één vaste techniek koos, nam zijn niveau structureel toe.
„In de eerste jaren, eind jaren zeventig, kon ik op twee of drie verschillende manieren spelen. Op een gegeven moment begreep ik dat ik één manier moest kiezen, de manier die voor mij het beste werkte. Toen ik me daarop concentreerde in plaats van op verschillende manieren te gooien, werd ik constanter.”
Zijn opvallende grip had tegelijkertijd een nadeel. Priestley kon niet met bijzonder lange punten spelen. Juist die langere punten zijn tegenwoordig populair bij spelers als Luke Littler en Luke Humphries, omdat er meer ruimte in het scoringsvak kan ontstaan.
„Ik heb altijd gezegd dat lange punten zo'n groot voordeel zijn. Dat zei ik al in de jaren tachtig. Maar ik kon geen lange punt gebruiken, omdat ik de punt van de dart op mijn vinger had. De punt moest dus behoorlijk kort zijn. Anders zou ik met mijn grip helemaal achter op de barrel of zelfs bij de shaft terechtkomen. Maar een lange punt is absoluut een groot voordeel.”

Kritiek op langzaam tempo irriteerde Priestley

Niet alleen zijn grip maakte Priestley herkenbaar. Ook zijn speeltempo was jarenlang onderwerp van gesprek. Vooral voor zijn eerste dart nam de Engelsman uitgebreid de tijd. Commentatoren wezen daar regelmatig op en daar kon Priestley zich behoorlijk aan ergeren.
„Ik werd het op een gegeven moment zat dat commentatoren en televisiemensen steeds zeiden: 'O, het duurt zeventien seconden.' Phil Taylor deed er vijftien seconden over. Twee seconden onder vrienden stelt toch niks voor? Ik werd het echt zat om dat steeds te horen. Het irriteerde me.”
Volgens Priestley ontstond een verkeerd beeld doordat vooral zijn voorbereiding op de eerste dart langzaam verliep. Zodra die eerste pijl goed zat, volgden de andere twee juist veel sneller.
„Zodra mijn houding goed was, mijn arm omhoog stond en mijn hand niet meer trilde, liet ik die eerste dart gaan. Als die zat waar ik hem wilde hebben, gingen de andere twee net zo snel als bij iedere andere speler.”
Zijn tempo werd bovendien pas echt lager toen Priestley op televisie verscheen. Dat had alles te maken met de druk die hij zichzelf oplegde.
„Toen ik eenmaal op televisie kwam, werd ik volgens mij een paar seconden langzamer. Ik wilde succesvol zijn. Ik wilde mezelf niet voor gek zetten op televisie. Daarom nam ik iets meer tijd en dat heeft natuurlijk gewerkt.”

Van der Voort had moeite met Priestleys tempo

De bedachtzame stijl van Priestley stond soms haaks op die van zijn tegenstanders. Vooral snelle spelers konden moeite hebben om hun eigen ritme vast te houden. Vincent van der Voort wordt door Priestley als voorbeeld genoemd.
„De snelle spelers zouden het behoorlijk moeilijk hebben gevonden om tegen mij te spelen. Vincent van der Voort was heel snel. Hij vond het altijd erg lastig om tegen mij te spelen.”
Andersom moest Priestley ervoor waken dat hij zich niet liet meeslepen door het tempo van zijn tegenstander. Dat gebeurde hem zelfs eens tegen Michael van Gerwen.
„Ik wist gewoon dat ik mijn eigen tempo moest blijven spelen wanneer ik tegen snelle spelers stond. Soms kunnen ze je opjagen. Dat merkte ik een paar keer. Toen ik een keer tegen Michael van Gerwen speelde, dacht ik: ik raak buiten adem als ik terugloop. Hij jaagt me veel te veel op. Dus ik bleef gewoon mijn eigen tempo spelen.”
Ondanks alle opmerkingen over zijn snelheid kan Priestley zich niet herinneren dat tegenstanders daar rechtstreeks bij hem over klaagden. Wel werd ooit geprobeerd hem op een heel andere manier uit een toernooi te krijgen.

Tegenstander probeerde Priestley vanwege schoenen uit toernooi te krijgen

Bij een evenement in Oldham golden volgens Priestley strenge kledingvoorschriften. Spelers moesten een zwarte broek en nette zwarte schoenen dragen. Priestley verscheen met volledig zwarte Reebok-sneakers.
Dat bleek voor iemand voldoende aanleiding om een klacht in te dienen.
„Iemand rapporteerde me. Omdat ze wisten dat ze me niet konden verslaan op het dartbord, wilden ze dat ik uit het toernooi werd gezet omdat ik het verkeerde schoeisel droeg.”
Met de huidige opvallende outfits van sommige profspelers in gedachten kan Priestley daar inmiddels om lachen.
„Moet je het je tegenwoordig voorstellen met Peter Wright en dat soort spelers.”

Jarenlange weg naar de wereldtop

De carrière van Priestley kwam niet van de ene op de andere dag op gang. Waar moderne talenten soms binnen enkele maanden van de Development Tour naar grote PDC-podia doorstromen, had Priestley naar eigen zeggen zeven of acht jaar nodig om vanuit het lokale darts de stap naar de internationale top te zetten.
„Het zal ergens rond de zeven of acht jaar zijn geweest. Volgens mij werd ik in 1983 voor Yorkshire geselecteerd. Daarna duurde het waarschijnlijk nog vijf jaar voordat ik geleidelijk goed genoeg werd om voor Engeland te spelen.”
Uiteindelijk schopte Priestley het zelfs tot de positie van nummer één van de wereld. Begin jaren negentig behoorde hij tot de absolute elite en bovendien zou hij in 1993 aanvoerder van Engeland worden.
Juist op dat moment kwam de historische breuk binnen het darts. Priestley behoorde tot de spelers die zich afscheidden van de bestaande dartsbond, een ontwikkeling die uiteindelijk leidde tot het ontstaan van wat tegenwoordig de PDC is.
Die keuze had voor Priestley persoonlijk grote consequenties. Zijn geplande periode als captain van Engeland ging daardoor niet door.
„Ik zou in 1993 het hele jaar captain zijn. Die eer heb ik uiteindelijk nooit gekregen.”
Terugkijkend beseft Priestley hoeveel hij op dat moment op het spel zette. Hij had net de absolute top bereikt en beschikte over een positie die veel spelers hun hele carrière proberen te bemachtigen.
„Ik zou daar natuurlijk nog steeds teleurgesteld over kunnen zijn. Van alle zestien spelers die zich afscheidden, had ik waarschijnlijk het meeste te verliezen. Ik was op dat moment nummer één van de wereld. Ik was gekozen om captain van Engeland te worden en uiteindelijk kreeg ik niet de kans om dat te doen.”
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Laatste Reacties

Loading